De beste foto’s maak ik zelden bij blauw luchten en aangename temperaturen. Het zijn juist de dagen waarop ik twijfel of ik überhaupt naar buiten ga, die de sterkste beelden opleveren. Grauwe luchten, regen op de straatstenen, mist die een bos langzaam opslokt: slecht weer is voor veel fotografen een excuus om thuis te blijven. Voor mij is het een uitnodiging. In dit artikel laat ik zien hoe ik elke weersomstandigheid aanpak, van bliksem tot ijsformaties.
TL;DR
Slecht weer levert dramatische en emotionele foto’s op die bij mooi weer ondenkbaar zijn. Met de juiste instellingen, bescherming voor je apparatuur en kennis van compositie haal je het meeste uit regen, mist, onweer, wind en sneeuw. Mijn advies als fotograaf: ga naar buiten als anderen binnenblijven.
Onweer en bliksem fotograferen
Ik fotografeer bliksem vanuit een beschutte positie, altijd met een statief. Dat is geen voorkeur maar een vereiste. Zonder statief is een lange sluitertijd totaal zinloos. Ik gebruik de bulb-modus met een afstandsbediening (app) om de sluiter te openen zonder de camera aan te raken. Een aanraking is een trilling. Een interval van tien seconden per opname geeft genoeg ruimte om een bliksemschicht te vangen.
Mijn ISO zet ik op 100. Ruis bij een zo’n complexe scène maakt het resultaat snel rommelig. Wat compositie betreft: ik kies bewust een locatie met iets interessants aan de horizon, een silo, een kerktoren, een rij populieren. Bliksem zonder context is spectaculair maar weinig memorabel.
Mistige landschappen vastleggen
Mist maakt een landschap eerlijk. Alles wat storend is verdwijnt naar de achtergrond, letterlijk. Ik maak mijn sterkste mistfoto’s in vroege ochtenden rond Alkmaar, als de stad nog slaapt en de eerste contouren van bomen net zichtbaar worden door de nevel.
De uitdaging is belichting. Mist verspreidt licht diffuus en vlakt contrasten af. Ik verhoog mijn ISO naar 400 of hoger en gebruik een statief om bewegingsonscherpte te voorkomen. Mijn compositie houd ik sober: een pad, een hek of een rivier die in de mist verdwijnt is genoeg. Meer elementen concurreren alleen maar.
Voor landschappen waarbij elke laag scherp moet zijn kies ik een hoge f-waarde, bijvoorbeeld f/11. Wil ik een dromerig achtergrond waarbij de mist zacht vervaagt, dan ga ik naar f/2.8 of f/4. Een polarisatiefilter gebruik ik ook soms bij mist, al klinkt dat misschien onlogisch. Het vermindert schitteringen en geeft de kleuren wat meer body.

Fotograferen in de regen
Regen is vervelend voor de fotograaf en interessant voor de foto. Ik bescherm mijn camera met een rain cover en poets mijn lens tussendoor droog met een microvezeldoek. Ik ben twee keer een opname kwijtgeraakt door een druppel die ik over het hoofd zag.
Plassen zijn mijn favoriete onderwerp op regenachtige dagen. Ik ga laag, soms op mijn knieën op natte bestrating, om reflecties op te vangen. Straatlantaarns en koplampen geven kleur en beweging aan het wateroppervlak. Voor scherpe reflecties gebruik ik f/8 tot f/11. Voor bevroren regendruppels zelf ga ik naar 1/1000 seconde of sneller.
De burst-modus gebruik ik bij harde regenbuien, niet omdat ik hoop op geluk maar omdat de druppelpatronen per fractie van een seconde veranderen. Uit een reeks van twintig frames kies ik er uiteindelijk één.
Wind en beweging in beeld brengen
Wind is het minst tastbare weerfenomeen en daardoor het lastigst te fotograferen. Ik zie het pas echt als ik kies welke sluitertijd ik gebruik. Bij 1/500 seconde vries ik een wapperende vlag of een rennend kind in. Bij 1/30 seconde laat ik graan golven of wolken strijken over een heuvelrug.
Panning werkt goed bij wind als er een duidelijk bewegend onderwerp is. Ik beweeg de camera mee met het object, zodat het onderwerp relatief scherp blijft terwijl de achtergrond strepen trekt. Het resultaat is raak of het is mis. Er zit weinig tussenin.
Voor langere belichtingen bij fel licht gebruik ik een ND-filter om overbelichting te voorkomen. Mijn statief is daarbij onmisbaar. Een ND-filter van drie stops geeft me genoeg speelruimte om ook overdag bewegingsonscherpte in te zetten zonder de belichting te verknoeien.
Sneeuw en ijs fotograferen
Sneeuw misleidt de belichtingsmeter van vrijwel elke camera. De meter ziet wit en denkt grijs. Ik corrigeer standaard met +1 tot +2 stops belichtingscompensatie om te voorkomen dat sneeuwtextuur wegvalt in een vlak, grijs oppervlak.
Voor vallende sneeuw gebruik ik minimaal 1/250 seconde. Mijn lens bescherm ik met een weather-sealed filter of ik werk met een body die al spatwaterdicht is. Batterijen lopen in de kou sneller leeg dan verwacht, dus ik draag altijd een reserveset mee in een binnenzak.
IJsformaties fotografeer ik het liefst met een macro-objectief. De structuur van bevroren waterdruppels op een ruit of ijskristallen op een blad zijn even complex als ze klein zijn. Minimalistische composities werken hier het best: één scherp ijskristal tegen een egale achtergrond zegt meer dan een volle kader vol bevroren chaos.
Verse sneeuw op een bevroren meer, sporen van voetstappen die naar de rand lopen en dan stoppen: winterse scènes bieden van nature sterke visuele structuren. Ik zoek ze actief op in plaats van te wachten tot ik ze toevallig tegenkom.
Andere weersomstandigheden die de moeite waard zijn
Hagelbuien duren zelden lang, maar de patronen die hagel achterlaat op autoruiten, bladeren of modder zijn de moeite waard. Ik houd mijn camera klaar zodra een bui afzwakt. De minuten net na een hagelbui zijn het interessantst.
Extreme temperatuurwisselingen zorgen voor condensvorming op de lens als ik van buiten naar binnen ga. Ik laat mijn camera dan in een cameratas acclimatiseren voordat ik de tas open. Dat scheelt een kwartier wachten met een beslagen objectief.
Wisselvallige zonsondergangen lever ik zelden over aan de automatische modus. Juist als er nog resterende wolken zijn na een bui ontstaan de meest onverwachte kleuren. Ik stel in op manueel en pas aan terwijl het licht verandert, soms elke dertig seconden.
Heb jij een weersomstandigheid waarbij je zelf verrassende beelden hebt gemaakt? Deel het in de reacties. Ik ben benieuwd welke situaties andere fotografen opzoeken als het weer tegenzit.
Veelgestelde vragen
Hoe bescherm ik mijn camera bij slecht weer?
Welke sluitertijd gebruik ik voor bliksem?
Hoe voorkom ik grijze sneeuw op foto’s?
Wat is het beste diafragma voor mistige landschappen?
Heb ik een ND-filter nodig bij windige omstandigheden?

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s 🙂 Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, snel, en met geweldige filmsimulaties. Bekijk hier mijn portfolio.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel uit te leggen. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
