9 Tips voor concertfotografie

Wat zijn goede tips voor concertfotografie?

Concertfotografie is één van de meest veeleisende vormen van fotografie. Het licht verandert per seconde, artiesten staan nooit stil en je hebt zelden een tweede kans op dat ene perfecte moment. Toch levert het ook beelden op die je nergens anders maakt. In dit artikel deel ik wat ik geleerd heb over het fotograferen van concerten, van de juiste instellingen tot de kleine details die het verschil maken.

TL;DR

Concertfotografie draait om voorbereiding, snelle instellingen en oog voor het onverwachte moment. Gebruik een lichtsterke lens, stel je sluitertijd in op minimaal 1/250s en ken de artiest van tevoren. Het publiek is net zo interessant als het podium.

Leer het lichtspel lezen

Podiumlicht is grillig. De ene seconde staat een artiest in een stralende spot, de volgende staat hij in totale duisternis met alleen een rode achtergrond. Ik fotografeerde Editors in TivoliVredenburg en merkte dat de lichtshow zo snel schakelde dat ik mijn belichtingsinstellingen voortdurend aanpaste. Dat is de werkelijkheid van concertfotografie.

Een diafragma van f/2.8 of lager is daarbij geen luxe maar een noodzaak. Het vangt zoveel mogelijk licht op en geeft je de ruimte om je ISO op een werkbaar niveau te houden. Ik werk zelf vaak met ISO 3200 of hoger bij donkere zalen. De korreligheid die dat oplevert neem ik voor lief, want bewegingsonscherpte is een groter probleem dan ruis.

Sluitertijd is je belangrijkste wapen

Een gitarist die springt, een zangeres die haar arm uitstrekt, een drummer die de cymbaal raakt — dat zijn momenten van een fractie van een seconde. Met een sluitertijd van 1/250s vang je de meeste beweging scherp op. Voor snelle bewegingen ga ik naar 1/500s of hoger.

Wil je juist beweging benadrukken? Dan kun je bewust naar 1/60s zakken en de camera meebewegen met de artiest. Dat levert abstracte beelden op met een sterk gevoel van energie. Het werkt niet altijd, maar als het werkt, werkt het heel goed.

De juiste uitrusting kiezen

Een full-frame camera presteert beter bij hoge ISO-waarden dan een crop-sensor. Dat is een relevant verschil in een donkere concertzaal. Ik gebruik zelf een 70-200mm f/2.8 als ik vanuit de fotopit fotografeer. Die lens geeft me bereik zonder dat ik het podium op hoef en is lichtgenoeg om ook bij moeilijk licht te presteren.

Een statief krijg je zelden of nooit mee naar binnen. Zorg dus dat je camera een snelle en betrouwbare autofocus heeft. Continue autofocus is daarbij essentieel: stel hem in op het oog of gezicht van de artiest en laat de camera het bijhouden.

Compositie in chaos

Een concertpodium is visueel druk. Lichten, kabels, microfoonstandaards, bandleden op de achtergrond. De regel van derden helpt om structuur aan te brengen in die chaos. Plaats de zanger niet automatisch in het midden maar zoek naar de spanning die een goede compositie creëert.

Ik let ook altijd op de achtergrond. Een felgekleurde lichtbalk achter het hoofd van een artiest kan een portret verpesten. Drie stappen naar links en het beeld klopt opeens. Dat klinkt simplistisch, maar het maakt een merkbaar verschil in het eindresultaat.

Bereid je voor op de show

Ik kijk altijd van tevoren naar livevideo’s van de artiest die ik ga fotograferen. Welke nummers zetten ze in met spectaculaire lichten? Wanneer loopt de zanger naar voren? Is er een moment waarop het publiek massaal meezingt? Die kennis bepaalt waar ik sta en wanneer ik klaar ben om te schieten.

Als het mogelijk is, verken ik de zaal ook van tevoren. Ik wil weten waar de fotopit is, hoe het podium verlicht wordt en of er obstakels zijn. Dat voorkomt verrassingen op het moment dat het er echt om gaat.

Zwart-wit als bewuste keuze

Niet elke concertfoto wint bij kleur. Soms is het licht zo rood of groen dat het de huid van een artiest onflatteus maakt. In dat geval zet ik de foto om naar zwart-wit. Het trekt de aandacht naar expressie, beweging en contrast. Het elimineert de afleiding van kleuren die niet kloppen.

Ik schiet altijd in RAW, zodat ik die keuze achteraf kan maken. Nooit in-camera converteren naar zwart-wit, want dan verlies je de kleurinformatie die je later misschien toch wil gebruiken.

Technische instellingen als startpunt

Ik begin altijd met handmatige instellingen. Mijn startpunt voor een donkere concertzaal is doorgaans ISO 3200, f/2.8 en 1/320s. Daarna pas ik aan op basis van wat ik zie op het scherm. De witbalans zet ik op handmatig om te voorkomen dat de camera automatisch de podiumkleuren corrigeert die ik juist wil bewaren.

Schiet je een artiest die veel beweegt? Zet burst mode aan. Ik maak per optreden honderden foto’s en selecteer er achteraf tien tot vijftien die het verhaal vertellen. De rest verwijder ik zonder spijt.

Het publiek is minstens zo interessant

Ik vergeet het publiek nooit. Een meisje dat haar ogen sluit en meezingt, een groep vrienden die springen bij de eerste akkoorden van een bekend nummer, een vader die zijn dochter op zijn schouders draagt. Die beelden geven context aan het concert. Ze vertellen wat de muziek doet met mensen.

Draai je af en toe om van het podium. De foto die je dan maakt, is soms sterker dan alles wat je van voren hebt geschoten.

Nabewerking is geen bijzaak

Na het concert begint een ander soort werk. Ik pas contrast en belichting aan in Lightroom, verwijder storende ruis en kijk kritisch naar de scherpte. Concertfoto’s die er op het scherm van de camera goed uitzien, kunnen bij een grotere weergave tegenvallen. Neem de tijd om goed te selecteren voor je iets deelt.

Creatieve nabewerking is geen valsspelen. Het is het afmaken van een beeld dat je begon op het moment dat je de sluiter indrukte.

Heb jij ervaring met concertfotografie? Welke aanpak werkt voor jou het beste? Deel je ervaringen in de reacties.

Veelgestelde vragen

Welke lens is het beste voor concertfotografie?

Een 70-200mm f/2.8 is een veelgebruikte keuze voor concertfotografie vanwege het bereik en de lichtsterkheid. Voor fotografen in kleine zalen of zonder fotopit is een 24-70mm f/2.8 of een prime lens zoals een 50mm f/1.8 ook een goede optie.

Hoe voorkom ik bewegingsonscherpte bij concertfotografie?

Gebruik een sluitertijd van minimaal 1/250s. Bij snel bewegende artiesten ga je naar 1/500s of hoger. Combineer dit met een groot diafragma en een hogere ISO om voldoende belichting te behouden.

Is een full-frame camera noodzakelijk voor concertfotografie?

Niet noodzakelijk, maar full-frame camera’s presteren doorgaans beter bij hoge ISO-waarden. Een goede crop-sensorcamera kan ook uitstekende resultaten geven als je de beperkingen kent en compenseert met een lichtsterke lens.

Mag je altijd fotograferen op een concert?

Dat verschilt per artiest en locatie. Veel artiesten staan tijdens de eerste drie nummers fotograferen toe vanuit een fotopit. Check altijd van tevoren de fotoregels via de pr-afdeling van de locatie of het management van de artiest.

Schiet ik beter in RAW of JPEG op een concert?

RAW geeft je de meeste ruimte in nabewerking, vooral bij moeilijke lichtomstandigheden. Je kunt witbalans aanpassen, ruis verminderen en belichting corrigeren zonder kwaliteitsverlies. JPEG is sneller maar beperkter in bewerkingsruimte.