Lichtmeting: spot, average of multi. Wat is het beste?

Fotografe meet de belichting van een tegenlichtscène in een besneeuwd Nederlands landschap bij gouden uurtje

Ik stond ooit op het Rembrandtplein met mijn model tegen een felle winterlucht. Mijn camera besloot doodleuk dat mijn onderwerp een silhouet moest worden. Niet omdat mijn camera dom is, maar omdat iedere camera streeft naar een gemiddelde van 18% grijs. Alleen ik moet vertellen wel gebied de camera moet meenemen in zijn weging. Lichtmeting kiezen is niet iets wat je aan het toeval overlaat, het is een beslissing die je zelf neemt.

TL;DR

Je camera heeft meestal drie tot vier lichtmeting modi: spotmeting, average (of matrix/multi) meting en centrum-gewogen (average weighted) meting. Spotmeting meet een klein puntje van de scène, ideaal bij tegenlicht of contrastrijke situaties. Multi-meting kijkt naar de hele foto en werkt prima voor de meeste alledaagse situaties. Centrum-gewogen meting legt de nadruk op het midden van het beeld, handig bij portretten. Belichtingscompensatie is je noodrem: gebruik die als de meting je toch de verkeerde kant op stuurt, bijvoorbeeld bij sneeuw of een donkere achtergrond.

Wat doet lichtmeting?

Mijn camera kan niet zien wat ik fotografeer. Hij ziet alleen hoeveel licht er terugkaatst vanuit de scène. Op basis daarvan probeert hij die scène naar een gemiddeld grijs te trekken. Dat gemiddelde grijs heet 18% grijs. Het is de reden waarom sneeuwfoto’s er zonder ingrijpen grauw uitzien en waarom een zwarte kat op een zwarte bank soms sterk overbelicht wordt. De camera denkt: dit is te donker, ik ga het oplichten naar mijn ideale grijstint.

De lichtmeting modus bepaalt welk deel van het beeld de camera gebruikt om die berekening te maken. Kies ik een klein gebied, dan is de kans groter dat ik een extreem contrast tegenkom tussen wat ik meet en de rest van de foto. Kies ik een groot gebied, dan middelt de camera alles bij elkaar, wat soms goed uitpakt en soms niet. In de praktijk gebruik ik vooral multi-meting als basis, en schakel ik over naar spot zodra ik een scène tegenkom met een duidelijk verschil tussen onderwerp en achtergrond.

Spotmeting: precisie voor lastige situaties

Spotmeting meet slechts twee tot vijf procent van het beeld, meestal rond het middelste focuspunt. Dit is mijn redder in nood bij tegenlicht. Stel je een zanger voor op een donker podium met een fel spotlicht op zijn gezicht. Multi-meting zou de hele donkere zaal meewegen en het gezicht laten uitbranden. Met spotmeting richt ik precies op de huid van de zanger, en de camera belicht daarop, ongeacht wat er omheen gebeurt. De zaal zal donkerder worden en de lichten wat lichte, maar de zanger is mooi uitgelicht.

Het nadeel: spotmeting vraagt precisie. Richt ik net iets naast mijn onderwerp, dan klopt de belichting niet meer. Ik gebruik het daarom vooral bij statische onderwerpen, zoals een model, een gebouw in tegenlicht of de maan tegen een zwarte hemel. Gelukkig kan mijn camera ook een onderwerp volgen, wat het weer iets eenvoudiger maakr.

Multi-meting: de allrounder

Canon noemt het evaluative metering, Nikon matrix metering en Sony multi metering, maar het principe is gelijk. De camera verdeelt het beeld in zones, meet elke zone apart en berekent daaruit één belichting op basis van een algoritme. Het focuspunt weegt zwaarder mee, en moderne camera’s vergelijken het patroon met een interne database van scènes (tegenlicht, portret). Een straatfoto in Utrecht op een bewolkte middag, een groepsfoto op een verjaardag, een landschap zonder felle zon: multi-meting regelt het zonder dat ik erbij na hoef te denken.

multi-meting uitgelegd in een schema

Waar multi-meting struikelt, is bij extreme contrasten binnen het beeld. Denk aan een raam met fel buitenlicht in een donkere kamer. De camera probeert een compromis te vinden tussen binnen en buiten, en dat compromis is vaak niemands vriend. een zeer donkere of lichte scènes gaat ook wel eens mis, compenseer dan handmatig.

Lichtmeting camera kiezen: spot, average of multi en wanneer je moet compenseren

Centrum-gewogen meting: de klassieke middenweg

Centrum-gewogen meting, ook wel average weighted genoemd, legt zo’n zeventig tot tachtig procent van het gewicht op het midden van het beeld en de rest op de randen. Dit is een oudere methode, maar niet minder waardevol. Ik grijp er graag naar bij portretten waarbij mijn onderwerp min of meer gecentreerd staat, en waarbij ik niet wil dat een felle lucht in de hoek van het beeld de belichting verstoort. Toch zijn er ook veel situaties waarin in deze niet gebruik. In wat meer creatieve foto’s staat het onderwerp vaak niet in het midden.

Het verschil met spotmeting zit in de spreiding. Centrum-gewogen meting is vergevingsgezinder omdat het een breder gebied meeneemt. Spotmeting focust keihard op één klein punt. Ik vergelijk het weleens met een chirurg tegenover een slager: allebei precies, met een ander bereik.

Belichtingscompensatie: handmatige de camera bijsturen

Zelfs met de juiste meting modus kom ik situaties tegen waarin mijn camera structureel de verkeerde kant op redeneert. Sneeuw, strand, een bruidsjurk tegen een donkere achtergrond: allemaal scenario’s waarin de camera te veel of te weinig licht binnenlaat omdat hij vasthoudt aan dat gemiddelde grijs. Hier komt belichtingscompensatie om de hoek kijken.

Belichtingscompensatie, meestal ingesteld via een wieltje of de plus-min knop, vertelt de camera dat hij zijn meting moet uitrekenen en er dan een stop bij moet optellen of juist aftrekken. Bij sneeuw zet ik meestal plus één tot plus anderhalve stop compensatie, omdat de camera anders die sneeuw grijs probeert te maken. Bij een donker onderwerp tegen een lichte achtergrond, zoals een silhouet dat ik juist wil behouden, ga ik naar min één of min twee stops.

belichtingscompensatie rotatiewiel
belichtingscompensatie

Compensatie werkt samen met elke meting modus. Ik kies eerst hoe de camera meet, en compensatie is de correctie die ik daarna toepas op basis van mijn eigen ervaring en smaak. Ik gebruik het nog steeds bij vrijwel elke shoot met wisselend licht.

Situatie, meting modus en compensatie in de praktijk

Om het overzichtelijk te maken, zet ik de meest voorkomende situaties naast elkaar met de meting modus die ik zelf kies en de compensatie die ik meestal nodig heb.

SituatieMeting modusCompensatie
Portret in tegenlichtSpotmeting op gezichtMeestal geen, soms +0,3
SneeuwlandschapMulti-meting+1 tot +1,5
Straatfotografie, bewolktMulti-metingGeen
Silhouet bij zonsondergangSpotmeting op lucht-1 tot -2
Concert met spotlichtSpotmeting op gezicht-0,3 tot -0,7
Portret gecentreerd, egale achtergrondCentrum-gewogenGeen tot +0,3
Zwart onderwerp op lichte achtergrondSpotmeting op onderwerpGeen
Interieur met raam op achtergrondSpotmeting op interieurGeen tot +0,3

Deze tabel is een startpunt, geen wet van Meden en Perzen. Elke camera reageert net iets anders. Mijn eigen smaak speelt ook mee. Ik ken fotografen die structureel min 0,3 compenseren omdat ze felle highlights haten, en dat is prima. Het draait om controle, niet om een universeel correct antwoord.

Mijn eigen voorkeur

Ik zet mijn camera negentig procent van de tijd op multi-meting, simpelweg omdat het me de minste kopzorgen geeft tijdens snel bewegende situaties zoals een festival of een reportage. Zodra ik merk dat het licht grillig wordt, of zodra ik een duidelijk onderwerp heb met een storend contrasterende achtergrond, schakel ik naar spotmeting. Centrum-gewogen gebruik ik het minst, omdat spotmeting me meer precisie geeft en multi-meting meer gemak. Op oudere camera’s zonder uitgebreide multi-zone systemen was centrum-gewogen jarenlang mijn standaardkeuze, en die gewoonte sluipt er soms nog in.

Wat ik je aanraad: probeer een middag bewust met elke modus te fotograferen op dezelfde locatie. Fotografeer een boom tegen een felle lucht met multi-meting, dan met spotmeting op de stam, dan met centrum-gewogen. Bekijk de histogrammen naast elkaar. Je ziet meteen waar elke modus de plank misslaat en waar hij raak schiet. Dat is de snelste manier om dit onder de knie te krijgen.

Voor wie dieper wil kijken naar de techniek achter belichting, raad ik de uitleg van Canon Nederland over meetmethoden aan. Nikon heeft vergelijkbare documentatie over matrix metering op zijn eigen supportpagina’s.

Welke meting modus gebruik jij het meest, en ben je weleens verrast door een foto die totaal anders belicht was dan je verwachtte? Deel je ervaring hieronder, ik lees het graag.

Veelgestelde vragen

Welke lichtmeting modus is het beste voor beginners?

Multi-meting, ook wel matrix of evaluative genoemd, is de beste startmodus omdat de camera het hele beeld meeweegt en in de meeste alledaagse situaties een goed resultaat geeft zonder dat je veel hoeft bij te sturen.

Wanneer gebruik je spotmeting in plaats van multi-meting?

Spotmeting gebruik je bij grote contrasten binnen het beeld, zoals tegenlicht, een spotlicht op een podium of een silhouet, omdat je dan precies wilt bepalen welk deel van de foto correct belicht wordt.

Hoeveel belichtingscompensatie heb je nodig bij sneeuw?

Bij sneeuw compenseer ik meestal tussen plus één en plus anderhalve stop, omdat de camera de sneeuw anders grijs probeert te maken in plaats van wit te houden.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *