Ontwikkel je als fotograaf: zo blijf je groeien

Fotograaf zit op stenen trappen in een Europees steegje tijdens gouden uur en bestudeert afgedrukte foto's op zijn schoot in warm amber licht

Sommige fotografen worden jaar na jaar beter. Technisch, maar ook in hoe ze de wereld zien en wat ze fotograferen. Andere fotografen kopen elke twee jaar een nieuwe camera, leren elke nieuwe techniek en blijven toch ergens steken. Zelfde foto’s, zelfde invalshoeken, zelfde resultaten. Ik herkende dat patroon bij anderen maar op een gegeven moment ook bij mezelf. Dat was een ongemakkelijk moment. Wat maakt het verschil? Het antwoord heeft niets te maken met je gear (verrassing).

TL;DR

Als fotograaf groeien heeft minder te maken met betere camera’s of meer technische kennis dan je denkt. Het gaat om bewuster leren kijken, patronen herkennen in je eigen werk en bereid zijn om jezelf te blijven verrassen. Dit artikel laat je zien hoe dat in de praktijk werkt.

Techniek is niet het probleem

De meeste fotografen die al een jaar of twee bezig zijn beheersen de technische basis prima. Belichtingsdriehoek, scherptediepte, witbalans. Check, check, check. Toch voelt het werk soms vlak aan. Geen leven, geen spanning, geen point of view. Ik heb dat zelf meegemaakt na een periode van intensief leren. Ik kon alles uitleggen, maar mijn foto’s vertelden niets nieuws. Ik schreef zelfs een hele website vol over techniek 😉 Dat is het moment waarop je beseft dat techniek een middel is en geen doel. Een goed belichte foto van iets saais blijft… saai. Techniek lost dat niet op.

De vraag is dan: wat wel? Ik denk dat het antwoord ligt in iets wat niet te vatten is in sluitertijden of histogrammen. Het gaat om de manier waarop je de wereld waarneemt als je een camera bij je hebt. Of eigenlijk ook als je er geen bij hebt. Fotografen die zichzelf blijven ontwikkelen zijn niet per se de mensen met de meeste kennis. Het zijn de mensen die nooit stoppen met kijken. Echt kijken, bedoel ik. Aanwezig zijn in een moment en zien wat er eigenlijk is.

Joel Meyerowitz, de Amerikaanse straatfotograaf die bekend werd door zijn boek Cape Light en zijn archief van de nasleep van 9/11. Hij schrijft dat fotografie hem alles heeft geleerd over de wereld en over zichzelf. Over zichzelf. Dat is een heel ander vertrekpunt dan de meeste fotografiecursussen hanteren.

Wat er verandert als je een camera draagt

Er is iets merkwaardigs wat er gebeurt als je lang genoeg een camera bij je draagt. Je gaat anders lopen. Je ogen gaan op een andere manier over een straat, een kamer of een landschap. Dingen die je eerder niet zag beginnen op te vallen. De manier waarop een schaduw over een muur valt. Iemand die wacht op de bus en er tegelijk aanwezig en afwezig uitziet. Een winkelruit met een reflectie die twee werelden over elkaar legt.

Die momenten waren er altijd al. Ze wachtten gewoon tot jij ze begon te zien. Meyerowitz beschrijft hoe hij soms op een straathoek bleef staan totdat de verveling verdween. Aanwezig zijn, niet jagen. Dat klinkt misschien zweverig, maar het is heel praktisch. Als je jezelf als fotograaf wilt ontwikkelen, helpt het om te stoppen met jagen op foto’s en te beginnen met kijken. Ik heb jaren tevergeefs achter interessante mensen op straat aangelopen. Tevergeefs. Als je iets ziet en je moet dan nog in actie komen, ben je te laat. Tegenwoordig kijk ik eerst rond. Ik kies een decor en wacht. De straat is mijn theater.

Ik deed dit eigenlijk voor eerst op het strand, op een doordeweekse dag. Ik had besloten mijn camera niet meteen te gebruiken. Gewoon rondlopen, kijken, niets vastleggen. Een goede zitplek zoeken en kijken wat er gebeurt. Na twintig minuten zag ik dingen die ik anders nooit zou hebben gezien omdat ik normaal gesproken al aan het fotograferen was voor ik goed en wel aanwezig was. Prominente dingen zouden mij wel opgevallen zijn (die trekken meteen de aandacht), maar na 10 minuten op dezelfde plek zitten ga ik andere dingen zien. Daarna pakte ik mijn camera en het voelde anders. Bewuster.

Bewustzijn is de basis van groei

Bewustzijn klinkt vaag, maar in fotografische termen is het heel concreet. Het betekent dat je weet waarom je op de ontspanknop drukt. Twee kleuren die botsen. Een gebaar dat iets vertelt. Een compositie die pas klopt als je een halve stap naar rechts zet. Als je dat bewustzijn begint te ontwikkelen, groei je als fotograaf sneller dan met welke technische kennis dan ook.

Dit bewustzijn oefent zichzelf niet in. Je moet er actief mee aan de slag. Een manier om dat te doen is door je eigen werk terug te kijken, niet om de beste foto’s eruit te pikken maar om patronen te herkennen. Wat fotografeer je steeds weer? Welke onderwerpen, welke lichtomstandigheden, welke soorten mensen of plekken? Die patronen zijn geen toeval. Meyerowitz ontdekte op een dag dat hij al jaren bloemen fotografeerde zonder dat hij dat bewust had besloten. Ze kwamen gewoon steeds terug in zijn contactvellen. Geen stijlkeuze, maar een aanwijzing.

Relaties zien in een scène

Een van de dingen die ik het meest waardevol vind in hoe Meyerowitz over fotografie praat, is zijn idee dat een foto zelden over één ding gaat. Een portret is ook een portret van een plek. Een straatfoto is ook een foto van licht, kleur, tijd van de dag en de verhouding tussen mensen en hun omgeving. Betekenis ontstaat niet uit losse elementen maar uit de relatie daartussen.

Als je op zoek bent naar een interessant onderwerp kom je soms bedrogen uit. Als je op zoek bent naar interessante relaties binnen een scène is er bijna altijd iets te vinden. De spanning tussen een felle gele regenjas en een grijze stadsachtergrond. De harmonie tussen twee mensen die onbewust dezelfde houding aannemen. Het contrast tussen een oud gebouw en een nieuw reclamebord dat er schaamteloos tegenaan geplakt is.

Dit is ook waarom ik denk dat fotografen die zichzelf willen ontwikkelen, baat hebben bij het bestuderen van werk dat ze aanvankelijk niet begrijpen. Werk waarbij je denkt: wat zie ik hier eigenlijk? Die vraag stellen is al een oefening. Het traint je oog voor wat er tussen de elementen in een foto gebeurt.

Kleur als taal

Meyerowitz was een van de eerste serieuze fotografen die kleur verdedigde als volwaardige fotografische taal, in een tijd dat zwart-wit de norm was. Hij experimenteerde met twee camera’s tegelijk, één met zwart-witfilm en één met kleurenfilm, en maakte zo twee interpretaties van dezelfde scène. Niet om te vergelijken welke beter was, maar om te begrijpen wat elke benadering kon zeggen dat de andere niet kon.

Kleur is voor veel fotografen iets wat er gewoon bij zit. Je fotografeert in kleur omdat dat de standaardinstelling is. Maar als je kleur bewust gaat gebruiken wordt het een instrument. Warme kleuren tegen koele kleuren creëren spanning. Vergelijkbare kleuren creëren rust. Een enkele felle kleur in een verder gedempte scène trekt de aandacht zonder dat je een pijl hoeft te tekenen. Dit soort bewustzijn ontwikkel je door veel te fotograferen en daarna eerlijk naar je eigen werk te kijken.

Een goede oefening: zoek tien foto’s uit je archief waarbij kleur de sfeer bepaalt. Foto’s waarbij de kleur het verhaal draagt. Kijk wat ze gemeenschappelijk hebben. Welke combinaties werken voor jou? Welke kleuren trek jij steeds aan? Dat geeft je informatie over je eigen fotografische stem, en die stem is precies wat je nodig hebt om je als fotograaf te blijven ontwikkelen.

Je eigen fotografische identiteit vinden

Hier wordt het persoonlijk. Meyerowitz beschrijft hoe hij na zijn tijd in de reclamewereld iets zag in Robert Frank dat hem raakte: de vrijheid waarmee Frank door de wereld bewoog met een camera. Reagerend op wat er was, ongepland. Dat inspireerde hem zo sterk dat hij zijn carrière omgooide.

Je fotografische identiteit ontwikkel je niet door te kopiëren wat anderen doen of door de stijl te volgen die op dit moment populair is op Instagram. Je ontwikkelt hem door aandacht te besteden aan wat jou steeds weer trekt. Welke momenten wil jij vastleggen? Welke verhalen interesseren jou? Waar word je enthousiast van als je met een camera rondloopt?

Die vragen zijn makkelijker te stellen dan te beantwoorden. Er is een praktische manier om dichter bij het antwoord te komen: kijk regelmatig terug door je archief en vraag jezelf niet welke foto technisch het beste is maar welke foto het meest van jou is. Welke foto had alleen jij kunnen maken, op dat moment, op die plek, met die blik? Dat zijn de foto’s die je vertellen wie je bent als fotograaf.

Groeien vraagt om bereidheid om te veranderen

Meyerowitz begon als straatfotograaf in New York, werkte zich later naar de stille landschappen van Cape Cod met een grootformaatcamera en gebruikte diezelfde aanpak jaren later om de nasleep van 9/11 te documenteren. Drie compleet verschillende contexten, maar in elk ervan herkenbaar dezelfde blik: aandacht voor licht, kleur, relaties en het gewicht van een moment.

Dat is wat groeien als fotograaf er in de praktijk uitziet. Niet het beheersen van steeds meer technieken, maar het verdiepen van je eigen manier van kijken en die toepassen in steeds nieuwe situaties. Dat vraagt om bereidheid om onzeker te zijn. Om dingen te proberen die misschien niet werken. Om een project te beginnen waarvan je het einde niet weet. Ongemakkelijk, maar dat is ook precies waar de groei zit.

Fotografen die tientallen jaren actief blijven en blijven groeien doen dat niet omdat ze altijd weten wat ze doen. Ze doen het omdat ze nieuwsgierig blijven. Naar de wereld, naar licht, naar mensen, naar zichzelf. Nieuwsgierigheid is de meest onderschatte eigenschap van een goede fotograaf.

Wat je morgen al kunt doen

Theorie is mooi, maar fotografie doe je met een camera in je handen. Hier zijn een paar concrete dingen die ik zelf gebruik om scherp te blijven en te groeien als fotograaf.

  • Loop een bekende route met je camera en fotografeer alleen dingen die je normaal negeert. Schaduwen, details, de randjes van de scène.
  • Kijk eens per maand door je archief en zoek patronen. Wat fotografeer je steeds weer zonder het bewust te beslissen?
  • Bestudeer het werk van fotografen die je niet meteen begrijpt. Om te begrijpen wat ze zien dat jij nog niet ziet. Koop een fotoboek, eventueel via Marktplaats.
  • Fotografeer dezelfde plek op verschillende tijdstippen en in verschillende lichtomstandigheden. Kijk hoe licht en kleur de betekenis van een scène veranderen.
  • Ga eens op een bankje zitten en kijk. Na 15 minuten pak je je camera en schiet 5 foto’s.
  • Schrijf na een fotosessie drie zinnen op over wat je probeerde te zien. Niet wat je fotografeerde, maar wat je zocht.

Geen van deze dingen kost geld, nja een boek wel. Ze kosten vooral aandacht. En aandacht is precies het instrument waarmee je jezelf als fotograaf ontwikkelt.

Ik ben benieuwd: herken je patronen in je eigen werk als je terugkijkt door je archief? Wat fotografeer jij steeds weer, bijna zonder het te beseffen? Deel het in de reacties, want ik lees ze allemaal.

Veelgestelde vragen

Hoe lang duurt het voordat je je echt ontwikkelt als fotograaf?

Dat verschilt sterk per persoon, maar de technische basis leer je relatief snel, binnen een jaar of twee als je er actief mee bezig bent. De diepere ontwikkeling, waarbij je een eigen fotografische stem en blik ontwikkelt, is een doorlopend proces dat nooit echt stopt. Fotografen als Joel Meyerowitz zijn na tientallen jaren nog steeds aan het groeien. Het gaat er niet om wanneer je klaar bent, maar of je bereid bent om te blijven kijken en te blijven veranderen.

Helpt een betere camera bij je ontwikkeling als fotograaf?

Een betere camera lost technische beperkingen op, maar verandert niets aan hoe je kijkt. De meeste fotografen die vastlopen in hun ontwikkeling doen dat niet omdat hun camera tekortschiet. Ze doen het omdat ze niet meer bewust kijken naar wat ze fotograferen en waarom. Investeren in je manier van kijken, door veel te fotograferen, je werk terug te bekijken en het werk van anderen te bestuderen, levert meer op dan welke upgrade dan ook.

Hoe vind je je eigen stijl als fotograaf?

Je eigen stijl ontwikkel je niet door hem te bedenken. Hij ontstaat door veel te fotograferen en eerlijk naar je eigen werk te kijken. Welke onderwerpen, lichtomstandigheden en composities komen steeds terug? Die patronen zijn aanwijzingen. Fotografen als Meyerowitz ontdekten hun voorkeuren pas achteraf, door terug te kijken naar wat ze hadden gemaakt. Stijl is geen beslissing, het is een ontdekking.