Starten met flitsen

Starten met flitsen

Vorige week stond ik op een verlaten industrieterrein met model Sarah. De zon was net onder maar er was nog voldoende licht. Had ik een foto kunnen maken zonder flitser? Onmogelijk. Met mijn flitser en softbox creëerde ik in tien minuten beelden waar Sarah nog steeds over praat 🙂 . Flash fotografie opent deuren die anders gesloten blijven. Letterlijk. Want schemer doet vreemde dingen met licht. Fotografie stopt dan voor veel mensen. Niet voor jou, niet meer na dit artikel.

Ik werk al twaalf jaar met kunstlicht. In die tijd heb ik duizenden portretten gemaakt, van bedrijfsfotografie tot edgy fashion shoots. Flash fotografie was voor mij geen keuze maar een noodzaak. Ik wilde ‘s avonds kunnen fotograferen, ik wilde controle over mijn licht. Wat begon als frustratie met te donkere beelden werd mijn specialiteit. Nu geef ik die kennis graag door, zonder omwegen, zonder jargon dat je niet verder helpt.

Waarom je niet zonder flitser kunt

Licht is het hoofdingredient dat een foto echt maakt. Zonder licht bestaat fotografie simpelweg niet. Flash fotografie lost drie cruciale problemen op:

  • Te weinig licht. Buiten na zonsondergang, in donkere interieurs, bij evenementen met slechte verlichting. Daar red je het niet met een hoge ISO en een open diafragma. Je krijgt ruis, ondiepe scherptediepte waar je die niet wilt, en vaak nóg te donkere beelden.
  • Flash fotografie je creatieve controle. Hard licht met rim lighting aan de zijkant of achterkant van het hoofd van je model? Dat creëer je met een flitser. Zacht, natuurlijk licht voor kinderfotografie? Ook dat bouw je met een flitser en de juiste modifier. De richting, intensiteit en kwaliteit van het licht bepaal jij. Niet de zon, niet de lampen in het plafond. Jij.
  • Ten derde lost flash fotografie het fill light probleem op. Stel je voor: een model op een mooie dag met een lichtblauwe lucht. Je belichting klopt voor de lucht, maar je model wordt een donker silhouet. Of je belichting klopt voor het model, maar de lucht wordt wit en saai. Fill light van een flitser geeft het model net genoeg extra licht om beide goed belicht te krijgen. Volgens onderzoek van Imaging Resource gebruiken professionele fotografen in 70% van hun daglichtportretten fill flash.
Starten met flitsen

De basis van lichtkwaliteit

Twee principes bepalen hoe zacht of hard je licht is. Onthoud deze, want ze zijn fundamenteel voor flash fotografie. Principe één: hoe dichter de lichtbron bij het model, hoe zachter het licht. Een flitser op twee meter afstand geeft harder licht dan dezelfde flitser op vijftig centimeter. Principe twee: hoe groter de lichtbron, hoe zachter het licht. Een kleine flitskop geeft hard licht met scherpe schaduwen. Een grote softbox geeft zacht licht met vloeiende overgangen.

Daarom werken modifiers zoals softboxen zo goed. Ze maken je lichtbron effectief groter. Mijn Godox DP400III-V heeft een kleine flitskop. Zonder modifier krijg ik hard, direct licht. Met een softbox van 90×90 centimeter wordt diezelfde flitser een grote, zachte lichtbron. Het verschil is dag en nacht. Letterlijk. Bij kinderfotografie gebruik ik altijd een grote modifier. Kinderen hebben zachte huid, je wilt geen harde schaduwen die elke oneffenheid benadrukken.

De afstandswet geldt ook voor de lichtintensiteit. Licht volgt de inverse square law. Verdubbel je de afstand tussen flitser en onderwerp, dan krijg je een kwart van de lichtintensiteit. Op één meter geeft je flitser bijvoorbeeld vier keer zoveel licht als op twee meter. Dit betekent dat kleine positieveranderingen grote gevolgen hebben. Vooral bij close-ups moet je hier rekening mee houden.

On-camera versus off-camera flash

Een flitser op je camera gemonteerd is makkelijk. Je pakt je camera, de flitser gaat mee, klaar. Voor evenementenfotografie is dit praktisch. Je beweegt veel, je moet snel schakelen, je hebt geen tijd om lichtopstellingen te bouwen. On-camera flash met een bounce techniek – waarbij je het licht tegen plafond of muur kaatst – geeft acceptabele resultaten. Maar acceptabel is niet geweldig.

Off-camera flash fotografie geeft je creatieve vrijheid. De richting van het licht bepaalt de sfeer van je foto. Licht van voren maakt plat en saai. Licht van opzij creëert dimensie en drama. Licht van achteren geeft rim lighting en scheiding tussen model en achtergrond. Met een off-camera flitser kies je die richting. Je plaatst het licht waar jij het wilt, niet waar je camera toevallig staat.

Ik gebruik voor 90% van mijn werk off-camera flash. Mijn Godox DP400III-V staat op een statief, links of rechts van mijn model, soms achter voor rim light. De trigger op mijn camera activeert de flitser draadloos. Geen kabels, volledige vrijheid. Voor starters lijkt dit ingewikkeld. Dat is het niet. Je hebt een flitser, een statief, een trigger nodig. Drie dingen. De impact op je beelden is enorm.

Hoeveel vermogen heb je nodig

Vermogen wordt uitgedrukt in Watt-seconden (Ws) of guide numbers. De Godox DP400III-V heeft 400Ws. Is dat genoeg? Voor de meeste toepassingen ruim voldoende. In een studio met modifiers op normale afstand gebruik je zelden vol vermogen. Meestal fotografeer ik op een kwart of de helft van het vermogen. Dat geeft snellere recycle times en spaart de flitser.

Buiten bij daglicht heb je meer vermogen nodig. De zon is een krachtige lichtbron. Om die te overwinnen of aan te vullen met fill light, heb je kracht nodig. Hier komt de 400Ws goed van pas. Bij volledige zon gebruik ik soms driekwart vermogen met een beauty dish. Dat geeft genoeg licht om het model goed te belichten zonder de achtergrond te verliezen. Fotograaf Peter Hurley zegt hierover: “Power is freedom. More power means more modifier options, more distance options, more creative options.”

Kleinere flitsers zoals speedlights hebben minder vermogen, meestal rond de 60Ws. Die zijn compact en licht, perfect voor reisfotografie. Maar voor serieus studiowerk of daglicht fill flash schieten ze tekort. Grotere studiofitsers met 600Ws of meer zijn er ook. Die gebruik je voor grote groepen, grote modifiers op grote afstand, of als je veel licht wilt spill voor de achtergrond. Voor starters is 400Ws de sweet spot tussen vermogen en prijs.

Technische termen uitgelegd

Flash fotografie komt met eigen terminologie. Hier zijn de belangrijkste termen die je moet kennen:

  • High speed sync (HSS): Normaal kun je niet sneller dan je sync speed fotograferen met flitser. HSS lost dit op door de flitser meerdere keren snel te laten flitsen tijdens de belichting. Dit kost wel vermogen. Je gebruikt HSS vooral buiten bij daglicht als je een open diafragma wilt voor ondiepe scherptediepte.
  • Sync speed: De snelste sluitertijd waarbij je hele sensor belicht wordt tijdens de flits. Voor de meeste camera’s is dit 1/200 of 1/250 seconde. Ga je sneller, dan zie je een zwarte balk in je beeld waar het sluitergordijn de sensor bedekt.
  • TTL metering: Through The Lens metering waarbij je camera en flitser automatisch de juiste flitskracht bepalen. Handig voor snel wisselende situaties. Minder nauwkeurig dan handmatige instellingen, maar sneller.
  • Recycle time: De tijd die je flitser nodig heeft om op te laden na een flits. Bij vol vermogen duurt dit langer dan bij laag vermogen. De Godox DP400III-V heeft een recycle time van 0,3 tot 1,5 seconden afhankelijk van het vermogen.
  • Ambient light: Het beschikbare licht in je omgeving zonder flitser. Bij flash fotografie balanceer je de flitskracht met het ambient light. Je sluitertijd bepaalt hoeveel ambient light je vastlegt, je flitskracht bepaalt de belichting van je onderwerp.
  • Groups en channels: Met groups bedien je meerdere flitsers apart. Group A kan een ander vermogen hebben dan Group B. Channels voorkom je dat je flitsers reageren op flitsers van andere fotografen in de buurt. Elke fotograaf gebruikt een ander channel.

Verschillende soorten flitsers

De markt biedt diverse flitsertypes. Hier een overzicht met gemiddeld vermogen en inzetbaarheid:

Type flitserVermogenKarakteristiekenInzetbaarheid
Speedlight60 WsCompact, batterij, on/off-cameraReisfotografie, evenementen, backup
Compacte studioflitser200-400 WsNetvoeding, modeling light, betaalbaarThuisstudio, portretten, productfotografie
Professionele studioflitser500-1000 WsKrachtig, snelle recycle, duurzaamProfessionele studio, fashion, grote groepen
Battery pack flitser400-600 WsDraagbaar, accu, weersbestendigLocatiefotografie, outdoor, huwelijken

Mijn keuze voor de Godox DP400III-V valt in de categorie compacte studioflitser. Deze heeft 400Ws vermogen, een ingebouwde modeling light om je lichtopstelling te zien voordat je fotografeert, en een Bowens mount voor modifiers. De prijs ligt rond de 200 euro, wat uitstekend is voor deze specificaties. Volgens tests van Strobist is de kleurtemperatuur consistent en de recycle time indrukwekkend snel.

Light modifiers en hun effect

Modifiers veranderen de kwaliteit van je licht. Zonder modifier krijg je hard, direct licht met scherpe schaduwen. Met de juiste modifier creëer je precies het licht dat je voor ogen hebt. Hier een overzicht:

Type modifierKarakteristiekenInzetbaarheid
Softbox (60-120cm)Zacht licht, vloeiende schaduwen, rechthoekige catchlightsPortretten, fashion, algemeen gebruik
Octabox (90-150cm)Zeer zacht licht, ronde catchlights, natuurlijkBeauty, close-up portretten, mode
Beauty dish (40-55cm)Geconcentreerd maar zacht, contrast, glansFashion, beauty, dramatische portretten
Stripbox (30x120cm)Smal licht, rim lighting, contourenRand licht, full body, accentverlichting
Paraplu (doorschijn/reflectie)Breed, zacht licht, betaalbaar, snel op te zettenEvenementen, grote groepen, budget setups
Grid/honingraatGericht licht, geen spill, controleHaar licht, achtergrond spots, selectieve belichting
SnootZeer gericht, kleine lichtcirkel, dramaHaar licht, product highlights, creatief

Mijn meest gebruikte modifier is een octabox van 120 centimeter. Deze geeft prachtig zacht licht met ronde catchlights in de ogen. Voor dramatischer werk pak ik een beauty dish met grid. Die combinatie geeft geconcentreerd maar nog steeds aangenaam licht met mooie huidtextuur. Student Lisa vertelde me na haar eerste shoot met een octabox: “Ik snapte eindelijk waarom professionele portretten er zo anders uitzien. Het gaat om het licht, niet om de camera.”

Problemen met flash fotografie oplossen

Veel mensen proberen flash fotografie en zijn teleurgesteld. De foto’s zien er onnatuurlijk uit, plat, met vreemde kleuren en harde schaduwen. Ik zie dit constant bij starters. Het probleem zit bijna nooit in de flitser zelf. Het probleem zit in hoe je de flitser gebruikt. Direct, on-camera flitslicht zonder modifier is de slechtste manier om te flitsen. Toch is het de standaard instelling.

Direct flitslicht creëert harde schaduwen direct achter je onderwerp. Het maakt gezichten plat omdat het licht precies vanuit de camerarichting komt. Kleuren worden mat en levenloos. Reflecties in brillen, ramen of glanzende oppervlakken verpesten je foto. De oplossing? Bounce flash of modifiers. Bounce je flitslicht tegen een wit plafond of witte muur, dan wordt dat oppervlak je lichtbron. Groot en zacht. Het licht komt van boven of opzij, wat natuurlijker is.

Off-camera flash met een modifier lost deze problemen definitief op. Je plaatst het licht waar het het beste werkt. Je maakt de lichtbron groter met een softbox. Je voorkomt directe reflecties door de hoek aan te passen. Je creëert dimensie door het licht van opzij te laten komen. Mijn eerste serieuze poging met off-camera flash was een openbaring. Ik fotografeerde mijn vriend Tom met één flitser in een softbox, 45 graden links van hem. Het verschil met mijn eerdere on-camera pogingen was enorm. Eindelijk zagen mijn foto’s eruit zoals ik ze in mijn hoofd had.

Een andere veelvoorkomende fout is te veel vermogen gebruiken. Starters denken vaak dat meer licht beter is. Dat klopt niet. Te veel flitslicht overbelicht je onderwerp, blaast highlights uit, en maakt de foto onnatuurlijk fel. Begin met laag vermogen en bouw op. Ik start meestal op een kwart vermogen en pas dan aan. Volgens Digital Photography School is overbelichting door te veel flitsvermogen de nummer één fout bij flash fotografie.

Je eerste stappen in flash fotografie

Begin simpel. Eén flitser, één modifier, één model of object. Mijn advies: koop een degelijke studioflitser zoals de Godox DP400III-V, een softbox van 90×90 centimeter, een stevig statief en een draadloze trigger voor je camera. Dit complete pakket kost rond de 350 euro. Minder dan een nieuwe lens, maar met meer impact op je fotografie.

Zet je flitser op het statief, monteer de softbox, plaats alles 45 graden links of rechts van je onderwerp op ongeveer twee meter afstand. Stel je camera in op handmatige modus: ISO 100, diafragma f/8, sluitertijd 1/200. Stel je flitser in op een kwart vermogen. Maak een testfoto. Te donker? Verhoog het flitsvermogen. Te licht? Verlaag het. Zo simpel is het. Je controleert de belichting met het flitsvermogen, niet met je camera-instellingen.

Experimenteer met de positie. Verplaats de flitser dichter bij, verder weg, hoger, lager. Zie hoe het licht verandert. Verplaats de flitser naar de andere kant. Zie hoe de schaduwen verschuiven. Dit is hoe je leert. Niet door theorie, maar door doen en zien. Maak honderden foto’s. Verander telkens één ding. Zo bouw je intuïtie op voor licht.

Na een paar sessies voeg je een tweede flitser toe. Die gebruik je als rim light achter je model, of als achtergrondverlichting. Twee lichten geven je nog meer controle en dimensie. Maar haast je niet. Beheers eerst één licht voordat je complexere setups bouwt. Ik heb maandenlang met één flitser gewerkt voordat ik een tweede kocht. Die basis is cruciaal.

Flash fotografie is geen raketwetenschap. Het is licht begrijpen en controleren. Dat kan iedereen leren. Het kost tijd en oefening, maar de resultaten zijn de moeite waard. Vanaf het moment dat je controle hebt over je licht, ben je geen gevangene meer van omstandigheden. Je fotografeert wanneer jij wilt, waar jij wilt, met het licht dat jij wilt. Dat is vrijheid. Dat is wat flash fotografie je geeft.

Heb je al ervaring met flash fotografie? Welke uitdagingen kom je tegen? Deel je ervaringen in de reacties. Ik lees ze allemaal en reageer waar ik kan. Samen leren we sneller dan alleen.

jeroen

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s 🙂 Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, snel, en met geweldige filmsimulaties. Bekijk hier mijn portfolio.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel uit te leggen. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.

2 gedachten over “Starten met flitsen

  1. Dag Jeroen,

    Bedankt voor je goede artikelen!
    Ik vroeg mij af wanneer je een generator nodig hebt voor flitslampen en wanneer niet.

    Ik hoor het graag van

    1. Dag Armand, wat een goede vraag! 😊

      Je hebt een generator nodig als je op locatie fotografeert zonder stopcontact in de buurt, bijvoorbeeld op een verlaten industrieterrein zoals ik beschrijf in het artikel. Studioflitsers werken op netstroom, dus buiten ben je dan afhankelijk van een generator of een battery pack flitser.

      Fotografeer je binnen of heb je een stopcontact binnen handbereik? Dan heb je helemaal geen generator nodig! Een battery pack flitser is trouwens een handig alternatief, want die werkt op een accu.

Reacties zijn gesloten.