Betere foto’s maken: 15 tips die je echt helpen

Straatfotograaf staat stil op een regenachtige Europese stoep bij schemering, camera losjes in de hand, volledig aanwezig in het moment

Je loopt een uur door de stad, drukt tientallen keren op de ontspanknop en komt thuis met: niks. Geen enkele foto die je echt raakt of geen cliche is. Je weet dat er iets ontbreekt, je voelt dat je meer kunt, maar je kunt er de vinger niet op leggen. Ik ken dat gevoel! Ik heb er jaren over gedaan om te begrijpen wat het verschil maakt tussen een foto die je vergeet en een foto die je bijblijft. Hoe ik heb geleerd om betere foto’s te maken, deel ik nu hier.

TL;DR

Betere foto’s maken gaat minder over techniek en meer over zien, voelen en aanwezig zijn. De 20 tips in dit artikel helpen je om bewuster te fotograferen — van compositie en licht tot mindset en nabewerking — zodat je sneller foto’s maakt waar je zelf trots op bent.

Stop met perfect zijn!

Een van de foto’s waar ik het meest blij van word is er een die ik maakte op het strand. De horizon is scheef. Het contrast vlak. een schaduw die van de foto afloopt, geen regel van derden… En deze foto intrigeert mij mateloos. Wat gebeurt hier allemaal? Precies daardoor vind ik het prachtig. De obsessie met technische perfectie is een van de grootste remmen op betere foto’s. Als je scherpte een fractie mist maar het moment klopt, is de foto geslaagd. Als de horizon iets scheef staat maar de emotie raak is, maakt niemand zich daar druk om. Behalve jij. De straat, het leven, mensen: het is allemaal chaotisch en ongepolijst. Die ruwheid is geen fout maar het is het materiaal waar de beste foto’s van gemaakt zijn.

Dat betekent niet dat techniek er niet toe doet. Uiteraard is het fijn als je belichting klopt en je onderwerp scherp is. Wat is bedoel is dat techniek een middel is, geen doel. Natuurlijk moet je de techniek beheersen, maar zodra je techniek goed genoeg is om niet meer in de weg te zitten, is het tijd om je aandacht te verleggen naar een diepere betekenis. Veel fotografen blijven hangen in het verbeteren van hun techniek terwijl ze eigenlijk gewoon meer moeten observeren. Zet de camera op een vaste instelling die werkt en richt je op de wereld voor je lens.

Werk aan je podium, niet aan je spelers

Toen ik pas fotografeerde voelde ik mij vaak opgejaagd. Een drukke winkelstraat, die had zoveel potentie. Ik rende door de nensen als een gek. Op zoek naar… geen idee, maar ik was altijd te laat. Mijn foto’s waren een ramp. Nu mijd ik steeds meer drukke lokacties. Ik overzie het niet. Het is niet mijn ding. Geen koninginnedag meer en geen kermis.

Wat ik nu doe is het volgende, en dit is een van de meest concrete dingen die je kunt oefenen om betere foto’s te maken. Zoek eerst de achtergrond: een interessante muur, een deuropening, een patroon van licht en schaduw. Dat is je canvas, je podium. Wacht dan op de acteurs. Geef het de tijd. Je fotografeert niet wat er nu is, maar wat er zo dadelijk kan zijn. Dat kost geduld en levert foto’s op die je niet had kunnen plannen.

Wachten in een tunnel in Londen tot de kleuren matchen.

Fotografie is subtractief

Een schilder begint met een leeg doek en voegt toe. Een fotograaf begint met de chaos van de wereld en trekt er onderwerpen van af. Dat is een wezenlijk ander proces en zodra je dat doorhebt, zie je anders. Je vraagt jezelf niet meer af wat je aan het frame kunt toevoegen, maar wat je eruit kunt snijden. Alles wat niet bijdraagt aan het verhaal hoort er niet in. Dat betekent soms een stap opzij zetten om een storend element achter een paaltje te verbergen. Of dichter op je onderwerp gaan staan. Of wachten tot iemand uit beeld loopt. Fotografie is een grote visuele schaar waarmee je de wereld bijknipt tot alleen het essentiële overblijft. En ben vooral niet bang voor ruimte! De negatieve ruimte in mijn foto van het strand maakt de foto zo krachtig en laat de mensen opvallen.

Vergeet je camera

Ik was jarenlang verslaafd aan chimpen. Na elke foto keek ik op het scherm. Inzoomen: was hij scherp? Was de belichting goed? Klopte de compositie? Horizon recht? Terwijl ik naar dat scherm staarde, liep het volgende moment aan me voorbij. Op een dag besloot ik een week lang te fotograferen alsof ik film schoot. Geen scherm, geen directe terugkoppeling. Gewoon schieten en verder lopen. Het effect was verbluffend. Ik was ineens écht aanwezig op straat. Ik lette op wat er om me heen gebeurde in plaats van op wat ik net had vastgelegd. Mijn foto’s werden beter, simpelweg omdat ik meer zag.

Hetzelfde geldt voor koptelefoons. Ik liep jarenlang met muziek op straat. Heerlijk gevoel, alsof je in een film bent. In de sfeer komen. Maar welke sfeer? Tot ik besefte dat ik geluiden miste die me hadden kunnen wijzen op een interessant moment. Een plotseling gelach. Het gepiep van remmen. De klik van hakken op steen. Geluid is een trigger voor je ogen. Als je de stad wilt fotograferen, moet je haar ook horen. Trek die oordopjes eruit.

En dan de locatiekwestie. Ik dacht lange tijd dat ik steeds nieuwe plekken nodig had voor goede foto’s. Nieuwe stad, nieuwe energie, nieuwe foto’s. Totdat ik het boek Sleepless in Soho van Joshua K Jackson las. Hij maakte een heel fotoboek van één klein stukje Londen, over meerdere jaren. Het is een van de meest poëtische fotoboeken die ik ken. Terugkeren naar dezelfde plek, in verschillende seizoenen en lichtomstandigheden, geeft je een verbinding met die locatie die direct in je foto’s te zien is. Je kent de hoeken. Je weet waar het licht ’s middags valt. Je herkent de vaste gezichten. Die kennis maakt je beter. En toch werkt het niet altijd. Een nieuwe omgeving kan ook heel verfrissend zijn. Eenzelfde plek, bijvoorbeeld je woonplaats, kan je ook blind maken voor de mooie bijzonder dingen.

Mindset: het meest onderschatte onderdeel van betere foto’s

Er is een fase in de ontwikkeling van elke fotograaf waarop je denkt dat je het snapt. Je maakt een paar sterke foto’s achter elkaar en plots voel je je een genie. Ik heb dat gevoel gehad. Meer dan eens. En elke keer was het de aankondiging van een creatieve kater. Want zodra je denkt dat je alles weet, stop je met zoeken. Je herhaalt jezelf. Je wordt lui. De enige manier om beter te worden is door te blijven begrijpen hoeveel je nog niet weet. Bescheidenheid is geen deugd voor bange fotografen. Het is de motor van groei.

Tegelijk is er iets bevrijdends aan het accepteren dat meesterwerken zeldzaam zijn. Zelfs de grootste straatfotografen ter wereld produceren per jaar misschien een handvol echt iconische beelden. Niet per week. Per jaar. Als je na een sessie van vier uur thuiskomt met één foto die je raakt, is dat een succes. Stop met jezelf afmeten aan een standaard die niemand haalt. Ga naar buiten, maak uren en vertrouw erop dat het goede moment zich aandient als je er klaar voor bent.

En dan is er nog de vergelijkingsvalkuil. Social media is een tijdsdief. Ik heb uren doorgebracht met scrollen door de feeds van fotografen die ik bewonder, me progressief slechter voelend over mijn eigen werk. Elke minuut die ik besteedde aan het analyseren van andermans foto’s was een minuut dat ik niet zelf fotografeerde. Inspiratie halen uit fotoboeken: ja, absoluut. Je eigen werk afmeten aan de highlight reel van een ander levert niks op. Ga naar buiten (maar dat had ik al gezegd).

Fotografeer voor jezelf

Ik ben een tijdlang foto’s gaan maken voor likes. Ik wist welk type beeld goed scoorde en ik maakte dat type beeld. Het voelde als een productielijn en ik was de machine. Op een gegeven moment had ik er genoeg van en besloot ik alleen nog foto’s te maken die ik zelf mooi vond. Foto’s die mij iets deden, ongeacht wat anderen ervan zouden vinden. Dat was een van de beste beslissingen die ik ooit heb genomen. Mijn werk werd persoonlijker. En vreemd genoeg ook beter. Als je fotografeert voor goedkeuring van anderen, maak je gemiddelde foto’s. Als je fotografeert voor jezelf, maak je foto’s die ergens op lijken. Minder likes, meer tevredenheid.

Hetzelfde geldt voor het herhalen van je eigen successen. Ik had een tijdje een formule gevonden voor silhouetfoto’s tegen lichte muren. Het werkte. Dus maakte ik er honderden. Tot ik doorhad dat ik mezelf in een creatief kringetje had opgesloten. De oplossing: zodra je merkt dat je een vast type foto aan het herhalen bent, doe dan het tegenovergestelde. Schiet van dichtbij als je altijd van ver schiet. Gebruik flits als je altijd beschikbaar licht gebruikt. Zoek mensen op als je altijd lege straten fotografeert. Mislukking is de prijs van groei en die prijs is het waard.

En nog 10 praktische tips

Naast alles wat met mindset en zien te maken heeft, zijn er ook gewoon concrete dingen die je kunt doen om sneller betere foto’s te maken. Gerichte oefeningen die je oog trainen.

  • Koop fotoboeken in plaats van gear. Ik heb meer geleerd van een uur bladeren door het werk van een meester dan van welke camerareview dan ook. Elke euro die je aan een fotoboek uitgeeft, levert meer op dan een nieuwe lens.
  • Oefen specifieke technieken bewust. Zone-focussen, flitsfotografie, fotograferen vanuit de heup, leidende lijnen, subframing: kies één techniek en oefen die tot je hem in je slaap kunt. Daarna pas ga je naar de volgende.
  • Leer basiskleurtheorie. Complementaire kleuren, analoge paletten, kleurgewicht. Toen ik dit leerde, zag ik de straat anders. Ik herkende kleurcombinaties die ik eerder miste en wist hoe ik ze moest vastleggen. Kleurtheorie verbetert niet alleen je nabewerking maar traint ook je oog.
  • Print je foto’s. Zelfs op goedkoop papier. Een foto vasthouden is iets anders dan een foto op een scherm zien. Je ziet textuur, toonwaarden, fouten die je op een scherm mist. Het maakt je werk tastbaar en dat verandert hoe je ernaar kijkt.
  • Zoek emotie als trigger. Mensen die iets voelen, geen mensen die lopen. Een zware zucht. Een uitbarsting van gelach. Een hand die over een voorhoofd wrijft. Emotie is het anker van een sterke foto. Als je het ziet, druk je af.
  • Behandel de straat als een podium. Het licht is de belichting, de architectuur is het decor. Wacht op de acteurs. Je stopt met rennen achter mensen aan en begint te werken als een regisseur die een scène componeert.
  • Verander van locatie als je vastloopt. Je hoeft niet naar een ander land. Een trein van dertig minuten naar een stad die je niet kent, doet wonderen. Onbekendheid wekt je ogen.
  • Fotografeer ook zonder mensen. Lege straten, verlaten objecten, sporen van menselijke aanwezigheid. Aanwezigheid door afwezigheid is een van de krachtigste concepten in fotografie. Mis die kansen niet.
  • Wees ongeduldig met je huidige werk. Als je alles wat je maakt verschrikkelijk vindt, is dat goed nieuws. Het betekent dat je smaak je vaardigheid is vooruitgelopen. Dat gat dichten is een kwestie van blijven maken.
  • Haat je routine. Als je merkt dat je steeds dezelfde foto maakt, is dat het signaal om iets anders te proberen. Nu.

Al deze punten hebben één ding gemeen: ze vragen om aanwezigheid. Fysiek, mentaal en visueel. Betere foto’s maken gebeurt niet in Lightroom en niet in je camera. Het begint op straat, met open ogen en zonder oordopjes in.

Welke van deze tips spreekt jou het meest aan, of herken je er eentje die je al een tijdje weet maar nog niet echt toepast? Laat het weten in de reacties.

Veelgestelde vragen

Hoe maak ik sneller betere foto’s als beginner?

Begin met één techniek en oefen die tot hij automatisch gaat. Zet je camera op een vaste instelling die werkt en richt je volledig op wat er voor je lens gebeurt. Koop een fotoboek van een fotograaf die je bewondert en bestudeer hoe die persoon componeert. Ga dan naar buiten en maak veel foto’s, niet om te scoren maar om te leren zien.

Heeft betere apparatuur invloed op de kwaliteit van je foto’s?

Nauwelijks, zolang je huidige camera technisch voldoet. Een ongetraind oog maakt met de duurste camera nog steeds saaie foto’s. Investeer liever in je visuele opvoeding: fotoboeken, bewust oefenen en veel fotograferen. De camera is het laatste wat je fotografische groei bepaalt.

Hoe kom ik uit een creatieve slump als fotograaf?

Verander iets in je omgeving of je aanpak. Ga naar een plek die je niet kent, ook al is het maar een stad op dertig minuten rijden. Of doe het tegenovergestelde van wat je gewend bent: als je altijd kleur schiet, probeer zwart-wit. Als je altijd van ver fotografeert, ga dan dichterbij. Onbekendheid wekt je ogen en trekt je uit de automatische piloot.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *