Anton Corbijn fotografeerde U2 voor Achtung Baby alsof de band zichzelf opnieuw moest uitvinden — wat ook precies de bedoeling was. De beelden die hij maakte in Berlijn en Tenerife in 1991 zijn inmiddels even iconisch als het album zelf. Maar wat maakt die foto’s zo bijzonder? En wat kun jij er als fotograaf mee? Meer dan je denkt.
TL;DR
De foto’s op Achtung Baby zijn gemaakt door Anton Corbijn in 1991, grotendeels in Berlijn en op Tenerife. Hij gebruikte bewust grove korreling, kleurvervorming en fragmentatie om de identiteitscrisis van U2 visueel te maken. Zijn aanpak leert je hoe je met imperfectie, context en conceptueel denken sterkere portretten maakt.
Achtung Baby, geen plaat maar een stijlbreuk
Om de foto’s te begrijpen moet je eerst weten wat er aan voorafging. Na Rattle and Hum in 1988 had U2 zichzelf vastgereden in een hoek van grootse, bijna messiaanse rockmuziek. Critici vonden het te veel. De band zelf ook. Dus trokken ze naar Berlijn, net na de val van de Muur, om iets nieuws te maken. Iets rauwer. Iets ongemakkelijkers. Berlijn was op dat moment een stad in identiteitscrisis, verscheurd tussen twee werelden die opeens in elkaar schoven. Dat paste perfect.
Anton Corbijn was al jaren de vaste fotograaf van U2 en begreep als geen ander dat de beelden bij dit album niet mochten lijken op wat hij daarvoor had gemaakt. De stoere zwart-witportretten van de Joshua Tree-periode waren prachtig, maar hier moest iets anders. De band speelde met alter ego’s, ironie en theatraliteit. Corbijn moest dat vertalen naar stilstaande beelden. En hij deed dat door het tegenovergestelde te doen van wat je instinctief zou kiezen: hij maakte de beelden kleiner, grilliger en bewust minder mooi.




Wat Corbijn technisch deed
Corbijn fotografeerde voor Achtung Baby grotendeels op kleurenfilm, maar dan wel zo behandeld dat het resultaat ver van glossy magazine-fotografie afstond. Hij werkte met lage ISO-films die hij forceerde, wat grove korrel gaf. Hij koos voor omgevingen die rommelig en onaf waren: bouwplaatsen in Berlijn, verlaten industrieterreinen, goedkope hotelkamers. Geen perfecte achtergronden, geen studiolampen, geen gepolijste looks.
De kleurbehandeling is opvallend. Veel beelden hebben een warme, bijna zieke tint, alsof de foto’s te lang in de zon hebben gelegen. Dat is geen toeval. Corbijn bewerkte zijn afdrukken in de doka en experimenteerde met de kleurbalans. Sommige beelden hebben een oranje of groene gloed die je niet in de natuur tegenkomt. Het maakt de foto’s tegelijk vertrouwd en vreemd. Je kijkt naar Bono en je weet dat het Bono is, maar hij ziet er ook uit alsof je hem voor het eerst ziet.
Hij fotografeerde de bandleden ook los van elkaar, in kleine fragmenten. Op de beroemde collage die de albumhoes vormt, zijn tientallen kleine beelden samengevoegd tot één geheel. Dat idee van fragmentatie is niet alleen een designkeuze, het is een inhoudelijke statement: dit is een band die zichzelf in stukken heeft geknipt om te kijken wat er overblijft. Corbijn en artdirector Steve Averill werkten die collage samen uit. Het resultaat is rommelig en vol en een beetje overweldigend. Net als het album.







De rol van Berlijn als locatie
Locatie is bij Corbijn nooit decoratie. Hij kiest plekken die iets zeggen over zijn onderwerp. Berlijn in 1991 was een stad vol littekens, met de Muur net weg maar de scheiding nog voelbaar in de architectuur, de sfeer, de gezichten van mensen. Corbijn fotografeerde de band op straat, tussen de Berlijners, zonder dat duidelijk was of dit een fotoshoot was of straatfotografie. Die ambiguïteit zit ook in de beelden: zijn dit rocksterren of gewone mensen die toevallig in beeld staan?
Op Tenerife maakte hij andere opnames voor de bijbehorende singles en de Zoo TV-tour. Daar gebruikte hij fel zonlicht en harde schaduwen om een andere toon te creëren, meer carnavalesk en overdreven. Bono als Mr. MacPhisto, The Fly met zijn vliegenbrill. Die beelden zijn bewust theatraler en feller. Corbijn speelde met de spanning tussen de rauwe Berlijnse opnames en de overdreven Tenerife-look en die spanning is ook precies wat je in de muziek hoort.
Wat Corbijn je leert over portretfotografie
Corbijn zei ooit in een interview met The Guardian: “I always try to find the humanity in people rather than the icon.” Dat klinkt simpel, maar het is de kern van zijn hele aanpak. Hij fotografeert niet wat mensen willen laten zien, hij fotografeert wat ze niet kunnen verbergen. Bij U2 betekende dat: de twijfel, de ironie, het zelfbewustzijn. Niet de helden op het podium.
Dat is een les die je direct kunt toepassen, ook als je geen rockband fotografeert. De neiging bij portretfotografie is om je onderwerp er zo goed mogelijk uit te laten zien. Mooi licht, vleiende hoek, ontspannen glimlach. Corbijn doet het omgekeerde. Hij zoekt de spanning op. Hij wacht niet tot zijn onderwerp klaar is, hij fotografeert ook terwijl iemand nadenkt, twijfelt, wegkijkt. Die momenten zijn minder perfect en juist daardoor echter.
Imperfectie als stijlkeuze
De korrelige, kleurvervormde beelden van Achtung Baby zagen er in 1991 niet per se professioneel uit. Dat was het punt. Corbijn weigerde de glossy look die van een major label-release verwacht werd. Hij koos bewust voor een esthetiek die associaties opriep met goedkope snapshot-fotografie en experimentele kunstfotografie tegelijk. Dat is een interessante positie: het ziet er amateuristisch uit maar ook weer niet. Je voelt dat er goed over is nagedacht.
Anton Corbijn in het boek U2 & I: “It was shot…in a specific way, using a handheld flashlight in complete darkness and let the camera accumulate the exposure while you paint away with your light”
Voor de iconische foto’s op Achtung Baby (1991) greep Anton Corbijn naar een techniek die destijds de fotografiewereld op zijn kop zette: cross-processing. Hij schoot op positief film bekend om zijn explosieve kleurverzadiging — maar liet die ontwikkelen in een C-41 bad, de chemicaliën die normaal voor negatief film bedoeld zijn. Dat “verkeerde” bad had enorme gevolgen voor het eindresultaat: de kleuren werden zwaarder verzadigd dan op welk normaal afdruk ook mogelijk zou zijn, terwijl het contrast door het dak ging. Rood werd roder, schaduw werd zwarter. Maar Corbijn bleef daar niet bij stilzitten. Bovenop de cross-processed prints werkte hij in de donkere kamer verder met belichtingstechnieken: door overbelichting ontstonden die karakteristieke lichtuitbarstingen in de hoeken, terwijl hij met dodging and burning — het gecontroleerd afschermen of extra belichten van delen van de print, vaak met uitgeknipt papier — de kleurtonen per zone kon sturen. Die dieprode schaduwen zijn geen toeval, maar het resultaat van meerdere belichtingen met verschillende kleurwaarden op elkaar. Het geheel vereiste een uitzonderlijk technisch gevoel: cross-processing is grillig van aard, en elke stap in de donkere kamer versterkte de onvoorspelbaarheid. Corbijn beheerste die chaos als geen ander.
In digitale fotografie kun je dit nabootsen, maar ik raad je aan om eerst te begrijpen waarom het werkt voordat je een filter aanzet. Korreling werkt omdat het de aandacht van technische perfectie afleidt en naar inhoud stuurt. Als een beeld er perfect uitziet, kijk je naar het beeld. Als het er een beetje ruw uitziet, kijk je naar de persoon erin. Voeg alleen korreling toe als je een reden hebt, niet als decoratie.
Kleurvervorming werkt op dezelfde manier. Een warme oranje tint maakt een beeld wat onrustiger, wat afstandelijker. Een koele blauwe tint doet het tegenovergestelde. Corbijn koos per beeld een kleurbehandeling die paste bij de emotionele lading van dat specifieke moment. Dat is iets anders dan één preset over al je foto’s gooien. Kijk naar je beeld en vraag je af: welke kleurtemperatuur versterkt wat ik hier wil zeggen?
Collage-esthetiek
De albumhoes van Achtung Baby bestaat uit zestien kleine foto’s in een raster (zie hierboven) en dat idee van de collage loopt door in al het visuele materiaal rond het album. Het is een manier om meerdere waarheden tegelijk te tonen. Eén portret zegt: dit is hoe iemand eruitziet. Zestien portretten zeggen: dit is hoe iemand eruitziet en ook zo en ook zo, afhankelijk van het licht en de dag en de hoek.
Voor je eigen fotografie is dit een interessant idee. In plaats van altijd te zoeken naar dé ene perfecte foto van een persoon, kun je ook een reeks maken die samen iets vertelt. Drie of vier beelden van dezelfde persoon op dezelfde dag, maar in verschillende contexten of met verschillende uitdrukkingen, kunnen samen meer zeggen dan elk beeld afzonderlijk. Je ziet dit ook in de documentaire fotografie en in de fotojournalistiek, maar Corbijn paste het toe op een commerciële albumhoes. Dat was in 1991 ongewoon.
Hoe je dit zelf kunt proberen?
Je hebt geen rockband en geen budget voor een maand Berlijn nodig om met deze aanpak te experimenteren (al helpt dat wel 😉). Wat je wel nodig hebt is een bereidheid om je onderwerp niet te flatteren. Zoek een locatie die iets zegt over je onderwerp, niet een locatie die er mooi uitziet. Fotografeer ook als je onderwerp niet klaar is. Maak meer beelden dan je denkt nodig te hebben en selecteer later streng. Mijn Fujifilm-camera heeft diverse settings die het proces de goede kant op sturen. Het mooie is dat je in live view meteen het resultaat ziet. Toch moet je veel van de effecten in de nabewerking doen, net zoals Anton tijdens het ontwikkelen van de film deed. Ik heb het volgende veranderd in mijn camera-settings:
- Kies een uitbundige filmsimulatie, bijvoorbeeld Velvia
- Voeg ruis of ‘grain’ (grof en veel) toe
- Schroef de verzadigheid van kleur op.
- Schroef het contrast omhoog.
- Kies er voor om rood en blauw prominenter aanwezig te maken, maar pas op voor een kleurzweem.
- Overbelcht
In de nabewerking kun je de kleurbalans verschuiven naar warm of koel, afhankelijk van wat het beeld vraagt. Gebruik de kleurcurves in je software om per toongebied een andere kleur toe te voegen, zoals Corbijn deed in de doka. Dat is precies hetzelfde principe, alleen digitaal. Geef de schaduwen een lichte groene of blauwe tint en de hooglichten een warme oranje. Je zult zien dat het beeld opeens een sfeer krijgt die je met een simpele preset niet bereikt.
Corbijn en de band als visueel duo
Wat de foto’s voor Achtung Baby ook bijzonder maakt is dat ze niet gemaakt zijn door een fotograaf die een band fotografeert. Ze zijn gemaakt door iemand die de band al jaren kende en begreep wat ze probeerden te doen. Corbijn en U2 hadden een gedeelde visie. Dat zie je in de beelden: de bandleden poseren niet voor de camera, ze spelen een spel mee dat ze begrijpen.
Dit is iets wat je als portretfotograaf serieus moet nemen. Hoe beter je je onderwerp kent, hoe beter je foto’s worden. Niet omdat je dan meer toegang krijgt, maar omdat je onderwerp ontspant en omdat jij weet waar je op moet wachten. Het eerste uur van een fotoshoot met iemand die je niet kent is vaak verloren tijd. Bij Corbijn en U2 was dat probleem er niet. Ze hadden al tien jaar samengewerkt.
Als je de kans hebt om iemand meerdere keren te fotograferen, doe dat dan. Maak de eerste sessie een oefening. Gebruik de tweede sessie voor je echte werk. Je zult het verschil zien.
Wat de beelden van Achtung Baby nog steeds relevant maakt
In een tijd waarin elke telefoon een perfecte camera is en filters alles gladstrijken, zijn de foto’s van Corbijn voor Achtung Baby een herinnering dat technische perfectie en emotionele kracht zelden samenvallen. De beelden zijn nu meer dan dertig jaar oud en ze zien er nog steeds fris uit, precies omdat ze niet probeerden mooi te zijn. Ze probeerden eerlijk te zijn.
Corbijn zei het zelf in een gesprek met Rolling Stone over het album: “It was the most creative period I had with U2. We were all reinventing ourselves at the same time.” Dat gedeelde gevoel van opnieuw beginnen zit in elk beeld. En dat is precies waarom het werkt: fotografie die gemaakt is vanuit een echte behoefte om iets te zeggen, in plaats van een opdracht om iets te laten zien.
De volgende keer dat je iemand fotografeert, vraag jezelf dan af: wat wil ik over deze persoon zeggen? Niet: hoe zorg ik dat hij er goed uitziet. Die verschuiving in vraagstelling is klein maar het effect op je beelden is groot. Corbijn bewees dat in 1991 al. Het werkt nog steeds.
Veelgestelde vragen
Wie fotografeerde de albumhoes van Achtung Baby?
Welke camera en film gebruikte Anton Corbijn voor Achtung Baby?
Hoe kan ik de stijl van de Achtung Baby-foto’s nabootsen in mijn eigen werk?

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s 🙂 Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, snel, en met geweldige filmsimulaties. Bekijk hier mijn portfolio.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel uit te leggen. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
