Ik ben vijf weken op reis geweest naar Malawi om foto’s te maken bij de FloJa Foundation. Inmiddels ben ik terug met 5 sd-kaarten vol foto’s en film. “Nou, hoe was het in Malawi” vroeg mijn vader twee dagen na thuiskomst. Ik zat op de bank, laptop open, en keek naar een map met 6.000 foto’s. 3000 JPG-bestanden en een kopie in RAW. Ik begon te vertellen. “… daar moet ik nog een hele mooie foto van hebben, hier ergens.” Natuurlijk kon ik die niet meteen vinden in de grote stapel. Wel enkele zeer matige of slechte foto’s. Meestal maak ik eerst een selectie, voor ik mensen vertel over mijn reis. En ik weet nu weer precies waarom. Een krachtige fotopresentatie begint bij de vraag wat je eigenlijk wil vertellen. Hoe ik van die 3000 foto’s een set van 30 maakte die wél de beste foto’s toonde, lees je hieronder.
TL;DR
Een krachtige fotopresentatie maak je door een verhaal te bouwen, niet door losse foto’s te verzamelen. Ik selecteer in rondes, schrap ook mijn lievelingsfoto’s als ze niets toevoegen, bewerk de hele set in één stijl en bouw een opbouw met een begin, een climax en een rustig einde. Ik laat zien hoe dat ging met 3000 foto’s uit Malawi, gemaakt tijdens mijn tijd bij de FloJa Foundation.
Het probleem met 3000 foto’s
Ik fotografeer al jaren en ik ken het patroon: je komt terug van een reis en je geheugenkaarten zitten vol. In het begin fotografeer je veel omdat alles nieuw is. Later nuanceer je wat meer en gooi je onderweg al foto’s weg. Voor jou zijn je foto’s allemaal iconische beelden. Je was er zelf bij en kent het verhaal erachter, de sfeer en wat er gebeurde toen je de foto nam. In Malawi fotografeerde ik kinderen die water haalden bij het meer, vrouwen die maïs stampten voor nsima en een schoolklas kinderen die speelde op het schoolplein. Elke foto had voor mij een verhaal. Het probleem is dat niemand anders dat verhaal kent.
Ik wist waarom die foto van dat ene meisje in haar witte jurkje mij raakte. We reden met een auto met harde muziek door de afgelegen gebieden ten noorden van Malawi. Ze kwam op de muziek af samen met haar zusje en begon te dansen. We stopte en ik maakte foto’s van haar. ‘Dans met mij, witte man’ riep ze. En ik danste ongemakkelijk met haar. Mijn vader zag gewoon een slechte foto van een meisje.

Dat is de valkuil waar bijna iedereen in trapt na een reis. Daarom zijn de meeste verhalen op Polarsteps voor de thuisblijvers een afvinkoefening. De verhalen en foto’s missen context voor de thuisblijvers, waardoor je niet wordt meegenomen in het enthousiasme van de reiziger. De schrijver hopt vaak van gedachte naar gedachte. Als reiziger selecteert je op basis van je eigen herinnering in plaats van op basis van wat een foto op zichzelf vertelt. Een foto die functioneert zonder uitleg is sterker dan een foto die alleen werkt met een verhaal erbij. Je moet mezelf de volgende vraag stellen: wat zie ik als ik deze foto voor het eerst zie, zonder dat ik erbij was? En wat doet dat met mij? Eigelijk begint deze vraag voor mij al als ik de foto ga maken: wat wil ik met deze foto vertellen? Dat is één van de moeilijkste dingen.




De eerste ronde, van 3000 naar 300
Hoe gooi je foto’s weg? Ik begin altijd grof. Geen genuanceerd gedoe met sterren en kleurcodes in de eerste ronde, gewoon ja of nee. Compositie klopt of klopt niet. Heeft het een verhaal of is het gewoon een mooi beeld (of niet)? Bij twijfel: weg. Dit klinkt hard, maar twijfel bij 3000 foto’s is een luxe die je eigenlijk niet hebt. En heel eerlijk: ga je die foto’s nog ooit bekijken? Van de 3000 Malawi-foto’s selecteerde ik op deze manier ongeveer 300 foto’s die doorgingen naar de volgende ronde. Dat ging in twee avonden, achter mijn bureau, glaasje wijn er bij. Persoonlijk kan ik niet langer dan twee uur door mijn foto’s scrollen zonder fotoblind te worden en mijn focus te verliezen.
In deze fase schrapte ik ook technisch prima foto’s. Een scherpe, goed belichte foto van een kip op de binnenplaats in Mzuzu is gewoon een foto van een kip. Leuk voor mezelf (in ieder geval toe in de foto nam), oninteressant voor wie het verhaal niet kent. Ik hield mezelf voor dat elke foto die ik bewaarde een functie moest hebben: een plek, een gezicht, een handeling of een emotie. Of een hele goede compositie.
Waarom technische kwaliteit alleen niet genoeg is
Een scherpe foto is niet automatisch een interessante foto. Ik zag dat duidelijk bij een serie portretten. Technisch waren ze allemaal in orde: scherp, goed licht, nette compositie. Maar vier van de zes portretten voelden hetzelfde aan. Dezelfde pose, dezelfde afstand, dezelfde blik in de camera. En… mensen die niemand kent. Ik hield er één over. Die foto had leven. De andere vijf waren statisch, netjes en niet interessant.
Vaak volgt er nog een tweede ronden waarin in de overgebleven foto’s nog eens goed en kritisch bekijk. Wil ik deze voor mijzelf bewaren? Heb ik niet al teveel van deze setting? Is het een goede foto of heeft deze foto potentie in de nabewerking? Uiteindelijk heb ik een set van 300 foto’s over. Die set wil ik bewaren. Maar te veel om te laten zien in een fotopresenatie.

De tweede ronde, van 300 naar 60
In de tweede ronde ga ik kijken naar overlap. Ik had zeker acht foto’s van kinderen die water droegen op hun hoofd. Allemaal mooi, allemaal met een verhaal, maar ik wilde er eigenlijk maar één of twee nodig. Ik kies niet de technisch beste foto. Ik kies de foto van een medisch event in de buitenlucht onder een boom. Een meisje kijkt in de camera met een blik die iets zegt over nieuwsgierigheid in plaats van armoede. Veel reisfoto’s uit arme landen vallen in de val van het tonen van ellende zonder waardigheid. Ik wil dat niet. Malawi is een van de armste landen ter wereld, maar de mensen die ik fotografeerde waren niet zielig. Ze waren gastvrij, vrolijk en trots.
In deze ronde schrap ik ook mijn persoonlijke favoriet: een close-up van een hand die een mango vasthoudt, met prachtig zijlicht, technisch misschien wel mijn beste foto van de hele reis. Maar in de volgorde van het verhaal doet hij niets. Hij staat los, heeft geen context en verstoort het ritme van de serie. Kill your darlings. Ik heb hem uiteraard apart bewaard voor mezelf, maar uit de presentatie gehaald. Dat schrappen van je lievelingsfoto is het lastigste onderdeel van het proces. Het voelt als het weggooien van goed werk, terwijl het eigenlijk het geheel sterker maakt.
Volgorde, opbouw en de climax van je fotoserie
Een losse verzameling van 30 goede foto’s is nog geen presentatie. Ik dacht aan mijn reis als een verhaal met een begin, een midden en een einde. Net zoals bij een documentaire. Ik begin met een brede foto van de weg naar het dorp, stoffig, met de stompe olifantberg op de achtergrond. Dit om de kijker een plek te geven. Daarna volgden de mensen: portretten, handelingen en situaties, details zoals handen en voeten. Het midden van de serie bouw ik op naar een paar foto’s met meer impact, zoals een klas met leerlingen in die kleine ruimte die een klein bakje rijst eten. Een foto die iets laat zien over het dagelijkse leven. En een zeer indringende zwartwitfoto van kinderen die worden ingeënt.
Ik sloot niet af met de zwaarste foto. Dat is een valkuil die ik vaker zie: eindigen op het beeld met de meeste emotionele lading, zodat de kijker met een brok in de keel achterblijft. Ik koos voor een rustig einde, een foto van twee kinderen die lachend wegrennen van de camera, avondlicht, stof dat opwaait. Dat gaf de serie ademruimte. Mensen die de presentatie zagen, vertelden me achteraf dat ze vooral dat laatste beeld onthielden. Niet zwaar, wel warm. En tch blijft het hele verhaal hangen.
Kort samengevat, zo maak je een goede fotopresentatie:
- Begin met een plaatsbepalende foto, breed en rustig
- Bouw via mensen en details naar een foto met de meeste impact
- Eindig niet op het zwaarste beeld, maar op iets wat lucht geeft
- Zorg dat elke foto zonder uitleg iets vertelt
- Bewerk de hele serie in dezelfde stijl, qua kleur en contrast
Consistente bewerking
Een laatste punt waar ik bijna overheen keek: de bewerking. Ik had foto’s gemaakt op verschillende dagen, met verschillend licht, soms met mijn telefoon, meestal met mijn Fujifilm X-T50. Zonder consistente bewerking oogt een serie als een verzameling losse plaatjes in plaats van een verhaal. Ik koos voor een iets warmere kleurtoon en licht verhoogd contrast en paste dat toe op alle 30 foto’s met een preset die ik zelf had gebouwd in mijn beeldbewerkingssoftware. Niet om de werkelijkheid te verbloemen, maar om de foto’s samen te laten ademen als één geheel.
Het resultaat: een presentatie van 30 foto’s die ik op een avond liet zien aan familie en vrienden. Op een groot scherm voor maximale impact. Geen tekst nodig. Mijn vader (altijd zeer geïnteresseerd stelde vragen bij de foto’s in plaats van te wachten tot ik klaar was met klikken. Dat was precies het verschil tussen een harde schijf vol bestanden en een verhaal dat ergens heen gaat.
Heb jij weleens geprobeerd een reis terug te brengen tot een handvol foto’s? Ik ben benieuwd hoe jij schrapt, en welke foto je het moeilijkst kon laten vallen. Deel het gerust in de reacties.
Veelgestelde vragen
Hoe maak je een goede selectie uit duizenden reisfoto’s?
Waarom moet ik mijn favoriete foto soms toch schrappen?
Hoe zorg je dat een fotopresentatie als één verhaal aanvoelt?

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s 🙂 Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, snel, en met geweldige filmsimulaties. Bekijk hier mijn portfolio.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel uit te leggen. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
Lees hier meer informatie over deze website.
