Ik kocht onlangs het boekje ‘How I Make Photographs‘ van Joel Meyerowitz. Joel Meyerowitz is geen kleine naam — de man liep in de jaren zestig naast Garry Winogrand over Fifth Avenue en overtuigde een generatie fotografen dat kleur geen zwakte was. Dus toen ik How I Make Photographs eindelijk in handen had, zat ik er klaar voor. Koffie erbij, pen in de aanslag. En toen las ik het uit. In één zitting.
TL;DR
How I Make Photographs van Joel Meyerowitz is een klein, handzaam boekje met veel foto’s en korte lessen uit zijn masterclass. Inspirerend voor beginners en vastgelopen amateurs. Voor de gevorderde fotograaf blijft het te oppervlakkig. De foto’s komen door het pocketformaat niet goed tot hun recht. Kopen als je net begint of een mentale reset nodig hebt. Sla over als je al weet wie Meyerowitz is en waarom hij telt.
Wat ik in handen heb
Het boek is klein. Echt klein. A5-formaat, 125 pagina’s en een flink deel daarvan bestaat uit foto’s. Dat klinkt aantrekkelijk totdat je beseft dat diezelfde compactheid de beelden geen ruimte geeft. Geef mij dan maar 4 kilo Corbijn! Meyerowitz maakte zijn naam met licht, met atmosfeer, met de kleur van een avondlucht boven Cape Cod. Die beelden hebben ruimte nodig. Op een halve A5-pagina naast een blok tekst doen ze weinig. Ik bladerde een paar keer terug naar een foto die me aansprak en dacht: dit wil ik groter zien. Dat gevoel is geen compliment aan het boek.
De bindwijze helpt ook niet. Het boek valt niet goed open en de pagina’s trekken licht krom bij de rug. Voor een boek dat zijn beelden als argument gebruikt, is dat een merkwaardige keuze van de uitgever. Laurence King maakt mooie boeken. Dit is er een die er goedkoper uitziet dan het is.
De structuur van het boek is afkomstig van een masterclass en dat merk je aan alles. Korte hoofdstukjes. Elk met een titel, een gedachte en een illustrerend beeld. Het leest vlot. Te vlot, eigenlijk. Voordat een idee echt kan landen ben je alweer verder. Meyerowitz schrijft over aanwezig zijn, over het herkennen van het moment vlak vóór er iets gebeurt, over licht als onderwerp in plaats van als voorwaarde. Dat zijn echte inzichten, maar worden gepresenteerd als eenvoudige wegwijzers maar helaas ontbreekt de bestemming. Je weet dat je die kant op moet, maar waar je komt werkt het boek niet uit.
Waar Meyerowitz wel echt iets zegt
Er zijn passages die blijven hangen. Zijn beschrijving van het lichte kriebelen dat je voelt wanneer een straat zich begint te organiseren — twee mensen die op elkaar afkoersen, licht dat draait, een compositie die zich aandient voordat ze er is — dat is herkenbaar voor iedereen die wel eens met een camera op straat heeft gestaan. Meyerowitz noemt dat geen mystiek maar vakkennis. Hij heeft gelijk. Het is een signaal dat je leert herkennen, geen gave die je hebt of niet hebt. Dat is een nuttige correctie op de romantische onzin die veel fotografieboeken over intuïtie verkopen.
Ook zijn behandeling van licht is sterk. Hij is een van de weinige fotografen die licht niet behandelt als iets wat je afwacht maar als het eigenlijke onderwerp van de foto. De mensen en gebouwen in zijn Cape Cod-werk staan toevallig in dat licht. Wie zich ooit heeft afgevraagd waarom die beelden zo hardnekkig blijven hangen terwijl er inhoudelijk zo weinig te zien is, krijgt hier een bruikbaar antwoord. Licht als onderwerp is een andere manier van kijken. Anders georganiseerd dan de meeste fotografen gewend zijn.
En dan is er zijn omgang met het ongemak van straatfotografie. Meyerowitz verbergt zich niet. Hij is er, hij richt zijn camera en hij gaat ervan uit dat de meeste mensen niet vijandig zijn. Dat advies is eerlijk simpel. Het beschrijft een houding die je kunt oefenen. Ben de meester van de straat. Dat is meer dan de meeste boeken over straatfotografie je geven.
Het probleem met dit formaat
Lees je mijn website al een tijdje, dan weet je waarschijnlijk al meer over fotografie dan dit boek je bijbrengt. Dat is geen hoogmoed van mijn kant maar is gewoon wat er gebeurt als je serieus in het onderwerp zit. How I Make Photographs is een boek van aanmoedigingen. Kijk beter, wees nieuwsgierig, fotografeer wat je liefhebt. Dat klopt allemaal. Maar het beschrijft hoe Meyerowitz achteraf zijn eigen werk begrijpt, niet hoe je zelf op dat punt komt. De meester geeft het antwoord, maar de weg is hij zelf grotendeels vergeten. Of hij heeft hem nooit bewust bewandeld, wat ook mogelijk is. Of er was geen ruimte in het boekje, wat ik denk dat echt aan de hand is.
Er is nog een blinde vlek. Meyerowitz’ straat is de straat van vóór de smartphone, vóór de alomtegenwoordige argwaan jegens iemand die vreemden fotografeert. Zijn houding van vriendelijke aanwezigheid is gevormd in een ander klimaat. Wie vandaag in een Nederlandse binnenstad met een camera op ooghoogte een onbekende benadert, opereert in een hele andere sociale werkelijkheid. Het boek zwijgt daarover volledig. Dat betekent dat je een deel van zijn adviezen zelf moet vertalen naar je eigen situatie, en dat die vertaling niet altijd opgaat.
Voor wie dit boek wel werkt
Ik denk aan twee groepen. De eerste zijn fotografen die al een tijdje bezig zijn maar het gevoel hebben dat hun werk nergens over gaat. Technisch in orde, maar leeg. Voor hen is de winst van dit boek niet informatief maar hygiënisch: Meyerowitz haalt de nadruk weg van apparatuur en compositieregels en legt hem terug op aandacht. Dat is een correctie die veel amateurs nodig hebben en die ze zelden krijgen, omdat vrijwel de hele fotografiemedia-industrie ervan leeft om precies de andere kant op te duwen.
De tweede groep zijn beginners die nog niet weten wie Joel Meyerowitz is en waarom hij telt. Voor hen is dit een toegankelijke kennismaking. Het boek is niet bedreigend, niet technisch, en het straalt de rust uit van iemand die niets meer hoeft te bewijzen. Dat is een prettige toon voor wie nog zoekende is.
Wie een technisch handboek zoekt, koopt het verkeerde boek. Wie een grondige inleiding in de geschiedenis van straatfotografie wil, pakt het verkeerde boek. Wie een inspiratieboek zoekt om zijn fotografie weer te laten bloeien, pakt het verkeerde boek. Wie de beelden wil zien waarvoor Meyerowitz bekend staat, zoekt beter door naar een van zijn grote monografieën op. Cape Light uit 1979 blijft het vertrekpunt.
Mijn eindoordeel
Ik ben blij dat ik het gelezen heb. Ik ben ook blij dat ik er maar een paar euro voor betaalde. How I Make Photographs is geen slecht boek, het is een beperkt boek dat zich niet groter voordoet dan het is, en dat siert het. De beste passages gaan over aandacht en over licht, en die lees ik nog een keer als ik vastloop. De zwakste passages zijn de zinnen die je op een poster zou kunnen zetten. Het verschil tussen die twee zit hem telkens in de foto ernaast: waar het beeld bewijst dat de gedachte ergens toe leidt, wordt de gedachte overtuigend. Waar het beeld te klein is om iets te bewijzen, blijft het bij vrome taal.
Een boek dat je in een uur uitleest en waar je daarna af en toe aan terugdenkt als je de deur uitgaat met een camera. Voor een pocketuitgave is dat een redelijk rendement. Geen aanrader voor de gevorderde fotograaf, wel een aardig cadeau voor iemand die net begint. Beoordeling: 3 van 5.
Heb jij How I Make Photographs gelezen? Of ken je een fotoboek dat je wél het gevoel gaf dat je er echt iets aan had? Laat het weten in de reacties.
Veelgestelde vragen
Is How I Make Photographs geschikt voor beginners?
Wat zijn betere alternatieven voor gevorderde fotografen?
Wat maakt Joel Meyerowitz belangrijk in de fotografie?

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s 🙂 Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, snel, en met geweldige filmsimulaties. Bekijk hier mijn portfolio.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel uit te leggen. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
Lees hier meer informatie over deze website.
