Stephan Vanfleteren: de rauwheid van waarheid

stephan vanfleteren (schipper)

Een man met een camera, een rol Tri-X en een onverbiddelijke blik op de menselijke conditie. Stephan Vanfleteren maakt portretten die je niet zomaar vergeet. Ze branden zich vast in je netvlies. Rauwe gezichten, diepe schaduwen, een soberheid die bijna pijn doet. Ik herinner me de eerste keer dat ik zijn werk zag in een galerie in Brugge. Ik stond stil bij een portret van een visser uit Oostende. De man keek me aan alsof hij dwars door me heen keek. Alsof hij me kende. Dat gevoel, die directheid, dat is precies wat Vanfleteren onderscheidt van vrijwel elke andere portretfotograaf in Europa. Maar hoe doet hij dat? Wat maakt zijn beelden zo onmiskenbaar? En kun je iets van zijn aanpak leren zonder hem klakkeloos te kopiëren?

TL;DR Stephan Vanfleteren is een Belgische fotograaf die zwart-witportretten maakt met een tijdloze, rauwe esthetiek. De kenmerken van Stephan Vanfleteren zijn sterk contrast, natuurlijk licht, sobere composities en een diepe menselijkheid. Hij werkt met analoge camera’s, Kodak Tri-X film en houdt zijn techniek bewust eenvoudig. Dit artikel ontleedt zijn stijl, zijn drijfveren, zijn apparatuur en wat jij concreet kunt meenemen naar je eigen fotografie.

De man achter de camera

Stephan Vanfleteren werd geboren in 1969 in Kortrijk, België. Hij studeerde fotografie aan het Hoger Instituut Sint-Lukas in Brussel. Na zijn studie begon hij als persfotograaf bij de Belgische krant De Morgen. Dat werk vormde hem. Persfotografie dwingt je om snel te kijken, snel te beslissen. Je leert het overbodige weg te snijden. Vanfleteren deed dat met een intensiteit die al vroeg opviel. Maar hij wilde meer dan nieuwsbeelden. Hij wilde gezichten vastleggen die een verhaal vertelden zonder bijschrift. In 2009 verscheen zijn fotoboek “Belgicum” dat hem definitief op de kaart zette als een van de belangrijkste Europese fotografen. Het boek toont België zoals weinigen het zien: kwetsbaar, melancholisch, onverbloemd. Sindsdien heeft hij talloze prijzen gewonnen, waaronder meerdere World Press Photo Awards. Zijn werk hangt in musea en wordt internationaal tentoongesteld. Toch blijft hij zichzelf omschrijven als iemand die simpelweg “mensen wil fotograferen.” Die bescheidenheid is geen pose. Het is een wezenlijk onderdeel van zijn werkwijze.

Kenmerken van Vanfleteren

Als je een foto van Vanfleteren ziet, herken je die onmiddellijk. Nog voor je de naam van de fotograaf leest. Dat is zeldzaam. De kenmerken van Stephan Vanfleteren zijn zo uitgesproken dat ze bijna als een handtekening functioneren. Allereerst: hij werkt vrijwel uitsluitend in zwart-wit. Kleur leidt af, vindt hij. Zwart-wit dwingt de kijker om naar de essentie te kijken. Naar structuur, naar licht, naar emotie. Daarnaast valt het sterke contrast op. Diepe zwarten naast heldere witte vlakken. Geen grijze middenmoot. Zijn beelden zijn grafisch, bijna sculpturaal. De achtergronden zijn doorgaans sober of volledig donker. Niets concurreert met het gezicht. Die reductie is een bewuste keuze. Vanfleteren haalt alles weg wat niet bijdraagt aan het verhaal. Wat overblijft is puur. Zijn portretten tonen mensen in hun meest ontwapenende staat. Geen opsmuk, geen flatterende belichting. Juist die eerlijkheid maakt de beelden zo krachtig. Hij heeft ooit gezegd: “Ik zoek het ongemak op. Pas als iemand zijn masker laat vallen, zie je wie hij werkelijk is.” Die uitspraak vat zijn hele filosofie samen.

Kenmerken van Stephan Vanfleteren

  • Uitsluitend zwart-witfotografie
  • Sterk contrast met diepe zwarten en heldere highlights
  • Sobere, donkere achtergronden
  • Natuurlijk licht als primaire lichtbron
  • Directe, indringende blik van het onderwerp
  • Minimale retouche en nabewerking
  • Analoge workflow met Kodak Tri-X 400 film
  • Strakke composities zonder afleidende elementen
  • Rauwe, ongeflatteerde weergave van huid en textuur
  • Menselijke kwetsbaarheid als centraal thema

De vergelijking met Anton Corbijn

Het is onvermijdelijk: wie over Vanfleteren schrijft, komt uit bij Anton Corbijn. Beide fotografen werken in zwart-wit. Beide maken portretten die dieper gaan dan het oppervlak. Toch zijn de verschillen minstens zo interessant als de overeenkomsten. Corbijn fotografeert vooral muzikanten en culturele iconen. Zijn beelden hebben een romantische, soms bijna mythische kwaliteit. Denk aan zijn iconische foto’s van Joy Division of U2. Corbijn creëert een aura rond zijn onderwerpen. Hij maakt ze groter dan het leven. Vanfleteren doet precies het tegenovergestelde. Hij maakt zijn onderwerpen menselijker, kwetsbaarder, kleiner. Waar Corbijn werkt met geënsceneerde settings en bewust gekozen locaties, zoekt Vanfleteren de eenvoud op. Een muur, een raam, een stuk daglicht. Meer heeft hij niet nodig. Corbijn’s werk is theatraal. Vanfleteren’s werk is documentair in zijn kern. Beide benaderingen zijn geldig. Maar als ik eerlijk ben, raakt Vanfleteren me persoonlijk dieper. Omdat zijn beelden niet proberen te imponeren. Ze proberen te onthullen.

Technische aanpak

Vanfleteren houdt zijn uitrusting opvallend simpel. Hij fotografeert voornamelijk met een Hasselblad middenformaatcamera en een Leica M-serie. De Hasselblad geeft hem de tonale rijkdom die je ziet in zijn studioachtige portretten. Het grotere negatief van middenformaat levert een geleidelijkere overgang tussen tonen op. Dat is cruciaal voor zijn stijl. Zijn filmkeuze is al decennia dezelfde: Kodak Tri-X 400. Deze film heeft een karakteristieke korrelstructuur die warmte toevoegt aan de beelden. Tri-X reageert prachtig op contrastrijk licht. De film heeft een breed belichtingslatitude, wat betekent dat je een tot twee stops kunt over- of onderbelichten zonder dramatisch kwaliteitsverlies. Vanfleteren benut dat. Hij onderbelist regelmatig licht om diepere zwarten te krijgen in de schaduwpartijen. Zijn typische camera-instellingen voor een portret bij raamlicht zijn een diafragma rond f/5.6 tot f/8. De sluitertijd past hij aan op het beschikbare licht. Bij daglicht door een raam kom je dan uit op ongeveer 1/60 tot 1/125 seconde. Hij meet het licht met een handbelichtingsmeter, niet met de ingebouwde meter van de camera. Dat geeft hem meer controle over de belichting van huidtonen.

Zijn ontwikkelproces

De donkere kamer speelt een essentiële rol in het eindresultaat. Vanfleteren ontwikkelt zijn negatieven zelf. Hij print op barietpapier, wat een diepere zwarttoon geeft dan RC-papier. Tijdens het printen gebruikt hij technieken als “dodgen” en “branderen.” Dodgen betekent dat je bepaalde delen van het beeld korter belicht tijdens het printproces. Die gebieden worden lichter. Branderen is het tegenovergestelde: langer belichten voor donkerdere tonen. Met deze technieken stuurt Vanfleteren de aandacht van de kijker precies waar hij die wil hebben. Het gezicht licht op. De achtergrond verzinkt in het donker. Dit is geen Photoshop maar een ambacht dat al meer dan honderd jaar bestaat. Het verschil is dat Vanfleteren het met een zeldzame precisie beheerst. Zijn afdrukken hebben daardoor een fysieke aanwezigheid die je in een digitale reproductie nooit volledig ervaart. Wie zijn werk in een galerie ziet, begrijpt dat meteen. De tonen zijn dieper. Het papier heeft textuur. Het beeld leeft.

Het portret van de visser als sleutelwerk

Eén beeld uit de serie “Flandrien” illustreert alles wat Vanfleteren doet. Het is het portret van een oude wielrenner. Het gezicht vertelt het hele verhaal. Diepe rimpels, verweerde huid, ogen die decennia van inspanning weerspiegelen. De belichting komt van één kant, vermoedelijk een raam links van het onderwerp. De schaduw valt over de helft van het gezicht. Het is een techniek die “split lighting” heet. Je plaatst de lichtbron op exact 90 graden ten opzichte van het gezicht. Eén helft wordt verlicht. De andere helft verdwijnt in schaduw. Dit creëert maximaal drama met minimale middelen. De achtergrond is pikzwart. Geen context, geen aanwijzingen over locatie of tijd. Alleen het gezicht. De korrel van de Tri-X film is zichtbaar in de huidtonen. Die korrel voegt een tactiele kwaliteit toe. Het beeld voelt tastbaar. De compositie is strak. Het gezicht staat net boven het midden van het kader. De blik is direct naar de camera gericht. Er is geen ontsnappen aan die ogen. Dit portret is geen documentatie. Het is confrontatie. Vanfleteren dwingt je om te kijken naar een mens in al zijn rauwheid. Volgens het Fotomuseum Antwerpen, waar zijn werk meermaals is geëxposeerd, behoort deze serie tot de belangrijkste Belgische fotografie van de 21e eeuw.

Wat Vanfleteren wil overbrengen

Vanfleteren heeft in interviews herhaaldelijk uitgesproken dat hij op zoek is naar waardigheid. Niet naar schoonheid in de conventionele zin. Niet naar perfectie. Waardigheid. Hij fotografeert vissers, boeren, wielrenners, daklozen, koningen. Allemaal met dezelfde blik. Dezelfde eerlijkheid. Dat is radicaal. De meeste portretfotografen passen hun stijl aan het onderwerp aan. Vanfleteren weigert dat. Zijn democratische benadering is een statement op zich. In een interview met Knack Magazine zei hij: “Ik maak geen onderscheid tussen een koning en een visser. Voor mijn camera is iedereen gelijk.” Die houding verklaart waarom zijn portretten zo’n universele resonantie hebben. Ze tonen de menselijke conditie zonder filter. Vanfleteren gelooft dat fotografie moet onthullen, niet verhullen. Zijn drijfveer is niet esthetisch maar humanistisch. De schoonheid in zijn werk is een bijproduct van eerlijkheid. Dat klinkt misschien paradoxaal. Maar kijk naar zijn beelden. De rimpels, de littekens, de vermoeidheid in de ogen. Het is allemaal prachtig. Omdat het echt is.

Zelf aan de slag met zijn esthetiek

Kun je de kenmerken van Stephan Vanfleteren nabootsen? Technisch gezien: ja, gedeeltelijk. Begin met je lichtbron. Eén raam, geen reflector, geen kunstlicht. Plaats je onderwerp zo dat het licht van opzij valt. Stel je camera in op een laag ISO-equivalent als je digitaal werkt. ISO 200 of 400 is prima. Kies een diafragma van f/5.6 tot f/8 voor voldoende scherpte over het hele gezicht. Fotografeer in RAW. Converteer naar zwart-wit in de nabewerking. Verhoog het contrast flink. Trek de zwarten omlaag tot ze echt zwart zijn. Laat de highlights intact. Voeg korrel toe, maar subtiel. Kodak Tri-X korrel is fijner dan de meeste digitale korrelfilters suggereren. Gebruik een portretlens van 85mm of langer om gezichtsvertekening te vermijden. Maar hier komt het cruciale punt: techniek alleen brengt je niet bij Vanfleteren. Zijn kracht zit in de connectie met het onderwerp. Hij neemt de tijd. Hij praat. Hij luistert. Hij wacht tot het masker valt. Dat kun je niet nabootsen met camera-instellingen. Dat vereist geduld, empathie en de moed om stilte te laten bestaan tijdens een sessie. Ik heb dat zelf geprobeerd bij portretten van straatmuzikanten in Gent. Het verschil was enorm toen ik de camera even liet zakken en gewoon een gesprek voerde.

De kenmerken van Stephan Vanfleteren zijn uiteindelijk niet alleen technisch te verklaren. Ze komen voort uit een diep respect voor de mens tegenover zijn lens. Zijn werk herinnert ons eraan dat de beste portretfotografie niet draait om de camera, het licht of de film. Het draait om de bereidheid om echt te kijken. Zonder oordeel. Zonder haast. Met een oeuvre dat inmiddels meerdere boeken en internationale tentoonstellingen omvat, blijft hij trouw aan die overtuiging. Deel gerust je eigen ervaringen met portretfotografie in de reacties hieronder. Heb je ooit geprobeerd om met natuurlijk licht en minimale middelen te werken? Ik ben benieuwd naar jullie resultaten.

Veelgestelde vragen

  • Welke camera gebruikt Stephan Vanfleteren? Vanfleteren werkt hoofdzakelijk met een Hasselblad middenformaatcamera voor zijn studioportretten en een Leica M-serie voor documentair werk. Hij fotografeert analoog op Kodak Tri-X 400 film. Zijn keuze voor analoog is bewust: het dwingt hem om trager te werken en elke belichting te overwegen.
  • Wat zijn de belangrijkste kenmerken van Stephan Vanfleteren? Zijn stijl kenmerkt zich door sterk contrast in zwart-wit, sobere achtergronden, natuurlijk zijlicht, minimale nabewerking en een directe confrontatie met het onderwerp. De menselijke kwetsbaarheid staat altijd centraal. Zijn beelden zijn grafisch, rauw en tijdloos.
  • Hoe verschilt Vanfleteren van Anton Corbijn? Beide fotografen werken in zwart-wit, maar hun intentie verschilt wezenlijk. Corbijn romantiseert en mythologiseert zijn onderwerpen. Vanfleteren ontmythologiseert ze juist. Corbijn werkt theatraal met geënsceneerde settings. Vanfleteren zoekt de eenvoud en de rauwheid van het moment. Corbijn maakt iconen groter. Vanfleteren maakt mensen menselijker.
jeroen

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s, maar vooral omdat ik graag kijk. Echt kijk. Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50, gekocht rond de geboorte van mijn zoon. Sindsdien is fotografie voor mij verweven geraakt met aandacht, nieuwsgierigheid en het vastleggen van momenten die anders ongemerkt voorbijgaan.
Ik ben iemand die wil begrijpen wat hij doet. Daarom zit ik net zo graag in de techniek als in het beeld zelf. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, eigenwijs, en precies uitdagend genoeg om me scherp te houden. Ik word blij van uitzoeken waarom iets werkt — of waarom juist niet.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Niet om te laten zien wat ik weet, maar om anderen mee te nemen in dat ontdekproces. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel te maken, zonder ze plat te slaan. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *