Er zijn foto’s die je één keer ziet en vergeet. Er zijn foto’s waar je tien jaar later nog over nadenkt. De foto’s uit The Last Resort van Martin Parr valt in die tweede categorie, al zul je dat niet direct begrijpen als je er voor het eerst naar kijkt. Wat je ziet is een drukte van jewelste: een ijsverkoopster op een Engelse strandpromenade, een puber met open mond die haar aanstaart, twee ijsjes die als kleine uitroeptekens omhoog prikken. Het lijkt een snapshot. Het is dat absoluut niet. Dat verschil is precies wat ik je wil laten zien. Eindelijk heb ik het boek “The Last Resort” van Martin Parr in huis en er is een foto mijn favoriet! Ik vertel je welke.
TL;DR
The Last Resort is de meest invloedrijke Britse fotoserie van de twintigste eeuw. Martin Parr fotografeerde in New Brighton met flitslicht en maakte daarmee beelden die humor, menselijkheid en technische precisie combineren. Zijn werk wordt verward met snapshots, maar is dat absoluut niet. Dit artikel legt uit wat The Last Resort zo sterk maakt, hoe Parr zijn beelden opbouwde en wat jij als fotograaf van zijn aanpak kunt meenemen.
Wat is The Last Resort?
New Brighton, een volksbuurt aan de kust bij Liverpool. Begin jaren tachtig. De Thatcher-recessie bijt hard, de werkloosheid is hoog en de mensen die hier op vakantie gaan doen dat niet omdat het zo mooi is. Ze doen het omdat het goedkoop is. Martin Parr fotografeerde hier tussen 1983 en 1985 en bracht zijn bevindingen samen in het boek The Last Resort, voor het eerst gepubliceerd in 1986. Het was een schok. Niet omdat de beelden gewelddadig of aanstootgevend waren, maar omdat ze zo eerlijk waren. Eerlijkheid, dat weet iedereen die weleens een spiegel in de ogen heeft gekeken, kan behoorlijk confronterend zijn.
Parr fotografeerde in kleur, met flitslicht, op klaarlichte dag. Dat was in 1986 nog ongebruikelijk voor documentaire fotografie (en flits nu nog steeds). De traditie was zwart-wit, bescheiden, Cartier Bresson-achtig. Parr deed het tegenovergestelde. Hij blies de kleuren op, zette zijn flits aan en stapte recht op mensen af. Het resultaat was een serie beelden die voelden als een stomp in de maag, maar dan eentje waarbij je daarna moet lachen. De foto’s hangen samen als een boek, als een argument, als een statement. Dat is geen toeval. Dat is vakmanschap.
Fotograaf David Hurn zei ooit dat een goede foto je iets laat zien dat je herkent maar nog nooit zo hebt gezien. The Last Resort is dat in boekvorm. Je herkent de mensen, de situaties, de kleine menselijke absurditeiten. Maar je hebt ze nog nooit zo scherp, zo dichtbij, zo kleurrijk gezien. Parr hield een vergrootglas voor iets dat altijd al zichtbaar was.

De foto die mij bezighoudt
Laten we bij die ene foto blijven. De ijsverkoopster. Ze staat achter haar kraam, haar gezicht vertelt een heel verhaal in één uitdrukking: dit is hard werk en jij staat in de weg. Links van haar een jongen, ergens in de lastige leeftijd tussen twaalf en veertien, die haar aanstaart met de concentratie van iemand die voor het eerst beseft dat de wereld ingewikkelder is dan hij dacht. Borsten! En dan die ijsjes. Twee groene hoorntjes die rechtop staan als … misschien wil ik te veel potentie zien in deze foto.
De compositie is vol. Bijna te vol. Er is nauwelijks ademruimte in het beeld. Dat is precies de bedoeling. New Brighton was vol. Het leven is vol. Parr liet geen ruimte over voor romantiek of interpretatie. Hij duwde je er middenin. De flits zorgde ervoor dat alles extreem belicht en scherp was, van voor- tot achtergrond. Geen zachte bokeh die de troep wegmoffelt. Alles is zichtbaar. Alles telt mee.
Wat ik zo bewonder aan deze foto is dat hij meerdere verhalen tegelijk vertelt. Er is de jongen en zijn hormonen. Er is de vrouw en haar vermoeidheid. Er is de absurditeit van die ijsjes. En er is de fotograaf zelf, onzichtbaar maar voelbaar aanwezig, die dit allemaal ziet en besluit: dit is het moment. Dat is geen geluk. Dat is een getraind oog dat weet wanneer het moet drukken.
Hoe Parr technisch te werk ging
The Last Resort is gemaakt op een Plaubel Makina, een Japanse middenformaatcamera die populair was bij fotojournalisten vanwege zijn compacte formaat en scherpe Nikkor-lens. Middenformaat betekent een groter negatief dan 35mm: meer detail, meer resolutie, meer informatie per beeld. Als je een print maakt op grote schaal, zie je het verschil direct. De beelden hebben een dichtheid die 35mm niet haalt.
Parr combineerde die camera met een flits op de camera. Niet als creatief middel om mooie schaduwen te maken, maar als instrument om alles gelijkmatig te belichten. De flits doodt het daglicht, neutraliseert de sfeer en creëert zijn eigen enigszins klinische atmosfeer. Alles heeft licht, alles is even scherp. Alles is even zichtbaar. Er is geen ontsnappen aan de lens. Dat klinkt misschien koud, maar in Parrs handen werkt het precies andersom: omdat alles zichtbaar is, worden de mensen menselijker. Je kunt je nergens achter verstoppen.
Het verschil met Bruce Gilden, met wie Parr weleens verward wordt, zit precies hier. Gilden gebruikt zijn flits ook op straat, maar zijn beelden voelen agressief aan. Hij overvalt mensen, betrapt ze op hun slechtste moment. Parr doet iets anders. Hij is aanwezig, hij is dichtbij, maar er zit liefde in zijn blik. Humor. Herkenning. Zijn beelden zeggen niet: kijk hoe lelijk dit is. Ze zeggen: kijk hoe menselijk dit is. Dat is een fundamenteel ander vertrekpunt. Persoonlijk vind ik dat Parr en Gilden weinig gemeen hebben.
Middenformaat en flits als bewuste keuze
Als je nadenkt over je eigen fotografiepraktijk, is het de moeite waard om even stil te staan bij wat Parr deed met zijn materiaal. Hij koos niet voor middenformaat omdat het hip was. Hij koos het omdat het zijn beelden de dichtheid gaf die hij nodig had. Meer informatie in een negatief betekent dat een grote print nog steeds scherp en gedetailleerd is. En die details zijn in The Last Resort nooit decoratief. Ze zijn altijd inhoudelijk.
De flits is hetzelfde verhaal. Parr gebruikte hem niet om schaduwen te vullen of het licht te verbeteren. Hij gebruikte hem om een gelijkmatige, democratische belichting te creëren. Iedereen in het beeld krijgt evenveel licht. Niemand verdwijnt in de schaduw. Dat past bij zijn visie: hij fotografeerde niet de armen of de rijken, hij fotografeerde mensen. Allemaal. Met dezelfde blik.
Voor jou als fotograaf betekent dit: denk na over wat je materiaal doet met je boodschap. Een telelens schept afstand. Een groothoek brengt je dichterbij. Beschikbaar licht geeft sfeer. Flits geeft helderheid. Geen van deze keuzes is neutraal. Parr wist dat en maakte zijn keuzes bewust. Dat is vakmanschap: weten waarom je doet wat je doet.
De kritiek op Parr (wat die zegt over ons?)
Parr werd bij zijn intrede in Magnum Photos in 1994 niet met open armen ontvangen. Verre van dat. Henri Cartier-Bresson was tegen. Philip Jones Griffiths was tegen. De helft van het ledenbestand vond dat zijn werk te ver afstond van de humanistische documentairetradities die Magnum groot hadden gemaakt. Ik snap die reactie wel. Als je gewend bent aan de terughoudende elegantie van Cartier-Bresson, dan is een foto van een jongen die naar een ijsverkoopster staart met groene hoorntjes in beeld een behoorlijke cultuurschok.
Toch zegt die kritiek ook iets over hoe wij naar fotografie kijken. We zijn geneigd om technische terughoudendheid te verwarren met artistieke kwaliteit. Een foto zonder flits voelt authentieker. Een foto in zwart-wit voelt serieuzer. Een foto met bokeh voelt professioneler. Parr trapte al die aannames aan de kant. Hij zei: ik gebruik flits, ik schiet in kleur, ik ga dichtbij en ik laat alles zien. Het werkt. Dankzij die keuzes, niet ondanks ze.
De vergelijking met snapshots komt voort uit hetzelfde misverstand. Een snapshot is een foto waarbij de fotograaf niet nadenkt. Parr dacht juist voortdurend na. Hij wachtte op het juiste moment, hij koos zijn positie, hij kende zijn camera door en door. Het verschil tussen een snapshot en een Parr-foto is hetzelfde als het verschil tussen iemand die toevallig een grappige opmerking maakt en een stand-upcomedian die een zaal plat legt. Het resultaat klinkt misschien hetzelfde. Het proces is dat absoluut niet.
Kleur als politiek statement
In 1986 was kleurendocumentaire in Groot-Brittannië nog niet ingeburgerd. Zwart-wit was de standaard voor serieuze documentaire fotografie. Kleur was voor reclame, voor tijdschriften, voor dingen die niet echt telden. Parr schoot in kleur en dat was een statement. Het zei: dit is de werkelijkheid zoals ze is. Niet gefilterd door de esthetiserende werking van zwart-wit. Niet geromanticeerd. Gewoon: zo ziet het eruit.
Die keuze is inmiddels zo geaccepteerd dat we vergeten hoe radicaal hij was. Leg The Last Resort naast het werk van zijn tijdgenoten en je ziet het direct. Parrs beelden springen eruit. Ze zijn warmer, chaotischer, voller. Ze voelen aan als het leven zelf.
Wat je als fotograaf kunt meenemen
Ik geef je geen lijst van tien dingen die je morgen anders moet doen. Dat is niet hoe Parr werkt en dat is niet hoe leren werkt. Toch zijn er dingen die ik zelf heb meegenomen uit het bestuderen van The Last Resort.
Ga dichterbij. Parr stond nooit ver van zijn onderwerp. Hij was er middenin. Dat vraagt moed, zeker op straat, maar het maakt je beelden sterker. Een foto van ver weg is altijd een foto van iemand anders. Een foto van dichtbij is een ontmoeting.
Vertrouw op de chaos. Parrs beelden zijn vol. Er is altijd wel iemand die de verkeerde kant op kijkt, iets wat niet helemaal klopt in de compositie. Hij liet het staan. Omdat het leven ook niet klopt. Een te perfecte compositie is een leugen. Een beetje chaos is eerlijkheid.
Weet waarom je je materiaal kiest. Parr koos zijn camera en zijn flits niet willekeurig. Ze pasten bij zijn visie. Vraag jezelf af: past mijn materiaal bij wat ik wil zeggen? Of gebruik ik het omdat het er goed uitziet op Instagram?
Kijk met liefde. Parr fotografeerde mensen die sommigen als lachwekkend beschouwen. Zijn blik is nooit meedogenloos. Hij lacht mee, niet om. Dat zit niet in de techniek. Het zit in de intentie van de fotograaf.
The Last Resort als erfenis
Het boek The Last Resort is inmiddels een klassieker. Exemplaren van de eerste druk gaan voor honderden euro’s over de toonbank. Parr richtte later de Martin Parr Foundation op in Bristol, een platform dat fotografen steunt en archieven beheert. Dat is zijn erfenis, naast de foto’s zelf: een instelling die het medium serieus neemt en andere fotografen de kans geeft om gezien te worden.
Parr overleed in 2025 en de fotowereld verloor daarmee een van zijn meest eigenzinnige stemmen. The Last Resort blijft. Het blijft omdat het gaat over iets dat niet verandert: mensen die hun best doen, genieten van een ijsje, verliefd worden op een ijsverkoopster, moe zijn van een lange dag. Dat is tijdloos.
Als je The Last Resort nog niet hebt gezien, zoek dan het boek op. Kijk er lang naar. Kijk naar de details, naar de gezichten, naar de kleine absurditeiten die Parr heeft gevangen. Vraag jezelf daarna af: wat zie ik in mijn eigen omgeving dat net zo menselijk is? Wat fotografeer ik nog niet omdat ik denk dat het niet interessant genoeg is? Misschien is dat precies het beeld dat je moet maken. Deel het in de reacties, ik ben benieuwd wat je ziet.
Veelgestelde vragen
Met welke camera maakte Martin Parr The Last Resort?
Waar is The Last Resort gemaakt?
Wat maakt The Last Resort anders dan gewone straatfotografie?

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s 🙂 Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, snel, en met geweldige filmsimulaties. Bekijk hier mijn portfolio.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel uit te leggen. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
