Je hebt net een dure lens gekocht. De eerste keer dat je hem uitpakt voel je een combinatie van trots en lichte paniek. Wat als er een kras op komt? Een vriend raadt je aan: “Doe er gewoon een UV-filter op.” Maar is dat advies eigenlijk wel goed? Het antwoord is genuanceerd en een slechte keuze kan je dure lens direct reduceren tot een middelmatige.
Wat is een UV-filter?
Een UV-filter is een dun, transparant filter dat je op de voorkant van je lens schroeft. Oorspronkelijk hadden deze filters een duidelijk doel: ze blokkeerden ultraviolet licht. Bij analoge film zorgde UV-straling voor een blauwachtige waas op foto’s, vooral bij landschapsopnamen op grote hoogte of bij helder weer. Een UV-filter loste dat probleem op. Moderne digitale sensoren zijn echter veel minder gevoelig voor UV-licht. Ook de glascoating en het low-pass filter dat voor de sensor zit, filteren UV-straling al grotendeels weg. Dat betekent dat het oorspronkelijke optische argument voor een UV-filter bij digitale camera’s grotendeels is vervallen. Wat overblijft is het argument van bescherming. En daar wordt de discussie echt interessant.
Het beschermingsargument
Fabrikanten en camerawinkels promoten UV-filters graag als goedkope verzekering voor je dure lens. De redenering klinkt logisch: een filter van 30 euro beschermt een lens van 1.500 euro. Maar laten we dit eerlijk bekijken. Lenzen zijn gebouwd om klappen te incasseren. De frontlens heeft doorgaans een stevige coating en is gemaakt van optisch glas dat behoorlijk wat kan hebben. Een UV-filter biedt bescherming tegen kleine krassen van zand of stof, helemaal waar. Maar bij een echte val of harde klap breekt een goedkoop filter snel. Sterker nog: gebroken filterglas kan de frontlens beschadigen op manieren die zonder filter wellicht niet zouden zijn gebeurd. Ik heb dit zelf ooit meegemaakt met een goedkoop filter dat bij een lichte stoot brak en een kleine chip in de lensrand achterliet. Dat was een dure les.
Wanneer een filter wél zinvol is
Er zijn situaties waarbij ik zonder aarzeling een UV-filter zou gebruiken. Denk aan fotograferen op het strand, waar zand en zout water een reële bedreiging vormen voor de frontlens. Of in stoffige omgevingen zoals woestijnen of bouwplaatsen. In die gevallen is een filter een praktische keuze, mits je een kwalitatief goed exemplaar gebruikt.
Het verschil tussen een goedkoop filter (eigenlijk moet ik zeggen een filter van lage kwaliteit) en een hoogwaardig filter is enorm. Een goedkoop filter kan lensflare verergeren, contrast verlagen en zelfs vignetttering veroorzaken waarbij de hoeken van je foto donkerder worden. Daar gaan de voordelen van je dure lens! Een kwalitatief filter van merken als B+W, Hoya HD of Nisi heeft meerdere anti-reflectiecoatings en is zo dun dat het optisch nauwelijks invloed heeft. De prijs van zulke filters ligt tussen de 60 en 150 euro, afhankelijk van de diameter.
De optische impact van een goedkoop filter
Elk extra stuk glas dat het licht passeert, introduceert potentiële problemen. Reflecties tussen het filteroppervlak en de frontlens creëren ghosting en flare, zichtbare lichtreflecties in je beeld. Bij een filter zonder goede multicoating kan dit oplopen tot een meetbaar verlies van contrast en scherpte. Stel je voor: je fotografeert een portret bij tegenlicht. Zonder filter is het beeld scherp en heeft het mooie, zachte highlights. Met een matig UV-filter verschijnt er een vage, witte gloed over het beeld. Dat is geen stijlkeuze, dat is optische degradatie! Testresultaten van Lenstip.com laten zien dat goedkope filters de MTF-waarden, een maat voor scherpte en contrast, merkbaar kunnen verlagen. Bij professionele opnamen is dat onaanvaardbaar.

Kwaliteitsfilters
Als je besluit een UV-filter te gebruiken, investeer dan in kwaliteit. De filters die ik persoonlijk vertrouw en gebruik zijn de B+W XS-Pro MRC Nano en de Hoya HD serie. Alleen hebben meerdere anti-reflectiecoatings, zijn waterafstotend en krasbestendig. Ze zijn zo optisch neutraal dat ze in de meeste situaties geen meetbare invloed hebben op beeldkwaliteit. Hieronder een overzicht van wat je moet controleren bij de aanschaf van een UV-filter:
- Multicoating: minimaal MRC (multi-resistant coating) of gelijkwaardig
- Dikte van de vatting: dunne vatting voorkomt vignetttering bij groothoeklenzen
- Glastype: optisch glas, geen plastic
- Waterafstotende coating: makkelijker schoon te maken
De discussie over UV-filters speelt al jaren in fotografiekringen. Roger Cicala, oprichter van LensRentals en een van de meest geciteerde lensexperts ter wereld, heeft hierover geschreven: “A good quality filter has minimal optical impact, but a cheap filter can noticeably degrade image quality. The question is always: are you using a filter that’s worthy of your lens?” Dat is precies de kern van het probleem. Sommige fotografen zetten een filter van 20 euro op een lens van 2.000 euro en denken dat ze slim bezig zijn.
Manieren om je lens te beschermen
Er zijn ook andere manieren om je lens te beschermen zonder optische concessies te doen. De lenskap is je eerste verdedigingslinie en wordt door veel fotografen onderschat. Gebruik hem consequent als je niet fotografeert. Een goede cameratas met stevige lensvakken beschermt beter dan welk filter ook bij transport. Sommige lenzen hebben een ingebouwde beschermcoating op de frontlens, zoals de fluorcoating van Canon of Nikon. Die maakt de lens al waterafstotend en krasbestendiger. Als je toch een filter wilt voor bescherming in extreme omstandigheden, overweeg dan een clear protectiefilter van hoge kwaliteit. Die combineert minimale optische impact met maximale bescherming.
Gebruik jij een UV-filter of ander filter op je lenzen? En zo ja, welk merk? Deel je ervaringen hieronder, want ik ben benieuwd hoe andere fotografen hiermee omgaan.

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s, maar vooral omdat ik graag kijk. Echt kijk. Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50, gekocht rond de geboorte van mijn zoon. Sindsdien is fotografie voor mij verweven geraakt met aandacht, nieuwsgierigheid en het vastleggen van momenten die anders ongemerkt voorbijgaan.
Ik ben iemand die wil begrijpen wat hij doet. Daarom zit ik net zo graag in de techniek als in het beeld zelf. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, eigenwijs, en precies uitdagend genoeg om me scherp te houden. Ik word blij van uitzoeken waarom iets werkt — of waarom juist niet.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Niet om te laten zien wat ik weet, maar om anderen mee te nemen in dat ontdekproces. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel te maken, zonder ze plat te slaan. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
