Je komt thuis na een mooie shoot, laadt je foto’s in en dan: ruis. Wazig. Overbelicht. Of erger, alles tegelijk. Je camera heeft je gewoon laten vallen. Wat als je camera je kon beschermen tegen fouten? Dat kan. En de meeste fotografen weten het niet eens.
TL;DR
Je camera heeft ingebouwde beveiligingen die je beschermen tegen de meest gemaakte fouten: te veel ruis, verkeerde sluitertijd, overbelichting en focusproblemen. In dit artikel lees je welke instellingen je activeren moet zodat je vaker thuiskomt met foto’s die je trots maken.
Je camera heeft beveiligingen die je nooit hebt aangezet
Moderne camera’s zijn ontworpen met een rare paradox in het hoofd: ze geven je zoveel vrijheid dat je er bijna mee ten onder kunt gaan. Je kunt alles instellen: ISO, sluitertijd, diafragma, belichtingscorrect… voor je het weet zit je met een foto die nergens op slaat. Gelukkig hebben de engineers van Canon, Nikon, Fujifilm en anderen hierover nagedacht. Ze hebben beveiligingen ingebouwd die je camera als een soort vangrail laten functioneren. Geen manier om je creativiteit in te perken, maar een manier om te voorkomen dat je thuiskomt met iets wat je direct naar de prullenbak sleept. Het probleem is dat die beveiligingen standaard uitstaan of verstopt zitten in menu’s waar niemand spontaan naartoe navigeert. Dus laten we dat veranderen.
Licht en ISO
ISO-ruis is de vijand van de mooie foto. Je ziet het als gekleurde korreligheid in donkere gebieden. Het ontstaat bijna altijd door een te hoge ISO-waarde. In automatische ISO-modus schiet de ISO omhoog als je camera te weinig licht binnenkrijgt. Dat kan door een te kleine opening van je diafragma, een te snelle sluitertijd of gewoon een donkere omgeving. De slimste beveiliging die je kunt activeren is een ISO-limiet. Op een Canon vind je die via het rode menu –> pagina twee –> ISO-snelheidsinstellingen –> automatisch bereik. Op een Fujifilm kun je via het menu driemaal een bereik definiëren. Je stelt dan een onder- en een bovenlimiet in. Dit zijn mijn drie instellingen voor ISO-bereik: 100-500 voor foto’s waar ruis een no-go is. 100-2400 voor foto’s waarbij een beetje ruis acceptabel is. En 100-12800 voor situaties waar kost wat kost een foto gemaakt moet worden. Voor je begint met fotograferen kies je een bereik en klaar! Als de camera (in AV-modes) die limiet bereikt, past hij de sluitertijd of het diafragma aan in plaats van de ISO verder te verhogen. Dat is slim want een iets langzamere sluitertijd is in veel situaties acceptabeler dan ruis door een te hoge ISO. Nikon-gebruikers vinden een vergelijkbare optie in het fotografie-menu onder ISO-gevoeligheid, automatische bediening. Sony plaatst het onder camera-instellingen, ISO auto minimum sluitertijd.
De tweede belichtingsbeveiliging gaat over je sluitertijd. In volledig automatische modus of bij automatische sluitertijd laat je de camera de sluitertijd bepalen. Dat werkt prima, totdat je camera besluit om op 1/15 seconde te schieten terwijl jij met een 200mm lens staat te fotograferen. Resultaat: een foto die eruitziet alsof hij gemaakt is vanuit een rijdende trein. Je sluitertijd mag in de regel niet langzamer zijn dan één gedeeld door je brandpuntsafstand. Met een 200mm lens betekent dat minimaal 1/200 seconde. Op Canon stel je dit in via het oranje menu –> pagina twee –> sluitertijdbereik. Op Nikon vind je het als minimum sluitertijd in het ISO-automenu. Op Sony heet het ISO auto min. sluitertijd en kun je zelfs kiezen voor een automatische berekening op basis van de gebruikte lens. Bij Fujifilm is dit gecombineerd met het ISO-bereik. Hierbij geef je de minimale sluitertijd op, alvorens de camera doorschakelt naar een hogere ISO-waarde. Activeer dit nu, het kost je twee minuten en redt je van eindeloos veel vage foto’s.
En dan is er nog belichtingscompensatie. Dit is de meest onderbenutte beveiliging die eigenlijk geen beveiliging heet, maar in mijn ogen het wel is. Je camera meet het licht en kiest een belichtingswaarde. Maar die keuze is niet altijd wat jij bedoelt. Een witte zwaan tegen een donkere achtergrond wordt te licht. Een donkere vogel in een blauwe lucht wordt te donker. Belichtingscompensatie laat je de keuze van de camera aanpassen, zonder dat je handmatig hoeft over te stappen. Op de meeste camera’s zie je een schaal op het LCD-scherm met een plusje en een minnetje. Fujifilm heeft een fysieke knop hiervoor. Draai naar plus voor meer licht, naar min voor minder. Je stelt het in zonder ook maar even van je zoeker weg te kijken.
Highlights bewaking
Overbelichting is de stille moordenaar van de fotografie. Ruis kun je deels redden in je software. Een verbrande witte lucht? Die is weg. Voor altijd. De meest directe beveiliging hiervoor is het histogram, dat realtime in je zoeker of op je LCD-scherm te zien is bij spiegelloze camera’s. Het histogram is een grafiek die de verdeling van licht en donker in je foto toont. Als de grafiek aan de rechterkant tegen de muur aandrukt, zijn je highlights verbrand. Druk op de info-knop op je camera om door de weergavemodi te bladeren totdat je het histogram ziet. Gebruik het als kompas voor je belichting, zeker op een zonnige dag als je LCD-scherm te weinig contrast heeft om iets zinvols te laten zien.
Minder nauwkeurig maar veel toegankelijker zijn de knipperlichten, in camerataal ook wel highlight alerts of blinkies genoemd. Dit zijn waarschuwingen die overbelichte gebieden laten knipperen in live view. Zodra je een witte vlek ziet knipperen, weet je dat je een stop terug moet. Op Canon vind je dit in het blauwe menu, pagina vijf, markeringswaarschuwing. Op Sony heet het Zebra en werkt het zelfs realtime tijdens het fotograferen, nog voordat je de foto hebt genomen. Nikon plaatst het onder weergavemenu, markeren. Zet het aan, vergeet het, en laat je camera je waarschuwen voordat het te laat is.
En dan is er nog het verschil tussen RAW en JPEG. JPEG-bestanden zijn 8-bit en bevatten al verwerkte data, inclusief contrast die je highlights extra hard omhoog duwt. RAW-bestanden zijn 12 of 14-bit en bevatten zoveel meer informatie dat je in nabewerking highlights kunt terughalen die in JPEG al lang verloren zijn. Als je nu JPEG schiet en je wil meer speelruimte, schakel dan over naar RAW. Op bijna alle camera’s is dit de eerste of tweede instelling in het hoofdmenu. Er is ook een tussenoptie: C-RAW of Lossless RAW, een gecomprimeerd RAW-formaat dat de helft kleiner is maar ongeveer 99% van de kwaliteit behoudt. Handig als je duizenden foto’s per dag maakt en je geheugenkaart al vol begint te raken.

Continu focus
Focusproblemen zijn verantwoordelijk voor een verrassend groot deel van de weggegooid foto’s. Niet altijd door slechte techniek, maar door de verkeerde focusmodus. Als je fotografeert in one-shot of AF-S, vergrendelt je camera de focus op het moment dat je half indrukt en houdt die positie vast. Dat werkt perfect voor een stilleven of een portret waarbij niemand beweegt. Fotografeer je een bewegend onderwerp zoals een kind dat rent of een vogel die vliegt, dan is die vergrendelde focus al verouderd voordat je de foto maakt. Schakel over naar continue autofocus: AF-C op FujiFilm, Nikon en Sony (AI Servo op Canon). Je camera blijft dan het onderwerp volgen zolang je de sluiterknop half ingedrukt houdt. Dit kost wel wat meer stroom.
Een geavanceerdere beveiliging is de terugknopfocus, ook wel back button focus genoemd. Normaal gesproken start de autofocus als je de sluiterknop half indrukt. Bij terugknopfocus ontkoppel je die twee functies. Je focust met een knop op de achterkant van je camera en fotografeert met de sluiterknop. Het grote voordeel: als je eenmaal scherp staat op je onderwerp, kun je foto’s blijven maken zonder dat de camera opnieuw gaat focussen op iets wat toevallig voor je onderwerp staat, zoals een tak of een hek. Op Canon stel je dit in via aangepaste bediening, kies de AF-ON knop en wijs meting en AF-start toe. Verwijder tegelijkertijd de AF-functie van de sluiterknop. Op Sony zoek je naar AF aan/uit in de aangepaste toetsinstelling. Het duurt een dag om eraan te wennen, daarna wil je nooit meer terug.
Geen geheugenkaart
Er is niets zo frustrerend als merken dat je camera op je geheugenkaart foto’s aan het schieten is, maar dat er geen kaart in zit. Het klinkt onwaarschijnlijk totdat het je zelf overkomt. Bijna alle moderne camera’s hebben een instelling waarmee je kunt voorkomen dat de sluiter ontgrendelt als er geen kaart aanwezig is. Op Canon: rood menu, pagina zes, ontspannen zonder geheugenkaart, uit. Op Nikon heet het ontspannen zonder geheugenkaart. Op Sony vind je het onder opslaan/laden. Zet het uit. Nu.
Nog een beveiliging die batterijduur redt: vliegtuigmodus. Wifi, Bluetooth en GPS zuigen je accu leeg terwijl ze in de meeste situaties niets nuttigs doen. Op Canon vind je vliegtuigmodus in het paarse menu. Op Sony staat het in het netwerkmenu. Schakel het in en je accu gaat merkbaar langer mee. Pas op, sommige toestellen hebben een bluetooth connectie nodig om locatiedata te ontvangen.
Tot slot de geheime bonusbeveiliging: een terugknop die je in één druk omzet naar actie-instellingen. Stel een knop op de achterkant van je camera in om een specifieke set instellingen op te roepen. Op Canon doe je dit via aangepaste bediening, kies de sterknop en wijs oproepen van opnamefunctie toe. Stel daarna in: 1/2000 seconde sluitertijd, AI Servo, automatische ISO. Als er iets onverwachts gebeurt, één druk op die knop en je bent klaar voor actie. Op Nikon heet dit opname-instellingen opslaan en terugzetten via het gebruikersinstellingenmenu.
Sla je favoriete instellingen op als vangnet
Experimenteren met instellingen is een van de leukste dingen aan fotografie, totdat je vergeet hoe je alles terugzet. De meeste camera’s bieden de mogelijkheid om een complete set instellingen op te slaan als gebruikersmodus. Op het instelwiel zie je dan C1, C2 of U1, U2 staan. Stel alles in zoals jij het wilt, sla het op als C1, en gebruik C2 voor je experimenten. Als je alles verknoeit, draai je het wiel even naar een andere stand en terug, en alles staat weer precies zoals jij het wilt. Op Canon ga je naar het gele menu, pagina vijf, aangepaste opnamestand, instellingen registreren. Zorg dat automatisch bijwerken uitgeschakeld is, anders overschrijft de camera je opgeslagen instellingen elke keer als je iets aanpast. Op Nikon heet dit gebruikersinstellingen opslaan/laden. Op Sony vind je het als geheugen oproepen in de camera-instellingen.
De beveiligingen die je camera biedt zijn geen toegeving aan luiheid. Ze zijn het verschil tussen thuiskomen met iets moois of thuiskomen met frustratie. Zet de beveiligingen aan als vangnet.
Veelgestelde vragen
Wat zijn de belangrijkste beveiligingen die ik op mijn camera moet instellen?
Wat is het verschil tussen back button focus en de normale focusinstelling?
Is RAW schieten echt noodzakelijk of kan ik ook met JPEG goede resultaten behalen?
Welke van deze beveiligingen had jij al aangezet, en welke ga je als eerste instellen? Laat het weten in de reacties.

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s 🙂 Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, snel, en met geweldige filmsimulaties. Bekijk hier mijn portfolio.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel uit te leggen. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
