Ernst Haas en de kunst om gewone momenten onvergetelijk te maken

Ernst Haas

Stel je voor: je staat op straat, het is druk, auto’s razen voorbij en je hebt een camera met een belachelijk langzame film. ISO 20. Elke foto wordt een wazig experiment. De meeste fotografen zouden de film uit de camera trekken en naar huis gaan. Ernst Haas deed het tegenovergestelde. Hij omarmde die bewegingsonscherpte en veranderde daarmee voorgoed hoe we naar kleurenfotografie kijken. Niet door betere apparatuur te kopen, niet door te wachten op perfecte omstandigheden, maar door te zien wat anderen als fout beschouwden. Dit verhaal gaat niet over een camera. Het gaat over een taal die je al spreekt zonder het te weten.

TL;DR: Ernst Haas was een Oostenrijkse fotograaf die kleurenfotografie op de kaart zette toen de kunstwereld daar de neus voor optrok. Zijn geheim? Niet technische perfectie, maar het beheersen van de visuele taal: vorm, textuur, kleur en beweging. Hij fotografeerde op trage Kodachrome-film en maakte van “fouten” zijn handelsmerk. In dit artikel ontleed ik wat zijn beelden zo bijzonder maakt en hoe jij diezelfde principes vandaag nog kunt toepassen.

De man die kleur serieus nam

Ernst Haas werd in 1921 geboren in Wenen. Na de Tweede Wereldoorlog begon hij met fotografie in een stad die in puin lag. Zijn eerste grote werk, een fotoserie over terugkerende Oostenrijkse krijgsgevangenen in 1947, was zo rauw en emotioneel dat het de aandacht trok van Robert Capa. Capa nodigde Haas persoonlijk uit om lid te worden van Magnum Photos. Dat is zoiets als uitgenodigd worden voor het nationale voetbalelftal terwijl je op een veldje in het park staat te trappen. Haas verhuisde naar New York en begon daar aan het werk dat hem wereldberoemd zou maken. In 1953 publiceerde Life Magazine zijn foto-essay “Images of a Magic City” over New York. Het was een van de eerste grote reportages die volledig in kleur verscheen. Dit was een keerpunt, niet alleen voor Haas maar voor de hele fotografie. De kunstwereld keek neer op kleurenfotografie. Zwart-wit was serieus, kleur was voor reclame en ansichtkaarten maar Haas trok zich daar niets van aan.

De taal van fotografie volgens Ernst Haas

Haas zei ooit: “There is only you and your camera. The limitations in your photography are in yourself, for what we see is what we are.” Die uitspraak hangt bij mij boven mijn bureau. Niet als decoratie, maar als dagelijkse herinnering. Want het klopt. Ik heb in het begin gedacht dat mijn volgende camera-aankoop het verschil zou maken (en twintig jaar terug werden camera’s ook echt beter). Maar de laatste tien jaar zijn camera’s zo goed geworden en bevatten nieuwe camera’s eigenlijk alleen futiliteiten die je niet echt nodig hebt. Wat wél het verschil maakt is leren kijken. Ernst Haas beheerste wat je de visuele taal van fotografie kunt noemen. Denk aan vorm, textuur, licht, kleur en beweging als ingrediënten. Net zoals een kok met dezelfde basisingrediënten een compleet ander gerecht kan maken, gebruikte Haas deze elementen om beelden te creëren die je niet meer loslaten. Het verschil tussen een snapshot en een beeld dat je bijblijft? Het bewust inzetten van die ingrediënten.

Neem vorm en shape als voorbeeld. Shape is het silhouet, de tweedimensionale omtrek van iets. Vorm voegt daar diepte aan toe door licht en schaduw. Haas was een meester in het herkennen van shapes in alledaagse situaties. Een pijl op de grond, het silhouet van een voorbijganger, de lijn van een stoeprand. Probeer het zelf eens: knijp je ogen half dicht terwijl je door de stad loopt. Details verdwijnen en shapes springen naar voren.

De ingrediënten: Kodachrome, bewegingsonscherpte en de schoonheid van imperfectie

Hier zit het verhaal dat ik het meest fascinerend vind aan Ernst Haas. Hij fotografeerde grotendeels op Kodachrome-film. Die film had een ISO van rond de 25. Dat is absurd laag. Ter vergelijking: de meeste digitale camera’s staan standaard op ISO 100 of hoger. Met zo’n lage ISO heb je óf heel veel licht nodig, óf je sluitertijd wordt lang. En bij een lange sluitertijd krijg je bewegingsonscherpte. De meeste fotografen in die tijd zagen dat als een probleem. Haas zag het als een kans. Hij liet auto’s vervagen tot kleurvegen. Rennende paarden werden abstracte explosies van energie. Een rodeo werd geen documentaire foto maar een schilderij vol dynamiek. Die beroemde reeks over een stierengevecht in Pamplona? Pure beweging, pure kleur, pure emotie.

Wat ik hiervan geleerd heb voor mijn eigen werk: stop met pixel-peepen. Serieus. Ik betrap mezelf er nog steeds op dat ik inzoom tot 400% om te checken of iets scherp genoeg is. Ernst Haas zou daar hartelijk om gelachen hebben. Zijn beroemdste beelden zijn technisch “fout” volgens de maatstaven van menig online forum. Probeer het eens bewust. Zet je camera op een lage sluitertijd, 1/15e of 1/8e van een seconde, en fotografeer bewegende onderwerpen. Draai mee met je onderwerp (panning) of laat juist alles vervagen. Je eerste twintig pogingen zullen prullenbakmateriaal zijn. Nummer eenentwintig kan je verrassen.

Kleur als emotie, niet als decoratie

De manier waarop Ernst Haas kleur gebruikte verschilt fundamenteel van hoe de meeste fotografen het nu doen. Haas dacht na over kleur als emotioneel instrument. Warm licht creëert rust. Koel licht creëert afstand. Het contrast tussen warme en koude kleuren in één beeld bouwt spanning op. In zijn New York-beelden zie je dat voortdurend: het geel van taxi’s tegen het grijs van beton, het rood van een neonbord tegen de blauwe schemering. Volgens een analyse op Magnum Photos was Haas een van de eersten die kleur niet als registratie maar als expressiemiddel inzette.

Haas zei ook: “Color does not mean black and white plus color. It is something entirely different.” Dat klinkt misschien als een open deur, maar denk er eens over na. Hoeveel van je kleurenfoto’s zijn eigenlijk zwart-witcomposities waar toevallig kleur in zit? Een goede kleurenfoto werkt níet zonder die specifieke kleuren. De kleur is niet de garnering, het is het hoofdgerecht. Kijk eens kritisch naar je eigen portfolio met die blik.

Gewone dingen buitengewoon zien

Wat mij persoonlijk het meest raakt aan het werk van Ernst Haas zijn niet zijn foto’s van exotische locaties. Het zijn de beelden van alledaagse dingen. Een pijl op asfalt met wazige auto’s eromheen. Een weerspiegeling in een plas. Een gescheurde poster op een muur. Ik herken dat. Mijn vrienden weten dat ik geen parkeergarage kan passeren zonder mijn telefoon te pakken. Die betonnen kolommen, die kleurvlakken van auto’s, die TL-verlichting. Er zit zoveel visueel materiaal in de meest onopvallende plekken. Haas bewees dat je geen vliegticket nodig hebt om iets bijzonders te fotograferen. Je hebt ogen nodig die bereid zijn om te kijken. Echt kijken. Niet scannen op zoek naar het voor de hand liggende, maar vertragen en de shapes en texturen en kleurcontrasten opmerken die er altijd al waren.

Zijn apparatuur? Haas werkte veel met Leica-camera’s en later ook met Nikons. Hij gebruikte Kodachrome-film voor zijn kleurenwerk. Geen bijzondere trucs, geen speciale lenzen. De camera was voor hem letterlijk een verlengstuk van zijn oog, niet het doel op zich. In een tijd waarin mensen op fotografiefora ruziën over sensorformaten en lensscherpte bij f/1.2 versus f/1.4 is dat een verfrissende gedachte. Haas zou waarschijnlijk met een wegwerpcamera nog steeds betere foto’s maken dan de meesten van ons met een setup van vijfduizend euro. Dat zeg ik niet om je te ontmoedigen, maar om je te bevrijden van de gedachte dat je apparatuur je tegenhoudt.

Zo pas je de lessen van Ernst Haas toe

Goed, genoeg bewondering. Wat kun je hier concreet mee? Pak je camera, of je telefoon, en ga naar buiten. Niet naar een pittoresk dorpje of een fotogenieke zonsondergang. Ga naar de dichtstbijzijnde parkeerplaats, industrieterrein of winkelstraat. Zoek daar naar de volgende dingen:

  • Shapes: knijp je ogen samen en zoek sterke vormen. Pijlen, schaduwen, silhouetten.
  • Textuur: zoek oppervlakken waar het licht schuin overheen strijkt. Roestig metaal, gescheurd papier, natte stenen.
  • Kleurcontrast: zoek twee of drie kleuren die tegen elkaar botsen of juist harmoniëren.
  • Beweging: zet je sluitertijd op 1/15 of lager en experimenteer met bewegende onderwerpen.
  • Eenvoud: maak je compositie simpeler dan je instinct je vertelt. Haal elementen weg in plaats van toe te voegen.

Maak niet vijf foto’s. Maak er vijftig. Van dezelfde plek. Met verschillende hoeken, andere sluitertijden, andere kaders. Ernst Haas schoot rollen film vol om tot dat ene beeld te komen. Het idee dat goede fotografen bij elke klik raak schieten is een mythe. De waarheid is rommeliger en veel leuker. Je leert de visuele taal niet door erover te lezen. Je leert het door te stamelen, fouten te maken en langzaam vloeiender te worden. Vaak begrijp ik een voorwerp pas na een foto of 10. Dan zie ik pas de mogelijkheden.

Ik ben benieuwd: welk element van de visuele taal spreekt jou het meest aan? Ben je een kleurenjunk, een textuurzoeker of een vormenfanaat? Laat het weten in de reacties hieronder.

Veelgestelde vragen

  • Welke camera gebruikte Ernst Haas? Haas werkte voornamelijk met Leica-camera’s (waaronder de Leica M) en later ook met Nikon-spiegelreflexcamera’s. Zijn keuze voor Kodachrome-film (ISO 25) bepaalde in grote mate de look van zijn kleurenwerk, inclusief de kenmerkende bewegingsonscherpte bij weinig licht.
  • Waarom is Ernst Haas zo belangrijk voor de fotografie? Haas was een van de eerste fotografen die kleurenfotografie als serieuze kunstvorm behandelde. Zijn foto-essay voor Life Magazine in 1953 was baanbrekend en veranderde hoe de wereld naar kleurenfotografie keek. Zijn invloed op latere generaties kleurenfotografen zoals William Eggleston en Stephen Shore is onmiskenbaar.
  • Hoe krijg ik het bewegingsonscherpte-effect van Ernst Haas met een digitale camera? Zet je camera in de sluiterprioriteit-stand (S of Tv) en kies een sluitertijd tussen 1/4 en 1/30 seconde. Gebruik een lage ISO (100 of 200) en eventueel een ND-filter als het te licht is. Beweeg je camera mee met het onderwerp (panning) of houd de camera stil terwijl je onderwerp beweegt. Reken op veel mislukte pogingen voordat je iets moois te pakken hebt.
jeroen

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s, maar vooral omdat ik graag kijk. Echt kijk. Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50, gekocht rond de geboorte van mijn zoon. Sindsdien is fotografie voor mij verweven geraakt met aandacht, nieuwsgierigheid en het vastleggen van momenten die anders ongemerkt voorbijgaan.
Ik ben iemand die wil begrijpen wat hij doet. Daarom zit ik net zo graag in de techniek als in het beeld zelf. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, eigenwijs, en precies uitdagend genoeg om me scherp te houden. Ik word blij van uitzoeken waarom iets werkt — of waarom juist niet.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Niet om te laten zien wat ik weet, maar om anderen mee te nemen in dat ontdekproces. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel te maken, zonder ze plat te slaan. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *