Ed van der Elsken de fotograaf die je bang maakt

Ed van der Elsken punkers

Ik zag het werk van Ed van der Elsken voor het eerst begin dit jaar in Purmerend. Hij fotografeert zwervers, geliefden, jazzmuzikanten en prostituees. Niet vanuit een veilige afstand, niet als buitenstaander. Hij kruipt er middenin. Hij wordt onderdeel van het verhaal. Zijn foto’s zijn nu, meer dan dertig jaar na zijn dood, nog steeds zo rauw en direct dat ze aanvoelen alsof iemand je bij je kraag grijpt. Kenmerken Ed van der Elsken herken je in één oogopslag: het hoge contrast, de scheefgetrokken kaders, de confronterende blikken recht in de lens. Toch is het niet alleen techniek. Het is een levenshouding. En die kun je leren.

TL;DR: Ed van der Elsken was een van de meest invloedrijke Nederlandse straatfotografen. Hij werkte met Leica-camera’s op zwart-witfilm en later ook kleurendia. Zijn werk kenmerkt zich door extreem hoog contrast, korte opnameafstanden en een rauwe directheid. In dit artikel ontleed ik zijn stijl, zijn apparatuur en zijn drijfveren. Plus: hoe je zijn aanpak kunt toepassen in je eigen fotografie.

De man die de straat tot zijn studio maakte

Ed van der Elsken werd in 1925 geboren in Amsterdam. Hij groeide op in een gewoon middenklassegezin, maar “gewoon” was het laatste woord dat bij hem paste. Na de oorlog vertrok hij naar Parijs, zonder plan, zonder netwerk. Daar ontdekte hij de bohemienscene rond Saint-Germain-des-Prés. Hij fotografeerde alles wat bewoog. De collectie bij Beeld en Geluid laat goed zien hoe breed zijn blik was. Van der Elsken was geen afstandelijke observator. Hij dronk mee, sliep in dezelfde goedkope hotels en deelde lief en leed met zijn onderwerpen. Dat merk je aan elke foto. Zijn eerste boek, Love on the Left Bank (1956), was meteen een voltreffer. Het was geen traditioneel fotoboek maar een “foto-roman” over liefde, eenzaamheid en verlangen in het Parijse nachtleven. Critici wisten niet wat ze ermee moesten. Het publiek was verkocht.

Na Parijs reisde Van der Elsken de hele wereld over. Japan, Hong Kong, Afrika, Zuid-Amerika. Overal zocht hij hetzelfde: mensen in hun meest onbeschermde momenten. Hij maakte ook films en documentaires. Zijn laatste werk, Bye (1990), filmde hij terwijl hij stervende was aan prostaatkanker. Tot het allerlaatste moment bleef hij zijn camera gebruiken als verlengstuk van zichzelf. Hij overleed in 1990 in Edam, de plaats waar hij zijn laatste jaren woonde.

Kenmerken Ed van der Elsken

Wat maakt een foto van Ed van der Elsken herkenbaar tussen duizend andere? Ik zou zeggen: het gevoel dat je als kijker geen toeschouwer bent, maar medeplichtige. Je staat er middenin. Dat bereikt hij op een paar heel specifieke manieren. Ten eerste: de afstand. Van der Elsken fotografeerde dichtbij. Oncomfortabel dichtbij soms. Zijn portretten zijn geen telefotoshots van de overkant van de straat. Je ziet de poriën, de zweetdruppels, de mascara die uitloopt. Die nabijheid creëert intimiteit, of je dat nu wilt of niet. Ten tweede: het licht. Hij werkte bij voorkeur met beschikbaar licht, hoe schaars ook. Dat leverde diepe schaduwen op, uitgebeten hooglichten en een dramatisch contrast dat zijn beelden een filmische kwaliteit geeft. Denk aan film noir, maar dan echt.

Ten derde: de compositie. Of beter gezegd, het schijnbare gebrek daaraan. Zijn kaders zijn rommelig, scheef, afgekapt. Mensen staan half in beeld. Horizonten lopen schuin. Dat is geen slordigheid. Dat is een bewuste keuze om de energie van het moment te vangen boven de perfectie van het plaatje. Robert Capa zei ooit: “If your pictures aren’t good enough, you’re not close enough.” Van der Elsken leefde die uitspraak tot op het bot. Zijn foto’s ademen urgentie. Ze schreeuwen niet om aandacht, ze grijpen die gewoon.

  • Extreem hoog contrast: diepe zwarten, felle witten, weinig middentonen
  • Korte opnameafstand: altijd dichtbij het onderwerp, soms op armlengte
  • Beschikbaar licht: geen flits, geen reflectoren, het licht dat er is
  • Directe blik: onderwerpen kijken recht in de lens, er is contact
  • Scheefgetrokken kaders: dynamische composities die beweging en chaos suggereren
  • Emotionele lading: elk beeld vertelt een verhaal over menselijke kwetsbaarheid
  • Geen enscenering: alles is gevonden, niet geregisseerd

Zijn camera’s en film

Van der Elsken was een Leica-man. Hij werkte jarenlang met de Leica M-serie, met name de M3 en later de M4. Die camera’s zijn compact, stil en snel. Precies wat je nodig hebt als je midden in het leven staat en niemand wilt storen. Hij gebruikte voornamelijk 35mm- en 50mm-objectieven. Die 35mm geeft je net genoeg omgeving om context te scheppen terwijl je dichtbij blijft. De 50mm is natuurlijk het klassieke “standaardobjectief” dat het menselijk oog benadert. Voor zijn zwart-witwerk gebruikte hij Tri-X film van Kodak, een film met ISO 400 die hij geregeld pushte naar 800 of zelfs 1600. Pushen betekent dat je de film onderbelicht en vervolgens langer ontwikkelt, waardoor je meer korrel krijgt en harder contrast. Precies die look die zo kenmerkend is voor zijn werk. Later, toen hij meer in kleur ging werken, koos hij voor Kodachrome diafilm. Die gaf verzadigde, warme kleuren met een heel eigen karakter. Zijn kleurenwerk uit Japan en Amsterdam is minstens zo indrukwekkend als zijn zwart-witfoto’s, al wordt het minder besproken. Volgens de Universiteit Leiden was Van der Elsken een van de eerste Nederlandse fotografen die kleurenfotografie serieus als kunstmedium inzette.

Qua instellingen werkte hij simpel. Diafragma wijd open (f/2 of f/2.8) om genoeg licht binnen te halen in donkere cafés en op straat bij nacht. Sluitertijden rond 1/125 seconden soms lager, waardoor je af en toe bewegingsonscherpte ziet. Dat vond hij geen probleem. Scherpte was voor hem ondergeschikt aan gevoel. Zijn belichting was niet altijd “correct” in technische zin. Overbelichte gezichten naast pikzwarte achtergronden. Dat is precies wat zijn foto’s die spanning geeft.

Love on the Left Bank in één foto samengevat

Als ik één foto moet kiezen die alles samenvat wat Van der Elsken was, dan is het het portret van Vali Myers uit Love on the Left Bank. Vali was een Australische danseres en kunstenares die in het Parijse bohemiencircuit rondzwierf. Van der Elsken was geobsedeerd door haar. Op de foto kijkt ze recht in de lens. Haar ogen zijn groot, donker, bijna uitdagend. Het licht valt van één kant op haar gezicht, waardoor de helft in schaduw verdwijnt. Haar haar zit wild. De achtergrond is een onscherpe chaos van rook en schaduwen. Het beeld is korrelig, contrastrijk en volstrekt onperfect. Het is ook een van de mooiste portretten die ik ken. Waarom? Omdat je Vali voelt. Je voelt haar energie, haar kwetsbaarheid, haar trotsering van de wereld. Van der Elsken zei ooit: “Ik fotografeer om het leven vast te houden.” In dit ene beeld zie je precies wat hij bedoelde. Hij wilde niet documenteren. Hij wilde vasthouden. Dat is een verschil zo groot als een oceaan.

Technisch gezien is deze foto vrij eenvoudig te ontleden. Leica M3, vermoedelijk een 50mm Summicron bij f/2. Tri-X film, gepusht. Beschikbaar licht uit een raam of tl-buis. Afstand tot het onderwerp: minder dan een meter. De scherptediepte is flinterdun, waardoor alleen Vali’s ogen echt scherp zijn. De rest valt weg. Dat dwingt je als kijker om haar aan te kijken. Je kunt niet wegkijken. Dat is de kracht van een bewust gekozen klein diafragma in combinatie met nabijheid. Probeer dat eens na: ga met een 50mm lens op f/1.8 of f/2 op minder dan een meter van iemand staan. Maak een portret bij raamlicht. Je zult merken hoe intiem dat voelt, voor jou én voor je onderwerp.

Zo breng je dat rauwe gevoel in je eigen foto’s

Oké, je hebt waarschijnlijk geen Leica M3 en geen Tri-X film liggen. Maakt niet uit. De kenmerken Ed van der Elsken draaide niet om specifieke apparatuur. Het draaide om een manier van kijken en een bereidheid om dichtbij te komen. Met elke camera kun je dat nabootsen. Zet je lens op 35mm of 50mm (op een crop-sensor is dat 23mm of 35mm). Gebruik het breedste diafragma dat je hebt. Schiet in zwart-wit, of zet je camera op monochroom zodat je op het scherm al in zwart-wit denkt. Voeg ruis toe. Die ruis is je vriend. Het is het digitale equivalent van filmkorrel. Gebruik geen flits. Zoek beschikbaar licht: een straatlantaarn, een etalage, het licht uit een cafédeur.

Het moeilijkste deel is niet technisch. Het moeilijkste deel is de afstand overbruggen tussen jou en een vreemde. Van der Elsken kon dat omdat hij oprecht geïnteresseerd was in mensen. Hij praatte met ze, dronk met ze, luisterde naar ze. Pas dan pakte hij zijn camera. De foto was het resultaat van een connectie, niet het doel ervan. Als jij op straat wilt fotograferen in zijn geest, begin dan met praten. Vraag iemand hoe het gaat. Bestel een koffie naast iemand aan de bar. Wees aanwezig voordat je op de knop drukt. Ik merk zelf dat mijn beste straatportretten ontstaan na minstens vijf minuten gesprek. De camera verdwijnt naar de achtergrond. Het mens komt naar voren.

Wat Ed van der Elsken jou als fotograaf te zeggen heeft

Van der Elsken was geen perfectionist. Hij was een levensgenieter met een camera. Zijn foto’s zitten vol technische “fouten” die in werkelijkheid keuzes zijn. Scheef, korrelig, over- of onderbelicht. Het maakte hem niet uit, zolang het beeld maar klopte op emotioneel niveau. Dat is een les die ik zelf pas laat heb geleerd. Jarenlang was ik bezig met scherpte, belichting en compositieregels. Tot ik het werk van Van der Elsken echt ging bestuderen. Toen begreep ik dat een technisch perfecte foto zonder ziel gewoon een leeg plaatje is. En een “slechte” foto met een rauw, eerlijk gevoel kan je hart breken. Van der Elsken wilde het leven overbrengen zoals het was. Niet mooier, niet slechter. Gewoon echt. In zijn eigen woorden: “Ik ben een geboren voyeur, ik kan het niet helpen.” Die eerlijkheid over zijn eigen drijfveren maakt hem geloofwaardig. Hij deed niet alsof hij een kunstenaar was met een missie. Hij was een man die niet kon stoppen met kijken.

Zijn portretten hebben één ding gemeen: de gefotografeerde persoon is volledig zichzelf. Geen pose, geen masker. Dat komt doordat Van der Elsken tijd nam. Hij bouwde vertrouwen op. Hij liet mensen wennen aan zijn aanwezigheid. En dan, op het juiste moment, drukte hij af. Eén keer, twee keer. Niet honderd frames per seconde zoals we nu gewend zijn. Die spaarzaamheid dwong hem om precies het goede moment te kiezen. Dat is misschien wel het meest waardevolle dat je van hem kunt leren: minder fotograferen, beter kijken. Leg je camera neer. Kijk eerst. Voel wat er gebeurt. En druk dan pas af.

Wil je zelf aan de slag met de stijl van Ed van der Elsken? Pak dit weekend je camera, zet hem op zwart-wit, loop een café binnen en maak contact met een vreemde. Maak één portret. Eentje maar. En deel het hieronder in de reacties. Ik ben benieuwd wat je ziet als je écht dichtbij durft te komen.

Veelgestelde vragen

  • Welke camera gebruikte Ed van der Elsken het meest? Van der Elsken werkte het grootste deel van zijn carrière met Leica meetzoekercamera’s, met name de M3 en M4. Hij combineerde deze met 35mm- en 50mm-objectieven. Voor zijn filmwerk gebruikte hij een 16mm-filmcamera. De compactheid en stilte van de Leica maakten het mogelijk om onopvallend te werken in intieme situaties.
  • Wat zijn de belangrijkste kenmerken Ed van der Elsken in zijn fotografie? Hoog contrast, korte opnameafstand, beschikbaar licht, directe oogcontact met het onderwerp, dynamische en soms scheefgetrokken composities. Zijn werk kenmerkt zich door een rauwe emotionele directheid die voortkomt uit zijn persoonlijke betrokkenheid bij de mensen die hij fotografeerde.
  • Hoe kan ik de stijl van Ed van der Elsken nabootsen met een digitale camera? Gebruik een 35mm of 50mm objectief met een groot diafragma (f/1.8 of f/2). Zet je ISO op 1600-3200 voor zichtbare ruis. Fotografeer in zwart-wit met alleen beschikbaar licht. Gebruik geen flitser. Ga dicht op je onderwerp staan en maak contact voordat je fotografeert. Het allerbelangrijkste: wees oprecht nieuwsgierig naar de mens voor je lens.
jeroen

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s, maar vooral omdat ik graag kijk. Echt kijk. Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50, gekocht rond de geboorte van mijn zoon. Sindsdien is fotografie voor mij verweven geraakt met aandacht, nieuwsgierigheid en het vastleggen van momenten die anders ongemerkt voorbijgaan.
Ik ben iemand die wil begrijpen wat hij doet. Daarom zit ik net zo graag in de techniek als in het beeld zelf. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, eigenwijs, en precies uitdagend genoeg om me scherp te houden. Ik word blij van uitzoeken waarom iets werkt — of waarom juist niet.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Niet om te laten zien wat ik weet, maar om anderen mee te nemen in dat ontdekproces. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel te maken, zonder ze plat te slaan. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *