Er is een foto van Stephen Shore uit 1975. Een kruispunt in Amarillo, Texas. Een Chevron-bord, een McDonald’s, telefoonpalen, bergen in de verte. Die foto hangt in het Museum of Modern Art in New York. De eerste keer dat ik dat hoorde dacht ik eerlijk gezegd: echt? Het was nooit bij me opgekomen om mijn camera op een kruispunt te richten. Laat staan dat ik had verwacht dat zoiets in een museum zou eindigen. Precies dat onbegrip vertelt je alles over wat Shore begreep en wat de meeste fotografen — inclusief ikzelf, jarenlang — volledig misten.
TL;DR
Stephen Shore is een van de invloedrijkste Amerikaanse fotografen van de twintigste eeuw. Hij fotografeerde het alledaagse Amerika met een 8×10 grootformaat camera op Kodachrome of Ektachrome diafilm en liet zien dat een benzinestation net zo de moeite waard is als een zonsondergang. Zijn kracht zit in visuele balans, kleur als anker en een bijna meditatieve rust die de kijker uitnodigt om te blijven. Zijn werk geeft fotografen letterlijk toestemming om te fotograferen wat ze willen zien.
Wie is Stephen Shore?
Stephen Shore werd geboren in 1947 in New York. Hij was een wonderkind, dat is geen overdrijving. Op zijn veertiende fotografeerde hij al met een Rolleiflex en stuurde prints op naar Edward Weston die hem persoonlijk terugschreef. Op zijn zeventiende verkocht hij drie foto’s aan het MoMA. Drie foto’s. Zeventien jaar oud! Andy Warhol liet hem in de Factory rondhangen en fotograferen, en Shore deed dat met de koele, observerende blik die later zijn handelsmerk zou worden. Geen drama, geen pose. Gewoon kijken.
In de vroege jaren zeventig begon hij aan een serie roadtrips door de Verenigde Staten. Hij fotografeerde motels, diners, tankstations, hotelkamers, ontbijten en wegen die nergens leken te eindigen. Niet als sociale kritiek. Niet als nostalgie. Gewoon als registratie van hoe het er uitzag. Die foto’s werden uiteindelijk het boek Uncommon Places (1982), dat nu wordt beschouwd als een van de belangrijkste fotoboeken van de twintigste eeuw. Uiteraard staat het ook bij mij in de kast. Shore noemde het zelf een poging om te werken tegen zijn eigen conditionering. Tegen het idee dat je iets bijzonders nodig hebt om een goede foto te maken.
Dat woord, conditionering, is belangrijk. Shore bedoelde daarmee het geheel van aannames dat in ons hoofd zit over wat een goede foto hoort te zijn. Dramatisch licht. Een sterk onderwerp. Een beslissend moment. Dat zijn niet onze eigen ideeën. Die zijn erin geslopen via boeken, docenten, tijdschriften en later Instagram. Stephen Shore wilde weten wat er overblijft als je dat allemaal loslaat. Het antwoord was: de wereld zoals hij is. En die bleek verrassend rijk.
De camera die alles vertraagt
Shore werkte voor zijn meest bekende werk met een 8×10 inch grootformaat veldcamera. Dat is het formaat waarbij je je hoofd onder een zwart doek stopt om het beeld ondersteboven en spiegelverkeerd op het matglas te bekijken. Elke foto kost minstens vijf minuten voorbereiding. Je kunt niet snel schieten. Je kunt niet op je gevoel afgaan en tien variaties maken. Je maakt één foto en denkt er goed over na voor je de volgende maakt.
Die vertraging was voor Shore geen ongemak maar meer een methode. Het dwong hem om bewust te zijn over wat hij in het frame zette. Elke telefoonpaal, elk stukje lucht en elke schaduw op het asfalt was een bewuste keuze. Of een bewuste acceptatie. Dat verschil, tussen kiezen en accepteren, is precies wat zijn composities zo sterk maakt. Er zit niets in zijn foto’s dat er per ongeluk in zit. Het ziet er ook nooit geforceerd uit.
Als film gebruikte Stephen Shore Kodachrome en Ektachrome diafilm. Kodachrome staat bekend om zijn diepe, verzadigde kleuren met een warme toon en een bijzondere manier om rood en groen te renderen. Ektachrome geeft koelere, meer neutrale kleuren. Shore koos zijn film afhankelijk van het licht en de sfeer die hij zocht. Het resultaat is een kleurpalet dat tegelijk realistisch en net iets te mooi is om helemaal te geloven. Niet gesatureerd zoals een Instagram-filter. Gewoon precies goed belicht, op film die kleuren anders behandelt dan een digitale sensor dat doet.
Voor fotografen die dit willen nabootsen in het digitale tijdperk: kijk naar filmemulatie-presets gebaseerd op Kodachrome, maar gebruik ze subtiel. Shore’s kleuren schreeuwen niet. Ze fluisteren. Voor Fujifilmliefhebbers zoals ik staat hier het recept om Kodachrome na te bouwen op je Fujifilm-camera.
Het anker dat je oog nergens ziet maar overal voelt
Hier zit de kern van wat Shore’s werk zo lastig te begrijpen maakt voor iemand die er voor het eerst naar kijkt. Ik ga het uitleggen via die foto uit Amarillo die je hierboven ziet.
Je oog wordt als eerste getrokken naar het rode Chevron-bord. Niet omdat het groot is. Niet omdat het spectaculair is. Maar omdat het kleur heeft in een frame vol neutrale tinten. Dat bord is het anker. Het is de plek waar je oog eerst landt voordat het de rest van de foto gaat verkennen. Vanaf dat bord dwaal je naar links, je ziet de McDonald’s, de telefoonpalen en de bergen. Dan kom je terug. Je gaat naar rechts. Je ziet meer details op straat. En dan ben je terug bij het Chevron-bord.
Die rondgang is geen toeval. Stephen Shore heeft die lege weg in het midden niet toevallig gefotografeerd. Die lege weg is er juist om richting te geven. Het is letterlijk een kijkinstructie. Vul die weg met verkeer en het circuit dat je oog maakt valt uiteen. Je kunt niet meer van de ene kant naar de andere springen. De foto wordt een chaos. Die leegte is geen afwezigheid van inhoud. Het is de ruimte die de foto laat ademen.
Ik had dit in het begin van mijn cariere niet door. Ik zag werk zoals dit en dacht: oké, ik ga gewoon de straat fotograferen zoals hij is. Dan liep ik naar buiten met mijn camera en maakte ik foto’s die nergens op leken. Ik wist ook niet waarom. Ik had de taal nog niet om het te benoemen. Dat anker, die visuele rustplaats voor het oog, dat is de taal. Zodra je het eenmaal ziet kun je het niet meer niet-zien.

Kleur als taal
Shore was een van de eerste serieuze kunstfotografen die kleur gebruikte op een moment dat kleur nog werd gezien als iets voor reclamefotografie of amateurs. Zwart-wit was serieus. Kleur was kitsch. Shore trok zich daar niets van aan en dat bleek een beslissing die de fotografie permanent veranderde. William Eggleston deed hetzelfde en de twee worden dan ook vaak in één adem genoemd als de fotografen die kleur legitimeerden als artistiek medium.
Stephen Shore gebruikte kleur functioneel. In de Amarillo-foto is het rode Chevron-bord het anker. In zijn beroemde foto van een ontbijt in Merced, California uit 1973, is het de kleur van de stoel die je oog ergens laat landen (stoel –> pannenkoek –> meloen). Haal de kleur weg en zet die foto’s in zwart-wit en je ziet wat er gebeurt: de ankerpunten verdwijnen. Het frame valt niet samen maar het heeft niet meer die stille kracht. Je oog weet niet meer waar het moet beginnen.
Dat is een les die direct toepasbaar is. Als je een foto maakt van een ogenschijnlijk rommelige scène, zoek dan naar één kleuraccent dat als anker kan dienen. Niet als hoofdonderwerp. Gewoon als het punt waar het oog eerst landt voor het de rest gaat verkennen. Een rood bord. Een gele regenjas. Een blauwe deur. Het hoeft niet groot te zijn. Het moet alleen aanwezig zijn.

De hamburger van Jenny
Er is een andere foto die ik niet kan overslaan. Shore fotografeerde in 1973 een tafelblad in een diner. Een hamburger, een portie friet, een milkshake en krassen op het formica. Dat is alles. Die foto wordt beschouwd als een meesterwerk.
Mijn eerste reactie was: kom op. Maar kijk er langer naar. Elk object staat op zichzelf. De hamburger vecht niet om aandacht met de milkshake. De friet concurreert niet met de krassen op het tafelblad. Alles werkt samen als een ensemble. Voeg één element toe dat er niet thuishoort, een blauwe pet bijvoorbeeld, en de foto wordt een foto van die blauwe pet. Alles wat er nu in zit trekt zijn gewicht. Niets meer en niets minder.
Stephen Shore zei in een interview met het MoMA dat hij probeerde te fotograferen alsof hij voor het eerst naar de wereld keek. Zonder aannames over wat de moeite waard is en wat niet. Die hamburger was de moeite waard omdat hij er was, omdat het licht goed viel en omdat de objecten samen iets zeiden over het Amerika van 1973 zonder dat Shore dat er expliciet in hoefde te leggen.
Dat is precies wat die foto zo lang laat hangen. Ik vraag me af wie Jenny was, want er staat met een vork in de tafel geschreven. Ik vraag me af of die friet al koud was. Ik vraag me af of Shore zijn hamburger heeft opgegeten. Een foto die me drie vragen laat stellen over mensen die ik nooit heb gekend is geen slechte foto. Dat is een foto die werkt.
Hoe je fotografeert zoals Stephen Shore zonder Shore te kopiëren
Dit is niet het punt waar ik je ga vertellen dat je een 8×10 camera moet kopen. Dat zou onzin zijn en bovendien onbetaalbaar. Er zijn echter dingen in Shores manier van werken die je morgen kunt toepassen met elke camera die je hebt.
Het begint met vertraging. Shore’s grootformaatcamera dwong hem tot nadenken. Jij kunt dat zelf opleggen. Maak niet tien variaties van dezelfde foto. Maak één foto. Kijk er daarna naar. Vraag jezelf af: waar gaat mijn oog heen? Heeft het ergens om te landen? Werken de elementen samen of concurreren ze?
Zoek naar het anker. Dat is de belangrijkste les die ik uit Shores werk heb getrokken. Elke foto heeft een punt nodig waar het oog eerst landt. Dat hoeft niet het grootste of meest opvallende element te zijn. Het moet alleen het eerste zijn. Kleur helpt daarbij enorm. Een warme tint in een koele omgeving. Een helder object in een neutraal frame. Iets dat zegt: begin hier.
Laat leegte toe. Shore’s lege wegen zijn geen mislukte composities. Ze zijn de ruimte die de foto nodig heeft om te ademen. Een drukke foto is niet per definitie een rijke foto. Soms is de stilte het verhaal.
En dan is er de mindset. Stephen Shore fotografeerde zonder te oordelen over wat de moeite waard was. Een tankstation was net zo interessant als een kathedraal. Een ontbijt net zo de moeite waard als een zonsondergang. Dat klinkt makkelijk maar het is het moeilijkste wat er is. We zitten allemaal vol aannames over wat een goede foto hoort te zijn. Shore’s werk geeft je toestemming om dat los te laten. Niet om hem na te doen. Maar om je eigen oog te vertrouwen.
De bekende fotoboeken van Stephen Shore
- American Surfaces (1972, gepubliceerd 1999) — Gemaakt met een eenvoudige Rollei 35 compactcamera op kleurenfilm. Shore fotografeerde alles wat hij tegenkwam: maaltijden, toiletten, hotelkamers en mensen op straat. Rauw, direct en zonder enige pretentie. Het boek werd pas decennia later gepubliceerd maar geldt nu als een sleuteldocument van de conceptuele fotografie.
- Uncommon Places (1982) — Het hoofdwerk. Grootformaatfoto’s van het alledaagse Amerika. Benzinestations, motels, kruispunten en hotelkamers. Stille, zorgvuldig gecomponeerde beelden die het gewone ongewoon maken. Dit boek staat in vrijwel elke serieuze fotografiebibliotheek.
- The Nature of Photographs (1998) — Geen fotoboek in de traditionele zin maar een theoretisch werk waarin Shore uitlegt hoe hij naar foto’s kijkt. Verplichte lectuur voor iedereen die wil begrijpen wat een foto eigenlijk doet. Helder, direct en zonder jargon.
- Stephen Shore: Survey (2014) — Een retrospectief overzicht van vijftig jaar werk. Van de vroege Warhol-foto’s tot recente digitale beelden. Laat zien hoe consistent Shores blik is gebleven ondanks alle technologische veranderingen.
- Transparencies: Small Camera Works 1971-1979 (2020) — Kleindiabeelden gemaakt met compactcamera’s naast het grootformaatwerk. Spontaner dan Uncommon Places maar met dezelfde observerende kwaliteit. Een verrassend intiem boek.
Als je één boek koopt, koop dan Uncommon Places. Als je er twee koopt, voeg dan The Nature of Photographs toe. Die combinatie verandert de manier waarop je naar foto’s kijkt. Beloofd.
Wat Shore ons eigenlijk geeft
De curator van een Robert Frank-tentoonstelling in Boston zei ooit iets wat me bijbleef: “Deze foto’s zijn goed omdat ze de fotografen die na Frank kwamen toestemming gaven om zulke foto’s te maken.” Datzelfde geldt voor Shore. Hij heeft de fotografie niet uitgevonden. Hij heeft wel de deur opengezet voor iedereen die ooit dacht dat zijn of haar onderwerp niet interessant genoeg was.
Shore zelf gebruikt het woord sympathie. Sympathie voor wat er voor de camera staat. Niet medelijden, niet bewondering. Gewoon een eerlijke, aandachtige blik op de wereld zoals die is. Een tankstation op 21 juni 1975 in Amarillo. Een hamburger in een diner. Een hotelkamer in Presidio, Texas. Dingen die er altijd al waren en die niemand de moeite waard vond om te fotograferen totdat Shore er zijn camera op richtte.
Zijn foto’s zijn stil in een wereld die voortdurend om aandacht schreeuwt. Ze proberen je niets te verkopen. Ze leggen een moment neer en laten jou beslissen wat je erin vindt. Die stilte brengt Shore mee. En dat is misschien wel het moeilijkste wat een fotograaf kan leren: stiller worden in plaats van harder roepen.
Ik maak tegenwoordig foto’s die nergens op lijken op die van Shore. De manier waarop ik naar een scène kijk voor ik de sluiter indruk is echter onherroepelijk veranderd door zijn werk. Ik zoek naar het anker. Ik vraag me af of de leegte iets doet. Ik vraag me af of de elementen samenwerken of concurreren. En soms, niet altijd maar soms, merk ik dat ik een foto maak van iets wat ik een jaar geleden zou zijn voorbijgelopen.
Welke scène in je dagelijkse leven loop jij voorbij omdat je denkt dat hij niet interessant genoeg is? Laat het weten in de reacties.
Veelgestelde vragen
Welke camera en film gebruikte Stephen Shore voor zijn bekendste werk?
Wat maakt de foto’s van Stephen Shore zo bijzonder?
Welk fotoboek van Stephen Shore moet ik als eerste kopen?

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s 🙂 Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, snel, en met geweldige filmsimulaties. Bekijk hier mijn portfolio.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel uit te leggen. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
