Cinematic photography: wat het écht is en waarom je preset er niets mee te maken heeft

Cinematic portret van een figuur in een mistige steeg met dramatisch zijlicht en diepe schaduwlagen die filmische diepte creëren via licht in plaats van scherptediepte

Iedereen wil cinematic photography maken. En iedereen denkt dat hij weet wat dat betekent: een teal-and-orange filter eroverheen gooien, de schaduwen een tikje blauwgroen maken en klaar is Kees. Dat is het niet. Als je dat doet, maar je foto’s voelen nog steeds niet aan als een echt filmstill, dan is er een goede reden voor. De kleur is het minst interessante onderdeel van de ‘cinematic view’. Wat er echt toe doet, is iets wat de meeste fotografen volledig overslaan: de basis!

TL;DR

Cinematic photography draait niet om kleurgrading, maar om drie dingen die cinematografen altijd toepassen: diepte creëren via lagen van licht, werken met zacht en gericht licht en een verhaal vertellen via je onderwerp. Presets zijn decoratie. Dit is de fundering.

Wat is cinematic photography?

Het woord “cinematic” wordt de laatste jaren zo breed ingezet dat het bijna niets meer zegt. Op Instagram is alles cinematic. Een foto van een verlaten parkeergarage met een teal-tint? Cinematic. Een portret met ondiepe scherptediepte en wat filmkorrel? Ook cinematic. Maar als je kijkt naar hoe cinematografen zelf over hun werk praten, gaat het over heel andere dingen. Het gaat over licht. Over diepte. Over verhaal.

Belangrijk voor jou om te onthouden: de kleur is een stijlkeuze die pas aan het einde van het proces komt, als de rest al klopt.

Ik kijk al jaren met veel plezier naar films en sinds een aantal jaren met een soort beroepsdeformatie: ik analyseer hoe shots zijn opgebouwd. volgens mij bevatten cinematic beelden altijd drie belangrijke elementen. Ze hebben een duidelijk onderwerp. Ze zijn driedimensionaal van gevoel. Het licht doet iets — niet toevallig, maar bewust. Dat is wat cinematic photography in de kern is: een manier van kijken naar licht, diepte en verhaal die je ook als fotograaf kunt toepassen. Het goede nieuws: geen geavanceerde apparatuur is nodig.

Diepte: waarom ondiepe scherptediepte je lui maakt

Ik ga iets zeggen wat niet iedereen leuk vindt. Als je net een lens hebt die tot f/1.2 of f/1.8 kan, dan is de verleiding gigantisch om die altijd wijd open te zetten. Je onderwerp springt eruit, de achtergrond wordt een romige waas en het voelt alsof je eindelijk echte foto’s maakt. Dat gevoel ken je vast. Ik in ieder geval wel. Je ziet aan mijn foto’s meteen wanneer ik deze lens kocht 😉 Tegenwoordig laat ik deze vaak bewust in de tas. Tenzij deze echt tot zijn recht komt. Ik snap dat gevoel dus heel goed. Maar ondiepe scherptediepte is de gemakzuchtigste manier om diepte te suggereren. Voor cinematic photography is het ook de minst effectieve.

Cinematografen werken zelden met extreem ondiepe scherptediepte. Ze creëren diepte via licht. Concreet: via lagen van licht en schaduw die elkaar afwisselen van voor naar achter in het beeld. Een klassieke filmische belichting volgt een patroon dat je in bijna elke serie of speelfilm terugziet: schaduw aan de voorkant van het gezicht, licht op twee derde van het gezicht, schaduw aan de rand, licht in de achtergrond. Die afwisseling geeft het oog het gevoel dat er ruimte is. Een vlak verlicht gezicht voor een vlak verlichte achtergrond voelt als het journaal. Een gezicht met licht en schaduw voor een achtergrond met diepte voelt als cinema.

Still van de film The matrix
Diepte door licht en schaduw

Als fotograaf heb je niet altijd controle over je licht, maar je kunt wel kiezen wanneer en waar je schiet. Middagzon is de vijand van cinematic photography: die licht alles van bovenaf en plat alles af. Ochtend- of avondlicht komt van opzij, creëert hoeken en geeft je die laagstructuur cadeau. Binnenshuis is een raam je beste vriend. Zet je onderwerp niet recht voor het raam maar naast het raam, zodat het licht van de zijkant valt. Een tip die ik zelf heel bruikbaar vind: fotografeer vanuit de schaduwzijde van je onderwerp. Als het licht van rechts komt, ga dan links staan. Je onderwerp heeft dan licht op de achterkant en schaduw naar jou toe, en achter je onderwerp zie je waarschijnlijk nog een lichtere achtergrond. Dat zijn al drie lagen. Dat is diepte.

Licht dat iets doet

Cinematografen zijn bezeten van zacht licht. Zelfs als acteurs in keihard daglicht staan, gebruiken filmploegen enorme diffusers om dat licht te temmen. Dat budget heb jij waarschijnlijk niet. Gelukkig biedt de natuur je dagelijks twee gratis diffuse lichtmomenten aan.

Net voor en net na zonsopkomst en zonsondergang is het licht op zijn zachtst. Het licht reist dan door veel meer atmosfeer en komt daardoor diffuus aan. Bijkomend voordeel: de kleurtemperatuur is warmer of koeler dan overdag, wat je beelden direct een andere sfeer geeft zonder dat je een preset nodig hebt. En als er dan ook nog mist of nevel is, heb je geluk. Mist verspreidt het licht extra en creëert wat cinematografen “atmospheric depth” noemen: de achtergrond vervaagt door sfeer. Dat ziet er heel anders uit dan bokeh en voelt veel echter.

Ik schoot ooit een serie portretten in een industrieel gebied in Rotterdam-Botlek, vroeg in de ochtend in november, met laaghangende mist boven het water. Het licht was grijs en diffuus, de achtergrond vervagend door de nevel. Geen enkel beeld had ondiepe scherptediepte nodig om filmisch te voelen. Die foto’s voelen voor mij nog steeds meer als filmstills dan alles wat ik ooit met een f/1.4 lens heb gemaakt.

Het verhaal dat je foto vertelt

Dit is het onderdeel waar cinematic photography echt verschilt van gewoon mooie fotografie. Cinema is verhaal. Altijd. Een shot in een film bestaat nooit op zichzelf: het stelt een vraag, geeft een antwoord of creëert spanning. Als fotograaf heb je één frame. Dat ene frame kan nog steeds een vraag stellen.

Een sterk onderwerp in cinematic photography doet de kijker nadenken. Wie is dit? Waar gaan ze heen? Wat is er net gebeurd? Die vragen hoeven niet beantwoord te worden, ze moeten alleen gesteld worden. Denk aan het verschil tussen een foto van iemand die recht in de camera kijkt met een glimlach en een foto van iemand die half weggekeerd staat en naar iets buiten beeld kijkt. De eerste geeft een antwoord. De tweede stelt een vraag. Cinematic photography kiest bijna altijd voor de vraag.

Kill Bill: dit roept vragen op…

Het onderwerp hoeft niet eens een persoon te zijn. Een verlaten stoel in een verlicht café. Een hand op een deurklink. Een schaduw op een muur. Zolang het oog ergens naartoe getrokken wordt en de geest begint te speculeren, heb je een cinematic beeld. De kern is om bewust te kiezen wat je in je frame zet en wat je weglaat. Wat wil ik dat de kijker ziet, en wat wil ik dat ze zich afvragen?

Compositie als verhaalmiddel

Cinematic photography gebruikt compositie anders dan klassieke fotografie. Waar de gulden snede en de regel van derden goede basisprincipes zijn, gaan filmmakers een stap verder. Ze gebruiken leidende lijnen om het oog naar het onderwerp te trekken. Ze plaatsen onderwerpen bewust laag of hoog in het frame om een gevoel van macht of kwetsbaarheid te suggereren. Ze laten bewust ruimte in het frame die leeg lijkt maar spanning opbouwt. Een onderwerp dat aan de rechterkant van het frame staat en naar links kijkt voelt anders dan hetzelfde onderwerp dat naar rechts kijkt. Die richting communiceert iets. Gebruik dat.

Een breed beeldformaat helpt ook. Veel cinematic photography wordt nabewerkt in een 2.39:1 verhouding, het klassieke cinemascope-formaat. Je kunt dat doen door zwarte balken boven en onder je beeld te plaatsen. Het werkt omdat het oog het herkent van de bioscoop. Een kleine ingreep met een groot effect op de beleving. Als de rest niet klopt, helpen die balken je echter niet.

Kleurgrading als laatste stap

Kleurgrading is niet de kern van cinematic photography, maar het is ook niet irrelevant. Het is gewoon het allerlaatste wat je doet, als het licht goed is, de diepte klopt en het verhaal duidelijk is. Dan kun je met kleur een extra laag toevoegen die de sfeer versterkt.

Films hebben allemaal verschillende kleurpaletten. Mad Max: Fury Road is oranje en turquoise. The Revenant is koud en blauwgrijs. Her is warm en pastelachtig. Geen van die films is “de” cinematic stijl. Ze zijn allemaal consistent in hun eigen keuze. Dat is het punt. Kies een kleurrichting die past bij de sfeer die je wil overbrengen en wees consistent. Teal en orange is niet fout, maar het is ook niet automatisch filmisch. Het is gewoon één optie van de vele.

Wat wel altijd werkt in cinematic nabewerking: iets minder contrast in de diepste schaduwen (lift de blacks een klein beetje op), wat teruggehouden highlights en een subtiele kleurverschuiving in de schaduwen. Dat geeft beelden dat typische “film look” zonder dat het schreeuwt. Subtiel is hier het toverwoord. En als je preset meer doet dan dat, speelt hij zijn hand over.

Veelgestelde vragen

Heeft cinematic photography een speciaal objectief nodig?

Nee. Cinematografen werken met allerlei brandpuntsafstanden. Een 35mm of 50mm is populair omdat het dicht bij hoe het menselijk oog ziet zit, maar het objectief is minder belangrijk dan het licht en de compositie. Een kit-lens in goed licht verslaat een dure prime in slecht licht elke keer.

Is cinematic photography hetzelfde als portretfotografie?

Niet per se. Cinematic photography is een benadering, geen genre. Je kunt het toepassen op portretten, straatfotografie, landschappen of stillevens. Zolang je bewust omgaat met licht, diepte en verhaal, kun je elk onderwerp filmisch benaderen.

Welke camera-instellingen gebruik je voor cinematic photography?

Er zijn geen vaste instellingen, maar cinematografen vermijden over het algemeen extreem ondiepe scherptediepte als enige middel voor diepte. Een diafragma van f/5.6 geeft je genoeg (on)scherpte om lagen in het beeld te laten zien. Verder is een vlak beeldprofiel (zoals Picture Style Neutral of een LOG-profiel) handig als je veel ruimte wil in nabewerking. Maar begin bij het licht, niet bij de instellingen.

Heb jij al eens bewust geprobeerd diepte te creëren via licht in plaats van via scherptediepte? Deel je ervaring in de reacties, ik ben benieuwd wat je tegenkwam.

jeroen

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s 🙂 Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, snel, en met geweldige filmsimulaties. Bekijk hier mijn portfolio.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel uit te leggen. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *