Inflitsen bij daglicht geeft je portretfoto’s een unieke look

godox-ia32-iflash-camera-flash

In juni stond ik op een bbq met vrienden. De zon ging langzaam onder, het licht was fel en de schaduwen waren lang en hard. Perfect voor een bbq, lastig voor fotografie. Toch maakte ik die avond enkele van de leukste foto’s. Mijn wapen: een externe flitser. Het resultaat was foto’s met een spontane uitstraling die me deden denken aan snapshots uit de jaren negentig. Een vette flits die niet alleen schaduwen weghaalt maar ook het licht dik aanzet. Hoe dat werkt en wat je daarvoor nodig hebt, leg ik hieronder uit.

TL;DR

Inflitsen bij daglicht, ook wel fill-flash of invulflits genoemd, vult harde schaduwen op en geeft portretfoto’s een levendiger uitstraling. Een externe flitser met een richtgetal van minimaal 40 werkt het best. Houd je sluitertijd binnen de flitssynchronisatiesnelheid van je camera (meestal 1/200 of 1/250 sec). Begin met 1/4 flitsvermogen en pas aan op basis van het resultaat.

Flitsen terwijl de zon schijnt

Inflitsen bij daglicht klinkt tegenstrijdig. Waarom zou je extra licht toevoegen als er al genoeg is? Het antwoord ligt in de balans tussen licht en schaduw. Bij fel zonlicht ontstaan harde schaduwen onder neuzen, ogen en kinnen. Die schaduwen maken gezichten minder flatterend en details gaan verloren. Door subtiel bij te flitsen vul je die schaduwen op. Het gezicht wordt gelijkmatiger belicht en de ogen krijgen een levendige glinstering.

Fotografen noemen dit fill-flash, fill-in flash of daylight sync. In het Nederlands spreken we van invulflits of opvulflits. Je kunt ook lekker overdrijven met een harde flits. Je foto krijgt dan een spontane en energieke look, alsof hij met een wegwerpcamera uit de jaren negentig is geschoten. Die retro-look is populair, vooral bij jongere generaties die opgroeiden met digitale perfectie.

foto van een meisje met met extreem veel flitslicht, buiten bij ondergaande zon
Foto met flitslicht. Zonder flits waren er veel details verloren gegaan en was het model tot een donkere vlek gereduceerd, als gevolg van het tegen de zon in fotograferen. Door extra veel flitslicht te geven krijgt het model niet alleen de details terug, maar ook iets extra levendigs en spontaans. Mooi in combinatie met de zon als ‘hairlight’.

De juiste flitser kiezen voor inflitsen

Voor effectief inflitsen heb je de juiste apparatuur nodig. Er zijn drie hoofdtypen flitsers:

  • de ingebouwde flitser in je camera
  • een externe flitser op de hotshoe van de camera
  • een volledig losse flitser die je op afstand bedient

Elk type heeft eigenschappen die bepalen hoe geschikt het is voor inflitsen bij daglicht.

De ingebouwde flitser van je camera lijkt handig, maar heeft grote beperkingen. Het vermogen is meestal te zwak om effectief tegen zonlicht in te flitsen. Bovendien kun je de sterkte vaak niet handmatig regelen. De flitser wordt automatisch aangestuurd door het programma van je camera, waardoor je weinig controle hebt over het eindresultaat. Het licht komt altijd recht van voren. Dat leidt tot platte belichting. En het licht is keihard.

Externe flitsers geven je meer controle

Een externe flitser geeft meer mogelijkheden. Je plaatst hem op de hotshoe van je camera, waarna hij reageert op het afdrukken. Deze flitsers werken op een eigen accu of batterijen en hebben een richtgetal tussen de 30 en 60. Voor inflitsen bij portretten is een richtgetal van minimaal 40 aan te raden. Dat geeft je genoeg vermogen om zelfs in fel zonlicht bij te flitsen. Bij sommige modellen kun je de flitskop draaien of kantelen, waardoor je ook indirect kunt flitsen via een wand of plafond. Het vermogen stel je handmatig in, van 1/1 (vol vermogen) tot 1/128. Duurdere modellen kunnen via TTL het flitsvermogen afstemmen met de camera.

De meeste vrijheid krijg je met een losse flitser die je via een kabel of draadloos verbindt met je camera. Hiermee bepaal je exact vanuit welke hoek het licht komt. Je plaatst hem hoger voor flatterend licht van bovenaf, of vanaf de zijkant voor meer dramatiek. Het nadeel: je hebt een assistent nodig om de flitser vast te houden, of je investeert in een statief.

Technische instellingen voor inflitsen bij daglicht

Bij inflitsen draait alles om de juiste balans tussen flitslicht en omgevingslicht. Ik begin altijd met het instellen van mijn camera voor het omgevingslicht. Stel dat ik fotografeer op ISO 200, diafragma f/5.6 en een sluitertijd van 1/250 seconde. Die instellingen geven me een correct belichte achtergrond. Vervolgens schakel ik mijn flitser in op ongeveer 1/4 vermogen. Dat is meestal genoeg om schaduwen op te vullen zonder het natuurlijke licht te overheersen.

Een belangrijke technische beperking is de flitssynchronisatiesnelheid van je camera. De meeste camera’s synchroniseren tot maximaal 1/200 of 1/250 seconde. Gebruik je een kortere sluitertijd, dan zie je een zwarte balk in je foto. Dat komt doordat de sluiter niet volledig open is tijdens het flitsen. Sommige flitsers hebben een HSS-functie (High Speed Sync) waarmee je kortere sluitertijden kunt gebruiken, al vermindert dat het effectieve flitsvermogen aanzienlijk.

Budgetflitsers die prima werken

Flitsers zijn er in alle vormen en maten. Sommige bijna net zo duur als je camera. Maar je hoeft geen fortuin uit te geven voor goede resultaten. Ik gebruik tegenwoordig de Godox iA32 Mini Flash en die bevalt me uitstekend voor straatfotografie. De foto bovenaan dit artikel is ermee gemaakt. Dit budgetmodel biedt voldoende mogelijkheden voor een prijs van rond de vijftig euro. Er blijven altijd wensen, maar voor een budgetflitser doet hij het goed. Ik heb hem vaak mee.

Waar let je op bij de aanschaf van een flitser?

Vijf punten die ik altijd controleer voor ik een flitser koop:

  • Oplaadtijd: een goede flitser laadt maximaal binnen één seconde op bij 1/4 vermogen, anders mis je de mooie momenten. Liever sneller. Eén seconde bij burst mode is te trraag.
  • Handmatig instelbaar vermogen: onmisbaar voor zowel een subtiele invulflits als een harde flits zoals hierboven.
  • Draaibare en kantelbare flitskop: geeft flexibiliteit in lichtrichting.
  • Energieverbruik: met vier oplaadbare AA-batterijen maak je gemiddeld 200 tot 400 flitsen, afhankelijk van het ingestelde vermogen. Controleer dit voor aanschaf.
  • TTL-ondersteuning: handig als je snel wilt werken, maar voor inflitsen bij daglicht is het geen vereiste.

Subtiel inflitsen zonder dat het opvalt

Het mooiste inflitseffect krijg je als niemand ziet dat je geflitst hebt. De truc is om net genoeg licht toe te voegen om schaduwen te verzachten zonder de natuurlijke sfeer te verstoren. Ik richt mijn flitser vaak iets omhoog zodat het licht van bovenaf komt, vergelijkbaar met hoe zonlicht valt. Ook gebruik ik graag een kleine diffuser of bounce card om het flitslicht zachter te maken. Een wit visitekaartje achter de flitskop werkt al wonderen.

Bij portretfotografie plaats ik de flitser het liefst 45 graden schuin voor mijn model. Dat geeft dimensie aan het gezicht zonder harde schaduwen te creëren. De afstand tot je onderwerp bepaalt hoeveel flitsvermogen je nodig hebt. Op twee meter afstand is 1/8 vermogen meestal voldoende; op vier meter heb je mogelijk 1/2 of vol vermogen nodig. Experimenteer tijdens de shoot en controleer je resultaten op het camerascherm.

Creatieve mogelijkheden met inflitsen

Door je sluitertijd te variëren kun je spelen met bewegingsonscherpte in de achtergrond terwijl je hoofdonderwerp scherp blijft door de flits. Dit effect heet dragged shutter of slow sync flash. Je kunt ook kleurfilters over je flitser plaatsen voor sfeervolle effecten. Een oranje filter simuleert warm avondlicht; een blauwe filter geeft een koele sfeer.

Een techniek die ik graag gebruik is het bewust overbelichten voor een high-key effect. Vooral bij portretfotografie in tegenlicht werkt dit goed. De zon fungeert als natuurlijke hairlight terwijl de flits het gezicht verlicht. Het resultaat lijkt op professionele modefotografie, maar dan met de spontaniteit van een snapshot.

Batterijen en praktische tips

Ik heb altijd minimaal acht AA-batterijen bij me. Ik gebruik geen oplaadbare batterijen, omdat die snel in vermogen zakken als je ze een tijdje niet hebt gebruikt. Een set van tien gewone batterijen kost een paar euro en gaat lang mee bij normaal gebruik.

Test voor elke shoot of je flitser goed werkt en de batterijen vol zijn. Niets is frustrerender dan midden in een fotosessie zonder stroom te zitten. Zet je flitser uit als je hem even niet gebruikt. Dat bespaart batterijen en voorkomt oververhitting bij intensief gebruik.

Deel je ervaringen met inflitsen in de reacties hieronder. Welke techniek werkt het beste voor jou? Heb je tips voor andere fotografen die willen experimenteren met fill-flash? Ik ben benieuwd naar jullie creatieve oplossingen en favoriete flitsers voor daglichtsituaties.

Veelgestelde vragen

Wat is inflitsen bij daglicht?

Inflitsen bij daglicht, ook wel fill-flash of invulflits genoemd, is het gebruik van een flitser in combinatie met fel omgevingslicht. Je voegt extra licht toe om harde schaduwen op te vullen die door de zon worden veroorzaakt. Het resultaat is een gelijkmatiger belichting op het gezicht van je onderwerp.

Welke flitser heb ik nodig voor fill-flash?

Voor effectief inflitsen bij daglicht heb je een externe flitser nodig met een richtgetal van minimaal 40. De ingebouwde flitser van je camera heeft meestal te weinig vermogen. Een budgetflitser zoals de Godox iA32 Mini Flash (circa vijftig euro) is een goede startoptie.

Hoe stel ik mijn camera in voor inflitsen?

Begin met de belichting instellen voor het omgevingslicht. Houd je sluitertijd binnen de flitssynchronisatiesnelheid van je camera, doorgaans 1/200 of 1/250 seconde. Zet je flitser op ongeveer 1/4 vermogen als startpunt en pas aan op basis van het resultaat op je camerascherm.

Wat is HSS en heb ik het nodig?

HSS staat voor High Speed Sync. Met deze functie kun je flitsen bij sluitertijden korter dan de standaard synchronisatiesnelheid van je camera. Dat is handig als je een groot diafragma wilt gebruiken in fel licht. Het nadeel is dat het effectieve flitsvermogen flink afneemt bij HSS.

Hoe maak ik het flitslicht zachter?

Richt je flitser iets omhoog zodat het licht van bovenaf valt. Gebruik een kleine diffuser of plak een wit visitekaartje achter de flitskop als bounce card. Bij een losse flitser kun je hem 45 graden schuin voor je onderwerp plaatsen voor een zachtere schaduwwerking. Soms doe ik ook wel eens een wit zakje over de flitskop. Ziet er vreemd uit, maar werkt perfect.