Londen, 30 graden (gevoelstemperatuur). Ik sta op Barbican met mijn Fujifilm in de aanslag. Het display knippert alsof het me iets probeert te vertellen. Dat doet het ook: bijna alles wat ik fotografeer is óf een uitgebluste witte vlek óf een zwart gat. De lucht: wit uitgebeten. De straatstenen in de schaduw: pikzwart. Fotograferen in de felle zon is één van de lastigste situaties die je als fotograaf kunt tegenkomen en dat heeft alles te maken met hoe licht werkt en hoe beperkt een camerasensor eigenlijk is.
TL;DR
Fotograferen in de felle zon levert harde schaduwen, uitgebeten lichten en dichtgelopen zwarten op. Je camera kan het hoge contrast simpelweg niet aan. De oplossing zit in een combinatie van slimme belichtingskeuzes, een ND-filter, bewuste compositie en slim gebruik van de histogramfunctie. Schiet in RAW voor betere beeldbewerking achteraf, gebruik belichtingscorrectie, zoek structuur in het licht en laat je niet gek maken door een knipperend display.
Felle zon: je camera is geen oog
Je ogen passen zich razendsnel aan. Je kijkt van een felle lucht naar een donkere portiek en je brein vult de details gewoon in. Een camerasensor doet dat niet. Die heeft een vast dynamisch bereik. Bij een felle zomerse zon is dat bereik snel uitgeput. De meeste moderne sensoren overbruggen 13 à 14 stops onder ideale omstandigheden. Dat wil zeggen dat het verschil tussen het lichtste deel en het donkerste deel maximaal 14 stops kan zijn. Je oog kan een veel groter bereik aan. Dat is reden één waarom je foto er anders uit gaat zien dan dat je op dat moment waarneemt. Maar die 14 stops ga je waarschijnlijk niet halen. Met JPEG-verwerking of een verkeerde belichtingsmeting zit je in de praktijk op effectief 8 à 10 stops. En dat is gewoon een klein bereik.
In Londen merkte ik dat zelfs mijn Fujifilm X-T50 het af en toe opgaf. De overbelichtingsindicatie, die knipperende zebra op het scherm, was bijna continu actief. Vooral met het keiharde licht tussen 12.00 en 15.00 uur. Op dat tijdstip staat de zon het hoogst en valt het licht recht naar beneden. Schaduwen zijn klein en hard. Gezichten krijgen donkere oogkassen. Het is het minst flatterende licht van de dag. En toch wilde ik het architectonische beton van Barbican fotograferen.
Wat doe je? Je past je aan. Want het licht verandert echt niet voor jou.
Fotograferen in de felle zon begint bij de juiste belichtinginstellingen
De grootste fout die je kunt maken is de camera zijn werk laten doen en hopen op het beste. De matrixmeting of evaluatiemeting probeert een gemiddelde te vinden in de scène. Bij hoog contrast betekent dat alles wordt een beetje verkeerd belicht. De lichten zijn te licht, de schaduwen te donker, en het resultaat is een foto die er vlak én te contrastrijk tegelijk uitziet.
Zet je belichtingsmeting om naar spotmeting. Meet op het belangrijkste element in je foto, meestal het onderwerp zelf. Sta je iemand te fotograferen? Meet op het gezicht. Fotografeer je een gevel? Meet op het middengrijs van de steen. Zo weet je camera precies waar het om gaat en laat je de rest voor wat het is. Ja, de lucht wordt dan misschien uitgebeten. Maar je onderwerp is correct belicht, en dat is wat telt.
Gebruik daarnaast de belichtingscorrectie. Bij felle zon neig ik ernaar om een halve tot een hele stop onder te belichten. Dat klinkt tegenstrijdig, maar uitgebeten lichten zijn in RAW nauwelijks te herstellen, terwijl je in de schaduwen nog redelijk wat detail kunt terugkrijgen. Liever een iets donkerdere foto met herstelbare schaduwen dan een foto met een witte vlek waar de lucht hoort te zijn.
Schiet altijd in RAW bij fel zonlicht
Als je in JPEG schiet bij felle zon, geef je jezelf een enorme handicap. JPEG verwerkt de belichting direct in de camera en gooit ruwe sensordata weg. Uitgebeten lichten in JPEG zijn definitief verloren. In RAW heb je nog 1 à 2 stops ruimte om lichten terug te halen, afhankelijk van je camera. Bij mijn Fujifilm zit er soms verrassend veel informatie verstopt in de highlights van een RAW-bestand, zelfs als het scherm er al hopeloos uitziet. Geef die data niet weg.
Het histogram is je beste vriend bij zonnig weer
Je display liegt bij felle zon. Letterlijk. In fel zonlicht is het scherm van je camera nauwelijks te lezen en de helderheid van het omgevingslicht zorgt ervoor dat een foto er donkerder uitziet dan hij is. Je compenseert dan omhoog en je bent te laat als je thuis ziet dat alles overbelicht is. Beoordeel een foto bij voorkeur door de display van de zoeker als deze gemaakte fotos kan weergeven. Dat vind ik ideaal aan mijn camera en ook controleert fotos eigelijk altijd door de zoeker.
Gebruik het histogram. Het histogram liegt niet. Je wil dat de grafiek niet tegen de rechterkant aanplakt, want dat betekent uitgebeten lichten. Een techniek die ik gebruik heet expose to the right: je belichting zo hoog mogelijk instellen zonder dat de highlights de rechterrand raken. Zo haal je maximale informatie uit de sensor en minimaliseer je ruis in de schaduwen. Bij felle zon betekent dit vaak dat je actief moet sturen met sluitertijd, diafragma of ISO.

Over ISO gesproken: bij felle zon wil je die zo laag mogelijk houden. ISO 100 of 200 geeft je de meeste dynamiek en de minste ruis. Dat is geen probleem, want er is genoeg licht. Het probleem is juist het omgekeerde: er is te veel licht.
Wat als er gewoon te veel licht is
In Londen had ik op een gegeven moment het diafragma al op f/16 staan en de sluitertijd op 1/4000 seconde. En toch knipperde de overbelichtingsindicatie. Dat is het moment waarop je hardware nodig hebt.
Een ND-filter: de zonnebril van je lens
Een neutraal-densiteitsfilter, kortweg ND-filter, vermindert de hoeveelheid licht die de lens binnenkomt zonder de kleur te beïnvloeden. Een ND8-filter geeft je 3 stops minder licht. Een ND64 geeft je 6 stops. Bij extreme situaties, zoals fotograferen in de felle middagzon met een lichtsterke lens op een volle sensor, kan een ND1000 (10 stops) geen overbodige luxe zijn.
Voor straatfotografie en architectuur gebruik ik een variabele ND-filter. Die laat je snel schakelen tussen lichtsterkte zonder steeds van filter te wisselen. Het nadeel is dat goedkope variabele ND-filters kleurzweem en scherpteafname geven. Investeer in een degelijke, zoals die van B&H of kijk naar merken als Kenko, Hoya Pro of NiSi. Een goede ND-filter kost geld maar redt je beelden.
Met een ND-filter kun je bij felle zon ook creatief werken. Minder licht op de sensor betekent dat langere sluitertijden weer een optie worden. En dus ook bewegingsonscherpte aan mensen of wolken. Dat geeft een heel ander karakter aan stedelijke foto’s dan de bevroren momenten die je normaal schiet.
Gebruik schaduw als compositie-element
De harde schaduwen die felle zon produceert zijn niet alleen een probleem. Ze zijn ook materiaal. In Londen fotografeerde ik de lange, scherpe schaduwen van lantaarnpalen op de stoep, de geometrische patronen die raamkozijnen op gevels wierpen, de harde lijn tussen zon en schaduw op een brug. Die contrasten zijn bij bewolkt weer onmogelijk. Felle zon geeft je grafische kracht als je het slim speelt.
Zoek naar situaties waar de schaduw zelf het onderwerp is. Of gebruik schaduwrijke doorgangen als achtergrond en laat je onderwerp in het licht staan. Zo heb je een mooi verlicht onderwerp met een neutrale, donkere achtergrond zonder afleidende details. Portretfotografen doen dit al eeuwen, en bij felle zon werkt het uitstekend.
Of schakel eens over op zwart-wit. Als ik bij felle zon fotografeer in zwart-wit vind ik harde schaduwen of witte vlakken en veel minder grote storingsfactor dan ik kleur.
Dynamic range
Als je camera het ondersteunt, kun je dynamic range inzetten. Je camera maakt dan een aantal foto’s, bijvoorbeeld 3. De eerste is met jouw instellingen, de tweede is onderbelicht en de derde is overbelicht. Je camera voegt nu de beste delen samen tot een foto. Pas op met bewegende onderdelen!


Slim plannen zonder al je vrijheid op te geven
Ik wil je niet vertellen dat je tussen 12.00 en 15.00 uur binnen moet blijven. Dat is saai advies en bovendien onrealistisch als je op vakantie bent en de stad wil zien. Een beetje planning helpt wel.
Kijk welke kant je onderwerp op staat. Een gevel die op het noorden staat, is bij felle zon egaal belicht zonder harde schaduwen. Een gevel op het zuiden staat in vol tegenlicht of juist in vol frontlicht, afhankelijk van het tijdstip. Apps als The Photographer’s Ephemeris laten je precies zien hoe de zon staat op een bepaalde locatie en tijd. Dat klinkt als veel werk, maar het duurt twee minuten en het scheelt je een hoop frustratie op locatie.
Verder: zoek de schaduwzijde van de straat op voor portretten. Een werk met indirect (weerkaatst) licht. Open schaduw, dus schaduw met een open hemel erboven, geeft zacht licht zonder harde schaduwen. Je onderwerp staat dan in de schaduw maar de lucht fungeert als een grote softbox. Het is een van de meest onderschatte lichtbronnen bij buitenfotografie.
- Gebruik spotmeting op je hoofdonderwerp bij hoog contrast
- Corrigeer belichting een halve tot hele stop naar beneden bij felle zon
- Schiet in RAW voor maximale herstelruimte in highlights
- Controleer het histogram in plaats van het display
- Gebruik een ND-filter als zelfs f/16 en 1/4000s niet genoeg zijn
- Zoek open schaduw op voor portretten en mensen
- Gebruik harde schaduwen bewust als grafisch compositie-element
Fotograferen in de felle zon vraagt meer van je dan fotograferen bij bewolkt weer. Je moet actiever nadenken over belichting, bewuster kiezen waar je staat en bereid zijn om hardware in te zetten. Maar het levert ook foto’s op die je bij zacht licht nooit zou maken: scherpe contrasten, diepe zwarten, grafische lijnen. Londen bij 30 graden was niet makkelijk. Het was wel goed.
Veelgestelde vragen
Hoe voorkom ik uitgebeten lichten bij fotograferen in de felle zon?
Welk ND-filter heb ik nodig bij felle zon?
Is fotograferen in de felle zon tussen 12.00 en 15.00 uur altijd slecht?

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s 🙂 Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, snel, en met geweldige filmsimulaties. Bekijk hier mijn portfolio.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel uit te leggen. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
Lees hier meer informatie over deze website.
