Stel je een foto voor met acht verschillende verhaallijnen die allemaal tegelijk door elkaar heen lopen. Mensen die elkaar net niet raken. Schaduwen die de compositie in tweeën splitsen. Kleuren zo verzadigd dat je bijna de hitte voelt. En toch klopt alles. Elk element zit op zijn plek, alsof het universum even stilstond voor de fotograaf. Die fotograaf is Alex Webb. Zijn werk ziet er op het eerste gezicht chaotisch uit, als een overvolle marktscène waar je ogen niet weten waar ze moeten kijken. Geef het drie seconden. Dan begint alles samen te vallen. Laag na laag ontvouwt zich een beeld dat je niet meer loslaat. Hoe doet hij dat? En nog interessanter: wat kun jij ervan leren voor je eigen straatfotografie?
TL;DR Alex Webb is een Magnum-fotograaf die bekend staat om zijn gelaagde composities vol kleur en complexiteit. Hij werkt met Leica-camera’s op Kodachrome (en later Fuji- en digitaal). Zijn geheim zit niet in dure apparatuur, maar in geduld, nabijheid en een obsessieve aandacht voor meerdere beeldlagen tegelijk. In dit artikel ontleed ik zijn aanpak, zijn ontwikkeling en wat jij concreet kunt toepassen.
Van zwart-wit naar exploderende kleur
Alex Webb werd geboren in 1952 in San Francisco en groeide op in een intellectueel milieu in New England. Al op zijn zeventiende volgde hij een zomerprogramma fotografie aan het Carpenter Center for the Visual Arts van Harvard. Zijn vroege werk was volledig in zwart-wit, beïnvloed door de klassieke documentaire traditie van Robert Frank en Henri Cartier-Bresson. Keurig, strak, netjes. Tot hij in 1975 naar Mexico en Haïti reisde. De zon daar veranderde alles. Het felle licht creëerde schaduwen die zo diep waren dat ze zwarte gaten in het beeld sloegen. Tegelijkertijd schreeuwden de kleuren om aandacht. Webb besefte dat zwart-wit deze plekken niet kon vangen. Hij schakelde over op kleur en vond daarmee zijn stem. In 1979 werd hij genomineerd als lid van Magnum Photos, het legendarische fotografencollectief. Tegen 1982 was hij volledig lid. Dat is geen kleinigheid: Magnum accepteert alleen fotografen die iets toevoegen aan de fotografie als geheel. Webb voegde iets toe wat niemand eerder op die manier had gedaan: complexe, gelaagde kleurenfotografie die tegelijkertijd documentair én poëtisch was.
Wat maakt een Alex Webb-foto zo onmiskenbaar
Ik heb een stapel fotoboeken in mijn kast staan, en als ik blind een pagina zou openen uit “Hot Light/Half-Made Worlds” of “The Suffering of Light”, zou ik Webb binnen een halve seconde herkennen. Zijn foto’s hebben een DNA dat niet te kopiëren is. Ten eerste: de gelaagdheid. Waar de meeste straatfotografen één onderwerp kiezen en de rest laten vervagen, stopt Webb drie of vier verhaallijnen in één kader. Een man op de voorgrond, een kind in het midden, een schaduw rechts, een kleurvlak links. Alles speelt mee. Ten tweede: de kleurverzadiging. Webb fotografeerde jarenlang op Kodachrome 64, een diafilm die bekend stond om zijn rijke, diepe kleuren. Die film gaf rood een bijna fysieke aanwezigheid en maakte blauw zo diep als een oceaan. Ten derde: de relatie tussen licht en schaduw. Webb zoekt bewust plekken op waar fel zonlicht harde schaduwen creëert. Die schaduwen worden architectonische elementen in zijn compositie. Ze verdelen het beeld in zones, verbergen details en onthullen andere.
Webb zei hier zelf ooit over: “I’m always looking for the moment where the complexity of the world somehow comes together in a single frame.” (Magnum Photos). Dat is precies wat je ziet. Geen simplificatie van de werkelijkheid, maar een omhelzing van de chaos.

De techniek achter de complexiteit
Welke camera gebruikte Alex Webb? En is dat belangrijk? Webb fotografeert al decennia met Leica-camera’s. Voornamelijk de Leica M6 en later de Leica M serie digitaal. Zijn favoriete lens is een 35mm, soms een 28mm. Die keuze is cruciaal. Een 35mm-lens geeft je net genoeg breedte om meerdere lagen in je compositie op te nemen zonder dat het beeld vervormt. Het is breed genoeg voor context, smal genoeg voor intimiteit. Op het gebied van film gebruikte Webb Kodachrome 64 voor zijn meest iconische werk. Die film had een ISO van 64, wat betekent dat hij veel licht nodig hebt. In de Caribische zon is dat geen probleem. Een typische instelling zou er zo uit kunnen zien: diafragma f/8 tot f/11 voor maximale scherptediepte, een sluitertijd van 1/250e seconde en ISO 64. Die combinatie zorgt ervoor dat alles van voorgrond tot achtergrond scherp is. En dat is precies wat Webb wil: geen bokeh, geen wazige achtergronden. Alles doet mee.
Voor wie digitaal wil werken in de geest van Webb: zet je camera op een lage ISO (100-200), kies een diafragma van f/8 of kleiner, gebruik een 35mm-lens (of 23mm op APS-C) en zoek fel zonlicht op. Hyperfocale afstand is je vriend hier. Stel scherp op ongeveer 3 meter bij f/8 op een 35mm-lens, en alles van pakweg 1,5 meter tot oneindig is acceptabel scherp. Webb hoeft niet te focussen op het beslissende moment, want hij heeft al scherpgesteld vóór dat moment zich aandient.
Kenmerken van een Alex Webb-foto
- Meerdere beeldlagen: minimaal twee of drie niveaus van activiteit in één frame
- Verzadigde kleuren: diep rood, intens blauw, warm geel als structurele elementen
- Harde schaduwen: schaduw als compositie-element, niet als probleem
- Grote scherptediepte: alles is scherp, van voorgrond tot achtergrond
- Nabijheid: Webb staat dichtbij zijn onderwerpen, je voelt de fysieke aanwezigheid
- Geometrie: lijnen, vlakken en vormen delen het beeld op in secties
- Spanning: figuren die elkaar net niet raken of net niet aankijken
- Geen centraal onderwerp: het hele kader is het onderwerp
Hot Light/Half-Made Worlds en andere sleutelwerken
Het boek dat Webb definitief op de kaart zette is “Hot Light/Half-Made Worlds” uit 1986. “Hot light” verwijst naar dat meedogenloze tropische licht dat schaduwen zo scherp maakt als messen. “Half-made worlds” gaat over de plekken die hij fotografeerde: grensgebieden, landen in transitie, gemeenschappen die zich bevinden tussen traditie en moderniteit. Mexico, Haïti, de Dominicaanse Republiek, Grenada. Webb werd aangetrokken door plekken waar culturen botsen en de visuele energie hoog is. Zijn bekendste individuele foto is waarschijnlijk het beeld uit Istanbul (2001) met de man die door een raamopening kijkt terwijl achter hem het leven in lagen verder raast. Of de foto uit Havana met het rode interieur waar figuren als schimmen door bewegen. Elk beeld voelt als een puzzel die je langzaam oplost. “The Suffering of Light” (2011) is zijn retrospectief, samengesteld uit 30 jaar werk. Fotografie-criticus Geoff Dyer schreef het voorwoord en noemde Webb’s werk “a series of visual riddles that resolve themselves the longer you look”.
Wat jij kunt meenemen naar je eigen fotografie
Ik herinner me dat ik zelf probeerde om “op zijn Webbs” te fotograferen. Ik had een 35mm-lens, grote scherptediepte, fel zonlicht, kleurrijke muren. Na drie uur had ik precies nul bruikbare foto’s. Alles was rommelig zonder reden. Het verschil tussen chaos en complexiteit is namelijk haarfijn. Webb balanceert op die grens als een koorddanser. Zijn foto’s zijn niet druk omdat hij niet kon kiezen wat hij wilde laten zien. Ze zijn druk omdat hij álles wilde laten zien en de vaardigheid had om dat te ordenen.
Je hoeft geen Leica te hebben. Je hoeft niet naar Haïti te vliegen. De lessen van Alex Webb zijn toepasbaar op elke straat met zonlicht en menselijke activiteit. Eerste les: stop met het isoleren van je onderwerp. Probeer eens een foto te maken waarin twee of drie dingen tegelijk gebeuren. Dat vereist dat je breder kijkt, letterlijk en figuurlijk. Gebruik een 35mm of 28mm-lens en stap dichterbij in plaats van in te zoomen. Tweede les: omarm harde schaduwen. De meeste fotografen vermijden de middagzon, want het licht is “te hard”. Voor Webb is dat juist het perfecte moment. Schaduwen worden grafische vormen die je compositie structuur geven. Derde les: wacht. Het verschil tussen een snapshot en een Alex Webb-foto is tijd. Niet de sluitertijd van je camera, maar de tijd die je investeert in het observeren van een locatie. Zoek een plek met potentieel en blijf er staan. Laat het beeld naar je toe komen. Webb werkt al meer dan veertig jaar op deze manier. Zijn recentere digitale werk (op een Leica M met Lightroom-nabewerking) behoudt dezelfde filosofie. De camera is een hulpmiddel. Het oog is het instrument.
Nog een concreet ding om te proberen: stel je camera in op f/8 of f/11, ISO 200, en gebruik handmatige scherpstelling op de hyperfocale afstand. Loop dan een uur door een drukke buurt zonder door je zoeker te kijken. Observeer eerst. Waar valt het licht? Waar zijn interessante kleurcombinaties? Waar kruisen mensenstromen? Pas als je een plek hebt gevonden die je aanspreekt, breng je de camera naar je oog. Dat is de methode van Webb, gestript tot de kern.
Heb jij ooit geprobeerd om in de stijl van Alex Webb te fotograferen? Deel je ervaringen hieronder in de reacties. Ik ben benieuwd of die gelaagde complexiteit jou net zo gek maakt als mij.
Veelgestelde vragen
- Welke camera gebruikt Alex Webb? Webb fotografeert al decennia met Leica-camera’s. Hij gebruikte onder andere de Leica M6 (analoog) en is later overgestapt op digitale Leica M-modellen. Zijn voorkeurslens is een 35mm Summicron. Voor zijn analoge werk gebruikte hij voornamelijk Kodachrome 64 diafilm.
- Hoe krijg je die typische gelaagde compositie van Alex Webb? Gebruik een klein diafragma (f/8 tot f/11) voor maximale scherptediepte. Werk met een groothoeклens (28-35mm) en ga fysiek dicht bij je onderwerp staan. Zoek locaties waar meerdere “lagen” mogelijk zijn: deuropeningen, ramen, kruispunten. Wacht tot meerdere elementen tegelijk in je beeldkader vallen. Het draait om geduld en observatie, niet om geluk.
- Waarom zijn de kleuren in Alex Webb’s foto’s zo intens? Webb fotografeerde jarenlang op Kodachrome 64, een diafilm die bekend stond om zijn uitzonderlijk rijke kleurweergave. Daarnaast fotografeert hij bij voorkeur in tropische gebieden met fel zonlicht, waar kleuren van nature intenser zijn. In zijn digitale werk bewerkt hij de kleuren subtiel in Lightroom om die verzadigde uitstraling te behouden.

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s 🙂 Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50, gekocht rond de geboorte van mijn zoon. Sindsdien is fotografie voor mij verweven geraakt met aandacht, nieuwsgierigheid en het vastleggen van momenten die anders ongemerkt voorbijgaan. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, snel, en met geweldige filmsimulaties. Bekijk hier mijn portfolio.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Niet om te laten zien wat ik weet, maar om jou mee te nemen in dat ontdekproces. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel uit te leggen. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
