Er zijn fotografen die mooie foto’s maken. Dan zijn er fotografen die je anders laten kijken naar de wereld. Joel Meyerowitz behoort tot die tweede categorie. Ik las zijn boek How I Make Photographs en verwachtte eerlijk gezegd een verzameling technische tips van een oude meester. Wat ik kreeg was iets heel anders: een manier van denken over fotografie die ik sindsdien niet meer kwijtraak. De vraag die Meyerowitz door het hele boek heen beantwoordt is er eentje die ik mezelf ook al jaren stel: hoe blijf je als fotograaf groeien? Niet alleen technisch maar creatief. Hoe word je na tien jaar fotograferen nog steeds een andere fotograaf dan je gisteren was?
TL;DR
Joel Meyerowitz is een Amerikaanse straatfotograaf die beroemd werd door kleur serieus te nemen toen niemand dat deed. Zijn filosofie draait om bewustzijn, relaties binnen het frame en het fotograferen van het alledaagse. Zijn werk loopt van bruisende New Yorkse straten tot het stille licht van Cape Cod en het historische archief van Ground Zero. Vijf lessen uit zijn werk helpen je niet alleen betere foto’s te maken maar ook een scherpere waarnemer te worden.
Van reclamebureau naar straathoek
Joel Meyerowitz werd geboren in 1938 in New York en werkte als art director in de reclamewereld. Goed betaald, creatief genoeg maar niet het leven dat hij zocht. De kanteling kwam toen hij Robert Frank aan het werk zag op een commerciële shoot. Frank bewoog door de ruimte alsof de camera een verlengstuk van zijn lichaam was. Hij reageerde op mensen, op licht, op vluchtige gebaren zonder te aarzelen. Meyerowitz was gefascineerd door die vrijheid. Niet lang daarna zei hij zijn baan op en pakte hij zelf een camera. Geen cursus, geen plan. Gewoon de straat op.
Wat me treft aan dat verhaal is niet de moed om te stoppen met een vaste baan. Wat me treft is wat Meyerowitz schrijft over wat fotografie hem vervolgens leerde: alles wat hij weet over de wereld en over zichzelf. Dat is een grote bewering. Als je zijn werk bekijkt snap je wat hij bedoelt. Zijn foto’s zijn geen registraties van interessante momenten. Ze zijn het resultaat van iemand die voortdurend leert kijken.
Bewustzijn als gereedschap
De eerste les die ik uit Meyerowitz’ werk haal is er eentje die je niet kunt kopen. Het gaat om bewustzijn. Meyerowitz beschrijft hoe hij op een straathoek in Manhattan kon staan totdat verveling verdween. Niet wachten op het perfecte moment. Gewoon aanwezig zijn. Kijken hoe mensen bewegen. Zien hoe licht verschuift. Observeren zonder direct te fotograferen. Begrijpen hoe de situatie werkt.
Ik herken dat. Als ik met mijn camera door een stad loop en gefocust ben op het maken van foto’s mis ik de helft. Pas als ik even stop, de camera laat zakken en gewoon kijk begin ik dingen te zien die er al de hele tijd waren. Niet wat om aandacht schreeuwt, maar wat daar net achter ligt. Een schaduw die een gezicht halveert. Twee mensen die tegelijk dezelfde kant op kijken zonder het te weten. Een mooie muur. Meyerowitz noemt fotografie een optimistische daad: elke keer dat je de deur uitgaat met een camera ga je ervan uit dat er vandaag iets te zien is. Dat klinkt simplistisch maar het is een houding, een manier van in de wereld staan.




Relaties binnen het frame
Meyerowitz schrijft in zijn boek dat een portret niet alleen van een persoon is. Het is ook van een plek. Ik heb die zin drie keer gelezen. Het zegt iets over hoe hij naar een foto kijkt: als een stelsel van relaties. Licht en schaduw. Voorgrond en achtergrond. Kleur en textuur. Beweging en stilte. Alles in het frame heeft een verhouding tot alles om het heen.
Dat is ook waarom zijn straatfoto’s zo sterk zijn. Ze gaan zelden over één persoon of één moment. Ze gaan over wat er tussen elementen gebeurt. Een gele regenjas tegen een grijze muur zegt meer dan de jas of de muur afzonderlijk. Meyerowitz vergelijkt fotografie met taal: betekenis ontstaat uit de combinatie. Ik denk dat dit het verschil verklaart tussen een foto die je even bekijkt en een foto waar je in blijft hangen.
Kleur als eerlijkheid
Joel Meyerowitz is een van de fotografen die kleur serieus nam toen de fotokunstwereld dat nog niet deed. In de jaren zestig en zeventig was zwart-wit de standaard voor serieuze fotografie. Kleur was voor tijdschriften, voor reclame, voor amateursnaps. Meyerowitz dacht daar anders over. Hij liep een tijdlang rond met twee camera’s: één met zwart-witfilm en één met kleurenfilm. Niet om dezelfde foto twee keer te maken maar om te ontdekken welke taal het beste paste bij wat hij wilde zeggen.
Zijn conclusie was helder. Kleur beschrijft de wereld zoals we die ervaren. Het warme oranje van een straatlantaarn op natte stenen. Het bleke blauw van een winterochtend in New York. Die informatie zit in kleur en nergens anders. Zijn boek Cape Light uit 1978 is daar het mooiste bewijs van: foto’s van het licht op Cape Cod die zo specifiek zijn in hun kleurtemperatuur dat je bijna de zilte lucht ruikt. Dat boek staat bij mij op de plank en ik sla het nog steeds open als ik inspiratie nodig heb.
Kleur als relatie
Wat ik van Meyerowitz leerde over kleur is dat het niet gaat om mooie kleuren op zich. Het gaat om de verhouding tussen kleuren. Warm tegen koel schept spanning. Gelijkgestemde tinten scheppen rust. Kleur is dus ook compositie. Ik let daar nu bewust op als ik fotografeer en het verandert hoe ik een scène inloop.
Patronen die je zelf niet ziet
Een van de grappigste anekdotes in How I Make Photographs gaat over bloemen. Meyerowitz vertelt dat hij op een dag zijn contactvellen doorkeek en realiseerde dat hij al jaren bloemen fotografeerde. Niet bewust. Niet als project. Ze doken gewoon steeds op. Zijn camera had een obsessie die hijzelf niet kende.
Ik vind dat een van de waardevolste lessen die je uit zijn werk kunt halen. Kijk terug door je eigen foto’s en zoek niet naar je beste beelden. Zoek naar patronen. Wat fotografeer je steeds opnieuw? Welke lichtomstandigheden trekken je aan? Welke plekken of situaties keer je naar terug? Die patronen vertellen je iets over wie je bent als fotograaf. Als je dat weet kun je er bewust mee gaan werken. Of je kunt er bewust tegenin gaan. Beide zijn interessant.
Het archief van Ground Zero
Wie Joel Meyerowitz alleen kent van zijn straatfotografie of van Cape Light mist een belangrijk deel van zijn werk. Na de aanslagen van 11 september 2001 was Meyerowitz een van de weinige fotografen die officieel toegang kreeg tot Ground Zero. Hij documenteerde de opruimwerkzaamheden gedurende negen maanden. Het resultaat was het boek Aftermath: een archief van vernietiging, rouw en menselijke veerkracht dat nu van historisch belang is.
Meyerowitz fotografeerde geen ramp. Hij fotografeerde mensen aan het werk in een kapotte wereld. Dat zijn twee heel verschillende dingen. En het laat zien dat zijn manier van kijken niet afhankelijk is van het onderwerp. Het zit in hem. Dezelfde aandacht voor licht en relaties die zijn straatfotografie kenmerkt zie je terug in elk beeld uit die negen maanden.
Ik hoor weleens dat Meyerowitz overschat zou zijn. Ik denk dat die mensen voornamelijk zijn vroege straatwerk kennen. Bekijk zijn hele oeuvre en je ziet een fotograaf die zichzelf keer op keer opnieuw uitvond zonder zijn blik te verliezen. Dat is zeldzamer dan talent.
Wat me het meest bijblijft van alles wat ik over Meyerowitz heb gelezen en gezien is eigenlijk heel simpel: hij fotografeerde zijn hele leven lang dingen die hem oprecht interesseerden. Geen strategie. Geen markt. Gewoon aandacht. Ik ben benieuwd wat jij steeds opnieuw fotografeert zonder dat je het bewust hebt besloten. Deel het in de reacties.
Veelgestelde vragen
Welke boeken van Joel Meyerowitz zijn het meest geschikt als beginpunt?
Hoe verschilt Joel Meyerowitz van andere straatfotografen zoals Henri Cartier-Bresson?
Wat is de invloed van Joel Meyerowitz op kleurenfotografie?

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s 🙂 Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, snel, en met geweldige filmsimulaties. Bekijk hier mijn portfolio.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel uit te leggen. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
