Vorige donderdag hoorde ik de bezorger van PostNL vloeken op mijn stoep. Er kwam ruim 400 pagina’s en bijna 3 kilo aan Bono, Edge, Larry, Adam en Anton naar binnen. Het boek U2 & i van Anton Corbijn was eindelijk bij me thuis geland. Ik heb er weken mee doorgebracht, op de bank, op tafel; het ding is te zwaar om lang vast te houden. Dit is geen fanboek over een Ierse rockband. Dit is een fotoboek en leerboek!
TL;DR
Anton Corbijns boek U2 & i bundelt meer dan vierhonderd foto’s van U2, gemaakt tussen 1982 en 2004. Het toont de stijlontwikkeling van een fotograaf die rauwe zwart-witbeelden inruilt voor kleurrijke theatrale portretten en weer terugkeert naar soberheid. De Berlijnse foto’s uit de Achtung Baby-periode zijn voor mij de absolute hoogtepunten. Het boek heeft ook zwaktes: te veel overbodig materiaal en een bijna onleesbaar handschrift in de bijschriften. Toch is dit een van de inspirerendste fotoboeken die ik ken. Het laat zien dat gevoel en compositie zwaarder wegen dan technische perfectie.
Twintig jaar U2 in vierhonderd foto’s
Ik heb veel fotoboeken in de kast staan, maar weinig die zo’n tijdspanne bestrijken als U2 & i. Het boek beslaat de periode 1982 tot 2004 en bevat meer dan vierhonderd foto’s van Bono, The Edge, Adam Clayton en Larry Mullen jr. Allemaal gemaakt door één en dezelfde man. Het is geen verzamelalbum van een fotograaf die af en toe langskwam voor een shoot of een concert, maar een archief door iemand die er vanaf het begin bij stond en er altijd bij was. Anton Corbijn wordt niet voor niets het vijfde bandlid genoemd.
Wat me het meest opvalt is niet hoe de band verandert voor de camera. Vier jonge Ieren die in het begin duidelijk niet weten waar ze hun handen moeten laten, groeien uit tot mannen die precies doorhebben wat een foto met hun imago doet. Wat me meer boeit is hoe Corbijn zelf verandert. Ik zie een fotograaf die zoekt, iets vindt en het dan weer loslaat om iets nieuws te proberen. En dat is interessant voor mij als fotograaf.
De vroege foto’s zijn nog niet zo rauw en korrelig zwart-wit met hoog contrast zoals je de fotograaf misschien herinnert. Het zijn zwart-wit foto’s die lijken op meer geluk dan wijsheid (waarmee ik het werk ook meteen weer te kort doe). Letterlijk een man met een camera die denkt: laten we eens kijken wat we er van kunnen maken. De korrelige harde Joshua Tree-stijl komt pas veel later. In de jaren negentig verschijnt er kleur in Corbijns werk. Het wordt theatraler en soms bijna absurd cartoonesk. Denk aan de flamboyante alter ego’s die Bono op het podium bracht tijdens de Zoo TV-tournee. Tegen het einde van het boek keert Corbijn terug naar iets soberders. Als ik die drie fases achter elkaar bekijk, krijg ik een compact lesje stijlontwikkeling.




Waarom ik telkens terugkeer naar de Berlijnse foto’s
Als ik eerlijk ben zijn de mooiste foto’s in dit boek die uit de Achtung Baby-periode. Berlijn, begin jaren negentig. In ieder geval dat vind ik. Ik weet niet zeker of dat komt door de foto’s zelf of door alles wat eromheen hangt: de muur die net gevallen was, de band die intern op instorten stond, de sfeer van Hansa Studios waar zoveel muziekgeschiedenis is opgenomen. Waarschijnlijk allebei. Die beelden hebben een gewicht dat de rest van de foto’s niet altijd haalt.
Er zit iets ongemakkelijks in die serie. De Trabants op straat, de rare kostuums, gezichten die te dichtbij de lens komen voor comfort. Dit zijn foto’s van mensen die niet vragen om aardig gevonden te worden. Ik denk dat dit ook de periode is waarin de wisselwerking tussen fotograaf en band op scherp stond. Corbijn duwde, de band duwde terug. Wat daartussen ontstond staat nu op papier voor iedereen om te bekijken.




Het handschrift…
Bij veel foto’s schrijft Corbijn zelf een toelichting of herinnering. Met de hand. Dat handschrift is, laat ik het vriendelijk formuleren, niet bepaald een toonbeeld van leesbaarheid. Ik heb zitten turen, woorden hardop gespeld en soms een halve zin opgegeven omdat ik er niet uitkwam. Dat is creatief maar ook oprecht irritant. Ik zeg dat als iemand die normaal graag de tijd neemt voor dit soort details.
Zodra ik een stuk had ontcijferd, bleek het bijna altijd de moeite waard. Dit zijn geen bijschriften in journalistieke stijl zoals ‘Bono, Dublin, 1987’. Het zijn kleine herinneringen, terzijdes, een enkele grap, af en toe een vleugje spijt over een gemiste kans. Ze maken het boek persoonlijk op een manier die getypte tekst nooit had kunnen bereiken. Het gevecht met dat handschrift werd op een gegeven moment onderdeel van mijn leeservaring. Je moet ervoor werken. Of ik het een geslaagde ontwerpkeuze vind, weet ik nog steeds niet zeker. Wat ik wel weet: ik zou het niet weg willen hebben uit dit boek.
De stemmen om Corbijn heen
Naast zijn eigen aantekeningen staan er tekstbijdragen in van onder anderen Bono, Wim Wenders, Michael Stipe en Bill Clinton. Die stukken lopen sterk uiteen in kwaliteit. Sommige voelen aan als vriendendiensten, geschreven omdat iemand het moest doen. Toch doen ze iets nuttigs: ze plaatsen Corbijn in een groter kader dan alleen zijn werk met U2. Wenders schrijft over beeld en beweging, met de blik van iemand die zelf decennia met camera’s werkt voor film. Stipe beschrijft hoe het voelt om aan de andere kant van die lens te staan, als onderwerp in plaats van maker. Dat zijn voor mij de aardigste bijdragen in het boek. Ze gaan over wat fotografie doet met iemand die gefotografeerd wordt. Dat is precies de vraag die onder dit hele boek ligt te sluimeren.
Mijn belangrijkste kritiek: te veel van het goede
Dan mijn grootste bezwaar, want dat is er wel degelijk. Het boek is soms overweldigend. Veel U2, logisch 😉 op elke pagina weer. Zeker in het begin krijg ik het gevoel dat elk kiekje uit het archief is opgenomen, inclusief varianten, bijna-identieke versies en foto’s die ik zonder de context van de rest van het boek geen tweede blik zou gunnen. Niet alles is even sterk, en dat mag ook gezegd worden vind ik.
Als er een kwart uit was gehaald (zeker in het begin), was dat geen verlies geweest. Het overgebleven materiaal was er beter van geworden, met meer ruimte voor de sterke beelden. Nu verdrinkt een schitterend portret soms tussen drie middelmatige afbeeldingen van een bandlid voor een vliegtuig op de pagina ernaast. Ik snap de verleiding: als je twintig jaar met dezelfde vier mensen hebt gewerkt en progressie wil laten zien, wil je waarschijnlijk zo weinig mogelijk weggooien van wat je hebt vastgelegd. Maar goede redactie is ook een vorm van respect voor je eigen beste werk. Dat geldt voor Corbijn net zo goed als voor mij wanneer ik door mijn eigen geheugenkaarten scrol na een dag fotograferen.
Wat dit boek me leert over fotograferen zonder perfecte techniek
Ondanks die kritiek vind ik dit een van de inspirerendste fotoboeken die ik in huis heb staan. De reden is simpel als ik het probeer te formuleren.
Het boek is groot van formaat en de foto’s zijn vaak paginagroot afgedrukt. Hierdoor komen foto’s goed tot hun recht. Ik zie in vierhonderd foto’s, verspreid over twintig jaar, dat sterke fotografie nauwelijks over techniek gaat. Corbijn werkt vaak met slecht licht, korrelige film en gevoel. Als je kijkt naar technisch perfectie zou ik een flink deel van dit boek kunnen afserveren. Maar dat zou nergens op slaan. Technische perfectie maakt geen goede foto. Een foto werkt omdat de compositie klopt, de sfeer klopt en er gevoel in zit dat je niet kunt meten met een histogram. Anton Corbijn weet waar hij moet gaan staan en op welk moment hij moet afdrukken. De rest is daaraan ondergeschikt.
- Techniek is gereedschap, geen doel op zich
- Sfeer en timing wegen zwaarder dan scherpte
- Onvolkomenheden kunnen een foto sterker maken
Dat is een bevrijdende gedachte als je zelf fotografeert en te vaak bezig bent met scherpte, ruis en instellingen op je camera. Wat overblijft als je alles wegstreept, is de vraag of je zelf iets voelt bij wat je ziet door de zoeker. Bij de Berlijnse foto’s voel ik dat elke keer opnieuw, ook nu ik het boek al voor de vijfde keer doorblader. Daarvoor neem ik die overbodige kwart aan beelden en dat onleesbare handschrift graag op de koop toe.
Heb jij U2 & i al in handen gehad, of ken je andere fotoboeken van Anton Corbijn die je aanraadt? Ik hoor het graag in de reacties hieronder.
Veelgestelde vragen
Welke periode beslaat het boek U2 & i van Anton Corbijn?
Waarom worden de Berlijnse foto’s uit Achtung Baby zo geroemd?
Is U2 & i geschikt voor fotografen die geen U2-fan zijn?

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s 🙂 Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, snel, en met geweldige filmsimulaties. Bekijk hier mijn portfolio.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel uit te leggen. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
