Vorige maand uploadde ik een schets naar Nano Banana. Een ruw potloodkrabbeltje van een verlaten industriehal met dramatisch licht door gebroken ramen. Het resultaat na vier iteraties was zo overtuigend dat een collega vroeg waar ik die locatie had gevonden. Ik heb die locatie nooit bezocht. Ze bestaat niet. Toch voelde het beeld als “van mij” op een manier die ik moeilijk kan uitleggen. Dat moment dwong me na te denken over een verschuiving die zich in stilte voltrekt. De fotograaf wordt steeds vaker een AI curator. Iemand die niet meer per se achter de camera staat, maar die visuele output vormgeeft door sturing te geven aan generatieve systemen. De vraag is wat het betekent voor ons vak.
TL;DR De rol van de fotograaf verschuift richting die van AI curator. Generatieve beeldtools vragen om dezelfde visuele intelligentie die je achter een camera nodig hebt. Denk aan compositie, lichtbeheersing en narratief gevoel. Dit artikel onderzoekt hoe fotografen hun expertise inzetten als sturingsmechanisme voor AI-beelden. Het is geen vervanging van fotografie. Het is een uitbreiding van je visuele vocabulaire.
De camera als metafoor
De meeste discussies over AI en fotografie verzanden in twee kampen. Het ene kamp roept dat alles naar de knoppen gaat. Het andere kamp zwaait enthousiast met gegenereerde beelden alsof ze zojuist de fotografie opnieuw hebben uitgevonden. Beide posities zijn extremen. De werkelijkheid is genuanceerder. Ik merk het aan mezelf. Ik fotografeer veel maar tegelijkertijd besteed ik tien uur per week aan het verfijnen van prompts voor beeldgeneratie. Niet omdat ik mijn camera wil vervangen. Wel omdat ik ontdekte dat mijn fotografische kennis me een voordeel geeft tegenover mensen die zonder visuele achtergrond met deze tools werken. En AI is een hulpmiddel in de voorbereiding van een fotoshoot. Een AI curator met fotografische roots denkt in f-stops en brandpuntsafstanden. Die persoon beschrijft bokeh niet als “wazig”, maar als “de kwaliteit van de onscherpte bij f/1.4 op een 85mm”. Dat verschil in taal levert een verschil in output op dat je meteen ziet.
Prompt engineering is compositieleer in woorden
Hier zit de kern. Wanneer je een generatief systeem een prompt geeft, vertaal je visueel denken naar taal. Dat klinkt simpel. Dat is het niet. Probeer maar eens in woorden uit te leggen waarom een bepaalde compositie werkt. Waarom die ene lichtval op een gezicht emotie oproept. Waarom negatieve ruimte een beeld rust geeft. Fotografen doen dit intuïtief bij het kadreren. Nu moeten ze diezelfde intuïtie verbaliseren. Ik werk sinds een jaar aan een persoonlijk project over fictieve architectuur. Verlaten gebouwen die nooit bestaan hebben. Mijn prompt voor een enkel beeld bevat specificaties over lichtrichting, kleurtemperatuur in Kelvin, lenstype en zelfs het type film dat ik zou “gebruiken”. Een typische prompt van mij leest als een technische briefing: “Abandoned concrete hall, single shaft of light from upper left at 45 degrees, 5600K daylight mixed with tungsten ambient at 3200K, shot on Mamiya 7 with 80mm lens, Kodak Portra 400 film grain, shallow depth of field.” Het verschil met iemand die typt “cool abandoned building” is astronomisch. De AI curator die fotografische taal spreekt, krijgt resultaten die visueel coherent zijn.
Het verschil zit in de details
Boris Eldagsen won in 2023 de Sony World Photography Award met een AI-gegenereerd beeld en weigerde de prijs. In een interview met The Guardian zei hij: “AI images and photography should not compete with each other in an award like this.” Wat minder aandacht kreeg, is hoe Eldagsen tot dat beeld kwam. Hij werkte er weken aan. Iteratie na iteratie. Steeds bijsturen op toon, textuur en emotionele lading. Dat is curatorschap. Dat is niet op een knop drukken en hopen op het beste. Het is een proces dat pijnlijk veel lijkt op het selecteren van je beste beeld uit een contactsheet van 36 opnames.

Visuele intelligentie als filter
Adobe publiceerde in 2024 een onderzoeksrapport over hoe creatieve professionals generatieve AI inzetten. Een opvallende conclusie: professionals met een sterke visuele achtergrond produceerden output die door panels consistent hoger werd beoordeeld op “intentionaliteit” en “emotionele resonantie”. Dat verrast me niet. Een fotograaf die twintig jaar naar licht heeft gekeken, herkent onmiddellijk wanneer een AI-beeld “klopt” en wanneer het net niet werkt. Die fractie van een seconde herkenning is onbetaalbaar. Het is het verschil tussen een AI curator die weet wat hij zoekt en iemand die scrollt door willekeurige outputs. Van elke tien gegenereerde beelden gebruik ik er misschien een. De andere verwerp ik om redenen die ik niet altijd kan benoemen maar wel kan voelen. Te vlak licht. Een compositie die nergens heen leidt. Huidtonen die net te plastisch zijn. Dat selectieproces is identiek aan het editen van een fotoshoot.
De ethische laag
Ik zou dit artikel niet serieus kunnen schrijven zonder het te hebben over de ethische dimensie. Want als AI curator opereer je in een grijs gebied. De beelden die generatieve systemen produceren, zijn getraind op het werk van miljoenen fotografen en kunstenaars. Zonder hun toestemming in veel gevallen. Dat is geen klein detail. Dat raakt aan de fundamenten van auteursrecht en creatieve arbeid. Fotografe en schrijfster Joanna Maciejewska verwoordde het scherp op X (voorheen Twitter): “I want AI to do my laundry and dishes so that I can do art and writing, not for AI to do my art and writing so that I can do my laundry and dishes.” Tegelijkertijd vind ik het te simpel om generatieve tools volledig af te wijzen. De camera zelf was ooit een bedreiging voor schilders. Photoshop was een bedreiging voor “eerlijke” fotografie. Elke technologische verschuiving dwingt ons om opnieuw te definiëren wat auteurschap betekent. Als AI curator draag je de verantwoordelijkheid om transparant te zijn over je proces. Ik label mijn AI-werk altijd als zodanig. Niet uit schaamte. Uit respect voor het onderscheid.
Mijn architectuurproject als testcase
Terug naar mijn fictieve architectuurproject. Dit is waar de rol van AI curator concreet wordt. Ik begon met referentiebeelden. Foto’s die ik zelf heb gemaakt van brutalistisch beton in Belgische steden. Die beelden dienden niet als input voor de AI, maar als visueel kompas voor mezelf. Ik wist welke sfeer ik wilde. Welk licht. Welke textuur. Vervolgens schreef ik prompts die steeds specifieker werden. Na de eerste generatie paste ik parameters aan. Meer contrast. Minder verzadiging. Een andere camerahoek. Soms gebruikte ik de inpainting-functie om specifieke delen van het beeld te corrigeren. Een raampartij die niet klopte. Een schaduw die de verkeerde kant op viel. Het eindresultaat is een serie van twaalf beelden die samen een verhaal vertellen over verval en schoonheid. Geen enkel beeld is “uit de camera” gekomen. Elk beeld draagt wel mijn visuele handschrift. Dezelfde voorkeur voor zijlicht die je terugziet in mijn straatfotografie. Dezelfde neiging naar koele schaduwen en warme highlights. De AI genereerde de pixels. Ik cureerde de betekenis.
Wat dit project me leerde over sturing
Het meest verrassende aspect was hoeveel tijd de selectie kostte. Niet het genereren. Midjourney spuugt in seconden vier varianten uit. Maar het beoordelen van die varianten, het kiezen van de juiste richting voor de volgende iteratie, dat kostte uren. Het deed me denken aan iets wat fotograaf en Magnum-lid David Alan Harvey ooit zei: “Don’t shoot what it looks like. Shoot what it feels like.” Die uitspraak geldt net zo hard voor AI-curatie. Je stuurt niet op wat er technisch correct uitziet. Je stuurt op wat er emotioneel klopt. Dat vereist dezelfde gevoeligheid die je nodig hebt wanneer je door een zoeker kijkt.
Winst of verlies voor het vak
Is de fotograaf als AI curator een stap vooruit of een stap opzij? Ik denk geen van beide. Het is een vertakking. Een extra pad dat je kunt bewandelen zonder het andere te verlaten. Mijn camera ligt niet stof te verzamelen sinds ik met generatieve tools werk. Integendeel. Het werken met AI heeft me bewuster gemaakt van mijn eigen visuele voorkeuren. Waarom kies ik altijd voor zijlicht? Waarom trek ik naar koele kleurpaletten? Die vragen stelde ik mezelf nooit zo expliciet. Nu wel. Want elke prompt dwingt je om te verwoorden wat je anders onbewust doet. Dat maakt je een betere fotograaf, paradoxaal genoeg. De AI curator vervangt de fotograaf niet. De AI curator is de fotograaf die een nieuw instrument heeft opgepakt. Zoals een pianist die synthesizer leert spelen. Het originele instrument verliest niets van zijn waarde. Er komt iets bij. Of je dat wilt omarmen is een persoonlijke keuze. Geen morele verplichting. Maar negeren dat deze verschuiving plaatsvindt, is als beweren dat digitale fotografie nooit de analoge wereld zou raken. We weten hoe dat afliep. De fotografen die beide werelden begrepen, kwamen het sterkst uit die transitie. Ik vermoed dat het nu niet anders zal zijn. De fotografen die hun visuele intelligentie inzetten als sturingsmechanisme voor generatieve AI zullen de meest relevante beelden maken. Niet ondanks hun fotografische achtergrond. Juist dankzij.
Ik ben benieuwd hoe jullie hiernaar kijken. Experimenteer je al met generatieve beeldtools? Voel je weerstand of nieuwsgierigheid? Deel je ervaringen in de reacties hieronder.
Veelgestelde vragen
Mag je AI-gegenereerde beelden als fotografie presenteren?
Strikt genomen niet. De meeste fotowedstrijden en beroepsorganisaties hanteren inmiddels richtlijnen die AI-gegenereerde beelden uitsluiten van de categorie fotografie. Het eerlijk labelen van je werk als AI-gegenereerd is essentieel. Als AI curator produceer je beelden, maar geen foto’s in de traditionele zin. Dat onderscheid beschermt zowel je eigen integriteit als die van het fotografische vak.
Welke generatieve tools zijn het meest geschikt voor fotografen?
Midjourney (versie 6 en hoger) reageert het best op fotografische terminologie zoals lensspecificaties en lichtbeschrijvingen. Ook Google’s Nano Banana begint steeds beter te worden. Adobe Firefly integreert naadloos met Photoshop en respecteert auteursrechten doordat het uitsluitend op gelicentieerd materiaal is getraind. Elk systeem heeft sterke en zwakke punten. Probeer ze alle drie voordat je een voorkeur ontwikkelt.
Heb je fotografische kennis nodig om een goede AI curator te zijn?
Niet per se, maar het helpt enorm. Fotografische kennis geeft je een taal om licht, compositie en sfeer te beschrijven die generatieve systemen herkennen. Je kunt zonder die kennis beelden genereren. Je kunt ze zonder die kennis niet consistent op hoog niveau sturen. Het verschil tussen een willekeurig beeld en een intentioneel beeld zit in de specificiteit van je instructies. Die specificiteit komt voort uit ervaring met visueel denken.

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s, maar vooral omdat ik graag kijk. Echt kijk. Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50, gekocht rond de geboorte van mijn zoon. Sindsdien is fotografie voor mij verweven geraakt met aandacht, nieuwsgierigheid en het vastleggen van momenten die anders ongemerkt voorbijgaan.
Ik ben iemand die wil begrijpen wat hij doet. Daarom zit ik net zo graag in de techniek als in het beeld zelf. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, eigenwijs, en precies uitdagend genoeg om me scherp te houden. Ik word blij van uitzoeken waarom iets werkt — of waarom juist niet.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Niet om te laten zien wat ik weet, maar om anderen mee te nemen in dat ontdekproces. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel te maken, zonder ze plat te slaan. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
