Een model staat voor je. De camera is klaar. En dan… stilte. Je weet niet wat je moet zeggen. Het model kijkt verwachtingsvol wachtend op instructies, de spanning stijgt, en de foto’s die je maakt voelen geforceerd en ongemakkelijk aan. Herkenbaar? Het geven van goede aanwijzingen is net zo belangrijk als de juiste belichting kiezen.
De juiste aanwijzingen geven
Communicatie met je model bepaalt voor minstens vijftig procent het succes van een fotoshoot. Een goede aanwijzing creëert een natuurlijke houding en authentieke emotie. Een slechte aanwijzing leidt tot stijve poses en onzekere gezichtsuitdrukkingen. Het verschil zit hem in specificiteit en uitvoerbaarheid. Wanneer je zegt “sta eens mooi”, geef je eigenlijk helemaal geen bruikbare informatie. Wat betekent “mooi” precies? Welke spieren moet het model aanspannen of juist ontspannen? Daarentegen werkt een aanwijzing als “draai je schouders een kwartslag naar links en kijk over je rechterschouder naar de camera” direct en effectief. Het model weet exact wat er verwacht wordt en kan de instructie meteen uitvoeren.
Fotograaf Peter Hurley benadrukt in zijn werk het belang van wat hij “jawing” noemt – het naar voren brengen van de kaak om een sterker gezichtsprofiel te creëren. “It’s not about telling someone to look good, it’s about giving them a specific action they can do.” Deze aanpak illustreert perfect waarom concrete aanwijzingen werken. Je geeft het model controle door duidelijkheid te bieden. Bovendien bouw je vertrouwen op wanneer iemand merkt dat jouw instructies leiden tot betere resultaten.
Wat is een goede aanwijzing?
Een effectieve modelaanwijzing bestaat uit drie elementen: specificiteit, visualisatie en feedback. Specificiteit betekent dat je precies beschrijft welk lichaamsdeel moet bewegen en in welke richting. In plaats van “beweeg je hoofd” zeg je “kantel je hoofd vijf centimeter naar rechts”. Visualisatie helpt wanneer je abstracte concepten vertaalt naar concrete beelden. Bijvoorbeeld: “stel je voor dat je een sinaasappel tussen je kin en borst vasthoudt” werkt beter dan “breng je kin omlaag”. Deze techniek activeert de verbeelding van het model en maakt de beweging intuïtiever. Feedback sluit de cirkel. Zodra het model de beweging maakt, bevestig je direct wat goed gaat: “precies zo, die hoek is perfect”.
De volgorde waarin je aanwijzingen geeft maakt ook verschil. Begin altijd bij de basis: de voeten en het gewicht. Vervolgens werk je omhoog via heupen, schouders, armen, handen, nek en uiteindelijk het gezicht. Deze bottom-up-benadering zorgt voor een stabiele basis. Wanneer je begint met gezichtsuitdrukkingen terwijl de houding nog niet klopt, moet je straks alles opnieuw doen. Dat frustreert en kost energie. Een model dat vijf keer dezelfde pose opnieuw moet opbouwen verliest concentratie en spontaniteit.

Wat niet werkt (en waarom
Sommige aanwijzingen lijken logisch maar werken contraproductief. “Ontspan je” is misschien wel de slechtste instructie die je kunt geven. Niemand ontspant op commando, zeker niet wanneer er een camera op hen gericht staat. Sterker nog, de opdracht om te ontspannen maakt mensen juist bewuster van hun spanning. Hetzelfde geldt voor “wees natuurlijk” of “doe gewoon jezelf”. Deze instructies zijn te abstract en leggen de verantwoordelijkheid volledig bij het model. Jij bent de professional die de richting bepaalt. Een ander veelvoorkomend probleem is het geven van te veel aanwijzingen tegelijk. “Draai je schouders, buig je heup, til je kin, kijk naar links en glimlach” overbelast het werkgeheugen. Het model vergeet de helft en voelt zich incompetent.
Negatieve formuleringen creëren ook verwarring. “Niet zo stijf staan” vertelt niet wat iemand wél moet doen. Het brein heeft moeite met het verwerken van ontkenningen en blijft hangen in het beeld dat je juist wilt vermijden. Formuleer daarom altijd positief en actionable. In plaats van “je hand ziet er raar uit” zeg je “leg je hand plat tegen je heup met je vingers naar beneden”. Deze aanpak geeft een concrete oplossing in plaats van alleen een probleem te benoemen. Technisch jargon kan ook averechts werken. Niet iedereen weet wat “contrapposto” betekent of hoe een “three-quarter pose” eruitziet. Gebruik taal die iedereen begrijpt.
De kracht van demonstratie
Soms zijn woorden niet genoeg. Fysiek demonstreren wat je bedoelt werkt sneller en effectiever dan elke verbale uitleg. Stap voor de camera vandaan en laat zien hoe je de schouders wilt, hoe de handen moeten vallen, welke gezichtsuitdrukking je zoekt. Veel modellen zijn visuele leerders die beter begrijpen wat je wilt wanneer ze het kunnen zien. Overdrijf je demonstratie een beetje. Wanneer je een subtiele hoofdbeweging wilt, maak die beweging dan twintig procent groter wanneer je het voordoet. Het model zal automatisch een iets kleinere versie maken, wat meestal precies goed uitpakt.
Fysiek aanraken om een pose aan te passen kan ook werken, maar vraag altijd eerst toestemming. “Mag ik je schouder even aanpassen?” toont respect en professionaliteit. Sommige mensen vinden aanraking prettig omdat het duidelijk maakt wat je bedoelt. Anderen voelen zich er ongemakkelijk bij. Respecteer die grens. Een alternatief is het gebruik van een assistent of het tonen van referentiebeelden op je telefoon of tablet. Pinterest boards met voorbeeldposes kunnen vooraf gedeeld worden zodat model en fotograaf dezelfde visuele taal spreken. Dit bespaart tijd en voorkomt misverstanden tijdens de shoot.
Emotie en expressie sturen
Gezichtsuitdrukkingen zijn het moeilijkste aspect om te sturen. Een geforceerde glimlach zie je meteen terug in de ogen. De zogenaamde Duchenne-glimlach, vernoemd naar de Franse neuroloog Guillaume Duchenne, activeert zowel de mond- als de oogspieren. Een echte glimlach creëer je niet door te zeggen “glimlach eens”. In plaats daarvan roep je een emotie op. Vertel een grap, maak een absurde opmerking, of vraag het model om aan iets grappigs te denken. Sommige fotografen houden een lijst bij met onderwerpen die emoties oproepen: een gênante jeugdherinnering, het moment waarop je verliefd werd, de laatste keer dat je echt boos was.
Voor meer serieuze of melancholische uitdrukkingen werkt muziek uitstekend. Vraag je model vooraf naar een playlist die bepaalde emoties oproept en speel die af tijdens de shoot. Geluid beïnvloedt stemming direct en authentiek. Een andere techniek is het vragen om aan specifieke scenario’s te denken. “Stel je voor dat je iemand ziet die je al jaren niet hebt gezien” creëert een andere uitdrukking dan “stel je voor dat je net slecht nieuws hebt gehoord”. Geef het model een moment om zich in die situatie te verplaatsen voordat je de sluiter indrukt. Haast leidt tot oppervlakkige emoties.
Timing en ritme van aanwijzingen
Het tempo waarin je aanwijzingen geeft beïnvloedt de flow van een shoot. Constant praten maakt een model nerveus en verhindert dat ze in een natuurlijke staat komen. Stiltes zijn waardevol. Geef een aanwijzing, maak een serie foto’s, en laat het model even in die pose blijven. Mensen bewegen vanzelf subtiel, en die micro-aanpassingen leveren soms de beste shots op. Fotografe Annie Leibovitz staat bekend om haar lange shoots waarin ze modellen de tijd geeft om te ‘settelen’ in een pose. Ze zegt: “I don’t try to overanalyze. I just do the work and let it happen.”
Variatie in je stem houdt de energie hoog. Monotone instructies doven enthousiasme. Gebruik intonatie om belangrijke aanpassingen te benadrukken en spreek met energie wanneer je iets moois ziet gebeuren. “Ja! Dat is hem! Blijf daar!” werkt motiverend en geeft het model vertrouwen. Toon ook je enthousiasme door af en toe het scherm te delen. Laat tussen poses door een paar sterke beelden zien. Dit bevestigt dat jullie samen iets moois aan het maken zijn en geeft het model inzicht in wat werkt. Wees wel selectief – toon alleen de beste shots om het vertrouwen te behouden.
Aanpassen aan verschillende modellen
Elk model vraagt een andere aanpak. Ervaren modellen hebben minimale sturing nodig en kunnen zelfstandig door poses bewegen. Geef ze ruimte en grijp alleen in voor specifieke aanpassingen. “Ga je gang, ik schiet mee en roep wanneer ik iets wil veranderen” geeft professionals de vrijheid om hun expertise te gebruiken. Bij mensen zonder modelervaring is meer begeleiding nodig. Begin met simpele, comfortabele poses en bouw langzaam op naar complexere houdingen. Leg uit waarom je bepaalde aanpassingen vraagt. “Ik draai je schouder deze kant op omdat het licht dan mooier over je gezicht valt” helpt mensen begrijpen dat aanwijzingen technische redenen hebben, niet omdat ze iets fout doen.
Persoonlijkheid speelt ook een rol. Extraverte mensen reageren goed op energieke, enthousiaste aanwijzingen en fysieke demonstraties. Introverte modellen voelen zich prettiger bij rustige, duidelijke instructies zonder te veel drukte. Let op non-verbale signalen. Wanneer iemand zijn armen over elkaar slaat of zijn blik afwendt, voelt hij zich mogelijk ongemakkelijk. Pas je aanpak aan of neem een pauze. Cultuurverschillen kunnen ook meespelen. Directe aanwijzingen die in Nederland normaal zijn, kunnen in andere culturen als onbeleefd ervaren worden. Blijf alert op hoe je communicatie wordt ontvangen en pas aan waar nodig.
Praktische oefeningen om beter te worden
Het geven van goede aanwijzingen is een vaardigheid die je ontwikkelt door te oefenen. Begin met vrienden of familie die je vertrouwt. Experimenteer met verschillende formuleringen voor dezelfde pose en observeer wat het beste werkt. Film jezelf tijdens een shoot en analyseer achteraf je communicatie. Je zult patronen ontdekken: momenten waarop je onduidelijk bent, te veel praat, of juist te weinig feedback geeft. Deze zelfreflectie versnelt je ontwikkeling enorm. Maak ook een persoonlijk naslagwerk met aanwijzingen die voor jou goed werken. Noteer specifieke zinnen die consistente resultaten opleveren.
Bestudeer het werk van andere fotografen, maar focus op hun manier van communiceren in plaats van alleen hun eindresultaten. Behind-the-scenes video’s zijn hiervoor goudmijnen. Let op hoe professionals hun modellen aansturen, welke taal ze gebruiken, hoe ze feedback geven. Kopieer technieken die bij je passen en pas ze aan naar je eigen stijl. Vergeet niet dat authenticiteit belangrijk is. Wanneer je probeert iemand anders na te doen zonder dat het bij je past, voelen modellen dat aan. Ontwikkel een communicatiestijl die natuurlijk aanvoelt voor jou en die je met vertrouwen kunt uitvoeren.
Heb jij technieken ontdekt die goed werken bij het aansturen van modellen? Of juist ervaringen met aanwijzingen die volledig mislukten? Deel je verhaal in de reacties. We leren allemaal van elkaars praktijkervaringen.

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s, maar vooral omdat ik graag kijk. Echt kijk. Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50, gekocht rond de geboorte van mijn zoon. Sindsdien is fotografie voor mij verweven geraakt met aandacht, nieuwsgierigheid en het vastleggen van momenten die anders ongemerkt voorbijgaan.
Ik ben iemand die wil begrijpen wat hij doet. Daarom zit ik net zo graag in de techniek als in het beeld zelf. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, eigenwijs, en precies uitdagend genoeg om me scherp te houden. Ik word blij van uitzoeken waarom iets werkt — of waarom juist niet.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Niet om te laten zien wat ik weet, maar om anderen mee te nemen in dat ontdekproces. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel te maken, zonder ze plat te slaan. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
