Stel je voor: je hebt een prachtige foto gemaakt, je laat hem afdrukken op groot formaat, en het resultaat is een wazige, korrelige teleurstelling. Wat ging er mis? Het antwoord ligt in iets wat de meeste fotografen verkeerd begrijpen en wat camerafabrikanten liever niet te duidelijk uitleggen.
Meer megapixels is niet altijd beter
De marketingmachine van camerafabrikanten draait op volle toeren. Elke nieuwe camera heeft meer megapixels dan zijn voorganger, alsof dat het enige is wat telt. Een 50-megapixelcamera klinkt indrukwekkend, maar de vraag is: heb je die pixels ook echt nodig voor het afdrukken van een foto? Het eerlijke antwoord is: waarschijnlijk niet. Voor de meeste afdrukformaten tot A3 is een camera van 12 tot 24 megapixels ruimschoots voldoende. Ik fotografeer zelf al jaren met een 24-megapixelcamera en heb nog nooit een klant gehad die klaagde over onvoldoende scherpte bij afdrukken tot A2-formaat. De obsessie met pixelaantallen leidt fotografen af van wat werkelijk scherpte bepaalt: lenstechniek, belichting, scherpstelling en camerabeweging. Een perfecte opname met een 20-megapixelcamera verslaat altijd een slordige opname met een 60-megapixelcamera.
Wat bepaalt nu precies de scherpte van een foto?
Scherpte in een foto is het resultaat van meerdere factoren samen. Ten eerste is er de optische kwaliteit van je lens. Een scherpe, kwalitatieve lens maakt meer verschil dan het aantal megapixels van je sensor. Ten tweede speelt camerabeweging een grote rol. Zelfs de kleinste trilling tijdens de opname vervaagt details die geen enkele hoeveelheid pixels kan herstellen. Gebruik een statief of een voldoende hoge sluitertijd. Ten derde is nauwkeurige scherpstelling essentieel. Moderne autofocussystemen zijn uitstekend, maar ze maken fouten. Zeker bij bewegende onderwerpen of bij weinig contrast. Ten vierde telt diafragma mee: fotograferen op het maximale diafragma van je lens geeft vaak minder scherpte door lensaberraties. De meeste lenzen presteren het best twee tot drie stops gesloten. Ten vijfde heeft ISO-ruis invloed op de waargenomen scherpte. Hoge ISO-waarden introduceren ruis die details maskeert. Al deze factoren samen bepalen of een foto scherp genoeg is om af te drukken — lang voordat het aantal megapixels relevant wordt.
Wat je fotografeert, speelt ook een grote rol bij het afdrukken van een foto. Architectuurfotografie vereist maximale scherpte en detail omdat kijkers hun ogen langs rechte lijnen en fijne texturen laten glijden. Een licht onscherpe gevel valt direct op. Bij wildlife-fotografie van bewegende dieren is een kleine mate van bewegingsonscherpte vaak onvermijdelijk en zelfs acceptabel — het geeft dynamiek. Portretfotografie vereist scherpte in de ogen, maar een licht onscherpe achtergrond is juist gewenst. Het medium waarop je afdrukt, bepaalt ook mee. Canvas absorbeert inkt en geeft een zachter, minder scherp resultaat dan fotopapier. Metaaldruk geeft juist een haarscherp, glanzend resultaat. Een foto die op fotopapier perfect scherp lijkt, kan op canvas iets minder gedetailleerd ogen — en dat is prima, want canvas heeft zijn eigen esthetische kwaliteiten. Begrijp je medium voordat je afdrukt.
Het verschil tussen DPI en PPI
Dit is een begripsverwarring die ik keer op keer tegenkom, zelfs bij ervaren fotografen. PPI staat voor Pixels Per Inch en beschrijft de resolutie van een digitaal bestand of beeldscherm. Het is het aantal pixels dat in één inch van je digitale afbeelding past. DPI staat voor Dots Per Inch en beschrijft de resolutie van een printer — het aantal inktpuntjes dat de printer per inch op het papier zet. Dit zijn twee fundamenteel verschillende dingen. Een printer met 1440 DPI gebruikt 1440 inktpuntjes per inch om de kleuren van jouw pixels te reproduceren. Meerdere inktpuntjes zijn nodig om één pixel correct weer te geven. Wanneer een drukker zegt dat je een bestand van 300 DPI moet aanleveren, bedoelt hij eigenlijk 300 PPI — 300 pixels per inch op het uiteindelijke afdrukformaat. De termen worden in de praktijk door elkaar gebruikt, wat verwarrend is maar inmiddels zo ingeburgerd dat het weinig zin heeft om er tegen te vechten. Weet gewoon wat er bedoeld wordt.

Welke resolutie heb je nodig voor je afdruk?
De standaard die drukkers hanteren is 300 PPI voor fotodruk op normaal formaat. Dit is de resolutie waarbij het menselijk oog bij normale kijkafstand geen individuele pixels meer kan onderscheiden. Maar hier zit een cruciaal detail dat veel fotografen missen: die 300 PPI-norm is gebaseerd op een kijkafstand van ongeveer 30 centimeter. Hoe groter het afdrukformaat, hoe groter de kijkafstand — en hoe lager de vereiste PPI. Een billboard van 3 bij 6 meter wordt van tientallen meters afstand bekeken en heeft slechts 10 tot 30 PPI nodig voor een perfect scherp resultaat. Dit is exact dezelfde reden waarom televisiefabrikanten zijn gestopt met de massaproductie van 8K-televisies. Van een normale kijkafstand is het verschil met 4K niet waarneembaar voor het menselijk oog. De schermen zijn duurder in productie, verbruiken aanzienlijk meer stroom, en leveren geen zichtbaar voordeel op. De markt heeft dit begrepen en als fotograaf kun je hetzelfde inzicht toepassen op je afdrukken.
De scherpte die een menselijk oog kan waarnemen, is fysiek begrensd. Het menselijk oog heeft een hoekresolutie van ongeveer één boogminuut — dit staat bekend als de visuele acuïteit. Roger Clark, astrofysicus en fotografie-expert, heeft dit uitgebreid gedocumenteerd op zijn website clarkvision.com. Op basis van deze fysiologische grens kun je berekenen hoeveel PPI een afdruk maximaal nodig heeft bij een bepaalde kijkafstand. Hieronder een praktisch schema:
| Kijkafstand in meters | Soort afdruk | Maximale DPI noodzakelijk |
|---|---|---|
| 0,30 m | Fotoboek, ansichtkaart, A6/A5 afdruk | 300 PPI |
| 0,50 m | A4 afdruk, tijdschriftpagina | 200 PPI |
| 1,00 m | A3 wandafdruk, poster | 150 PPI |
| 1,50 m | A2 wandafdruk | 100 PPI |
| 2,00 m | A1 wandafdruk, groot canvas | 75 PPI |
| 3,00 m | A0 afdruk, tentoonstellingsprint | 50 PPI |
| 5,00 m en meer | Spandoek, buitenreclame, billboard | 15–30 PPI |
Hoeveel pixels heb je nodig per afdrukformaat
Laten we berekenen hoeveel pixels je nodig hebt om een foto af te drukken op 300 PPI voor de gangbare papierformaten. Dit zijn de cijfers die je als fotograaf moet kennen. De bestandsgrootte in JPEG is een schatting bij gemiddelde compressie (kwaliteitsinstelling 80–85%). De werkelijke bestandsgrootte varieert afhankelijk van de complexiteit van de afbeelding en de gebruikte compressie-instellingen.
| Formaat | Afmetingen (cm) | Pixels bij 300 PPI | Totaal megapixels | Geschatte JPEG-bestandsgrootte |
|---|---|---|---|---|
| A6 | 10,5 × 14,8 cm | 1240 × 1748 px | 2,2 MP | 0,8 – 1,5 MB |
| A5 | 14,8 × 21,0 cm | 1748 × 2480 px | 4,3 MP | 1,5 – 3 MB |
| A4 | 21,0 × 29,7 cm | 2480 × 3508 px | 8,7 MP | 3 – 6 MB |
| A3 | 29,7 × 42,0 cm | 3508 × 4961 px | 17,4 MP | 6 – 12 MB |
| A2 | 42,0 × 59,4 cm | 4961 × 7016 px | 34,8 MP | 12 – 24 MB |
| A1 | 59,4 × 84,1 cm | 7016 × 9921 px | 69,6 MP | 24 – 48 MB |
| A0 | 84,1 × 118,9 cm | 9921 × 14043 px | 139,3 MP | 48 – 96 MB |
Kijk naar de A1-rij: 69,6 megapixels bij 300 PPI. Geen enkele consumentencamera haalt dat. Maar onthoud wat ik eerder zei: bij een kijkafstand van twee meter heb je voor A1 slechts 75 PPI nodig. Dat zijn dan 3938 × 4725 pixels — zo’n 18,6 megapixels. Dat haalt elke moderne camera met gemak. Het 300 PPI-dogma voor grote formaten is dus een mythe die je gerust kunt loslaten.
Een concreet voorbeeld uit de praktijk
Ik had een opdracht waarbij een foto van een industrieel complex moest worden afgedrukt op A1-formaat voor een kantoorlobby. De foto was gemaakt met een 24-megapixelcamera. Op papier “te weinig” pixels voor A1 op 300 PPI. Maar de foto hing op een hoogte van 1,60 meter, en de dichtstbijzijnde plek waar een bezoeker kon staan was 1,80 meter van de muur. Ik heb de foto laten afdrukken op 150 PPI. Het resultaat was verbluffend scherp. Niemand heeft ooit gevraagd of de foto “hoog genoeg in resolutie” was. Ze vroegen waar de foto gemaakt was en of hij te koop was. Dat is het enige wat telt. De techniek dient het beeld, niet andersom. Dit voorbeeld illustreert perfect hoe kijkafstand, afdrukformaat en beeldresolutie samenwerken. Reken altijd eerst uit wat je werkelijk nodig hebt, voordat je conclusies trekt over of je camera “goed genoeg” is.
Wat zorgt werkelijk voor een scherpe afdruk
Nu je weet hoeveel pixels je nodig hebt, is de volgende vraag: hoe zorg je dat die pixels ook werkelijk scherp zijn? De kwaliteit van de drukker en het gebruikte papier of medium spelen een grote rol. Een goede fotolaborant die werkt met een professionele inkjetprinter — zoals de Canon imagePROGRAF of Epson SureColor serie — levert een fundamenteel ander resultaat dan een goedkope online printservice. Fotopapier met een glanzende of semi-matte afwerking geeft de scherpste resultaten. Canvas geeft een zachter, schilderachtig effect maar verliest fijne details. Metaaldruk op aluminium geeft een levendig, haarscherp resultaat met uitstekende kleurdiepte. Kies je medium bewust, afgestemd op het onderwerp. Een landschapsfoto kan prachtig zijn op canvas. Een architectuurfoto vraagt om fotopapier of metaal. Zoals fotografie-expert en auteur Michael Freeman schrijft in zijn boek “The Complete Guide to Light & Lighting in Digital Photography”: “The final print is where photography becomes real. Everything before that moment is preparation.” Die voorbereiding begint bij de juiste keuzes in het veld en eindigt bij de juiste keuzes in het lab.
Tot slot: kalibreer je beeldscherm als je serieus wilt afdrukken. Een niet-gekalibreerd scherm geeft een vertekend beeld van kleuren en contrast. Wat je op je scherm ziet, is dan niet wat de printer reproduceert. Gebruik een kleurkalibratiemiddel zoals de Datacolor Spyder of X-Rite ColorMunki. Dit is een investering van honderd tot tweehonderd euro die het verschil maakt tussen teleurstelling en voldoening bij elke afdruk. Meer informatie over kleurkalibratie en afdrukresolutie vind je op de uitstekende kennisbank van Luminous Landscape, een van de meest gezaghebbende bronnen voor serieuze fotografen. Lees ook de technische documentatie van Epson over hun printresoluties op epson.eu — die geeft inzicht in hoe printerresolutie en beeldresolutie zich tot elkaar verhouden.
Heb jij ervaring met het afdrukken van foto’s op groot formaat? Of heb je zelf berekend hoeveel pixels je nodig hebt voor een specifiek project? Deel je ervaringen in de reacties — ik lees ze allemaal en reageer graag.

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s, maar vooral omdat ik graag kijk. Echt kijk. Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50, gekocht rond de geboorte van mijn zoon. Sindsdien is fotografie voor mij verweven geraakt met aandacht, nieuwsgierigheid en het vastleggen van momenten die anders ongemerkt voorbijgaan.
Ik ben iemand die wil begrijpen wat hij doet. Daarom zit ik net zo graag in de techniek als in het beeld zelf. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, eigenwijs, en precies uitdagend genoeg om me scherp te houden. Ik word blij van uitzoeken waarom iets werkt — of waarom juist niet.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Niet om te laten zien wat ik weet, maar om anderen mee te nemen in dat ontdekproces. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel te maken, zonder ze plat te slaan. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
