Allen Koppe leert je waarom minder zeggen meer impact heeft in fotografie

Minimalistische fotografie van de Sydney Opera House met dramatisch zijlicht en een lege lucht die rust en stilte uitstraalt

Soms scroll je door Instagram en stopt je duim ineens. Geen spectaculaire zonsondergang. Geen dramatische wolkenlucht. Gewoon een vorm, een lijn, een adembenemende stilte in pixels. Dat overkwam mij toen ik via het YouTube-kanaal The Photographic Eye voor het eerst het werk van Allen Koppe zag. Een Australische fotograaf van wie ik nog nooit had gehoord. Zijn abstracte landschappen deden iets wat duizenden overweldigende foto’s op mijn tijdlijn niet lukte: ze lieten me stoppen met scrollen en kijken. En nadenken. Wat zie ik? In een wereld die visueel schreeuwt om aandacht maakt Allen Koppe foto’s die fluisteren. En juist dat fluisteren blijft hangen. Hoe doet hij dat? En belangrijker nog: wat kun jij daarvan meenemen de volgende keer dat je met je camera naar buiten stapt?

TL;DR Allen Koppe is een Australische fotograaf die met minimalistische composities laat zien dat weglaten krachtiger kan zijn dan toevoegen. Zijn achtergrond in cinematografie vormde zijn oog voor het stille beeld. Hij werkt op gevoel in plaats van formules. Zijn aanpak draait om reductie: alles verwijderen wat niet bijdraagt aan de kern van het beeld. In dit artikel duik ik in zijn werkwijze en laat ik zien hoe jij die filosofie van visuele rust kunt toepassen in je eigen fotografie.

Wie is Allen Koppe?

Allen Koppe groeide op in Australië met een potlood in zijn hand en een camera binnen handbereik. Als kind bouwde hij al een donkere kamer in de schuur achter het huis van zijn ouders. Fotografie zat er vroeg in. Toch koos hij aanvankelijk voor een andere richting. Na een middelbare school (die niet helemaal bij hem paste) zag hij een behind-the-scenes documentaire over filmproductie op televisie. Dat was het moment waarop de kwartjesval kwam. Hij schreef zich in voor een opleiding cinematografie. Niet de intellectuele filmtheorie, zoals hij zelf zegt in het interview met The Photographic Eye, maar de praktische basis. Daarna werkte hij als assistent op filmsets waar hij 16mm- en 35mm-filmrollen laadde in de magazines van camera’s.

Wat fascinerend is aan dat cinematografische verleden: je zou verwachten dat iemand die in bewegend beeld is opgeleid ook in beweging denkt. Allen Koppe vertelt het tegenovergestelde. “I’ve always had an eye for the still image,” zegt hij. “Motion picture wasn’t as good a fit as photography is for me.” Die spanning tussen bewegend beeld en stilstaand beeld heeft zijn fotografische blik gevormd. Hij leerde kijken naar kadrering en lichtval op filmsets. Hij nam die kennis mee naar een medium dat hem veel beter lag: een enkel beeld. Zijn werk is inmiddels bekroond met prijzen, waaronder erkenning als minimalistisch fotograaf van het jaar. Zijn foto’s verschenen in The Guardian, maar toch noemt hij zichzelf geen zakenman. Hij produceert liever kleine series van drie of vijf prints dan dat hij online massaverkoop opzet.

De kunst van het weglaten

Hier zit de kern van wat Allen Koppe zo bijzonder maakt. Zijn foto’s zijn geen landschappen in de traditionele zin. Het zijn ook geen pure abstracties. Ze zweven ertussenin. Denk aan een gebouw dat je kent, de Sydney Opera House bijvoorbeeld, gefotografeerd alsof je het voor het eerst ziet. Geen toeristen. Geen omliggende stad. Alleen de essentie van de vorm. Symmetrie. Lijnen die naar boven wijzen. Licht en schaduw die horizontaal over de trappen vallen. Allen Koppe vergelijkt zijn werkwijze met die van een architect. Een architect tekent een gebouw op een leeg vel papier. Prachtig in zijn pure vorm. Zodra dat gebouw in de echte wereld staat is het omringd door bomen, auto’s, mensen, rommel. De tekening toonde de essentie. De werkelijkheid verbergt die essentie onder lagen visuele ruis.

Die vergelijking raakte me. Want dat is precies wat de meeste fotografen doen: ze nemen álles mee in het beeld. De boom links. Het hekje rechts. Die ene lantaarnpaal die er net in piept. Allen Koppe draait het om. Zijn proces is reductie in plaats van toevoeging. Hij vraagt zich niet af wat hij nog kan toevoegen aan het beeld. Hij vraagt zich af wat hij nog kan weghalen. “It’s quite often a process of reduction more than addition,” zegt hij letterlijk. Dat klinkt simpel. In de praktijk is het een van de moeilijkste dingen die je als fotograaf kunt leren. Want weglaten betekent keuzes maken. Het betekent dat je durft te zeggen: dit ene element is genoeg. En soms is het onmogelijk. Vaak wil ik een gebouw fotograferen maar er zijn altijd mensen die er voor, naast of achter staan. Grrr. Misschien is dat de reden waarom de perfecte Koningsdagfoto niet lukt. Teveel gedoe.

Gevoel boven formules

Ik moet eerlijk bekennen dat ik zelf nogal van regels houd (maar ook weet wanneer ze los te laten). De regel van derden geeft me houvast. Leidende lijnen geven structuur. Fibonacci-spiralen zijn prachtig als ze kloppen. Allen Koppe gooit dat allemaal niet per se overboord, hij erkent dat de gulden snede werkt en dat de balans die eruit voortkomt reëel is. Hij kan die formules alleen niet toepassen terwijl hij buiten staat met zijn camera. Er is geen transparant overlay dat hij over zijn zoeker legt. Zijn composities ontstaan vanuit zijn onderbuik. “It’s definitely a gut feeling,” vertelt hij in het interview. Hij loopt rond op een locatie. Hij zoekt een hoek, een hoogte, een standpunt. En op een gegeven moment voelt het goed. Het beeld komt naar hem toe in plaats van andersom.

Dat klinkt misschien vaag of zelfs een tikje zweverig. Toch zit er iets heel concreets achter. Allen beschrijft hoe hij bij een specifieke foto worstelde met de lenscombinatie. Het uiteindelijke beeld oogt simpel. Eén vorm, rustig licht, weinig afleiding. De werkelijkheid achter die foto was een avond lang experimenteren met verschillende lenzen. Zoeken naar de juiste camerahoogte. Wachten op het perfecte licht. En dan loopt er een gezin voor je camera en gaat midden in je onderwerp zitten. Allen wachtte. Het gezin bleef. Het werd te donker. Hij maakte uiteindelijk een lange sluitertijd waardoor de mensen licht bewogen. Thuis verwijderde hij ze met Photoshop. De romantiek van fotografie is soms gewoon geduld en een goede kennis van je bewerkingssoftware.

Play

Wat je hiervan kunt leren

Het punt is niet dat je regels moet negeren. Het punt is dat regels een startpunt zijn. Allen Koppe heeft decennia aan visuele ervaring opgebouwd via cinematografie en fotografie. Zijn “onderbuikgevoel” is geen willekeur. Het is geïnternaliseerde kennis. Vergelijk het met autorijden. In het begin denk je bewust: koppeling, gas, spiegel, schakelen. Na jaren doe je het zonder nadenken. Je voelt wanneer je moet schakelen. Zo werkt het ook met compositie. Je leert de regels zodat je ze op een gegeven moment kunt vergeten. Of beter gezegd: zodat ze onderdeel worden van hoe je kijkt. Als je nu nog bewust nadenkt over de regel van derden is dat prima. Blijf dat doen. Op een dag merk je dat je camera vanzelf naar de juiste plek beweegt.

Werken in series

Een van de meest bruikbare tips die Allen Koppe geeft in het interview gaat over het werken in series. In plaats van lukraak losse foto’s te maken raadt hij aan om een samenhangende reeks beelden te creëren rond één thema of stijl. Dat geeft focus. Het dwingt je om dieper te graven in een onderwerp. Je schiet niet één keer de Sydney Opera House en gaat door naar het volgende. Je komt terug. Je probeert een andere hoek. Je wacht op ander licht. Je bouwt een verhaal op in meerdere beelden. Hij zegt dat het werken in series hem enorm heeft geholpen bij het ontwikkelen van zijn stijl. Het gaf hem iets om naartoe te werken. Een richting in plaats van doelloos rondlopen met een camera.

Dit is iets wat ik zelf ook herken. Zodra je een serie maakt ga je scherper kijken. Je ontwikkelt criteria. Past deze foto bij de rest? Voegt hij iets toe aan het geheel? Of is het een herhaling van iets wat ik al heb? Die vragen dwingen je tot betere keuzes. En betere keuzes leiden tot sterkere beelden. Allen koppelt dit ook aan het meedoen aan fotowedstrijden. Zijn advies: werk hard aan een coherent portfolio. Er worden ongelooflijk veel foto’s ingezonden bij wedstrijden. Wat jouw werk onderscheidt is niet technische perfectie. Het is persoonlijkheid. “Try and find what it is in photography that is your message,” zegt hij. Je foto’s moeten iets van jou laten zien. Zoals een songwriter niet zomaar willekeurige woorden op papier zet, zo wil je dat je beelden een weerspiegeling zijn van hoe jij de wereld ziet en voelt.

Rust in een wereld vol visuele herrie

Er is nog iets wat me treft in zijn werk. Zijn foto’s bieden rust. Niet op een passieve manier. Niet als achtergrondmuziek in een wachtkamer. Het is actieve rust. Een bewuste keuze om de kijker even los te weken van de eindeloze stroom prikkels die we dagelijks verwerken. Allen Koppe verwoordt het mooi: “There’s a lot of noise in this world. I think it’s nice to put images out there that are just beautiful or they have a nice shape and people can kind of have a breath.” Dat idee van een ademhaling in beeldvorm vind ik prachtig. Zijn foto’s zijn visuele pauzes. Momenten waarop je ogen tot rust komen en je brein even niet hoeft te filteren.

Ik merk dat zelf ook als ik door zijn Instagram feed scroll. Waar andere accounts me overweldigen met verzadiging en drama nodigen zijn beelden me uit om te vertragen. Dat is een zeldzame kwaliteit. En het is iets waar je als fotograaf over na kunt denken. Niet elke foto hoeft te schreeuwen. Niet elk beeld hoeft vol te zitten met informatie. Soms is de krachtigste foto die je kunt maken er eentje waar bijna niets op staat. Een horizon. Een enkele vorm tegen een lege lucht. De schaduw van een gebouw op een vlak oppervlak. Het vergt lef om zo weinig in een beeld te stoppen. Want de angst is altijd: is dit wel genoeg? Het antwoord van is duidelijk. Minder is niet alleen genoeg. Minder is precies wat deze wereld nodig heeft.

Probeer het zelf

Ik daag je uit om dit weekend één foto te maken in de geest van Allen Koppe. Zoek een onderwerp in je directe omgeving. Een gebouw, een brug, een boom. Loop eromheen. Zoek de hoek waar het onderwerp het sterkst spreekt met zo min mogelijk afleiding. Snijd alles weg wat niet bijdraagt. Gebruik een langere brandpuntsafstand om je blikveld te verkleinen. Experimenteer met een langere sluitertijd om beweging te vervagen. Maak niet één foto. Maak er twintig. Dertig. Kijk thuis welke het meeste rust uitstraalt. Welke je het langst wilt bekijken. Die ene foto is je startpunt voor een serie. Het hoeft niet perfect te zijn. Het hoeft niet op het werk van Allen Koppe te lijken. Het moet op jou lijken. Dat is de hele les.

Deel je resultaat hieronder in de reacties. Ik ben oprecht benieuwd wat er gebeurt als je bewust kiest voor minder in plaats van meer. En als je het interview met Allen Koppe op The Photographic Eye nog niet hebt gezien: neem er een halfuur voor. Het is een van die gesprekken die je herinnert waarom je ooit een camera oppakte.

Veelgestelde vragen

  • Waar kan ik het werk van Allen Koppe bekijken? Zijn foto’s staan op zijn Instagram account. Hij verkoopt geen prints online. Zijn werk is te zien geweest in galeries en bij tentoonstellingen in Australië. Het interview waarin hij uitgebreid over zijn werkwijze praat vind je op het YouTube-kanaal van The Photographic Eye.
  • Welke fotograaf inspireerde Allen Koppe het meest? Hij noemt Michael Kenna als zijn grootste inspiratiebron. Toen hij jaren geleden een boek van Kenna oppakte in een boekwinkel veranderde zijn kijk op fotografie. De eenvoud en het gevoel in Kenna’s werk motiveerden hem om zelf de camera weer op te pakken en zijn eigen minimalistische stijl te ontwikkelen.
  • Hoe begin je met minimalistische fotografie? Begin met het bewust weglaten van elementen uit je compositie. Zoek één sterk onderwerp en verwijder alles wat afleidt. Werk in series rond één thema zodat je focus houdt. Gebruik een langere brandpuntsafstand om je beeldhoek te beperken. Vertrouw op je gevoel bij het vinden van de juiste compositie in plaats van alleen op regels te leunen.
jeroen

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s 🙂 Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50, gekocht rond de geboorte van mijn zoon. Sindsdien is fotografie voor mij verweven geraakt met aandacht, nieuwsgierigheid en het vastleggen van momenten die anders ongemerkt voorbijgaan. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, snel, en met geweldige filmsimulaties. Bekijk hier mijn portfolio.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Niet om te laten zien wat ik weet, maar om jou mee te nemen in dat ontdekproces. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel uit te leggen. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *