Je drukt op de ontspanknop, de foto is gemaakt en dan begint het echte werk: Lightroom opstarten, sliders verschuiven, kleuren corrigeren. Een halfuur later heb je eindelijk de foto die je eigenlijk al voor ogen had toen je op die knop drukte. Wat als je Fujifilm camera dat werk grotendeels voor je doet, zodat je direct bruikbare jpg’s uit de camera haalt die er precies zo uitzien als jij wil?
TL;DR
Fujifilm camera’s hebben tientallen instellingen waarmee je jpg’s direct uit de camera kunt stylen: van tonencurve en dynamisch bereik tot kleur, grain en scherpte. Wie deze instellingen begrijpt, maakt betere jpg foto’s zonder nabewerking. RAW-bestanden worden door de meeste van deze instellingen niet beïnvloed. Dit artikel legt alle belangrijke instellingen uit, per categorie, met een checklist om mee te schieten.
Waarom jpg schieten op een Fujifilm helemaal niet zo gek is
Er bestaat een hardnekkig idee onder fotografen dat je alleen serieus bezig bent als je in RAW schiet. Dat vind ik totale onzin. Fujifilm heeft jarenlang geïnvesteerd in zijn JPEG-engine en die is inmiddels zo goed dat veel fotografen, ook professionals, hun workflow volledig hebben omgezet naar jpg. De reden is simpel: Fujifilm’s filmsimulaties en bijbehorende instellingen zijn gebouwd op decennia aan kennis van analoge film. Het maken van eigen filmsimulaties beschreef ik eerder al. Maar je camera heeft talloze instellingen om fantastische jpg’s te maken, direct uit de camera.
Het grote voordeel van jpg’s schieten is niet alleen tijdwinst. Het dwingt je ook om bewuster te fotograferen. Je moet nadenken over licht, kleur en sfeer vóór de opname, niet erna achter je beeldscherm. Dat maakt je als fotograaf scherper. De instellingen die we hieronder bespreken zijn beschikbaar op Fujifilm X-serie camera’s (zoals de X-T5, X-T50, X-S20, X100VI) en de GFX-serie. Sommige instellingen zijn alleen beschikbaar op nieuwere modellen, dat geef ik per instelling aan. En voor de duidelijkheid: de meeste van deze instellingen beïnvloeden alleen het jpg-bestand. Schiet je RAW+JPG, dan blijft het RAW-bestand onbewerkt en heb je altijd een vangnet.
De camera instellen voor jpg
Voordat je aan het stylen slaat, zijn er een paar basisinstellingen die je moet regelen. Ga naar het Image Quality Setting-menu (op de meeste Fujifilm camera’s het eerste tabblad in het menu, herkenbaar aan het camera-icoontje). Stel je bestandsformaat in op JPG Fine of JPG Large Fine als je maximale kwaliteit wil zonder RAW. Wil je een vangnet houden, kies dan RAW+JPG. De JPG-grootte en compressie bepalen hoeveel detail er in het bestand zit, dus ga voor Fine als je serieus bezig bent. Downscalen kan altijd nog.
Kies daarna je filmsimulatie. Dat is de basis. Alles wat hierna komt bouw je hierop voort. Elke andere instelling die je maakt, werkt als een laag bovenop die filmsimulatie. Provia/Standard is een neutrale keuze als je wil experimenteren. Eterna geeft zachte, gedesatureerde kleuren. Velvia is contrastrijk en verzadigd. Classic Neg heeft die mooie analoge look. Acros is voor zwart-wit. De filmsimulaties zijn een apart onderwerp, maar het is goed om te weten dat instellingen zoals kleurverzadiging en contrast zich heel anders gedragen op Velvia dan op Eterna. Dezelfde kleurinstelling op +2 ziet er op Velvia overdreven uit en op Eterna nauwelijks merkbaar.
Styling settings: contrast, dynamisch bereik en details
Dit is het hart van het stylen. De tonencurve geeft je individuele controle over de hoge lichten en de schaduwen in je foto. In het menu heet dit Highlight Tone en Shadow Tone. Een positieve waarde bij Highlight Tone maakt de lichte delen van je foto lichter, wat contrast toevoegt in de highlights. Een negatieve waarde maakt die lichte delen donkerder, wat helpt om detail te bewaren in een heldere lucht. Shadow Tone werkt precies zo maar dan voor de donkere delen. Positief is donkerder, negatiever is lichter. Op nieuwere camera’s zoals de X-T5 en X-S20 zie je een visuele tonencurve in het menu zelf, wat het instellen een stuk intuïtiever maakt. Op oudere modellen stel je Highlight en Shadow Tone apart in en moet je teruggaan naar je opnamescherm om het effect te beoordelen.
De Dynamic Range-instelling is een van de meest onderschatte tools. In tegenstelling tot de tonencurve werkt dit als een soort automatische belichtingscorrectie voor de highlights. DR100 is neutraal. DR200 onderbelicht de initiële opname met één stop en herstelt daarna de schaduwen via een curve. DR400 doet dit met twee stops. Het resultaat is dat je in een contrastrijke scène kunt belichten voor de donkere delen, terwijl de highlights toch bewaard blijven. Belangrijk detail: DR200 vereist een minimale ISO die één stop hoger is dan je camera’s laagste native ISO. Op een X-T5 betekent dat minimaal ISO 250 voor DR200 en ISO 500 voor DR400. Gebruik je Auto ISO, dan regelt de camera dit automatisch, mits je maximale Auto ISO hoog genoeg is ingesteld. DR Auto laat de camera kiezen tussen DR100 en DR200, maar kiest nooit DR400.
Dan is er nog Dynamic Range Priority, beschikbaar op nieuwere modellen. Dynamic Range Priority (of D-Range Priority) is een Fujifilm-camerainstelling die de dynamische weergave optimaliseert door onderbelichting tijdens de opname te combineren met automatische toonbuiging voor JPEG’s. Dit combineert de tonencurve en de Dynamic Range-instelling automatisch. Je hebt keuze uit Weak, Strong en Auto. Weak werkt goed voor matig contrastrijke situaties, Strong voor extreme situaties waar je een heel vlak beeld wil. Het nadeel: de camera neemt de controle over van zowel de tonencurve als de Dynamic Range-instelling. Je weet niet precies wat de camera doet. Soms werkt het fantastisch, soms ziet het resultaat er overbewerkt uit. Experimenteer hiermee in rustige omstandigheden voordat je het in het veld inzet.

Voor details in je foto zijn er drie instellingen die je moet kennen. Sharpness bepaalt hoeveel verscherping er op je jpg wordt toegepast. Nul betekent niet “geen verscherping”. Fujifilm-sensoren hebben geen anti-aliasing filter, waardoor ze van nature al scherper zijn dan veel andere camera’s. Persoonlijk houd ik Sharpness op nul of -1, omdat te veel verscherping snel een plastic-achtige rand geeft aan scherpe lijnen. Noise Reduction werkt hetzelfde: nul is standaard, negatief geeft meer ruis maar ook meer textuurdetail, positief maakt het gladder maar kan details wissen. Op hoge ISO’s kan te veel noise reduction je foto doen lijken op een schilderij in plaats van een foto. Ik zit zelf meestal tussen -2 en 0.
Grain Effect voegt synthetische filmkorrel toe aan je jpg. Fujifilm’s grain-algoritme is verrassend realistisch: het gedraagt zich anders in highlights, middentonen en schaduwen, net als echte film. Acros heeft zelfs een volledig eigen grain-algoritme dat afwijkt van de kleurfilmsimulaties. Op nieuwere camera’s kun je naast de hoeveelheid ook de korrelgrootte instellen (Small of Large). Let op: grain is niet zichtbaar in de live view. Bekijk het effect thuis op je beeldscherm op 100% zoom. Clarity is beschikbaar op nieuwere modellen en voegt microcontrast toe aan randen, vergelijkbaar met de Texture-slider in Lightroom. Positief maakt texturen uitgesproken, negatief geeft een zachtere look. Dit is handig voor portretten. Cruciaal om te weten: als Clarity actief is, kun je niet schieten in continu-modus (CL of CH). De instelling valt weg zodra je een continustand selecteert.
White balance en belichting
In RAW kun je witbalans achteraf aanpassen zonder kwaliteitsverlies. In jpg zit het gebakken in het bestand. Stel je witbalans verkeerd in en je foto heeft een kleurzweem die je niet meer volledig kwijtraakt. Gebruik Automatische Witbalans (AWB) in situaties met neutraal licht, maar wees kritisch bij kunstlicht, bewolkte lucht of gouden middaglicht. Fujifilm’s AWB heeft twee varianten op nieuwere modellen: AWB White Priority en AWB Ambiance Priority. White Priority corrigeert warme kleurtemperaturen sterker naar neutraal wit. Ambiance Priority laat de warme tint bewust staan. Voor sfeervolle avondopnames is Ambiance Priority vaak de betere keuze.
Nog krachtiger is de Witbalans Shift. Dit is een tweedimensionale verschuiving die je kunt gebruiken om de kleurtemperatuur te finetunen op een as van warm naar koel (oranje-blauw) én op een as van groen naar magenta. Dat tweede is bijzonder nuttig bij kunstlicht dat een groene of magenta gloed heeft. Stel je witbalans in op Daglicht en verschuif dan handmatig iets richting magenta om die groene gloed van TL-licht te compenseren. Het lijkt ingewikkeld maar zodra je het eenmaal snapt, is het een van de krachtigste gereedschappen voor betere jpg foto’s. Combineer witbalansshift met een vaste kleurtemperatuur voor consistente resultaten als je meerdere foto’s in verschillende omstandigheden maakt, zoals bij een event of in een studio.
Voor belichting geldt: jpg heeft minder speelruimte dan RAW. Overbelichte highlights zijn in jpg vrijwel niet te redden. Gebruik de histogram actief in je live view en activeer de highlight-waarschuwing (zebra’s of knipperende highlights). Belicht liever iets aan de krappe kant en gebruik Shadow Tone of Dynamic Range om de schaduwen te openen. Zo bewaar je de details in de lichte delen zonder je foto donker te laten ogen.
Kleur: van verzadiging tot color chrome
De Color-instelling regelt de verzadiging van je gekozen filmsimulatie. Positief verhoogt de verzadiging, negatief verlaagt die. De effecten zijn subtieler dan je misschien verwacht. Een gedesatureerde Velvia op -4 heeft nog steeds meer kleur dan een verzadigde Eterna op +4. De filmsimulatie bepaalt het karakter, de Color-instelling is de finetuning. Voor zwart-wit filmsimulaties (Acros en Monochrome) is er de Monochromatic Color-instelling (oudere camera’s: Black and White Adjustment). Hiermee tint je je zwart-witfoto warm of koel, en op nieuwere modellen ook met magenta of groen. Het is een subtiele maar prachtige manier om je zwart-witfoto karakter te geven zonder nabewerking.
Dan zijn er twee instellingen die veel fotografen overslaan: Color Chrome Effect en Color Chrome FX Blue. Color Chrome Effect geeft kleuren meer diepte door de luminantie van verzadigde kleuren iets te verlagen. Vergelijk het met het verlagen van de luminance van een specifieke kleur in Lightroom: je kunt de verzadiging verhogen zonder dat de kleur gaat clippen en zijn gradaties verliest. Een felrode bloem die normaal als één platte rode vlek zou verschijnen, krijgt met Color Chrome Effect op Weak of Strong zichtbare tintvariaties. De instelling heeft meer effect bij heldere kleuren, bij bepaalde filmsimulaties en bij een specifieke witbalans. Op camera’s zonder Color Chrome FX Blue beïnvloedt Color Chrome Effect ook de blauwtinten. Op camera’s mét de FX Blue-optie worden de blauwkleuren volledig overgedragen aan die aparte instelling. Color Chrome FX Blue werkt als een soort polarisatiefilter voor de lucht: het maakt blauwe tinten donkerder en verhoogt zo het contrast tussen lucht en wolken. Beschikbaar in Off, Weak en Strong. Beide instellingen zijn te previewen in de live view.
Tot slot is er de Smooth Skin Effect of Portrait Enhancer LV op sommige modellen. Deze instelling detecteert huidtinten en past een soort negatieve clarity toe om oneffenheden te verminderen. Het klinkt handig maar in de praktijk is het resultaat snel te sterk, zelfs op Weak. Voor portretten raad ik aan om gewoon te beginnen met een portretvriendelijke filmsimulatie zoals Provia of Classic Neg en de kleur- en clarity-instellingen voorzichtig te gebruiken. Die combinatie geeft een flatterende huid zonder dat je onderwerp eruitziet alsof ze gefilterd zijn door een Instagram-effect.
Checklist voor schieten in jpg
Voordat je op de ontspanknop drukt, loop je deze vier stappen door. Dit is de routine die ervoor zorgt dat de foto die je maakt direct bruikbaar is zonder nabewerking. Het klinkt als veel, maar na een paar sessies zit het in je vingers.
- Kies je filmsimulatie bewust op basis van de sfeer die je wil vastleggen. Dit is je fundament.
- Stel je witbalans in en gebruik witbalansshift als je een ongewone lichtbron hebt. Controleer de kleurtemperatuur in je live view.
- Check de belichting via de histogram. Belicht aan de krappe kant bij harde contrasten en gebruik DR200 of DR400 als de highlights weglopen.
- Beoordeel je styling-instellingen: staat je tonencurve goed, is je grain-instelling actief als je die wil, en heb je Clarity uitgeschakeld als je in continustand wil schieten?
Twee instellingen verdienen nog een aparte vermelding voor langere sluitertijden. Long Exposure Noise Reduction is essentieel bij belichtingstijden langer dan circa 8 seconden. De camera maakt na je opname een zwart referentieframe van dezelfde duur om thermische ruis te verwijderen. Een opname van 30 seconden kost je dus een volle minuut, omdat de camera daarna nog 30 seconden bezig is met dat zwarte frame. Je kunt deze instelling gewoon aan laten staan: hij schakelt zichzelf alleen in als de belichtingstijd lang genoeg is. Wil je snel achter elkaar schieten bij langere sluitertijden, dan moet je hem tijdelijk uitzetten. Dat zijn de momenten dat je blij bent dat je hem kent.
Wie dieper wil gaan in de theorie achter Fujifilm’s JPEG-engine kan terecht bij de gedetailleerde uitleg van Fujifilm’s eigen X Photographer-serie of bij de uitgebreide analyses op Lensrentals Blog voor technische diepgang over sensorgedrag en beeldverwerking. Fotograaf en Fujifilm-specialist Kevin Mullins zei het ooit treffend: “The JPEG out of a Fujifilm camera is not a compromise, it’s a statement.” En daar ben ik het volledig mee eens.
Veelgestelde vragen
Beïnvloeden deze instellingen ook mijn RAW-bestanden?
Welke Fujifilm-instellingen zijn het meest geschikt voor jpg?

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s 🙂 Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, snel, en met geweldige filmsimulaties. Bekijk hier mijn portfolio.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel uit te leggen. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
Lees hier meer informatie over deze website.
