Stel je voor: een close-up van een vork die een bord fish and chips doorboort. De kleuren schreeuwen je toe. Het licht is zo hard dat je bijna je ogen dichtknijpt. En toch kun je niet wegkijken. Sterker nog, je voelt iets. Herkenning en een lichte ongemakkelijkheid misschien? Precies dat gevoel is waar Martin Parr al ruim veertig jaar op jaagt. Hij fotografeert het alledaagse met zo’n genadeloze precisie dat het ineens absurd wordt. En juist daarom is hij een van de invloedrijkste documentaire fotografen ter wereld. De kenmerken van Martin Parr zijn makkelijk te herkennen, maar lastig te imiteren. Toch kun je er ontzettend veel van leren. Zeker nu zijn werk tot 12 augustus 2026 te zien is in FOAM Amsterdam met de tentoonstelling “Very Modern and Rather Ugly”.
TL;DR Martin Parr maakt schaamteloos kleurrijke foto’s van alledaagse taferelen. Hij gebruikt ringflits, close-ups en verzadigde kleuren om consumptiecultuur en menselijk gedrag bloot te leggen. Zijn werk balanceert tussen humor en sociale kritiek. In dit artikel ontleed ik zijn stijl, zijn techniek en zijn denkwijze, zodat jij die kenmerken kunt herkennen én toepassen in je eigen straatfotografie.
De man die lelijkheid tot kunst verhief
Martin Parr werd in 1952 geboren in het Engelse Epsom. Zijn grootvader George Parr was amateurfotograaf. Als kind bekeek Martin diens dia’s en daar begon iets te gloeien. Hij studeerde fotografie aan Manchester Polytechnic in de vroege jaren zeventig. Zijn eerste serieuze projecten waren nog in zwart-wit. Denk aan “Bad Weather” uit 1982, een reeks sombere beelden van het Engelse weer die je kippenvel bezorgen van de kou. Zijn vroege werk paste keurig in de Britse documentaire traditie. Donker. Ernstig. Sociaal bewogen. Hij werd lid van Magnum Photos in 1994, al ging dat niet zonder slag of stoot. Sommige leden vonden zijn werk te commercieel, te frivool. Anderen vonden het geen kunst. Maar juist die frictie zegt iets over de kracht van zijn beelden: ze passen in geen enkel hokje. Parr zelf zei ooit: “I’m always trying to look at the world in a way that is different from how we normally see it.”
Kenmerken van Martin Parr’s foto’s
Je herkent een foto van Martin Parr binnen een halve seconde. Dat is geen overdrijving. De kenmerken van Martin Parr zijn zo uitgesproken dat ze bijna een handtekening vormen. Allereerst: de kleuren. Ze zijn heet, verzadigd, bijna agressief. Parr schoot jarenlang op Kodak Ektar-film, bekend om zijn rijke kleurweergave en fijne korrel. Later gebruikte hij ook digitale camera’s. De overvloed aan kleur is geen toeval. Het is een bewuste keuze om de overdaad van de consumptiecultuur te spiegelen. Als alles er glanzend en aantrekkelijk uitziet, wordt de lelijkheid eronder juist zichtbaarder.
Dan het licht. Parr gebruikt bijna standaard een ringflits. Dat is een flitser die rond de lens zit en een heel direct, schaduwloos licht geeft. Het effect is confronterend. Niets wordt verborgen. Elke porie, elke vettige vinger, elke smerige servet wordt genadeloos belicht. Waar de meeste fotografen zachte schaduwen zoeken om hun onderwerp te flatteren, doet Parr precies het tegenovergestelde. Hij flattert niemand. En dat is het punt.
Verder zijn daar de close-ups. Parr kruipt dichtbij. Heel dichtbij. Een hand die een hotdog vasthoudt. Een mond vol ijs. Teenslippers op een strand. Door zo dicht op het onderwerp te zitten verdwijnt de context. Je ziet geen persoon meer, je ziet een handeling. Een gewoonte. Een ritueel. Die abstractie maakt het universeel. Het gaat niet meer over die ene persoon op dat ene strand, het gaat over ons allemaal.

De camera-instellingen achter die kenmerkende stijl
Goed, laten we het even over de techniek hebben. Want je kunt de kenmerken van Martin Parr bewonderen tot je een ons weegt, maar hoe maak je zelf zoiets? Parr werkte lang met een compacte Plaubel Makina 67, een middenformaatcamera met een fantastische 80mm lens. Voor zijn close-upwerk schakelde hij over naar een Fuji GW690 en later digitale cameras. De specifieke camera is minder belangrijk dan je denkt. Het gaat om een paar principes die je zelf kunt toepassen.
Gebruik een ringflits of een directe flitser, ook overdag. Zet je flitser op fill-flash zodat het omgevingslicht niet volledig wordt weggedrukt. Kies een diafragma rond f/8 tot f/11 voor scherpte van voor tot achter. Houd je ISO laag, rond 100 of 200. Stel je witbalans iets warmer in dan neutraal, dat geeft die typische Parr-gloed. Ga dicht op je onderwerp zitten met een 35mm of 50mm lens. En hier komt het moeilijkste: durf ongemakkelijk dichtbij te komen. Parr schiet niet stiekem vanaf de overkant van de straat. Hij staat ertussen. Hij is er onderdeel van. Dat vergt lef en een bepaalde brutaliteit die je alleen kunt ontwikkelen door het te doen.
Filmkeuze en digitale vertaling
Als je analoog wilt werken in de stijl van Parr is Kodak Ektar 100 een logische keuze. Die film levert punchende kleuren met weinig korrel. Kodak Portra is te zacht voor dit doel. Schiet je digitaal? Zet je verzadiging een stap hoger dan normaal. Verhoog het contrast licht. En experimenteer met de “vibrance” slider in Lightroom. Je wilt kleuren die net iets té zijn. Net als een bord fish and chips met te veel ketchup. Precies die overdaad maakt het eerlijk.
Fotograferen in de stijl van Martin Parr
| Parameter | Waarde | Waarom |
|---|---|---|
| Filmsimulation (Fujifilm) | Velvia | Hoge verzadiging, knallende primaire kleuren |
| Dynamic Range | DR200 of DR400 | Voorkomt uitgebrande highlights bij flits |
| Highlights | +1 | Licht overbelicht, “goedkoop” gevoel |
| Shadows | +1 tot +2 | Diepere schaduwen, verhoogt contrast |
| Color | +3 tot +4 | Extra kleurklap bovenop Velvia |
| Sharpness | +2 | Alles scherp en hard |
| Noise Reduction | -2 of lager | Geen gladheid — Parr is rauw |
| Clarity | +2 | Verhoogt middentooncontrast, geeft “plastic” textuur |
| White Balance | Auto of Daylight | Warme toon mag, maar niet corrigeren |
| WB Shift | R: +2, B: -2 | Subtiel warmer — versterkt de Velvia-kleuren |
Dit is het geheime wapen. Parr gebruikt bijna altijd harde frontale flits (ringflash of gewone compactflits), ook overdag. Dat geeft:
- Vlakke belichting zonder schaduw
- Uitgebleven achtergrond bij daglicht (slow sync werkt hier juist niet)
- De typische “snapshot uit de jaren 80”-feel
Op de X-T50: gebruik de meegeleverde EF-X8 of een externe flits op TTL, sluitertijd 1/250 (max sync), diafragma f/8–f/11. Buitenshuis overdag geeft dit die iconische flats achtergrond met overbelicht onderwerp.
Compositie & Aanpak (niet te vergeten)
- Extreem dichtbij — Parr staat letterlijk in iemands bord of gezicht. Gebruik je kortste brandpunt of macro-modus.
- Geen artistieke composities — Parr shoot bewust “slecht” gecentreerd, snapshot-achtig.
- Alledaagse consumptie — eten, souvenirs, toeristen, stranddingen. Hoe banaler, hoe beter.
- Kleur op kleur — zoek scenes met veel kleuren tegelijk, Velvia maakt dan het werk.
Alternatief: Provia + maximale Color
Als Velvia te “schilderachtig” aanvoelt (het heeft iets koelers in groentinten), probeer Provia/Standard met Color op +4 en WB shift warm. Dat geeft een iets andere verzadiging die soms dichter bij Parr’s druktechniek ligt.
Fish and chips als sociaal commentaar
De beroemdste fotoserie van Parr is waarschijnlijk “The Last Resort” uit 1986. Hij fotografeerde het Engelse badplaatsje New Brighton, waar arbeidersgezinnen hun vakantie doorbrachten. De beelden tonen overvolle stranden, junkfood, afval en mensen die zich ogenschijnlijk vermaken te midden van squalor. Toen de serie verscheen was de reactie heftig. Critici beschuldigden Parr ervan neer te kijken op de arbeidersklasse. Anderen zagen het als een briljante sociale documentaire. Die dubbelzinnigheid is precies wat de kenmerken van Martin Parr zo interessant maakt. Hij oordeelt niet openlijk. Hij laat zien. Jij mag beslissen wat je ervan vindt.
Neem één beeld uit die serie: een moeder die haar kind voedt op een smerig strand. De kleuren zijn schitterend. Het licht is meedogenloos. De compositie is perfect gebalanceerd. Je ziet tederheid én verval in hetzelfde frame. Dat is de kracht van Parr. Hij dwingt je om twee tegenstrijdige emoties tegelijk te voelen. Humor en melancholie. Affectie en afkeer. “I love it and hate it at the same time,” heeft hij gezegd over de Engelse cultuur die hij fotografeert (The Guardian). Die ambivalentie is de motor achter zijn hele oeuvre.
Wat jij kunt leren van Parrs benadering
Het mooie aan de werkwijze van Parr is dat die niet afhankelijk is van dure apparatuur. Je hebt geen Leica nodig. Je hebt een standpunt nodig. Parr kiest een thema, eet, toerisme, consumentisme, en werkt dat jarenlang uit. Zijn serie “Common Sense” draait volledig om close-ups van eten en consumptie. “Small World” documenteert massatoerisme over de hele aarde. Elk project heeft een duidelijke rode draad. Dat is iets wat ik zelf ook probeer toe te passen als ik met straatfotografie bezig ben. Niet zomaar schieten wat je tegenkomt, maar een idee hebben over wat je wilt vertellen.
Probeer dit eens: ga naar een willekeurig evenement in je stad. Een braderie, een sportwedstrijd, een rommelmarkt. Neem je camera mee met een 35mm lens en een opzetflitser. Fotografeer alleen de details. Handen die geld tellen. Monden die happen nemen. Vingers die door spullen graaien. Maak minstens honderd foto’s. Ga naar huis en selecteer er vijf die samen een verhaal vertellen over consumptie. Ik garandeer je dat je anders naar je eigen omgeving gaat kijken. Niet mooier, niet lelijker. Eerlijker.
Very Modern and Rather Ugly in FOAM
Tot 12 augustus 2026 kun je de kenmerken van Martin Parr met eigen ogen bekijken in FOAM Amsterdam. De tentoonstelling “Very Modern and Rather Ugly” biedt een overzicht van zijn carrière. Van de vroege zwart-witfoto’s tot de hyperkleurrijke close-ups waar hij beroemd mee werd. Het is een zeldzame kans om prints te zien in plaats van digitale reproducties. En geloof me: er is een verschil. De kleuren van een Parr-print springen je tegemoet op een manier die een beeldscherm simpelweg niet kan evenaren. Als je twijfelt of je moet gaan: ga. Het verandert hoe je naar alledaagse dingen kijkt. En dat is precies wat goede fotografie doet.
Wat mij persoonlijk raakt aan het werk van Parr is zijn weigering om de werkelijkheid op te poetsen. In een tijd waarin elk beeld gefilterd en gecorrigeerd wordt, is zijn directheid verfrissend. Hij herinnert ons eraan dat fotografie niet per se mooi hoeft te zijn om krachtig te zijn. Soms is een overbelichte close-up van een bord patat met mayonaise het eerlijkste beeld dat je kunt maken. En eerlijkheid, dat is uiteindelijk waar het in documentaire fotografie om draait. Niet om perfectie. Niet om schoonheid. Om waarheid, met een knipoog.
Ik ben benieuwd: heb je zelf weleens geprobeerd om in de stijl van Parr te fotograferen? Of heb je de FOAM-tentoonstelling al bezocht? Deel je ervaringen hieronder in de reacties. En als je een poging waagt met die ringflits en close-ups, tag ons dan op social media. Ik wil het zien.
Veelgestelde vragen
- Welke camera gebruikt Martin Parr? Parr heeft door de jaren heen verschillende camera’s gebruikt. Hij werkte veel met de Plaubel Makina 67 en de Fuji GW690 voor zijn analoge werk. Tegenwoordig schiet hij ook digitaal. De camera zelf is minder bepalend dan zijn gebruik van ringflits en zijn keuze om extreem dichtbij te fotograferen. Die twee elementen definiëren zijn beeldtaal meer dan welk cameramerk ook.
- Waarom zijn de kenmerken van Martin Parr zo herkenbaar? Parr combineert verzadigde kleuren met hard flitslicht en extreme close-ups. Die drie elementen samen creëren een visuele stijl die onmiddellijk opvalt. Voeg daar zijn scherpe oog voor absurde alledaagse situaties aan toe en je hebt een recept dat niemand anders zo consequent toepast. Zijn stijl is ook herkenbaar omdat hij er decennialang trouw aan is gebleven.
- Is Martin Parr lid van Magnum Photos? Ja. Parr werd in 1994 lid van Magnum Photos. Zijn toelating was controversieel. Fotografen als Philip Jones Griffiths verzetten zich ertegen omdat ze zijn werk te commercieel vonden. Toch werd hij toegelaten en later zelfs voorzitter van het collectief van 2013 tot 2017.

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s, maar vooral omdat ik graag kijk. Echt kijk. Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50, gekocht rond de geboorte van mijn zoon. Sindsdien is fotografie voor mij verweven geraakt met aandacht, nieuwsgierigheid en het vastleggen van momenten die anders ongemerkt voorbijgaan.
Ik ben iemand die wil begrijpen wat hij doet. Daarom zit ik net zo graag in de techniek als in het beeld zelf. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, eigenwijs, en precies uitdagend genoeg om me scherp te houden. Ik word blij van uitzoeken waarom iets werkt — of waarom juist niet.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Niet om te laten zien wat ik weet, maar om anderen mee te nemen in dat ontdekproces. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel te maken, zonder ze plat te slaan. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
