Je scrolt door het menu van je Fujifilm X-T50 en je stuit op een instelling met een naam die klinkt als een zin uit een technisch woordenboek. Lens Modulation Optimizer. AF-C Custom Settings. Flickerless SS Setting. Je weet vaag wat het doet, maar niet precies genoeg om er zeker van te zijn dat je het goed hebt ingesteld. En dus laat je het maar op de standaardwaarde staan. Dat doe ik ook, tot ik er spijt van krijg op het verkeerde moment. Dit artikel is voor de fotograaf die verder wil kijken dan de basisfuncties en die wil begrijpen wat er achter die cryptische menuopties schuilgaat. Geen handleiding. Geen saaie opsomming. Gewoon: wat doet het, wanneer gebruik je het en waarom maakt het verschil?
TL;DR
De Fujifilm X-T50 heeft een flinke verzameling geavanceerde instellingen die veel fotografen nooit aanraken. In dit artikel leg ik de belangrijkste expert settings Fujifilm uit: van D-Range Priority en High ISO NR tot AF-C Custom Settings en Digital Tele-Conv. Je leert wat elke functie doet, wanneer je hem inschakelt en wanneer je hem juist uitzet.
D-Range Priority: meer detail zonder HDR-look
D-Range Priority staat voor Dynamic Range Priority. Het is Fujifilm’s manier om in één klap zowel de highlights als de schaduwen te bewaken, zonder dat je zelf gaat zitten sleutelen aan belichtingscorrectie of toonkrommes. De camera analyseert de scène en past de belichting plus de toonweergave automatisch aan om uitgebrande lucht of verzopen schaduwen te voorkomen. Klinkt geweldig. En dat is het ook, mits je weet wanneer je het gebruikt.
De instelling heeft drie standen: Auto, Strong en Weak. In de Auto-stand laat je de camera beslissen. Strong trekt het dynamisch bereik flink op, vergelijkbaar met het instellen van DR400 plus een lagere belichtingswaarde. Weak doet hetzelfde maar subtieler. Het nadeel? D-Range Priority overschrijft je handmatige DR-instelling en past ook je ISO aan. Bij Strong wordt je minimale ISO automatisch verhoogd naar 800. Dat is iets om echt rekening mee te houden als je in donkere omstandigheden fotografeert.
Ik gebruik D-Range Priority het liefst bij tegenlichtfoto’s op zonnige dagen, als de lucht twee of drie stops feller is dan mijn onderwerp. De camera haalt dan detail terug in de highlights zonder dat het er meteen uitziet als een HDR-foto uit 2009. Zet het uit als je studio fotografeert of als je volledige controle wil over je belichting.
High ISO NR en Long Exposure NR: ruis of detail, kies maar
High ISO NR staat voor High ISO Noise Reduction, ofwel ruisonderdrukking bij hoge ISO-waarden. De X-T50 past bij hogere ISO-instellingen automatisch ruisonderdrukking toe, maar je kunt zelf bepalen hoe agressief dat gebeurt. De schaal loopt van -4 tot +4. Een hogere waarde geeft een gladder beeld maar verliest fijne details. Een lagere waarde behoudt meer textuur maar laat ook meer ruis zien.
Mijn persoonlijke voorkeur? Ik zet High ISO NR standaard op -2. De Fujifilm X-Trans sensor is van zichzelf al aardig schoon bij hogere ISO-waarden en de standaardinstelling smeert naar mijn smaak te veel glad. Bij ISO 6400 wil ik nog steeds de korrel van een steen of de textuur van een jas zien. Als je in RAW fotografeert is deze instelling trouwens irrelevant, want dan pas je ruisonderdrukking toe in je bewerkingssoftware. Voor JPEG-fotografen is het des te belangrijker.
Long Exposure NR, ofwel Long Exposure Noise Reduction, werkt anders. Bij sluitertijden langer dan één seconde schiet de camera na je foto een tweede, even lange opname in het donker. Die donkere opname heet een dark frame en bevat de hitte-ruis die de sensor opbouwt tijdens lange belichtingen. De camera trekt die informatie af van je foto. Het resultaat is een beeld met aanzienlijk minder hot pixels, de kleine lichtpuntjes die je anders in lange nachtopnames ziet. Het nadeel is dat je twee keer zo lang wacht. Bij een belichting van 30 seconden sta je dus een minuut te wachten voordat je de volgende foto kunt maken. Fotografeer je de Melkweg of het lichtspoor van een vliegtuig? Zet Long Exposure NR aan. Fotografeer je een waterval bij schemering met een belichting van 2 seconden? Dan is het het wachten nauwelijks waard.
Clarity en Lens Modulation Optimizer
Clarity is niet hetzelfde als scherpte. Het is een instelling die de lokale contrasten in een beeld verhoogt, met name in de midtonen. Het effect lijkt op wat Lightroom doet met de Clarity-schuifregelaar. Een positieve waarde geeft je foto een krachtigere, bijna driedimensionale uitstraling. Een negatieve waarde geeft een zachtere, meer dromerige sfeer, iets wat portretfotografen soms bewust inzetten om huid er gladder uit te laten zien. De schaal loopt van -5 tot +5. Ik gebruik deze functie niet, omdat de functie in om software krachtiger is. Wil je niet nabewerken, overweeg dan de volgende settings: +1 of +2 voor architectuurfoto’s en landschappen, en -1 of -2 voor portretten in zachter licht.
De Lens Modulation Optimizer, afgekort LMO, is een stuk technischer. Fujifilm heeft van elk XF- en XC-objectief een optisch profiel opgebouwd. De LMO gebruikt dat profiel om de scherpte te corrigeren voor de specifieke diffractie die optreedt bij kleine diafragma’s. Diffractie is het fenomeen waarbij licht buigt rondom de randen van een klein diafragma, waardoor de foto bij f/11 of kleiner zachter wordt dan je verwacht. De LMO compenseert dit digitaal. Het werkt alleen bij Fujifilm-objectieven en alleen bij JPEG-bestanden. Voor RAW-bestanden kun je hetzelfde effect bereiken met de lenscorrectieprofielen in Lightroom of Capture One. Zet de LMO aan en laat hem zijn werk doen. Er is geen reden hem uit te zetten, tenzij je om de een of andere reden de onbewerkte optische output van je lens wil zien.

AF-instellingen: de camera leren wat jij bedoelt
Het autofocussysteem van de X-T50 is uitgebreid en soms verwarrend. De AF Mode bepaalt hoe de camera focust: Single Point, Zone, Wide/Tracking of Subject Detection. Single Point is precies wat het zegt, je kiest één focuspunt. Zone laat de camera focussen binnen een door jou gekozen gebied. Wide/Tracking probeert het dichtstbijzijnde onderwerp te volgen. Subject Detection herkent gezichten, ogen, dieren of voertuigen en focust daar automatisch op.
De instelling AF Mode All Settings bepaalt of de camera je AF-modus-instellingen onthoudt per AF-modus of dat er één globale instelling geldt. Dit klinkt abstract maar is in de praktijk handig als je regelmatig wisselt tussen, zeg, straatfotografie met Wide/Tracking en portretfotografie met Subject Detection. Elke modus heeft dan zijn eigen geconfigureerde instellingen.
De AF-C Custom Settings zijn specifiek voor Continuous Autofocus, de modus waarbij de camera blijft focussen zolang je de ontspanknop half ingedrukt houdt. Er zijn vijf voorinstellingen, genummerd van 1 tot 5, plus een zesde vrij instelbare optie. De voorinstellingen variëren van langzame, vloeiende onderwerpen zoals een wandelende persoon (preset 1) tot snel en onregelmatig bewegende onderwerpen zoals een vogel in vlucht (preset 5). Preset 2 is mijn standaard voor kinderen die spelen. Preset 4 of 5 gebruik ik voor sportfotografie. In de vrije instelling kun je drie parameters aanpassen: Tracking Sensitivity (hoe snel de camera reageert op een nieuw onderwerp dat het originele onderwerp bedekt), Speed Tracking Sensitivity (hoe snel de camera reageert op een verandering in de snelheid van het onderwerp) en Zone Area Switching (hoe groot het gebied is waarbinnen de camera het onderwerp blijft volgen).
De Wrap Focus Point is een kleine maar handige instelling. Als je het focuspunt met de joystick naar de rand beweegt, bepaalt deze optie of het focuspunt aan de andere kant van het beeld verder gaat. Aan: je beweegt het punt naar rechts en het verschijnt links weer. Uit: het punt stopt aan de rand. Voor snelle situaties zet ik Wrap aan. Dan hoef ik nooit twee keer te tikken om van links naar rechts te gaan.
Pre-AF laat de camera continu focussen, ook als je de ontspanknop niet aanraakt. Het voordeel is dat de camera al gefocust is op het moment dat je de knop indrukt. Het nadeel is dat het batterijverbruik toeneemt en de lens voortdurend in beweging is, wat bij langere objectieven een licht zoemend geluid geeft. Ik zet Pre-AF aan bij reportagefotografie en uit bij landschappen of als ik op een statiefwerk.
AF Illumination is de kleine lamp aan de voorzijde van de camera die in het donker oplicht om de autofocus te helpen. Handig in een donkere ruimte, minder handig als je iemand fotografeert zonder dat hij of zij het merkt. Zet hem uit als je discreet wil werken.
AF+MF combineert autofocus met handmatige fijnafstemming. De camera focust automatisch en daarna kun je met de scherpstelring nog handmatig bijsturen. Dit is goud waard voor macro- of architectuurfotografie waar de autofocus dichtbij zit maar net niet exact goed staat. Zet het aan en leer er gebruik van te maken.
MF Assist zorgt ervoor dat de camera automatisch inzoomt op het focuspunt als je de scherpstelring draait. Dat maakt handmatig scherpstellen een stuk nauwkeuriger. Je kunt kiezen tussen een digitale vergroting of Focus Peaking, waarbij de scherpe randen oplichten in een kleur naar keuze. Ik gebruik Peak Highlight in het rood, omdat dat goed afsteekt tegen de meeste onderwerpen.
Focus Check is een functie die na het maken van een foto automatisch inzoomt op het focuspunt in de review. Zo zie je meteen of je scherpstelling raak was. Handig bij handmatige focus of bij kritische opnames waarbij je geen twijfel wil. Het vertraagt je workflow een beetje maar het scheelt frustratie achteraf. Ik heb deze zelf uit staan, omdat ik deze optie heb gezet onder een knop op mijn camera. Deze indrukken geeft ook meteen een uitvergroting. Dat vind ik practischer.
AE BKT, Flickerless SS en IS Mode: drie die je niet vergeet
AE BKT staat voor Auto Exposure Bracketing. De camera maakt automatisch een reeks foto’s met verschillende belichtingswaarden. In de AE BKT Setting bepaal je hoeveel foto’s er worden gemaakt en hoeveel stops er tussen elke foto zit. De meest gebruikte instelling is drie foto’s met een interval van één stop: één foto correct belicht, één een stop te donker en één een stop te licht. Dit is handig als je foto’s wil samenvoegen tot een HDR-beeld of als je twijfelt over de juiste belichting in een lastige situatie. Ik gebruik het ook als ik een scène fotografeer die ik niet opnieuw kan bezoeken en waarbij de belichting cruciaal is.
Flickerless SS staat voor Flickerless Shutter Speed, ofwel een flikkervrijge sluitertijd. Kunstmatige lichtbronnen zoals TL-buizen en LED-panelen knipperen met een frequentie die overeenkomt met de netspanning, 50 of 60 Hz. Bij bepaalde sluitertijden vang je dat knipperen op als een ongelijkmatige belichting over het beeld. De Flickerless SS-functie synchroniseert de sluitertijd met de knipperfrequentie van de lichtbron, zodat je consistent belichte frames krijgt. Dit is essentieel bij sportfotografie in sporthallen of bij videoopnames in kunstlicht. Zet het aan als je in een sporthal of evenementenhal fotografeert met kunstlicht.
IS Mode staat voor Image Stabilization Mode, beeldstabilisatie. De X-T50 heeft in-body beeldstabilisatie (IBIS) en veel XF-objectieven hebben ook optische beeldstabilisatie (OIS). In de IS Mode-instelling bepaal je hoe de stabilisatie werkt. De opties zijn Shooting Only (stabilisatie alleen actief bij het maken van de foto), Continuous (altijd actief) en Off. Continuous verbruikt meer batterij maar geeft je een stabielere live view. Shooting Only is energiezuiniger. Zet IS Mode op Off als je op een statiefstaat, want actieve beeldstabilisatie op een statiefkan paradoxaal genoeg meer onscherpte veroorzaken doordat het systeem zelf kleine bewegingen introduceert.
Digital Tele-Conv: meer bereik zonder extra objectief
Digital Tele-Conv staat voor Digital Teleconverter. De functie snijdt het middendeel van de sensor uit en vergroot dat digitaal, waardoor de brandpuntsafstand effectief wordt verdubbeld. Met een 35mm-objectief fotografeer je dan effectief op 70mm equivalent. Het klinkt als een truc en dat is het ook, een beetje. Je verliest resolutie omdat je slechts een deel van de sensor gebruikt. Op de X-T50 met zijn 40,2 megapixel sensor is dat verlies echter aanzienlijk kleiner dan op een 16- of 24-megapixelcamera. Je houdt nog steeds genoeg pixels over voor een scherpe afdruk of schermweergave.
Ik gebruik Digital Tele-Conv het liefst op momenten dat ik mijn 70-300mm thuis heb gelaten en toch een vogel of een verre details wil fotograferen. Het is geen vervanging voor een telelens maar het is beter dan niets. En eerlijk gezegd: bij de resolutie van de X-T50 valt het kwaliteitsverlies in de praktijk mee. Zet het uit als je maximale beeldkwaliteit wil. Zet het aan als je bereik nodig hebt en geen andere optie hebt.
Een kleine kanttekening: Digital Tele-Conv werkt alleen bij JPEG-opnames. In RAW fotografeer je altijd het volledige beeldsensoroppervlak. Als je RAW+JPEG instelt, krijg je een RAW van het volledige beeld en een JPEG van het bijgesneden gedeelte. Dat is overigens een handige combinatie als je later de volledige beeldkwaliteit wil hebben maar ter plekke al een bruikbare bijgesneden JPEG wil.
Hoe zet je dit nu in de praktijk
Al deze expert settings Fujifilm hebben één ding gemeen: ze zijn zinloos als je ze blindelings instelt en daarna vergeet. De kracht zit in het begrijpen van wat elke instelling doet en wanneer je hem activeert. Maak er een gewoonte van om bij elk type shoot even na te denken over je instellingen. Nachtfotografie? Long Exposure NR aan, IS Mode uit als je een statiefgebruikt, High ISO NR iets hoger dan normaal. Sportfotografie in een sporthal? Flickerless SS aan, AF-C Custom Settings op preset 4 of 5, Pre-AF aan. Portret in zacht daglicht? Clarity op -1 of -2, AF+MF aan, Focus Check aan voor kritische selectie.
De Fujifilm X-T50 is een camera die je beloont als je de moeite neemt om hem te leren kennen. Niet door elke instelling te memoriseren maar door te begrijpen waarom een instelling bestaat. Als je dat begrijpt, weet je ook wanneer je hem gebruikt. En dat is precies het verschil tussen een camera die foto’s maakt en een camera die jouw foto’s maakt.
Welke van deze expert settings Fujifilm gebruik jij al, en welke stond tot nu toe onopgemerkt in je menu? Laat het weten in de reacties.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen D-Range Priority en de DR-instelling op de Fujifilm X-T50?
Werken expert settings Fujifilm ook bij RAW-opnames?
Verlies je veel kwaliteit bij het gebruik van Digital Tele-Conv op de X-T50?

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s 🙂 Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, snel, en met geweldige filmsimulaties. Bekijk hier mijn portfolio.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel uit te leggen. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
