Mijn eigen Fujifilm-recept: KillBillZW

Acros filmsimulatie, fietsen

Felle zon, blauwe lucht, mensen met zonnebrillen. En ik schiet foto’s in zwart-wit. Met korrel. Veel korrel. Alsof je een rolletje Neopan uit 1998 door je camera haalt. Klinkt tegendraads? Mooi zo. De beste foto’s ontstaan als je stopt met doen wat “logisch” is. Ik ben de laatste dagen bezig met het ontwikkelen van een eigen Fujifilm recept. Geïnspireerd op het ruwe werk van Anton Corbijn en Stephan Vanfleteren. Hoog contrast, diepe schaduwen en dat korrelige karakter waar je vingers van gaan jeuken. Het is nog niet af. Maar het voelt al goed. En ik wil je laten zien hoe je zelf zoiets bouwt.

TL;DR – Fujifilm camera’s hebben ingebouwde filmsimulaties, maar hierop kun je zelf variaties maken waarmee je een eigen look creëert. Zonder nabewerking. Op de nieuwste modellen zoals de X-T50 sla je tot acht eigen recepten op. In dit artikel bouw ik stap voor stap een zwart-witrecept op basis van Acros. Rauw, contrastrijk en met karakter.

Wat zijn filmsimulaties precies

Fujifilm heeft iets slims gedaan. In plaats van standaard kleurprofielen zoals Canon of Sony die bieden, hebben ze hun grote analoge filmerfgoed vertaald naar digitale profielen. Elke filmsimulatie is gebaseerd op een echte filmsoort die Fujifilm ooit produceerde. Velvia geeft je die knallende kleuren van een landschapsfotograaf uit de jaren 80. Classic Chrome doet denken aan vervaagde reportagefoto’s. En Acros is hun zwart-witfilm met een bijzonder fijne tonaliteit. Het verschil met een Instagram-filter is er een van dag en nacht. Filmsimulaties bootsen op een heel geavanceerde manier na hoe de cehmicaliuen op een film zouden reageren op een bepaalde hoeveelheid licht. Volgens Fujifilm zelf zijn de simulaties ontwikkeld door engineers die jarenlang met de originele films werkten.

Je eigen Fujifilm recept maken

Filmsimulaties zijn prachtig en zeer breed inzetbaar! Mijn camera heeft er een stuk of 10. Maar fotografen willen altijd meer 😉 Daarom kun je variaties maken op een standaard filmsimulatie. Je kunt met een 15-tal eigenschappen spelen en deze opslaan als een eigen recept (preset). Op camera’s als de Fujifilm X-T50, X-T5 en X-H2 kun je tot acht custom presets opslaan. Fujifilm noemt ze “Custom Settings” in het menu. Ik noem ze recepten. Dat klinkt lekkerder. Een recept begint met het kiezen van een filmsimulatie als basis. Daarna draai je aan de digitale knoppen: contrast, schaduwen, highlights, scherpte, korrel en kleur. Het mooie is dat je het resultaat direct in je zoeker ziet. Geen gokwerk. Geen “ik fix het wel in Lightroom.” Je kijkt door de zoeker en ziet precies wat je krijgt. Dat verandert hoe je fotografeert. Je gaat componeren op basis van tonen in plaats van kleuren. Je let op lichtval in plaats van verzadiging. Het is een andere manier van kijken.

Mijn recept: KillBill

Laatst zat ik te kijken naar Kill Bill. De scenes in zwart-wit hebben zo veel extra impact. Ik dacht: dat wil ik met mijn foto’s! Laat me je meenemen in mijn proces. Ik wilde een look die doet denken aan die scenes in Kill Bill, maar ook aan het werk van Anton Corbijn. Die rauwe portretten van Tom Waits, Bono en Joy Division. En aan Stephan Vanfleteren, die Vlaamse meester die gezichten fotografeert alsof hij hun ziel blootlegt. Corbijn zei ooit in een interview: “Ik hou van imperfectie. Perfectie is saai.” Dat is precies de geest van dit recept. Hier zijn mijn instellingen als startpunt:

  • Filmsimulatie: Acros+R
  • Size: L 3:2, quality: fine + RAW
  • Grain Effect: Strong / Large
  • Color chrome effect: off
  • Smooth skin effect: off
  • White balance: auto
  • Dynamic range: auto
  • Clarity: +2
  • Tone curve: h-0.5, s+2.5
  • Dynamic Range: auto
  • Sharpness: -2
  • High iso number (ruisverwijdering): -2
  • Beeldverhouding: 16:9 (filmische look)

Meestal onderbelicht ik met 1-2 stops. Die laatste instelling is cruciaal. Door ruisonderdrukking zo laag mogelijk te zetten, bewaar je textuur. Gecombineerd met het grain effect krijg je die analoge korrel die Corbijns werk zo herkenbaar maakt. De negatieve scherpte voorkomt dat het digitaal en klinisch aanvoelt. Je wilt zachte overgangen met hard contrast. Dat klinkt tegenstrijdig, maar bekijk het werk van Vanfleteren er maar eens op na via zijn website. Scherp waar het telt, zacht waar het mag.

Acros+R

Acros biedt drie varianten: standaard, met geel filter en met rood filter. In de analoge zwart-witfotografie schroefde je een gekleurd filter op je lens. Een rood filter blokkeert blauw licht. Het resultaat: blauwe luchten worden dramatisch donker. Huidtonen worden juist lichter en gladder. Dat is precies wat je wilt voor portretten met pit. Op een zonnige dag met strakblauwe lucht wordt die lucht bijna zwart. Je onderwerp springt eruit alsof het uit de achtergrond is gesneden. Zwart-wit op een zonnige dag? Juist dan werkt het hardst.

Zwart-wit bij mooi weer is geen rare keuze

Er bestaat een hardnekkig misverstand dat zwart-wit iets is voor sombere dagen of donkere hoekjes. Onzin. Hard zonlicht geeft je de meest dramatische schaduwen. Felle zon creëert contrast dat je in geen enkele nabewerking zo overtuigend nabootst. Denk aan een gezicht met aan één kant vol licht en aan de andere kant een diepe schaduw. In kleur is dat lastig. In zwart-wit is het prachtig. De fotograaf Daido Moriyama, een van de grondleggers van de Japanse straatfotografie, schoot zijn meest iconische werk in fel daglicht. Hoog contrast en grove korrel waren zijn handtekening. Fujifilm’s Acros-simulatie is mede door zijn erfgoed geïnspireerd. Dus nee. Zwart-wit kan altijd. Sterker nog: bij zon wordt het pas echt interessant.

Finetunen is het echte werk

De website Fuji X Weekly heeft honderden recepten met exacte instellingen. Gewoon overtikken in je camera. Een mooi startpunt. Het mooiste is om daarna heel voorzichtig aanpassingen te doen en je eigen Fujifilm recept te ontwikkelen. Eentje dat past bij hoe jij de wereld ziet.

Mijn eerste versie van het KillBill-recept was te hard. De schaduwen liepen helemaal dicht. Geen detail meer te zien in donkere kleding. Dat kan artistiek zijn, maar het werd een zwart gat. Ik heb Shadow Tone teruggedraaid. Net genoeg om een hint van detail te bewaren in de donkerste delen. Highlight Tone heb ik ook iets teruggedraaid zodat witte overhemden bijna uitbijten. Die spanning tussen net wel en net niet is waar het recept leeft. Ik test nu al een paar dagen in verschillende lichtsituaties. Binnen, buiten, bewolkt, zon. Een goed eigen Fujifilm recept werkt overal acceptabel en ergens briljant. Dat “ergens” is voor mij: portretten bij hard zijlicht. Daar valt alles op zijn plek. De korrel, het contrast, de diepe zwarten. Maar we zijn er nog niet…

Ga het proberen

Het mooie van een eigen Fujifilm recept is dat het niks kost. Geen software, geen abonnement, geen nabewerking. Je speelt met instellingen die al in je camera zitten. En elke keer als je iets aanpast, leer je iets over hoe een foto wordt opgebouwd. Over tonen, contrast en textuur. Over wat een beeld rauw maakt of juist zacht. Dus pak je Fujifilm en begin. Het hoeft niet perfect te zijn. Mijn recept is dat ook nog niet. Maar het is van mij. En dat maakt elke foto die eruit komt een stukje persoonlijker. Deel je eigen recept hieronder in de reacties. Ik ben benieuwd wat jij brouwt.

Veelgestelde vragen

  • Werkt een eigen Fujifilm recept ook voor JPEG en RAW? Het recept wordt direct toegepast op je JPEG-bestanden. Schiet je in RAW, dan kun je het recept achteraf nog wijzigen in de in-camera RAW-conversie. Maar de kracht zit juist in het JPEG-resultaat: direct uit de camera klaar.
  • Kan ik filmsimulatie-recepten delen met andere Fujifilm-gebruikers? Niet via een bestand helaas. Je moet de instellingen handmatig overtikken. Daarom delen fotografen hun recepten als lijstjes waarden.
  • Welke Fujifilm camera’s ondersteunen custom film-recepten? Vrijwel alle recente X-serie en GFX-camera’s. De X-T50, X-T5, X-H2, X-H2S en X-S20 bieden allemaal meerdere custom slots. Oudere modellen zoals de X-T3 hebben minder opties voor grain en kleurtonen.
jeroen

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s 🙂 Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, snel, en met geweldige filmsimulaties. Bekijk hier mijn portfolio.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel uit te leggen. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.