Fouten met portretfotografie

Veelgemaakte fouten met portretfotografie

Een van mijn eerste shoots was met Joyce. Voor mijn gevoel ging alles mis ging. De belichting klopte niet, haar gezicht viel in schaduwen, ik had techniek niet oinder controle. Ik gaf slechte instructies. Herkenbaar? Deze fouten portretfotografie zie ik steeds terugkomen bij fotografen.

De verkeerde lichtrichting kiest

Licht is alles bij portretfotografie. Toch zie ik fotografen steeds dezelfde fout maken: ze plaatsen hun model recht tegenover de lichtbron. Het resultaat? Een plat, saai portret zonder diepte. De oplossing ligt in het begrijpen van lichtrichtingen. Zijlicht creëert dimensie en structuur in het gezicht. Bij Rembrandt-verlichting plaats je de lichtbron 45 graden naast en boven het model. Dit zorgt voor een karakteristieke driehoek van licht op de wang die van de lichtbron af ligt. Rembrandt-verlichting is dit een van de meest flatterende lichtopstellingen voor portretten. Let wel op: de driehoek mag niet langer zijn dan de neus en niet breder dan het oog. Meet dit door met je hand de afstand te schatten tussen neusvleugel en jukbeen. Daarnaast moet je oppassen dat de schaduw van de neus niet te ver over de wang valt. Dit gebeurt als je de lichtbron te hoog plaatst.

Te weinig aandacht voor de achtergrond

Bij Joyce’s shoot merkte ik dat ze gefocust was op haar pose. De achtergrond negeerde ze volledig. Een klassieke fout. Een drukke achtergrond trekt de aandacht weg van je model. Kies daarom bewust voor een rustige, effen achtergrond of zorg voor voldoende afstand tussen model en achtergrond. Gebruik een grote diafragma-opening zoals f/2.8 of f/1.8 om de achtergrond uit focus te krijgen. De scherptediepte wordt dan minimaal. Stel je gebruikt een 85mm lens op f/1.8 met een afstand van 2 meter tot je model. Dan is je scherptediepte ongeveer 10 centimeter. Alles daarbuiten valt in een zachte blur. Dit effect noemen we bokeh. Een portret vertelt het verhaal van een persoon, niet van wat er achter hen staat.

Veelgemaakte fouten met portretfotografie

Kleurcontrasten die afleiden

Naast drukte speelt ook kleur een rol. Felle kleuren in de achtergrond trekken het oog. Kies neutrale tinten of kleuren die complementair zijn aan de huidskleur van je model. Warme tinten zoals beige, zacht groen of gedempte blauwtinten werken goed. Vermijd felrood, felgeel of neonkleuren. Deze creëren een visuele strijd om aandacht. Toch een drukke achtergrond? Zorg dat je deze onscherp maakt.

De verkeerde brandpuntsafstand kiezen

Een veelgemaakte fout portretfotografie is het gebruik van een groothoeklens. Lenzen onder de 50mm vervormen gezichten. Neuzen worden groter, oren kleiner, en de verhoudingen kloppen niet meer. Een brandpuntsafstand van boven de 85mm vertekenen ook, objecten dicht bij de lens worden proportioneel groter. Iemand die aan tafel zit met een kop koffie in zijn handen, krijgt enorme handen.

Voor portretten gebruik je idealiter een lens tussen 50mm en 85mm. Deze brandpuntsafstanden comprimeren de perspectieven op een flatterende manier en lijken het meest op hou jouw oog de wereld registreert. Bij 85mm fotografeer je vanaf ongeveer 2 tot 3 meter afstand. Dit geeft je model ook meer ruimte om zich natuurlijk te voelen. Fotomodellen voelen zich comfortabeler wanneer de fotograaf niet te dichtbij staat. Een 50mm lens kan ook werken, maar ga dan iets dichter bij je model staan, op ongeveer 1 meter.

Fouten met de camera-instellingen

Technische fouten tijdens de portretfotografie komen voort uit verkeerde camera-instellingen. De ISO staat te hoog, waardoor ruis zichtbaar wordt in het gezicht. Of de sluitertijd is te laag, wat bewegingsonscherpte veroorzaakt. Hier zijn mijn basisinstellingen voor portretfotografie in een studio met flitsers:

  • ISO: 100 tot 400 voor minimale ruis
  • Diafragma: f/2.8 tot f/5.6 voor mooie scherptediepte
  • Sluitertijd: minimaal 1/125 seconde, liever 1/200 afhankelijk van je sync speed
  • Witbalans: handmatig instellen op 5500K bij daglicht

Bij natuurlijk licht buiten pas je deze aan. Verhoog je ISO naar 400-800 als het bewolkt is. Gebruik een sluitertijd van minimaal 1/250 seconde om beweging te bevriezen. Check je histogram na elke foto. De curve moet in het midden zitten, zonder uitschieters links of rechts.

De ogen onscherp op de foto

Joyce vroeg me na de shoot: “Waarom zijn sommige foto’s wazig?” Het antwoord was simpel. De focus lag op haar neus in plaats van haar ogen. De ogen zijn het belangrijkste element in een portret. Ze moeten altijd scherp zijn. Gebruik single-point autofocus bij een kleinescherptediepte en plaats het focuspunt op het dichtstbijzijnde oog. Moderne camera’s kunnen ogen herkennen en hierop de focus leggen. Bij een profiel focus je op het zichtbare oog. Bij een frontaal portret kies je het linker of rechter oog en focus je daar. Met een diafragma van f/2.8 is de scherptediepte beperkt. Als je focus ook maar iets te ver voor of achter de ogen ligt, worden ze onscherp. Controleer dit door in te zoomen op je camerascherm direct na het maken van de foto.

Verkeerde houding van het model

Een stijve houding maakt elk portret onnatuurlijk. Ik zie modellen die recht voor de camera staan met hun schouders parallel aan de lens. Dit maakt ze breder en minder flatterend. Vraag je model om een schouder iets naar achteren te draaien. Dit creëert een S-curve in het lichaam. De kin moet licht naar voren en omlaag, alsof ze over een denkbeeldige muur kijken. Dit voorkomt een dubbele kin en definieert de kaaklijn. Bij Joyce paste ik dit direct toe. Het verschil was enorm. Haar houding werd eleganter en natuurlijker.

Je model niet op zijn gemak stellen

Techniek is belangrijk, maar de connectie met je model is essentieel. Zenuwachtige modellen geven stijve portretten. Praat met je model. Stel vragen. Laat ze bewegen tussen shots. Zet muziek op die ze leuk vinden. Geef concrete aanwijzingen in plaats van vage opmerkingen. Zeg niet “ontspan je”, maar “laat je schouders zakken en adem uit”. Show voorbeeldfoto’s op je camera. Dit geeft vertrouwen en helpt je model te begrijpen wat je zoekt. Denise en ik werken altijd met een opwarmperiode. De eerste tien minuten zijn voor het model om comfortabel te worden. De beste foto’s komen daarna.

Welke fouten portretfotografie herken jij in je eigen werk? Deel je ervaringen in de reacties hieronder. Ik ben benieuwd welke tips je het meest hebben geholpen.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *