Je hebt net een prachtige foto gemaakt van een oud pakhuis. De bakstenen, het verweerde hout, de schaduwen in de kozijnen. Op het schermpje van je Fujifilm ziet het er prima uit. Thuis op je monitor? Plat. Levenloos. Alsof iemand er een dun laagje melk overheen heeft gegoten. Je schuift in Lightroom aan de clarity-slider en ja hoor, de texturen komen terug. Dat is fijn, maar het had ook in de camera gekund. Zonder nabewerking. Fujifilm heeft namelijk een ingebouwde clarity-instelling die vrijwel niemand gebruikt, simpelweg omdat bijna niemand weet waar die zit.
TL;DR: Fujifilm-camera’s met de X-Processor 4 of nieuwer hebben een clarity-instelling in het beeldkwaliteitsmenu. Die past lokale contrasten aan zonder highlights of schaduwen kapot te maken. Positieve waarden geven punch aan architectuur en landschappen. Negatieve waarden zorgen voor een zacht, dromerig effect bij portretten. Je vindt de instelling onder IMAGE QUALITY > CLARITY en kunt waarden kiezen van -5 tot +5. Het kost je dertig seconden om in te stellen en het scheelt je tien minuten nabewerking per foto.
Wat clarity doet (en waarom het geen scherpte is)
Ik snap de verwarring. Clarity, sharpness, contrast… het klinkt allemaal als “maak mijn foto scherper.” Toch doen ze heel verschillende dingen. Scherpte (sharpness) werkt op pixelniveau en benadrukt randen tussen lichte en donkere gebieden. Contrast vergroot het verschil tussen de allerhelderste en de allerdonkerste delen van je hele beeld. En clarity? Dat zit daar precies tussenin. Het werkt op midtonen en past wat je “lokaal contrast” noemt aan. Stel je voor dat je naar een bakstenen muur kijkt. Globaal contrast maakt de hele muur lichter of donkerder. Scherpte maakt de randjes van elke steen iets harder. Clarity zorgt ervoor dat elke individuele steen meer diepte krijgt, meer driedimensionaliteit, zonder dat de witte voegen uitbranden of de donkere hoeken dichtslibben. Het is alsof je met een heel fijn penseel per textuurtje het volume opdraait. Fujifilm’s implementatie doet dit bovendien behoorlijk elegant. De camera beschermt je highlights en schaduwen terwijl die midtonen worden aangepakt, waardoor je niet snel in lelijke artefacten of halo’s terecht komt.
Waar vind je clarity op je Fujifilm-camera?
Hier wordt het even opletten, want Fujifilm heeft deze instelling niet bepaald op de rode loper gelegd. Je vindt clarity onder het menu IMAGE QUALITY (het menu-icoontje dat eruitziet als een camerasensortje). Scroll naar beneden tot je “CLARITY” ziet staan. Dat is het. Geen submenu, geen verborgen combinatie van knoppen. Gewoon een slider van -5 tot +5. Nul is de standaard en daar staat die bij iedereen op, tenzij je er bewust aan hebt gezeten. De functie is beschikbaar op alle Fujifilm X-serie en GFX-camera’s met de X-Processor 4 chip of nieuwer. Denk aan de X-T4, X-T5, X-T50, X-S10, X-S20, X-H2, X-H2S, X-Pro3, X100V en X100VI. Heb je een oudere camera zoals de X-T2 of X-T3? Dan heb je helaas pech. Die draaien op de X-Processor Pro of X-Processor 4 zonder deze specifieke functie. Een volledige lijst van camera’s en hun processors vind je op de officiële Fujifilm-productpagina. Je kunt clarity ook opslaan in je custom presets (C1 tot C7), wat betekent dat je voor verschillende situaties een ander clarity-niveau paraat kunt hebben.

Positieve clarity voor architectuur en landschap
Laat me je meenemen naar dat pakhuis van het begin. Stel je voor dat je de clarity op +3 zet voordat je die foto maakt. De bakstenen krijgen onmiddellijk meer karakter. De voegen worden zichtbaarder. Het verweerde hout laat ineens nerven en scheuren zien die je met blote oog wel zag maar die op de foto verdwenen. Dat is de kracht van positieve clarity bij architectuur: het haalt textuur naar voren zonder dat je foto er “oversharpened” uitziet. Ik gebruik zelf +2 tot +3 als uitgangspunt voor gebouwen en stedelijke scènes. Bij +4 en +5 moet je opletten, want dan kan het beeld er wat agressief gaan uitzien, vooral bij bewolkte luchten. Die wolken krijgen dan een soort HDR-achtige uitstraling waar niemand op zit te wachten. Voor landschappen werkt +2 prachtig om rotsformaties of boomschors te benadrukken. Fujifilm-fotograaf en auteur Rico Pfirstinger schrijft in zijn boek The Fujifilm X-T5: “Clarity is one of the most underused in-camera tools, yet it can replace several minutes of post-processing for texture-heavy scenes.” Dat klopt precies met mijn ervaring.
Negatieve clarity voor zachte portretten
Nu het tegenovergestelde. Zet clarity op -2 of -3 en er gebeurt iets moois. Je beeld wordt zachter zonder onscherp te worden. Het is niet hetzelfde als een softfilter op je lens schroeven. De scherpte blijft intact op de plekken waar het telt, zoals de ogen. De huidtextuur wordt subtieler weergegeven. Poriën en kleine oneffenheden verdwijnen niet helemaal, maar ze vallen minder op. Het effect lijkt een beetje op wat een Pro Mist-filter doet, maar dan selectiever en zonder dat je lichtverlies hebt. Voor portretten met de klassieke Fujifilm-filmsimulatie Classic Chrome op -2 clarity krijg je een resultaat dat doet denken aan middenformaatfilm uit de jaren negentig. Zacht, warm, een tikje nostalgisch. Combineer dat met een open diafragma van f/2 of f/2.8 en je hebt een look waar mensen “wauw” bij zeggen zonder precies te weten waarom. Wees wel voorzichtig met waarden lager dan -3. Dan wordt het beeld zo zacht dat het meer op vaseline-op-de-lens lijkt dan op een bewuste stijlkeuze.
De valkuilen die je wilt vermijden
Clarity is geen wondermiddel en het heeft duidelijke beperkingen. Ten eerste: het werkt alleen op JPEG’s. Schiet je in RAW? Dan heeft de clarity-instelling geen enkel effect op je bestand. Je ziet het wel in de preview op je camerascherm, maar het wordt niet meegebakken in het RAW-bestand. Schiet je in RAW+JPEG, dan zie je het alleen terug in de JPEG-versie. Dat is belangrijk om te weten. Een tweede valkuil is dat hoge positieve clarity-waarden ruis kunnen benadrukken, vooral bij hogere ISO-waarden. Bij ISO 3200 en clarity +4 kun je een korrelig resultaat krijgen dat er niet fraai uitziet. Mijn vuistregel: boven ISO 1600 zet ik clarity niet hoger dan +2. Tot slot is er het risico van gewenning. Als je elke foto op +5 zet omdat het er op dat kleine schermpje “lekker punchy” uitziet, zul je thuis merken dat het al snel te veel van het goede is. Begin subtiel. Zoals de Japanse fotograaf Jonas Rask van FujiLove het verwoordt: “Clarity is seasoning, not the main dish.”
Slim combineren met filmsimulaties
Hier zit de echte kracht. Clarity staat niet op zichzelf. Het speelt samen met je gekozen filmsimulatie en je overige beeldinstellingen. Een paar combinaties die ik zelf graag gebruik:
- ACROS + clarity +3: zwart-witfoto’s met bikkelharde texturen. Perfect voor straatfotografie en industriële scènes.
- Classic Chrome + clarity -2: dat zachte, analoge filmgevoel voor portretten en reisfotografie.
- Velvia + clarity +2: landschappen met rijke kleuren én zichtbare textuur, zonder dat het cartoon-achtig wordt.
- PRO Neg Hi + clarity +1: een subtiele boost voor productfotografie waarbij je materialen tastbaar wilt laten lijken.
Het mooie is dat je deze combinaties kunt opslaan als custom settings. Zo wissel je in een halve seconde tussen een architectuurprofiel en een portretprofiel. Dat is sneller dan welke nabewerking ook. Meer informatie over het combineren van filmsimulaties met beeldinstellingen vind je op Fuji X Weekly, een uitstekende bron voor Fujifilm-recepten. Vergeet ook niet dat clarity samenwerkt met je highlight- en shadow-tone-instellingen. Als je shadows al op -2 hebt staan en clarity op +4 zet, kun je een wat onnatuurlijk resultaat krijgen in de donkere delen van je foto. Test je combinaties vooraf in een rustig moment, niet als je midden in een shoot zit en het licht wegglipt.
Pak je Fujifilm erbij en draai clarity eens naar +3. Maak een foto van iets met veel textuur: een houten tafel, een stenen muur, de stof van je bank. Vergelijk die met dezelfde foto op 0. Zie je het verschil? Dat is tien seconden werk in je camera die je tien minuten nabewerking besparen. Laat hieronder weten welke clarity-waarde jij het lekkerst vindt bij je favoriete filmsimulatie. Ik ben benieuwd welke combinaties jullie ontdekken.
Veelgestelde vragen
- Werkt clarity ook bij video op Fujifilm-camera’s? Ja, bij de meeste camera’s met X-Processor 4 of nieuwer wordt de clarity-instelling ook toegepast op video-opnames in JPEG/H.265-formaat. Bij interne RAW-video-opname (zoals bij de X-H2S) geldt hetzelfde als bij foto’s: het effect zit niet in het RAW-bestand.
- Kan ik clarity achteraf aanpassen via de in-camera RAW-conversie? Ja. Als je in RAW schiet kun je via het afspeelmenu de in-camera RAW-converter gebruiken en daar alsnog een clarity-waarde kiezen. Je krijgt dan een JPEG met het gewenste effect, terwijl je originele RAW-bestand onaangetast blijft.
- Wat is het verschil tussen clarity in de camera en de clarity-slider in Lightroom? Het principe is hetzelfde: lokaal contrast in de midtonen aanpassen. Het algoritme verschilt wel. Fujifilm’s versie is iets subtieler en beschermt highlights en schaduwen actiever. Lightroom geeft je meer bereik (van -100 tot +100) en meer controle, maar je betaalt daarvoor met bewerkingstijd. Voor JPEG-shooters die snel resultaat willen is de in-camera optie een slimme keuze.

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s, maar vooral omdat ik graag kijk. Echt kijk. Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50, gekocht rond de geboorte van mijn zoon. Sindsdien is fotografie voor mij verweven geraakt met aandacht, nieuwsgierigheid en het vastleggen van momenten die anders ongemerkt voorbijgaan.
Ik ben iemand die wil begrijpen wat hij doet. Daarom zit ik net zo graag in de techniek als in het beeld zelf. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, eigenwijs, en precies uitdagend genoeg om me scherp te houden. Ik word blij van uitzoeken waarom iets werkt — of waarom juist niet.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Niet om te laten zien wat ik weet, maar om anderen mee te nemen in dat ontdekproces. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel te maken, zonder ze plat te slaan. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
