Waarom je waarschijnlijk niet zoveel megapixels nodig hebt als je denkt

welke resolutie heb je nodig voor afdrukken van een foto

Ik stond naar de A1-print te staren die ik net had gemaakt van een landschapsfoto. De foto was geschoten met mijn 24 megapixel camera. Het resultaat? Verbluffend scherp! Toen herinnerde ik me de discussie die ik een week eerder had met een collega die beweerde dat je minimaal 50 megapixels nodig hebt voor grote afdrukken. Die bewering klopt niet. De waarheid over resolutie bij het afdrukken van foto’s is veel genuanceerder dan wat camerafabrikanten ons willen doen geloven. En die waarheid kan je behoorlijk wat geld besparen. Dat is ook weer eens leuk.

Het verschil tussen PPI en DPI

Laten ik starten met twee basistermen die constant door elkaar worden gehaald: PPI en DPI. PPI staat voor Pixels Per Inch en verwijst naar de digitale resolutie van je beeldbestand. DPI betekent Dots Per Inch en beschrijft hoeveel inktdruppels die een printer per inch op papier zet. Dit onderscheid is belangrijk. Wanneer je een digitaal bestand voorbereidt voor afdrukken, werk je met PPI. De printer vertaalt dit vervolgens naar DPI. Een printer kan bijvoorbeeld 2400 DPI gebruiken om een beeld van 300 PPI weer te geven, waarbij meerdere inktdruppels samen één pixel vormen. De kwaliteit van je afdruk hangt dus af van beide factoren, maar voor jou als fotograaf is PPI het getal waar je mee rekent.

Ingewikkeld? Ik geef je een concreet voorbeeld: als je een foto hebt van 3000 x 2000 pixels en je wilt deze afdrukken op 10 inch breed, dan is je PPI 3000 gedeeld door 10, dus 300 PPI. 300 PPI (printresolutie) wordt algemeen gezien als de standaard voor hoogwaardige afdrukken.

Maar is 300DPI altijd noodzakelijk? Absoluut niet en dat maakt het nog wat ingewikkelder. Daar kom ik zo op terug. Maar belangrijk voor nu is dat de onthoudt wat het veschil is tussen PPI en DPI. De eerste is digitaal, de andere analoog.

De mythe van megapixels

Camerafabrikanten pushen steeds hogere megapixel-aantallen. We zien nu camera’s met 50, 60, zelfs 100 megapixels. De marketingboodschap is helder: meer pixels betekent scherpere foto’s. Waarom… nou feitelijk is er aan een camera niet zo heel veel meer te ontwikkelen. In de basis werk een camera perfect. Maar ja, hoe verkoop je dan een nieuw model? Yes, met grotere getallen! Meer is beter, toch? Deels wel, maar vooral… niet. Ik fotografeer al vijftien jaar professioneel en heb prints gemaakt van bestanden variërend van 12 tot 50 megapixels. Het verschil in scherpte bij normale kijkafstanden? Verwaarloosbaar klein. De scherpte van je foto wordt namelijk bepaald door meerdere factoren die veel belangrijker zijn dan alleen het aantal pixels. Laat ik er eens een aantal noemen.

Ten eerste is daar de kwaliteit van je lens. Een scherpe lens op een 24 megapixel camera levert betere resultaten dan een middelmatige lens op een 50 megapixel body. Daarnaast speelt camerastabilisatie een grote rol. Bewegingsonscherpte door trillende handen vernietigt meer detail dan een lager megapixel-aantal ooit zou kunnen. Ook je scherpsteltechniek is bepalend. Een perfect scherpgestelde foto van 20 megapixels wint het altijd van een net-niet-scherpe foto van 45 megapixels. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de belichting, ISO-waarde en de kwaliteit van je RAW-conversie.

welke resolutie heb je nodig voor afdrukken van een foto

Wat je oog werkelijk kan waarnemen

Oh, en dan nog iets. Misschien wel het allerbelangrijkste. Het menselijk oog heeft beperkingen. Dat klinkt misschien teleurstellend, maar het is juist bevrijdend voor ons als fotografen. Ons oog kan onder ideale omstandigheden ongeveer 300 pixels per inch onderscheiden op een afstand van ongeveer 25 centimeter. Dit is de reden waarom 300 PPI de standaard werd voor hoogwaardige prints. Maar hier wordt het interessant: zodra je verder van een afdruk af gaat staan, neemt het onderscheidend vermogen van je oog exponentieel af. Laat dit heel even op je inwerken.

Op een meter afstand kan je oog nog maar ongeveer 150 PPI waarnemen. Op twee meter is dat gedaald naar 75 PPI. Voel je ‘m al aankomen? Voor een grote wandprint die je vanaf drie meter bekijkt, volstaat zelfs 50 PPI. Dit principe wordt al decennia toegepast in de reclameindustrie. Billboards langs de snelweg hebben een resolutie van slechts 10 tot 20 PPI, omdat je ze vanaf grote afstand bekijkt. Ze zien er toch scherp uit omdat de kijkafstand in verhouding staat tot de resolutie.

Hier is een beperk en illustratief overzicht van wat je oog daadwerkelijk kan waarnemen:

Afstand in metersSoort afdrukMaximale DPI noodzakelijk
0,25mFotoboek, handgehouden foto300
0,5mBureau-opstellingen, kleine wandprints200
1,0mWanddecoratie woonkamer150
2,0mGrote wandprints75
3,0mExpositieprints, galerie50
5,0+mBillboards, beursstands20-30

Ok, toegegeven: die expositieprint is een beetje tricky wanneer mensen met hun neus tegen je kunstwerk staan.

De benodigde resolutie per afdrukformaat

Hoeveel pixels heb je nu echt nodig voor verschillende printformaten? Ik heb een tabel samengesteld die uitgaat van de theoretische standaard van 300 PPI. Onthoud wel dat dit de maximale kwaliteit is voor bekijken van zeer dichtbij, zoals hierboven aangegeven. Voor de meeste toepassingen kan je met minder toe.

FormaatAfmetingen (mm)Benodigde pixels
(bij max kwaliteit 300 PPI)
Benodigde pixels
(bij goede kwaliteit op kijkafstand)
A6105 x 1481240 x 1748, 2,2 MP1240 x 1748, 2,2 MP
A5148 x 2101748 x 2480, 4,3 MP1748 x 2480, 4,3 MP
A4210 x 2972480 x 3508, 8,7 MP2480 x 3508, 8,7 MP
A3297 x 4203508 x 4960, 17,4 MP2338 × 3308, 7,7 MP
A2420 x 5944960 x 7016, 34,8 MP2480 × 3508, 8,7 MP
A1594 x 8417016 x 9933, 69,7 MP1754 × 2483, 4.35 MP
A0841 x 11899933 x 14043, 139,5 MP2483 × 3511 px, 8,7 MP

Kijk naar deze cijfers en je ziet meteen iets opvallends. Voor een A2-print heb je theoretisch 35 megapixels nodig bij 300 PPI. Maar een A2-print hang je niet op 25 centimeter afstand van je neus. Je bekijkt deze vanaf minstens een meter, waardoor 150 PPI meer dan voldoende is. Dat betekent dat je met een 12 megapixel camera al prachtige A2-prints kan maken. Ik heb dit zelf getest met prints van bestanden van mijn oude Canon 5D Mark II, een camera van 21 megapixels. De A1-prints waren fenomenaal scherp.

De rol van upsampling en interpolatie

Stel dat je een foto hebt van 12 megapixels en je wilt een A1-print maken. Volgens de tabel hierboven kom je pixels tekort. Moet je dan maar geen grote print maken? Nee. Moderne software zoals Adobe Photoshop, Lightroom en gespecialiseerde tools zoals Topaz Gigapixel AI kunnen je bestand opschalen met behoud van kwaliteit. Dit proces heet interpolatie of upsampling. De software voegt pixels toe door te berekenen wat er tussen bestaande pixels zou moeten zitten. De resultaten zijn verrassend goed, vooral als je uitgangmateriaal technisch goed is: scherp, goed belicht en met weinig ruis.

Ik heb persoonlijk bestanden van 18 megapixels opgeschaald naar 60 megapixels voor een expositie. De prints van 80 x 120 centimeter werden bekeken vanaf ongeveer anderhalve meter. Niemand zag het verschil met prints gemaakt van native 45 megapixel bestanden. De kijkafstand maakte het verschil onzichtbaar. Dit bevestigt wat ik al jaren zeg: de benodigde resolutie is altijd afhankelijk van de kijkafstand.

De impact van je onderwerp op benodigde scherpte

En dan nog iets (ja sorry nog een laagje) Niet elk onderwerp vraagt om dezelfde scherpte. Architectuurfotografie vereist meer detail dan portretfotografie. Waarom? Bij architectuur wil je dat elke lijn, elke steen, elke textuur zichtbaar is. Kijkers gaan dichterbij staan om details te bekijken. Bij een portret daarentegen wil je juist niet dat elke porie en oneffenheid overdreven zichtbaar is. Een zachtere weergave is hier zelfs wenselijk. Sportfotografie en wildlife-fotografie zitten daar tussenin. Je wilt scherpte in de ogen van een atleet of dier, maar de achtergrond mag best wat zachter zijn.

Dit heeft consequenties voor de resolutie die je nodig hebt. Voor architectuurfotografie die je wilt afdrukken op A2-formaat, zou ik aanraden om dichter bij die 300 PPI te blijven, dus minimaal 30 megapixels te gebruiken. Voor portretten op hetzelfde formaat volstaat 150 PPI prima, wat neerkomt op ongeveer 12 megapixels. Voor landschappen zit je daar tussenin, afhankelijk van hoeveel detail je wilt tonen. Een mistig landschap met zachte overgangen vraagt minder resolutie dan een scherp berglandschap met veel textuur.

Drager en afdrukkwaliteit maken het verschil

Ja, en dan is er nog iets om rekening mee te houden. De kwaliteit van je afdruk wordt niet alleen bepaald door pixels. Het medium waarop je print speelt een enorme rol. Een print op hoogwaardig fine-art papier met een matte finish toont meer detail dan een print op glanzend fotopapier. Waarom? Mat papier heeft een fijnere structuur en absorbeert inkt anders, waardoor details beter bewaard blijven. Glanzend papier reflecteert licht, wat detail kan maskeren maar kleuren wel intenser maakt.

Ook het type printer maakt verschil. Een professionele pigmentprinter zoals een Canon imagePROGRAF of Epson SureColor produceert scherpere prints dan een consumentenprinter. Deze printers hebben kleinere druppelgrootte, betere kleurprofielen en kunnen op een breder scala aan papiersoorten printen. Ik print zelf op een Epson P800 en het verschil met prints van een copyshop is duidelijk zichtbaar, zelfs bij identieke bestanden. De investering in een goede printer of het laten printen bij een gespecialiseerde printservice loont dus.

Daarnaast speelt de kwaliteit van je bestandsvoorbereiding een rol. Een goed gescherpt bestand in Photoshop, specifiek voor het printformaat en papiertype, levert scherpere resultaten dan een onbewerkt bestand. Output sharpening is een vak apart. Te weinig en je print ziet er zacht uit. Te veel en je krijgt halo’s en artefacten. Software zoals Lightroom heeft ingebouwde output sharpening die rekening houdt met het medium. Gebruik dat.

Lessen uit de TV-industrie

De TV-industrie heeft ons iets waardevols geleerd over resolutie en kijkafstand. Fabrikanten zijn grotendeels gestopt met de productie van 8K-televisies voor consumenten. Waarom? Omdat vanaf een normale kijkafstand van twee tot drie meter het verschil met 4K niet waarneembaar is voor het menselijk oog. Onderzoek van RTINGS toont aan dat je binnen 1 meter van een 65-inch 8K-scherm moet zitten om het verschil met 4K te zien. Dat doet niemand in een normale woonkamer.

Bovendien zijn 8K-TV’s veel duurder, verbruiken ze meer stroom en is er nauwelijks 8K-content beschikbaar. De kosten-batenanalyse klopt simpelweg niet. Deze les is direct toepasbaar op fotografie. Een 100 megapixel camera kost een veelvoud van een 24 megapixel camera, produceert enorme bestanden die je computer vertragen, en levert voor 95% van de toepassingen geen zichtbaar voordeel. Tenzij je gigantische prints maakt die van dichtbij bekeken worden, is het verspilde investering.

Zoals fotograaf en technisch expert Roger Cicala van LensRentals ooit zei: “More megapixels don’t make your images sharper; they just make your mistakes bigger.” Die uitspraak raakt de kern. Meer pixels vergroten niet alleen detail, maar ook bewegingsonscherpte, focusfouten en ruis. Je hebt betere techniek nodig om die extra pixels te benutten. Voor de meeste fotografen is investeren in betere lenzen, belichting en compositie veel waardevoller dan het najagen van megapixels.

Wat zorgt echt voor een scherpe foto?

De factoren die daadwerkelijk zorgen voor scherpe afdrukken? Dat zijn er 5:

  1. Een scherpe opname. Dat begint bij een goede lens. Investeer in kwaliteitsglas. Een scherpe prime-lens van 35mm of 50mm levert betere resultaten dan een goedkope zoomlens. Let op je sluitertijd. De vuistregel is minimaal 1/brandpuntsafstand. Voor een 50mm lens dus minimaal 1/50 seconde. Bij langere brandpunten of bij gebrek aan stabilisatie heb je nog snellere sluitertijden nodig.
  2. Correcte scherpstelling. Gebruik single-point autofocus voor statische onderwerpen en focus op het belangrijkste element, meestal de ogen bij portretten. Gebruik een statief wanneer mogelijk. Zelfs met beeldstabilisatie levert een statief scherpere resultaten bij sluitertijden onder 1/125 seconde.
  3. Optimale belichting. Onderbelichting dwingt je om schaduwen op te lichten in post-processing, wat ruis introduceert. Overbelichting vernietigt detail in de hooglichten. Belich correct, gebruik de histogram.
  4. Lage ISO wanneer mogelijk. Hogere ISO-waarden introduceren ruis, wat detail maskeert. Bij prints wordt ruis sterker zichtbaar dan op een scherm. Blijf onder ISO 400 voor optimale kwaliteit, tenzij de situatie het niet toelaat. Beter een foto met ruis, dan geen foto.
  5. Scherpen in post-processing. Gebruik de juiste sharpening-technieken. In Lightroom gebruik je de sharpening-slider in het Detail-paneel. Voor prints gebruik je extra output sharpening. In Photoshop kan je werken met High Pass filters of Smart Sharpen voor meer controle.

Deze vijf factoren bepalen de scherpte van je afdruk veel sterker dan het aantal megapixels van je camera. Ik heb prints gemaakt van 16 megapixel bestanden die scherper waren dan prints van 45 megapixel bestanden, simpelweg omdat de opnametechniek beter was. Focus op techniek, niet op specificaties.

Praktische aanbevelingen voor verschillende scenario’s

Terug naar de praktijk. Voor fotoboeken en kleine prints tot A5 volstaat elke moderne camera. Zelfs een smartphone van de afgelopen vijf jaar heeft genoeg resolutie. Voor prints tot A4, bijvoorbeeld voor in een passe-partout, is een camera van 12 megapixels meer dan voldoende. Dat betekent dat bijna elke systeemcamera of spiegelreflex van de afgelopen tien jaar geschikt is. Voor prints tot A3, bijvoorbeeld voor wanddecoratie, raad ik minimaal 16 megapixels aan. Dat geeft je wat speelruimte voor croppen en zorgt voor voldoende detail.

Voor grote prints van A2 en groter hangt het af van je onderwerp en kijkafstand. Voor portretten en landschappen die je vanaf een meter of meer bekijkt, volstaat 20-24 megapixels. Voor architectuur en detail-rijke onderwerpen die je van dichterbij bekijkt, ga je voor 30-40 megapixels. Voor extreem grote prints boven A1, of voor commerciële toepassingen waar maximale kwaliteit vereist is, overweeg je 45 megapixels of meer. Maar realiseer je dat dit nichesituaties zijn. De meeste fotografen komen hier nooit in terecht.

  • Fotoboeken en prints tot A5: elke moderne camera of smartphone
  • Prints tot A4: minimaal 12 megapixels
  • Prints tot A3: minimaal 16 megapixels
  • Prints A2 (portretten/landschappen): 20-24 megapixels
  • Prints A2 (architectuur/detail): 30-40 megapixels
  • Prints boven A1: 45+ megapixels of upsampling

Onthoud dat dit richtlijnen zijn, geen harde regels. Ik heb prachtige A2-prints gemaakt van 12 megapixel bestanden door slimme upsampling en correcte kijkafstand. Experimenteer met je eigen camera en ontdek wat voor jouw toepassingen werkt. Print een testbeeld in verschillende formaten en bekijk ze op de afstand waarop ze uiteindelijk hangen. Dat leert je meer dan welke specificatietabel dan ook.

Heb jij ervaring met het afdrukken van foto’s in verschillende formaten? Welke resolutie gebruik jij en wat zijn je ervaringen? Deel je verhaal in de reacties hieronder. Ik ben benieuwd of jouw bevindingen overeenkomen met de mijne, of dat je juist andere ervaringen hebt met specifieke combinaties van camera’s, printers en papiersoorten.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *