Een meisje met groene ogen staart je aan vanaf een cover van National Geographic. Het is 1985. De foto is genomen in een vluchtelingenkamp in Pakistan met een Nikon FM2. Geen ringflitser, geen reflectiescherm, geen assistent die een softbox vasthoudt. Toch voelt het alsof die ogen dwars door je heen kijken, alsof ze iets van je vragen. Dat zijn de portretten van Steve McCurry in een notendop: hij maakt foto’s die je niet zomaar vergeet. De kenmerken van Steve McCurry zijn inmiddels legendarisch, van zijn doorleefde kleurgebruik tot die onweerstaanbare blikken recht in de lens. Toch is het geen tovenarij. Het is observatie, geduld en een paar keuzes die jij ook kunt maken.
TL;DR Steve McCurry bouwde zijn carrière op rauw menselijk contact, verzadigde kleuren en een haast onmogelijk gevoel voor het juiste moment. De kenmerken van Steve McCurry draaien om directe oogcontact, complementaire kleurcontrasten en een compositie die alles wegsnijdt wat niet bijdraagt aan het verhaal. In dit artikel ontleed ik zijn aanpak, zijn apparatuur, zijn drijfveren en vooral: wat jij ervan kunt leren met je eigen camera.
De man achter de groene ogen
Steve McCurry werd in 1950 geboren in Philadelphia. Hij studeerde cinematografie aan Penn State University, wat verklaart waarom zijn foto’s aanvoelen als stilstaande filmscènes. Na zijn studie werkte hij als fotograaf bij een lokale krant, tot hij in 1978 besloot om naar India te vertrekken met weinig meer dan een rugzak en een camera. Dat was geen vakantie. McCurry stak in 1979 de grens met Afghanistan over, verkleed in lokale kleding, vlak voordat de Sovjet-Unie het land binnenviel. De filmrolletjes naaide hij in de naden van zijn kleren. Die foto’s leverden hem zijn eerste grote erkenning op, inclusief de Robert Capa Gold Medal voor moedige oorlogsfotografie. Vanaf dat moment werkte hij structureel voor National Geographic. Het tekent de man: McCurry zoekt geen comfort. Hij zoekt het verhaal. “If you wait, people will forget your camera and the soul will drift up into view,” zei hij in een interview met B&H Photo. Dat geduld is misschien wel het meest onderschatte kenmerk van Steve McCurry.
Kenmerken van Steve McCurry die je direct herkent
Je hoeft geen kunstcriticus te zijn om een foto van McCurry te herkennen. Er zit een handtekening in zijn werk die bijna fysiek voelbaar is. Laat me die kenmerken van Steve McCurry eens concreet benoemen, want ze zijn verrassend specifiek.
- Direct oogcontact: zijn onderwerpen kijken bijna altijd recht in de lens
- Complementaire kleuren: rood tegen groen, blauw tegen oranje, geel tegen paars
- Eenvoudige compositie: één onderwerp, weinig afleidende elementen
- Natuurlijk licht: zacht, indirect, bij voorkeur in de schaduw of bij bewolking
- Ongeposeerd gevoel: zelfs als iemand in de lens kijkt, voelt het intiem en niet geregisseerd
- Warme kleurtemperatuur: gouden en aardse tinten domineren
- Scherptediepte: onderwerp scherp, achtergrond zacht maar nog herkenbaar
- Menselijke emotie: kwetsbaarheid, kracht, verwondering of verdriet
Wat mij persoonlijk het meest fascineert is dat kleurcontrast. McCurry denkt in kleurvlakken alsof hij een schilder is. Kijk naar zijn beroemde foto van een monnik in een saffraankleurig gewaad tegen een felblauwe muur. Dat is geen toeval. McCurry zoekt actief naar die contrasten, wacht soms uren tot iemand door het juiste kleurvlak loopt. Hij componeert zijn foto’s als een Vermeer die toevallig een camera vasthoudt. De kenmerken van Steve McCurry zijn dus niet het resultaat van Photoshop-schuifjes, maar van bewuste keuzes op locatie.

Zijn camera-instellingen en apparatuur
McCurry fotografeerde het grootste deel van zijn carrière op analoge Nikon-camera’s. De Nikon FM2 en later de Nikon F5 waren zijn werkpaarden. Zijn filmkeuze was bijna religieus: Kodachrome 64. Die film had een bijzonder fijnkorrelige structuur met een ongeëvenaarde kleurverzadiging. Toen Kodak in 2010 stopte met de productie van Kodachrome, schoot McCurry het allerlaatste rolletje. Dat zegt iets over zijn band met dat materiaal. Tegenwoordig werkt hij digitaal met Nikon D850 en de Nikon Z-serie. Zijn favoriete lenzen zijn een 35mm en een 85mm. Die combinatie geeft hem de flexibiliteit om zowel omgevingsportretten als strakke headshots te maken. Voor zijn typische look gebruik je een diafragma tussen f/2.8 en f/5.6. Dat geeft net genoeg scherptediepte om het gezicht volledig scherp te houden terwijl de achtergrond zacht wegvalt. Zijn ISO bleef op film vrijwel altijd op 64 of 200. Digitaal werkt hij het liefst op de laagste ISO van zijn camera. Sluitertijd? Snel genoeg om bewegingsonscherpte te voorkomen bij handheld fotograferen, dus minimaal 1/125e seconde bij een 85mm lens.
Wat betekent dat voor jou?
Je hebt geen Nikon van drieduizend euro nodig om kenmerken van Steve McCurry na te bootsen. Waar het om draait: fotografeer met een relatief lang brandpunt (50mm tot 85mm op fullframe), gebruik een open diafragma voor die zachte achtergrond en zoek naar indirect licht. Stel je camera in op diafragmaprioriteit (A of Av), kies f/2.8 tot f/4 en laat de camera de sluitertijd bepalen. Houd je ISO laag, bij voorkeur onder 400. Dat geeft je schone bestanden met mooie huidtonen. De echte truc zit hem niet in de techniek. Die zit hem in het moment dat je de ontspanknop indrukt.
Het Afghaanse meisje als masterclass
Laten we zijn beroemdste foto eens ontleden, want die vertelt je alles over zijn werkwijze. In 1984 fotografeerde McCurry Sharbat Gula in het Nasir Bagh vluchtelingenkamp. Ze was ongeveer twaalf jaar oud. McCurry gebruikte zijn Nikon FM2 met een Nikkor 105mm f/2.5 lens en Kodachrome 64 film. Het licht kwam van de open zijkant van de tent, een natuurlijke softbox van canvas en daglicht. Kijk naar de kleurcompositie: haar ogen zijn groen, haar hoofddoek is rood. Groen en rood zijn complementaire kleuren. De achtergrond is een wazig donkergroen dat haar gezicht naar voren duwt. Haar blik is direct en confronterend. Ze kijkt niet naar iets naast de camera. Ze kijkt naar jóu. Die directheid is misschien wel het sterkste van alle kenmerken van Steve McCurry. Hij creëert een verbinding tussen het onderwerp en de kijker die bijna ongemakkelijk intiem is. “Most of my images are grounded in people. I look for the unguarded moment,” vertelde McCurry aan National Geographic. Die onbewaakte momenten vind je niet door je camera omhoog te houden en te schieten. Je vindt ze door eerst je camera te laten zakken en een mens te zien.
Wat McCurry je leert over kleur en compositie
Ik heb een tijdlang bewust geprobeerd om “McCurry-achtig” te fotograferen op straat. Niet om hem te kopiëren, maar om te begrijpen hoe hij denkt. En eerlijk: het veranderde mijn manier van kijken. Ik begon achtergronden te zien als kleurvlakken. Een blauwe muur werd ineens een podium waarop ik wachtte tot het juiste onderwerp langsliep. Een rood gordijn werd een kader. Die aanpak kostte me aanvankelijk enorm veel geduld, want je staat soms twintig minuten naar een muur te staren terwijl voorbijgangers je aankijken alsof je niet helemaal lekker bent. Het punt is: de kenmerken van Steve McCurry zijn niet gebouwd op snelheid. Ze zijn gebouwd op aandacht. McCurry werkt volgens het principe van subtractieve compositie. Waar de meeste fotografen elementen toevoegen aan hun beeld, haalt McCurry alles weg wat niet bijdraagt. Eén persoon, één kleurcontrast, één emotie. Dat klinkt simpel. Probeer het maar eens. Je ontdekt al snel hoeveel rommel er in je beeldkader sluipt als je er niet actief op let. Zoom in, loop dichterbij of wacht tot die scooter uit beeld rijdt. McCurry zou wachten.
Veel van het werk van Steve McCurry is online te zijn, bijvoorbeeld op zijn eigen website en op de website van Leica
Fotograferen als Steve McCurry
McCurry’s handtekening is onmiskenbaar: rijke, verzadigde kleuren, diepe schaduwen met warme tinten, en een bijna cinematografische helderheid. Hij schoot jarenlang op Kodachrome en Fujifilm Velvia — en dat is meteen je startpunt op Fujifilm. Velvia is de logische keuze — het was letterlijk Fujifilm’s antwoord op Kodachrome/Velvia-diafilm, waarmee McCurry veel van zijn iconische werk schoot.
| Instelling | Waarde | Reden |
|---|---|---|
| Film Simulation | Velvia | Verzadigde kleuren, diepe schaduwen |
| Dynamic Range | DR200 | Voorkomt uitgebrande highlights |
| Highlight Tone | -1 of -2 | Beschermt details in lichte partijen |
| Shadow Tone | 0 of +1 | Diepe, volle schaduwen à la McCurry |
| Color | +2 of +3 | Kleurintensiteit omhoog |
| Sharpness | +1 | Zijn foto’s zijn knapperig scherp |
| Noise Reduction | -2 | Structuur behouden, geen plastic huid |
| Clarity | +1 of +2 | Microcontrast voor die “3D look” |
| White Balance | Daglicht (5500K) of licht warm | Warme grondtoon in zijn foto’s |
| WB Shift | R: +2, B: -2 | Extra warmte in de middentonen |
De rol van nabewerking
Er is discussie geweest over McCurry’s nabewerking. In 2016 ontdekte PetaPixel dat in sommige van zijn foto’s elementen digitaal waren verwijderd. McCurry gaf toe dat zijn team te ver was gegaan en benadrukte dat hij zichzelf sindsdien als “visual storyteller” beschouwt in plaats van strikt fotojournalist. Dat is een belangrijk onderscheid. Zijn kleurbewerking is echter altijd een bewust onderdeel van zijn stijl geweest. Op Kodachrome kreeg hij die verzadigde kleuren deels cadeau van de film zelf. Digitaal bereik je iets vergelijkbaars door de vibrance en saturation subtiel te verhogen. Verhoog de warmte van je witbalans een fractie richting amber. Voeg een vleugje contrast toe aan de middentonen. Ga niet overboord. McCurry’s kleuren zijn rijk, niet neon.
Zijn drijfveer en wat hij wil overbrengen
McCurry is 74 jaar en fotografeert nog steeds. Dat doe je niet voor het geld of de roem op die leeftijd. Hij wordt gedreven door nieuwsgierigheid naar mensen. Zijn foto’s gaan niet over landen of culturen in abstracte zin. Ze gaan over individuele gezichten met individuele verhalen. Een wever in Cambodja, een visser in Sri Lanka, een kind dat speelt in de modder in Rajasthan. Elke foto zegt: kijk naar dit mens. Niet naar dit probleem of dit conflict. Naar dit mens. Dat is de reden waarom de kenmerken van Steve McCurry zo tijdloos aanvoelen. Technische trends komen en gaan. Presets worden populair en weer vergeten. Dat directe menselijke contact veroudert niet. Zijn werk herinnert me eraan waarom ik ooit een camera oppakte: niet om scherpe foto’s te maken van gebouwen of zonsondergangen, maar om iets vast te leggen van hoe het voelt om een ander mens te zien. Echt te zien. Als je de kenmerken van Steve McCurry in je eigen werk wilt verwerken, begin dan niet bij je camera-instellingen. Begin bij je bereidheid om iemand aan te kijken, even te wachten en pas dan af te drukken.
Ik ben benieuwd: heb jij een foto waarop je onbedoeld een McCurry-moment hebt gevangen? Dat ene portret met precies het goede licht en die blik die alles zegt? Deel hem in de reacties. Ik wil hem zien.
Veelgestelde vragen
- Welke camera gebruikt Steve McCurry tegenwoordig? McCurry is overgestapt naar digitale Nikon-camera’s, met name de Nikon D850 en modellen uit de Nikon Z-serie. Zijn favoriete lenzen zijn een 35mm f/1.4 en 85mm f/1.4. Op film werkte hij jarenlang met de Nikon FM2 en Nikon F5 in combinatie met Kodachrome 64 film. Ook gebruikte hij een Leica.
- Wat maakt de portretten van Steve McCurry zo herkenbaar? De belangrijkste kenmerken van Steve McCurry zijn direct oogcontact met de lens, complementaire kleurcontrasten (denk rood-groen of blauw-oranje), een eenvoudige compositie met één centraal onderwerp en zacht natuurlijk licht. Zijn onderwerpen voelen kwetsbaar en echt, nooit geposeerd.
- Hoe kan ik de stijl van Steve McCurry nabootsen met mijn eigen camera? Gebruik een lens van 50mm tot 85mm met een diafragma rond f/2.8 tot f/4. Zoek indirect daglicht in plaats van direct zonlicht. Denk in kleurvlakken: zoek een eenkleurige achtergrond en wacht tot een persoon met een contrasterende kleur in beeld komt. Houd je ISO laag en focus op de ogen van je onderwerp. Het allerbelangrijkste: neem de tijd en wacht op het juiste moment.

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s, maar vooral omdat ik graag kijk. Echt kijk. Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50, gekocht rond de geboorte van mijn zoon. Sindsdien is fotografie voor mij verweven geraakt met aandacht, nieuwsgierigheid en het vastleggen van momenten die anders ongemerkt voorbijgaan.
Ik ben iemand die wil begrijpen wat hij doet. Daarom zit ik net zo graag in de techniek als in het beeld zelf. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, eigenwijs, en precies uitdagend genoeg om me scherp te houden. Ik word blij van uitzoeken waarom iets werkt — of waarom juist niet.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Niet om te laten zien wat ik weet, maar om anderen mee te nemen in dat ontdekproces. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel te maken, zonder ze plat te slaan. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
