De obsessie met scherpte saboteert je beste foto’s

waarom zijn we obsessed met scherpte?

We zijn in Amerika, de jaren vijftig. Je bladert door een tijdschrift en stuit op een foto van een rodeo. Niets is scherp. De cowboy is een veeg van wit en geel tegen een wolk van stof. Volgens elke technische maatstaf die we kennen is dit een slechte foto. Toch is het een van de beroemdste beelden van de twintigste eeuw. De fotograaf heet Ernst Haas. Hij kijkt anders naar fotografie dat de meesten van ons. Wij zijn geobsedeerd door scherpte als voorwaarde voor een mooie foto. We zoomen in tot 300% om te controleren of de wimpers van ons model wel haartje-voor-haartje zichtbaar zijn. We kopen lenzen van duizenden euro’s voor dat extra beetje scherpte in de hoeken. We upgraden onze body omdat het nieuwe model nóg meer megapixels heeft. Ondertussen liet Haas zien dat de kracht van een foto ergens heel anders zit. Dit artikel gaat over die obsessie met scherpte, waar die vandaan komt, en wat er gebeurt als je die loslaat.

TL;DR: Onze fixatie op scherpte in foto’s komt voort uit het idee dat een camera er is om de werkelijkheid vast te leggen (wat dat ook mag zijn). Ernst Haas bewees het tegendeel. Hij gebruikte bewegingsonscherpte, compressie en reflecties niet als problemen om op te lossen, maar als woorden in een visuele taal. De camera heeft een eigen vocabulaire. Zodra je dat leert spreken, maak je foto’s die niet alleen tonen hoe iets eruitziet maar hoe iets voelt.

Ernst Haas – Rodeo Madison Square Garden (1957)

De taal van je camera

Misschien is dit een beetje vaag. Maar probeer mij te volgen. Daar gaan we. Wanneer je voor het eerst een camera oppakt, behandel je hem als een opnameapparaat. Je richt op het onderwerp. Je zorgt dat het scherp is. Goed belicht. Je drukt af. Klaar. De camera is er om de werkelijkheid vast te leggen zoals jij die ziet. Dat is z’n taak. Niemand vertelt je in het begin dat een camera een eigen taal spreekt. Dat hij een vocabulaire heeft met woorden als onscherpte, compressie, reflectie, flare en vervorming. Omdat niemand je dat vocabulaire aanleert zie je die woorden als fouten. Bewegingsonscherpte? Mislukt. Lensflare? Storend. Reflectie in een etalageruit? Jammer, foto verpest. Ik heb jarenlang precies zo gedacht. Elke foto die niet pin-scherp was, ging de prullenbak in. Mijn catalogus was een kerkhof van technisch correcte beelden die niemand iets deden. En mijn map ‘leermomenten’ puilde uit.

Ernst Haas keek naar diezelfde “beperkingen” maar zag hierin gereedschap. Geen problemen om op te lossen maar mogelijkheden. Hij zei zelf ooit: “I am not interested in shooting new things. I am interested in seeing things new.” (ernst-haas.com). Het gaat niet om wát je fotografeert maar het gaat om hóe je kijkt.

Wat Ernst Haas zag in onscherpte

Natuurlijk hadden de camera’s en film in 1957 niet de mogelijkheden die jij en ik nu hebben. Dus deels heeft onscherpte ook een technische oorzaak. Maar Ernst Haas ging verder en gebruikte die technische beperkingen als kunstvorm. En deed er nog een stapje bovenop. Laten we heel even de techniek induiken van die beroemde rodeofoto’s waarvan je er hierboven een ziet. Haas schoot op Kodachrome. Dat was schitterende diafilm met legendarische kleuren maar met een serieuze beperking: de ISO lag extreem laag. Meestal rond ISO 8 of ISO 10. Laat dat even op je inwerken. ISO 8! Op een zonnige dag met ISO 200 fotografeer je op f/16 met een sluitertijd van 1/200e seconde. Snel genoeg om een galoppend paard scherp te krijgen. Doe hetzelfde met ISO 8 Kodachrome en je sluitertijd zakt naar een achtste seconde. Dat is een verschil van bijna vijf stops. Een achtste seconde bij een rodeo betekent dat alles beweegt, alles vervaagt, alles door elkaar loopt. De meeste fotografen zouden dat als een probleem zien. Gebruik een statief. Fotografeer alleen stilstaande onderwerpen. Wacht op perfect licht. Doe wat nodig is voor een scherpe foto.

Haas stelde een andere vraag. Niet: hoe kom ik van die onscherpte af? Hij vroeg: wat gebeurt er met het gevoel als ik die onscherpte omarm? Kijk naar die rodeofoto. Het paard heeft z’n boog door de tijd getekend. Hij is niet bevroren op één punt, maar toont een hele beweging. Een foto op 1/200e seconde geeft je één moment van het verhaal. Die foto op een achtste seconde geeft je meerdere momenten tegelijk. Ik heb met AI alle onscherpte uit de foto ‘Rodeo’ verwijderd. Alles werd scherp. Alles kwam in focus. Wat overbleef was een man op een paard. Het originele gevoel was volledig verdwenen. Wat restte was een registratie. Technisch perfect, volkomen levenloos.

Compressie, reflecties en de rest van het woordenboek

Onscherpte is slechts één woord in het vocabulaire van de camera. Er is veel meer te vertellen. Neem compressie. Haas fotografeerde met een telelens in de straten van New York. Alles werd samengeperst. Borden, gebouwen, auto’s, ze stapelden zich op als een muur van kleur en tekst. De telelens verwijdert alles wat er tussenin zit: de lucht, de afstand, de leegte. Hij trekt de verste elementen naar je toe als een magneet. Alles komt op hetzelfde platte vlak te liggen. Alleen een camera kan dat. Alleen een camera kan je het gevoel geven dat al die borden je tegelijk bombarderen. Jouw ogen zouden die scène netjes sorteren op diepte. De camera weigert dat en juist die weigering maakt het beeld krachtig.

En dan reflecties. Je kent het wel. Je fotografeert een etalage en in het glas zie je de straat weerspiegeld. Vervelend toch? Polarisatiefilter erop, probleem opgelost. Haas deed het tegenovergestelde. Hij gebruikte de reflectie omdat de camera iets bijzonders kan: alles tegelijk verzamelen en op één plat vlak plaatsen. De etalage, de weerspiegeling van de straat, een voorbijganger, het licht op het glas. Jouw ogen zouden die lagen scheiden. De camera smelt ze samen tot een werkelijkheid die niet bestaat. Een alledaagse scène wordt opmerkelijk. Niet door naar een spectaculaire locatie te reizen maar door te leren met de ogen van je camera te kijken. Dit zijn geen technische problemen.

Een vettige lens en twee gebroken regels

Een paar jaar geleden liep ik rond in de binnenhaven van Rotterdam op een snikhete dag. Ik fotografeerde met mijn iPhone. Elke keer dat ik het ding uit mijn broekzak haalde was de lens vettig. Vingerafdrukken, zweet; het hele programma. Ik bleef poetsen want dat hoort zo. Schoon glas. Geen vegen. Scherpe beelden. Dat is de regel. Op een gegeven moment werd ik het poetsen zat. Tegelijkertijd zocht ik een manier om die hitte in de foto te krijgen. Je loopt daar rond en de lucht trilt boven het asfalt. Dat gevoel wilde ik vangen. Toen dacht ik: wat als ik die vettige lens gewoon laat zitten? Wat als ik recht in de zon fotografeer? Twee dingen die je “niet hoort te doen.” Vuile lens, tegenlicht. Het resultaat verraste me. Die flare, die waas, de manier waarop het licht uitsmeerde over het beeld. Het was niet scherp maar wel eerlijk. Het voelde alsof de foto de hitte uitstraalde. Sindsdien gebruik ik die aanpak regelmatig als het past bij wat ik wil vertellen.

Dit is precies wat Haas deed, zeventig jaar eerder. Hij begreep dat daar de taal van fotografie begint. Niet bij het corrigeren van wat de camera doet maar bij het luisteren naar wat de camera je vertelt. De volgende keer dat je je camera oppakt stel jezelf dan even die vraag voordat je begint te corrigeren. Wat doet de camera hier dat ik kan gebruiken? Is de sluitertijd te lang? Werkt dat misschien juist? Maakt die onscherpte het beeld levendiger dan het onderwerp zelf? Is de lens vies? Kijk eens wat er gebeurt als je er doorheen fotografeert. Is die reflectie in de ruit echt een probleem, of vertelt ze een verhaal dat je ogen niet kunnen zien?

Dus de volgende keer dat je op 300% inzoomt om de scherpte van je foto te controleren, vraag jezelf dan af: controleer ik de techniek, of luister ik naar het verhaal? Soms is het antwoord dat scherpte in een foto precies is wat je nodig hebt. Prima. Gebruik dat dan bewust. Weet alleen dat het niet het enige is dat je camera kent.

Ik ben benieuwd: heb jij weleens een “mislukte” foto gemaakt die achteraf meer vertelde dan je technisch perfecte beelden? Deel het in de reacties hieronder. Ik lees alles.

Veelgestelde vragen

  • Is sharpness dan helemaal niet belangrijk in fotografie? Sharpness is een bewuste keuze, geen automatisch doel. Bij een productfoto of architectuuropname wil je messcherpe details. Bij een beeld dat beweging, emotie of sfeer moet overbrengen, kan onscherpte juist het verschil maken. Het punt is dat je scherpte als een creatief gereedschap inzet, niet als een checkbox die je altijd moet afvinken.
  • Hoe leer ik de “taal van de camera” zoals Ernst Haas die gebruikte? Begin met experimenteren met één element tegelijk. Zet je sluitertijd op 1/8e seconde en fotografeer bewegende onderwerpen. Gebruik een telelens om straatscènes samen te persen. Fotografeer bewust door reflecties heen. Bekijk het resultaat niet op technische merites, maar op gevoel. Vraag jezelf af: vertelt dit beeld iets dat een scherpe versie niet zou vertellen?
  • Welke camera of lens heb ik nodig om dit soort foto’s te maken? Elke camera werkt. Haas schoot op decennialang oude filmcamera’s met een handvol lenzen. Die Baltimore-foto’s uit het verhaal zijn met een iPhone gemaakt. Het gaat niet om de specificaties van je apparatuur. Het gaat om je bereidheid om voorbij de technische regels te kijken en de camera als creatief instrument te gebruiken in plaats van als meetapparaat.
jeroen

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s, maar vooral omdat ik graag kijk. Echt kijk. Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50, gekocht rond de geboorte van mijn zoon. Sindsdien is fotografie voor mij verweven geraakt met aandacht, nieuwsgierigheid en het vastleggen van momenten die anders ongemerkt voorbijgaan.
Ik ben iemand die wil begrijpen wat hij doet. Daarom zit ik net zo graag in de techniek als in het beeld zelf. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, eigenwijs, en precies uitdagend genoeg om me scherp te houden. Ik word blij van uitzoeken waarom iets werkt — of waarom juist niet.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Niet om te laten zien wat ik weet, maar om anderen mee te nemen in dat ontdekproces. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel te maken, zonder ze plat te slaan. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *