Bokeh is geen doel, het is een middel

Man concentreert zich op het grillen van vlees op een houtskoolbarbecue terwijl een lachend meisje met saus op haar neus op de achtergrond zit aan een rommelige tuintafel

Scroll door Instagram en je ziet ze overal: portretten waarbij de achtergrond is weggesmolten tot een romige, vage brij. Iedereen lijkt ervan overtuigd dat hoe waziger de achtergrond, hoe beter de foto. Fotografiemagazines, YouTube-tutorials en lens-recensies verkopen bokeh als de ultieme beloning voor wie een dure lens koopt. Maar ik zal je iets vertellen: bokeh is een van de meest overschatte en verkeerd begrepen concepten in de fotografie. En het heeft al menig portret om zeep geholpen. En daar kan ik over meepraten 🙁

TL;DR

Bokeh is niet automatisch mooi en een lage f-waarde is niet altijd de beste keuze. Een onscherpe achtergrond kan een foto versterken, maar ook verzwakken. Denk bewust na over je diafragma in plaats van het altijd op de laagste stand te gooien. Soms is een beetje ruis beter dan een onscherpe achtergrond (of een onscherp oor).

Wat is bokeh?

Bokeh komt van het Japanse woord boke (暈け), dat zoiets betekent als ‘wazig’ of ‘out of focus’. Het beschrijft de esthetische kwaliteit van de onscherpe delen in een foto, dus niet zozeer hóe onscherp iets is maar hoe die onscherpte eruitziet. Zijn de lichtpuntjes ronde cirkels of hebben ze harde randen? Zijn drukke achtergronden zacht of rokerig? Dat is bokeh. De mate van onscherpte zelf heet kleine scherptediepte. Mensen gooien die twee dingen door elkaar en dat is precies waar het misgaat. Maar het is een feit dat de onscherpte van je achtergrond afhankelijk is van je scherptediepte. Een kleinere scherptediepte geeft een onscherpere achtergrond. En dat is soms best een nadeel.

Een kleine scherptediepte krijg je door een combinatie van drie factoren: een grote lensopening (laag f-getal), een korte afstand tot je onderwerp en een lange brandpuntsafstand. Een 85mm f/1.4 op een halve meter van je onderwerp geeft een waanzinnig smalle zone van scherpte. Dat klinkt geweldig en ja, soms is het dat ook. Maar het heeft volgens mij ook een keerzijde. Of eigenlijk twee. Bij f/1.2 of f/1.4 op een portret kan het ene oog scherp zijn en het andere al softer worden. Ik heb dat zelf meegemaakt tijdens een portretopdracht: ik fotografeerde een man van dichtbij met een 50mm op f/1.2 en zijn ogen waren scherp, maar het speciale voorwerp dat hij vasthield niet. Dat zag ik thuis op groot scherm. Technisch perfect belicht, compositie klopte, maar de foto was onbruikbaar. De bokeh was prachtig en de foto was waardeloos.

Extreem kleine scherptediepte maakt het voorwerp onscherp

De mythe van de vage achtergrond

En hier komt nadeel twee. Er is een hardnekkig idee dat een onscherpe achtergrond een portret automatisch sterker maakt. Het onderwerp komt er ‘uit’, het oog gaat er naartoe, de foto voelt professioneel aan. En ja, dat kan kloppen. Als je iemand fotografeert voor een drukke markt en die achtergrond leidt af dan is het logisch om die achtergrond weg te werken. Maar stel je voor dat je diezelfde persoon fotografeert in een iconische omgeving, een historisch plein, een bijzondere architectuur, een landschap of de werkplaats waar hij werkt, dan zegt de achtergrond alles over wie die persoon is. Dan gooi je met een f/1.4 precies die context weg die de foto betekenis geeft.

De Amerikaanse fotograaf en schrijver David duChemin zei het ooit scherp: “Gear is good, vision is better.” Hij doelt daarmee op het idee dat technische middelen dienend zijn aan je verhaal. Niet andersom. Bokeh is zo’n typisch geval van een technisch hulpmiddel dat als doel op zich is gaan fungeren. Je koopt een lens met f/1.8, je zet hem op de laagste stand en je denkt dat je daarmee professionele foto’s maakt met een lekkere lage ISO. Maar een professional vraagt zich eerst af: wat wil ik vertellen, en helpt die vage achtergrond daarbij?

Bokeh verpest je foto

Er zijn dus een aantal problemen met het standaard kiezen voor het grootste diafragma.

  • Scherptediepte. Bij een portret van dichtbij op f/1.2 of f/1.4 is de scherptediepte soms kleiner dan een centimeter. Als je onderwerp zijn hoofd ook maar een fractie kantelt, of als jij zelf een millimeter beweegt op het moment van de opname, mis je de focus op de ogen. En ogen zijn het eerste waar een kijker naartoe gaat. Een scherpe neus met wazige ogen voelt ongemakkelijk aan. Andersom vind ik overigens ook raar.
  • Verlies van context. Stel je voor: je fotografeert een straatmusikant. Achter hem hangt een neonbord, lopen mensen in feestkleding en kleurt de lucht oranje van de warmte. Als je op f/1.4 schiet, wordt die hele wereld achter hem één vage vlekkenbrij. Misschien ziet het er mooi uit. Maar je verliest het verhaal. Fotografeer je diezelfde man op f/5.6, dan wordt de foto ineens een document van een moment op een plek. Meer zeggingskracht, minder ‘vibe’. Nog steeds met een vage achtergrind, maar nog steeds met wat detail.
  • Bokeh kan lui fotograferen maskeren. Als alles behalve je onderwerp wazig is, hoef je minder na te denken over compositie, achtergrond en context. Je kunt een rommelige achtergrond wegschieten in plaats van een betere plek te zoeken. Dat is verleidelijk, maar het maakt je geen betere fotograaf.

Het diafragma als bewuste keuze

Kies je diafragma met grote zorg. Het diafragma regelt namelijk twee belangrijke dingen: de scherptediepte en de hoeveelheid licht die de sensor bereikt. Een grote opening (f/1.8) laat veel licht binnen wat bij weinig licht enorm fijn is. Je kunt dan met een lagere ISO fotograferen wat ruis beperkt. Dat is een legitieme reden om een grote opening te kiezen. Maar het is een andere reden dan ‘ik wil bokeh’.

In een donkere ruimte heb je soms de keuze tussen f/1.8 met weinig ruis of f/4 met meer ruis. Wat is beter? Dat hangt af van de foto. Als scherptediepte niet kritisch is, kies ik voor f/1.8. Als ik wil dat meer van het beeld scherp is (bijvoorbeeld als de achtergrond er toe doet, weeg ik af of ik de ruis accepteer en naar f/4 of f/5.6 ga. Er bestaat geen universeel juist antwoord. Wat er wél is: een bewuste keuze op basis van wat de foto nodig heeft.

De vuistregel die ik zelf gebruik bij portretwerk: bij een enkel gezicht van dichtbij ga ik zelden onder f/2. Bij twee personen naast elkaar al snel naar f/4 of f/5.6, omdat ik allebei scherp wil. Bij een groep of een omgevingsportret ga ik naar f/8 of hoger. Niet omdat ik bokeh wil vermijden, maar omdat ik wil dat de foto vertelt wat ik wil vertellen.

De achtergrond als onderdeel van je foto

Een achtergrond is geen last die je moet wegwerken. Het is een onderdeel van je compositie. De beste portretfotografen ter wereld, denk aan Steve McCurry of Platon, plaatsen hun onderwerpen bewust in een omgeving die iets toevoegt. McCurry’s beroemde foto van het Afghaanse meisje Sharbat Gula heeft een achtergrond die niet compleet wazig is. Je ziet een tentstructuur, schaduwen, textuur. Die achtergrond geeft context zonder af te leiden. Het is een bewuste keuze, geen technisch onvermogen.

Steve McCurry - Afghan girl

Een achtergrond kiezen die werkt is moeilijker dan hem wegvagen. Je moet nadenken over kleur, textuur, diepte en wat het zegt over je onderwerp. Een bakker voor zijn oven, een timmerman in zijn werkplaats, een kind op een speelplaats: die achtergronden vertellen mee. Gooi je ze weg met f/1.2, dan hou je een gezicht over.

Hieronder heb ik een rekenmodel gemaakt waarmee je kunt experimenteren met diafragma, ISO en sluitertijd. Kijk eens welk effect dit heeft op je foto.

Rekenen met belichting

Schuif met de sliders om het effect van de elementen van de belichtingsdriehoek op de foto te zien. De rekentool toont de hoeveelheid licht, de scherpte en de mate van ruis in je foto. Gebruik de tool om meer gevoel te ontwikkelen over de invloed van diafragma, ISO en sluitertijd op je foto.

EV ±0.0
ISOISO 60
Sluitertijd1/250s
Diafragmaf/8

Bewegingsonscherpte

Geen

bevroren

Scherptediepte

Diep

alles scherp

Ruis

Geen

ISO 60

Zo kijk ik naar mijn diafragmakeuze

Ik open geen lens meer automatisch op de laagste f-waarde. Ik stel mezelf drie vragen voordat ik op de ontspanner druk. Wat wil ik scherp hebben? Voegt de achtergrond iets toe aan het verhaal? En heb ik genoeg licht om diafragma en ISO in balans te brengen? Die drie vragen kosten me letterlijk twee seconden en ze hebben mijn foto’s meer verbeterd dan welke nieuwe lens dan ook.

Als je een diepgaand begrip van scherptediepte wilt opbouwen, raad ik aan om een keer dezelfde scène te fotograferen op f/1.8, f/2.8, f/4 en f/8. Niet om techniek te oefenen, maar om te zien hoe anders de foto aanvoelt bij elke stap. De keuze die je daarna maakt is niet meer automatisch. Die is van jou. Bokeh is mooi. Soms. Een achtergrond die meevertelt is ook mooi. De kunst is weten wanneer je welke kant op gaat. En die kunst begint met ophouden om je diafragma op de laagste stand te gooien zonder na te denken.

Heb jij weleens een foto verpest door te veel bokeh, of juist een foto gered door bewust een hogere f-waarde te kiezen? Deel het in de reacties.

Veelgestelde vragen

Is bokeh altijd beter met een lagere f-waarde?

Een lagere f-waarde geeft meer onscherpte in de achtergrond, maar dat betekent niet automatisch een betere foto. Bij f/1.2 of f/1.4 is de scherptediepte zo smal dat je bij portretfotografie al snel een oog scherp hebt en het andere niet. Bokeh is een middel, geen doel. De keuze voor een lage f-waarde hangt af van wat je wilt vertellen en of de achtergrond iets toevoegt of afleidt.

Wanneer is ruis beter dan onscherpte?

Ruis is in de meeste gevallen vergeeflijker dan onscherpte. Een foto met wat korrel maar scherpe ogen is bruikbaar. Een foto met mooie bokeh maar zachte ogen niet. Bovendien is ruis te reduceren in software zoals Lightroom of Topaz Photo AI. Onscherpte in je onderwerp corrigeer je niet in nabewerking. Als je moet kiezen, kies dan voor scherpte en accepteer de ruis.

Welk diafragma is het beste voor portretfotografie?

Er is geen universeel beste f-waarde voor portretten. Bij een close-up van één gezicht is f/2.8 een veilige keuze die ogen scherp houdt en de achtergrond zacht maakt. Bij twee personen naast elkaar ga je beter naar f/4. Bij omgevingsportretten waarbij de achtergrond meevertelt is f/8 zinvol. De beste f-waarde is de waarde die past bij wat je wilt tonen.