Er is iets vreemds aan de hand met fotografie. Scroll door Instagram, Behance of welke portfolio-site dan ook en je ziet het meteen: alles lijkt op elkaar. Perfecte belichting, strakke compositie, huidtinten die eruitzien alsof ze door een laboratorium zijn goedgekeurd. Het is alsof één onzichtbare hand alle beelden heeft nabewerkt. Die hand bestaat echt en hij heet AI.
TL;DR: AI-beeldmodellen zijn getraind op miljarden foto’s en produceren daardoor een statistisch gemiddelde van wat “mooi” is. Dat gemiddelde sijpelt door in onze eigen smaak, onze presets, onze bewerkingskeuzes. Dit artikel gaat over hoe je dat patroon herkent en er bewust van afwijkt.
Het statistisch gemiddelde als onzichtbare norm
Statistical mean heet dit, de neiging naar het gemiddelde. Wanneer een AI-model zoals Midjourney of Adobe Firefly wordt getraind, verwerkt het miljarden beelden. Het leert patronen over wat mensen mooi vinden, wat ze liken, wat ze delen. Het resultaat is een soort visuele consensus; een gemiddelde van alle esthetische voorkeuren die ooit digitaal zijn vastgelegd. Dat gemiddelde is niet lelijk, het is eigenlijk behoorlijk aantrekkelijk. En dat is precies het probleem. Zoals de filosoof en mediatheoreticus Lev Manovich al schreef in The Language of New Media: algoritmen normaliseren niet alleen data, ze normaliseren ook smaak. Wat het algoritme beloont, wordt de standaard en wat afwijkt, verdwijnt uit de feed.
Hoe die smaak jouw foto’s binnensluipt
Je hoeft Midjourney niet te gebruiken om beïnvloed te worden. De AI-gestuurde suggesties in Lightroom, de automatische verbeteringen in je telefoon, de trending presets op Preset Planet: ze zijn allemaal gebaseerd op datzelfde statistische gemiddelde. Ik merkte het zelf toen ik een serie straatfoto’s uit Napels bekeek naast mijn bewerkte versies. De originelen hadden iets rauws, iets ongemakkelijks. Na mijn standaard workflow zagen ze eruit als elke andere Europese straatfotografie op Pinterest. Misschien overdrijf ik een beetje, maar ik had de spanning eruit gepoetst. Niet expres maar gewoon door op “auto” te vertrouwen. Dat is het verraderlijke: de algoritmische smaak vraagt niet om toestemming. Hij nestelt zich in je workflow als een stille default.
Het Lightroom-effect
Adobe’s AI-functies zoals Denoise en de automatische toonafstelling zijn technisch indrukwekkend. Maar ze optimaliseren naar een gemiddelde. Denoise verwijdert ruis op basis van wat statistisch als “storend” wordt beschouwd. Daarmee verdwijnt ook de korrelstructuur die een foto karakter geeft. De automatische belichting trekt highlights en schaduwen naar een “veilig” midden. Het resultaat is technisch correct en visueel dood. The Guardian schreef in 2023 over hoe AI-tools in fotografie de grens tussen authenticiteit en perfectie vervagen, en niet altijd ten gunste van de fotograaf.



De esthetiek van wrijving
Wat maakt een foto onvergetelijk? Zelden perfectie. Vaker is het de wrijving: de lichte overbelichting die de sfeer van een hete middag vastlegt, de korrelige schaduw die spanning toevoegt, de scheve horizon die onrust creëert. Diane Arbus fotografeerde mensen op een manier die haar tijdgenoten als “lelijk” bestempelden. Nu hangen haar prints in MoMA. Haar werk overleefde omdat het weigerde te voldoen aan de norm van haar tijd. Afwijking van het gemiddelde is precies wat een beeld de tand des tijds laat doorstaan. Het statistisch gemiddelde veroudert snel. Wat vandaag trending is, ziet er over drie jaar gedateerd uit.
Bewust afwijken zonder willekeur
Afwijken van de algoritmische norm is geen excuus voor slordigheid. Het vraagt juist meer controle, meer intentie. De vraag is niet “hoe maak ik iets anders?” maar “wat wil ik dat dit beeld voelt?” Neem nou kleur. De statistische gemiddelde kleurbewerking in 2024 is warm, zacht en desaturated in de schaduwen. Wil je spanning? Verhoog het contrast in de midtonen. Wil je vervreemding? Duw de witbalans naar koelere tonen dan je instinct aangeeft. Wil je tijdloosheid? Werk met een beperkt kleurpalet dat niet gebaseerd is op wat nu trending is maar op de kleurtheorie van schilders als Hopper of Eggleston. William Eggleston zei het zo: “I am at war with the obvious.”
Drie concrete breekpunten in je workflow
- Zet de automatische toonafstelling in Lightroom permanent uit en begin elke bewerking bij nul
- Gebruik Denoise alleen als ruis de leesbaarheid van het beeld schaadt, niet als standaard stap
- Vergelijk je bewerkte foto’s niet met trending werk maar met fotografen die je tien jaar geleden inspireerden
De paradox van de perfecte foto
Maar er is een dieper probleem. Het statistisch gemiddelde is niet alleen een esthetisch fenomeen, het is ook een economisch mechanisme. Platforms belonen beelden die snel worden begrepen, die emotie triggeren zonder te veel cognitieve inspanning te vragen. Dat zijn per definitie beelden die dicht bij het gemiddelde liggen. Afwijken kost bereik. Dat is een afweging, zeker als je fotografie je inkomen is. Maar als je uitsluitend optimaliseert voor het algoritme, maak je geen fotografie meer, dan maak je content. Content is gemaakt om geconsumeerd te worden. Fotografie is gemaakt om bewonderd te worden.
Wat dit betekent voor jouw praktijk
De twee meest productieve vraag die ik mezelf stel voor ik een bewerking afsluit: ‘heb ik dat gemaakt?’ en ‘zou een AI dit ook zo gemaakt hebben?’ Niet omdat AI slecht is, maar omdat mijn toegevoegde waarde als fotograaf zit in wat het algoritme niet kan: intentie, context, de specifieke frictie van een moment dat ik zelf heb meegemaakt. Dat is geen romantisch ideaal. Het is een strategische keuze. In een wereld vol statistisch gemiddelde beelden is afwijking geen risico. Het is onderscheid. En onderscheid is het enige wat op de lange termijn telt. Hoe ga jij om met de algoritmische druk op je eigen esthetiek? Ik ben benieuwd naar je ervaringen in de reacties.

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s, maar vooral omdat ik graag kijk. Echt kijk. Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50, gekocht rond de geboorte van mijn zoon. Sindsdien is fotografie voor mij verweven geraakt met aandacht, nieuwsgierigheid en het vastleggen van momenten die anders ongemerkt voorbijgaan.
Ik ben iemand die wil begrijpen wat hij doet. Daarom zit ik net zo graag in de techniek als in het beeld zelf. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, eigenwijs, en precies uitdagend genoeg om me scherp te houden. Ik word blij van uitzoeken waarom iets werkt — of waarom juist niet.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Niet om te laten zien wat ik weet, maar om anderen mee te nemen in dat ontdekproces. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel te maken, zonder ze plat te slaan. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
