Vorig jaar zat ik op de bank door honderden Sinterklaasfoto’s te scrollen. Dezelfde rode muts, dezelfde chocoladeletter op de voorgrond, dezelfde geforceerde glimlach. Ik besloot het anders aan te pakken. Dit jaar fotografeerde ik alleen de handen van mijn dochter die door het cadeaupapier scheuren, haar gezicht buiten beeld. Die foto hangt nu ingelijst in onze gang. Gasten blijven ervoor staan. Waarom? Omdat het een gevoel vastlegt in plaats van een voorspelbaar plaatje. In dit artikel laat ik je zien hoe je Sinterklaas fotografeert zonder in de clichéval te trappen.
Begin met een mindmap en schrap meedogenloos
Pak een vel papier en schrijf ‘sinterklaas’ in het midden. Noteer alles wat erbij hoort. Pepernoten, chocoladeletters, cadeaus, surprises, gedichten, schoenen bij de haard, wortel voor het paard, de stoomboot, rode mijters, zwarte pieten, pakjesavond. Nu komt het belangrijke deel: trek een dikke streep door alles wat je al duizend keer hebt gezien. Die chocoladeletter frontaal in beeld? Doorstrepen. De schoen bij de open haard met wortel erin? Weg ermee. De rode muts op een kinderhoofd? Nee. Dit voelt misschien contra-intuitief, maar juist door de voor de hand liggende elementen te schrappen, dwing je jezelf om dieper te graven.
Wat overblijft zijn de randjes, de sfeermakers, de details die wél de essentie vangen maar niet meteen schreeuwen ‘kijk, dit is sinterklaas’. Denk aan: de geur van kruidnoten in een warme keuken, het geritsel van cadeaupapier, de spanning in een blik, vingers die een gedicht vasthouden, het zachte licht van kaarsen op een decembermiddag, de chaos van opengescheurd papier op de grond, een half opgegeten marsepein, de schaduw van een surprise op de muur. Deze elementen vertellen hetzelfde verhaal, maar dan op een manier die de kijker laat nadenken in plaats van meteen door te scrollen.
Gevoel fotograferen in plaats van voorwerpen
Sinterklaas draait om anticipatie, verrassing, warmte en verbondenheid. Dat zijn abstracte begrippen die je niet zomaar vastlegt door je camera op een tafel vol cadeaus te richten. Ik fotografeer daarom emoties via indirecte signalen. Vorig jaar richtte ik mijn lens op de handen van mijn zoon terwijl hij een surprise uitpakte. Zijn gezicht was buiten beeld. Toch zie je in die gefronste wenkbrauwen boven het kader, in de manier waarop zijn vingers het karton betasten, in de spanning in zijn polsen: dit is het moment van ontdekking. De kijker vult zelf in wat er gebeurt. Dat maakt de foto sterker dan wanneer ik zijn hele gezicht had getoond.
Een andere techniek: fotografeer reacties in plaats van acties. Niet het moment waarop iemand een cadeau krijgt, maar de seconde erna. Die halve glimlach, die blik naar de gever, die hand die naar de mond gaat. Gebruik een langere brandpuntsafstand, tussen 85mm en 135mm, zodat je op afstand kunt blijven. Mensen vergeten dan dat je er bent. Stel je camera in op continue autofocus (AF-C bij Nikon, AI Servo bij Canon) en burst mode. Maak series van vijf tot tien foto’s per moment. Eén daarvan vangt precies die fractie van een seconde waarin de emotie zuiver is.
Handen vertellen het verhaal
Handen zijn ongelooflijk expressief en worden structureel onderschat in fotografie. Ik maak bewust foto’s waarin alleen handen voorkomen. Handen die door cadeaupapier scheuren, waarbij je de spanning in de vingers ziet. Handen die een gedicht vasthouden, met op de achtergrond onscherp de schrijver. Twee handen die elkaar een cadeau overhandigen, waarbij je de connectie voelt zonder gezichten te zien. Kinderhanden die een pepernoot vasthouden, zo close-up dat je de kruimels op de vingers ziet. Deze beelden werken omdat ze universeel zijn en tegelijk intiem.
Technisch gezien vraagt dit om een andere aanpak. Gebruik een macro-objectief of schakel over op macro-modus als je die hebt. Een 50mm f/1.8 of 60mm macro werkt uitstekend. Stel je diafragma open, tussen f/2.0 en f/4.0, zodat de achtergrond mooi wegsmelt maar de handen scherp blijven. Let op je scherptediepte: bij extreme close-ups is die minimaal. Focus daarom op het dichtstbijzijnde deel van de hand, meestal de knokkels of vingertop die naar je toe wijst. Gebruik natuurlijk licht van een raam, liefst aan de zijkant. Dat creëert textuur en diepte. Een reflectiescherm tegenover het raam vult schaduwen subtiel op zonder het licht plat te maken.

Close-ups met context door selectieve scherpte
Een techniek die ik steeds vaker toepas: breng het hoofdonderwerp scherp in beeld op de voorgrond, met op de achtergrond onscherp de context. Concreet: fotografeer een surprise in detail, met alle gekke uitstulpsels en creatieve decoraties, terwijl op de achtergrond wazig de ontvanger zichtbaar is. Of richt je op een stapel opengescheurd cadeaupapier op de grond, met daarachter onscherp de benen van kinderen die rondrennen. Deze compositie werkt omdat je twee verhaallagen combineert in één beeld. De voorgrond geeft detail en textuur, de achtergrond geeft betekenis en sfeer.
Hier komt de scherptediepte om de hoek kijken. Die wordt bepaald door drie factoren: diafragma-opening, brandpuntsafstand en afstand tot het onderwerp. Voor dit effect wil je een ondiepe scherptediepte. Kies daarom een groot diafragma (klein f-getal), bijvoorbeeld f/1.8 tot f/2.8. Gebruik een langere brandpuntsafstand, vanaf 85mm. Ga dicht bij je voorgrondonderwerp staan, terwijl het achtergrondonderwerp verder weg is. De formule voor scherptediepte is complex, maar als vuistregel: bij f/2.0, 85mm en een afstand van 1 meter tot je onderwerp, is je scherptediepte ongeveer 5 centimeter. Alles daarbuiten wordt geleidelijk onscherper.
Ik pas dit toe door eerst mijn compositie te bepalen. Waar staat de surprise? Waar staat de persoon? Dan kies ik mijn standpunt zodat beide elementen in één lijn vallen. Ik focus handmatig op de surprise, of gebruik single-point autofocus op het scherpste punt. Controleer je beeld op de camera door in te zoomen. Is de voorgrond echt scherp? Is de achtergrond voldoende onscherp maar nog herkenbaar? Pas aan tot de balans klopt. Deze methode vraagt om experimenteren, maar levert beelden op die diepte en verhaal combineren.
Snoepgoed als stilleven
Sinterklaas betekent ook: tafel vol snoep. In plaats van een overzichtsfoto van alles, maak ik er een stilleven van. Leg pepernoten, chocolade, marsepein en een mandarijn op een houten tafel. Voeg een gedicht toe, half opengevouwen. Misschien een kaars. Fotografeer van bovenaf, recht naar beneden. Dit heet flat lay fotografie. Of kies een lage hoek, bijna op tafelniveau, waardoor de voorwerpen monumentaal worden. Speel met arrangement: niet alles netjes op een rij, maar organisch verspreid, alsof iemand net een handvol heeft gepakt.
Licht is cruciaal bij stillevens. Ik werk het liefst met één lichtbron: een raam. Plaats je tafel naast het raam, zodat het licht van opzij komt. Dit creëert schaduwen die vorm geven. Te harde schaduwen? Hang een wit laken voor het raam of gebruik een diffuser. Geen natuurlijk licht beschikbaar? Een bureaulamp met daglicht-LED werkt ook, maar plaats hem minimaal een meter van je onderwerp en gebruik bakpapier als goedkope diffuser. Meet je belichting op het lichtste deel van je beeld en compenseer eventueel met -0.3 tot -0.7 stops om details in de highlights te behouden. Chocolade heeft de neiging om te glimmen; dat kan mooi zijn, maar let op dat je geen uitgebloeide vlekken krijgt.
Voorbereiding bepaalt het resultaat
Spontane momenten vang je alleen als je technisch voorbereid bent. Ik stel mijn camera altijd in voordat de actie begint. Op pakjesavond betekent dat: ISO tussen 800 en 1600, afhankelijk van het licht in de kamer. Diafragma op f/2.0 of f/2.8 voor mooie onscherpte. Sluitertijd minimaal 1/125 seconde om bewegingsonscherpte te voorkomen. Autofocus op continue modus. Burst mode aan. Witbalans op auto of handmatig ingesteld op het kunstlicht in de ruimte. Ik maak testfoto’s een halfuur voor het feest begint en pas aan waar nodig.
Denk ook na over je positie in de ruimte. Waar komt het licht vandaan? Waar zitten de mensen? Waar gebeurt de actie? Ik kies een plek waar ik vrij zicht heb maar niet in de weg sta. Meestal is dat een hoek van de kamer, iets verhoogd als dat kan. Ik gebruik een 35mm of 50mm lens voor overzichtsbeelden en wissel naar 85mm voor close-ups. Twee camera’s met verschillende lenzen is ideaal, maar niet noodzakelijk. Belangrijker is dat je snel kunt schakelen zonder het moment te missen. Oefen dit van tevoren: hoe snel kun je van 35mm naar 85mm wisselen? Hoe snel pas je je instellingen aan als het licht verandert?
Licht als sfeermaker
December betekent vroege schemering en kunstlicht. Dat is geen probleem maar een kans. Ik zoek bewust naar warme lichtbronnen: kaarsen, slingerverlichting, een staande lamp met gloeilamp. Dit licht heeft een kleurtemperatuur rond 2700K tot 3000K, veel warmer dan daglicht (5500K). Het geeft foto’s een knusse, nostalgische sfeer die perfect past bij sinterklaas. Flitslicht vermijd ik volledig. Het is plat, hard en doodt elke sfeer. Bovendien schrikken mensen ervan, waardoor je geen natuurlijke momenten meer vangt.
Werken met weinig licht vraagt om technische aanpassingen. Je hebt drie variabelen: ISO, diafragma en sluitertijd. Bij weinig licht moet je concessies doen. Ik verhoog mijn ISO naar 1600 of zelfs 3200. Moderne camera’s presteren uitstekend bij hoge ISO-waarden. Ruis is aanwezig maar acceptabel, en liever een beetje ruis dan een onscherpe foto door te lange sluitertijd. Open je diafragma maximaal: f/1.8 of f/2.0. Houd je sluitertijd boven 1/100 seconde voor bewegende onderwerpen, boven 1/60 voor stilstaande. Gebruik beeldstabilisatie als je lens of camnera die heeft.
Een techniek die ik toepas: gebruik de lichtbron in je compositie. Fotografeer iemand die een gedicht leest bij kaarslicht, waarbij de kaars in beeld is. Of maak een silhouet door iemand voor een raam met slingerverlichting te plaatsen en te belichten op de achtergrond. Het silhouet wordt donker maar de lichtjes schitteren. Dit werkt omdat het contrast tussen licht en donker emotie oproept. Technisch: meet je belichting op het lichtste deel (de lichtjes) en laat de rest onderbelicht. Gebruik spot-meting in plaats van matrix-meting voor meer controle.
Compositie die de blik stuurt
Een goede foto leidt het oog van de kijker. Ik gebruik daarvoor klassieke compositieregels, maar pas ze flexibel toe. De regel van derden: plaats je hoofdonderwerp op een van de vier snijpunten waar de denkbeeldige derdelijnen elkaar kruisen. Niet in het midden. Dit creëert dynamiek. Leading lines: gebruik lijnen in je beeld die naar het onderwerp leiden. Een tafelrand, een arm, een rij pepernoten. Framing: fotografeer door een deuropening of tussen andere objecten door, zodat je een natuurlijk kader creëert rond je onderwerp.
Maar regels zijn er om te breken. Soms werkt een centraal geplaatst onderwerp juist beter, vooral bij symmetrische composities. Een stapel cadeaus recht van boven gefotografeerd, perfect in het midden. Of een close-up van een gezicht, recht in de lens kijkend. De sleutel is intentie: maak een bewuste keuze waarom je iets op een bepaalde plek plaatst. Vraag jezelf af: waar wil ik dat de kijker als eerste kijkt? Hoe leid ik het oog daarheen? Wat is de tweede plek waar het oog naartoe gaat? Goede compositie is als een dans waarin je de kijker meeneemt.
Experimenteer met perspectieven
Verander je standpunt en je foto verandert compleet. Ga op je knieën zitten en fotografeer op ooghoogte van een kind. De wereld wordt groter, spannender. Of klim op een stoel en fotografeer van bovenaf. Patronen en arrangementen worden zichtbaar die je vanaf staande hoogte mist. Ik maak bewust series vanuit verschillende hoeken: één foto van bovenaf, één op ooghoogte, één van onderaf. Later kies ik de sterkste. Meestal is dat niet de voor de hand liggende.
Een voorbeeld uit mijn eigen praktijk: ik fotografeerde een surprise die eruitzag als een gigantische schoen. Vanaf normale hoogte was het een leuke foto, maar niet bijzonder. Toen ging ik op de grond liggen en fotografeerde van onderaf, met de schoen torenhoog boven me en op de achtergrond mijn lachende vader. Plotseling werd het een monumentaal object, bijna surrealistisch. Het enige verschil was mijn standpunt. Fotograaf David duChemin zegt het mooi: “The best camera position is often the one you haven’t tried yet.”
Bewerk met terughoudendheid
Nabewerking kan een goede foto beter maken, maar een slechte foto niet redden. Ik bewerk minimaal en gericht. In Lightroom pas ik aan: belichting (meestal +0.3 tot +0.7 stops voor een lichtere feel), contrast (licht verhogen voor meer pit), highlights (verlagen om uitgebloeide delen te redden), shadows (verhogen om detail in donkere delen zichtbaar te maken), witbalans (iets warmer voor extra gezelligheid, richting 3200K), en scherpte (matig verhogen, radius 0.8, detail 25). Ik vermijd heavy filters en overdreven saturatie. Sinterklaas heeft van nature warme kleuren; die hoef je niet te forceren.
Eén instelling die ik specifiek voor sinterklaas aanpas: de oranje en gele tinten. In het HSL-paneel verschuif ik de oranje hue iets naar rood en verhoog de saturatie licht. Dit maakt chocolade en pepernoten rijker zonder onnatuurlijk te worden. Voor zwart-witfoto’s gebruik ik een preset die de warme tinten omzet naar lichte grijstinten en koude tinten naar donkere grijstinten. Dit behoudt de sfeer ook zonder kleur. Maar eerlijk gezegd: sinterklaas leent zich perfect voor kleurenfotografie. De warme tinten zijn onderdeel van het verhaal.
Welke creatieve aanpak ga jij dit jaar proberen met sinterklaas? Deel je experimenten en resultaten in de reacties. Ik ben benieuwd welke technieken voor jou het beste werken en welke verrassende beelden je creëert door buiten de gebaande paden te treden.

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s, maar vooral omdat ik graag kijk. Echt kijk. Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50, gekocht rond de geboorte van mijn zoon. Sindsdien is fotografie voor mij verweven geraakt met aandacht, nieuwsgierigheid en het vastleggen van momenten die anders ongemerkt voorbijgaan.
Ik ben iemand die wil begrijpen wat hij doet. Daarom zit ik net zo graag in de techniek als in het beeld zelf. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, eigenwijs, en precies uitdagend genoeg om me scherp te houden. Ik word blij van uitzoeken waarom iets werkt — of waarom juist niet.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Niet om te laten zien wat ik weet, maar om anderen mee te nemen in dat ontdekproces. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel te maken, zonder ze plat te slaan. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
