Mijn opa stierf toen ik een jaar of acht was. Ik zou graag zeggen dat ik hem nog voor me zie: zijn handen, zijn stem, hoe hij rook naar tabak en vieux. Eerlijk? Ik herinner zijn gezicht alleen nog zoals ze op een paar foto’s staan. Die foto’s zijn mijn herinneringen aan hem geworden. Niet de man zelf, de beelden van de man. Dat maakt me soms ongemakkelijk, want ik weet niet meer waar het echte geheugen ophield en de foto begon.
TL;DR
Foto’s zijn geen neutrale opslag van herinneringen. Ze vervangen het geheugen, vormen het om en bepalen mee wat we ons later herinneren van een moment. Dat is geen reden om minder te fotograferen, wel een reden om bewuster te fotograferen.
Een foto is een herinnering aan een moment
Onderzoek naar het menselijk geheugen laat zien dat herinneringen niet worden opgeslagen zoals bestanden op een harde schijf. Ze worden elke keer dat je ze oproept opnieuw geconstrueerd. En foto’s spelen daarin een actieve rol. Als je een foto terugziet van een vakantie uit 2009, herinner je je de vakantie niet meer rechtstreeks. Je herinnert je het moment en de situatie van de foto. De volgende keer dat je aan die vakantie denkt, bouw je de herinnering op vanuit dat beeld. De foto ís de herinnering geworden. Het originele moment, hoe de zon aanvoelde, de geur van zonnebrand, het geluid van de branding, verdwijnt langzaam achter het beeld. De gaten ontbrekende informatie vul je zelf in op.
De dood zit in elke foto
De Franse filosoof Roland Barthes schreef in La Chambre Claire (Camera Lucida) iets wat ik niet snel vergeet: elke foto draagt de dood in zich. Niet dramatisch bedoeld, eerder klinisch. De persoon op de foto was daar. Op dat moment. Dat moment bestaat niet meer. Een foto is per definitie iets wat onherroepelijk voorbij is.
Barthes noemde dit het ça-a-été: het is geweest. Fotografie bevriest geen leven. Het documenteert het verdwijnen ervan. En toch gebruiken we foto’s alsof ze het verleden levend houden. Alsof mijn opa nog ergens bestaat zolang die foto’s er zijn. Dat is een troostrijke illusie. Ik gun hem iedereen. Als fotograaf helpt het om te weten wat je eigenlijk in handen hebt als je een foto maakt.
Wat een foto doet met je geheugen
Er is nog iets vreemds aan de hand met fotografie in combinatie met je geheugen. Je maakt een foto om iets te bewaren. Logisch. Psychologen toonden aan dat de actie van het fotograferen zelf je geheugen op dat moment verzwakt. Je delegeert het onthouden aan de camera. Je brein denkt: die regelt het wel. En laat daardoor los. Dat heet het photo-taking impairment effect. Je onthoudt minder van wat je fotografeert dan van wat je bewust observeert zonder camera. Je lens kijkt. Jij niet. Althans, niet op dezelfde manier. Dat is ook niet zo gek, bij het maken van foto’s of een filmpje ben je veel meer bezig met je camera of telefoon. Straat alles in het midden? Is de kwaliteit goed? Eigenlijk zou je tijdens een concert betere kunnen kijken, voelen en genieten dan krampachtig dat verre podium proberen vast te leggen zodat je het later terug kunt zien in slecht beeld en geluid. Maar ja, we willen ook een herinnering.
Zo werkt het menselijk geheugen. Het verklaart waarom mensen die hun hele vakantie fotograferen soms thuiskomen met honderden beelden en toch het gevoel hebben dat ze er niet echt bij waren. Arme Japanners.
Als je weet dat foto’s je geheugen vormen en niet bewaren, verandert dat hoe je fotografeert. Of zou het moeten. Ik denk vaker na over wat ik wil dat iemand zich herinnert van een moment. Wat ik wil dat er bewaard blijft.
Minder foto’s, scherper geheugen
Hoe meer ik fotografeer, hoe meer ik bewaar. Tegelijk beleef ik soms minder. De beste oplossing die ik heb gevonden: kies. Maak bewust een beperkt aantal beelden per situatie. Spreek dat vooraf met jezelf af. Dat helpt je de focus terug te krijgen en te leven in het moment. Eén goede foto dwingt je om aanwezig te zijn. Om te kijken. Om te beslissen. Gedwongen schaarste scherpt je blik. Als je weet dat je maar tien keer mag drukken, al is dat tegenwoordig een mentale oefening, kijk je anders. Strenger. Echter.
Foto als bewijsmateriaal
We fotograferen verjaardagen, concerten, zonsondergangen, niet altijd omdat we ze willen vastleggen maar omdat we willen bewijzen dat we erbij waren. Aan onszelf. Aan anderen. De foto is het bewijs van aanwezigheid geworden. Toch zie ik er ook iets moois in. Mijn opa leeft voort in die paar foto’s. Zijn gezicht bestaat nog. Al is dat niet hetzelfde als een echte herinnering, het is ook niet niets. Een foto is een dunne draad naar iemand die er niet meer is. Soms is een dunne draad genoeg.
Veelgestelde vragen
Vervangen foto’s ons geheugen echt?
Wat is het photo-taking impairment effect?
Hoe fotografeer ik bewuster zodat ik het moment ook echt beleef?

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s 🙂 Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, snel, en met geweldige filmsimulaties. Bekijk hier mijn portfolio.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel uit te leggen. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
