Hoe een lichtvervormer je portretten van vlak naar dynamisch transformeert

Wat zijn lichtvervormers?

Vorige week in de studio keek Joyce me aan met die blik van “nu wordt het serieus”. Denise had net een softbox vervangen door een beauty dish. Het verschil? Dramatisch. Joyce’s gezicht kreeg ineens meer definitie, haar jukbeenderen sprongen eruit. Eén simpele wissel van lichtvervormer en de hele sfeer kantelde. Dat is precies waar het om draait: begrijpen welke modifier wat doet met je licht.

De basis van een lichtvervormer

Een lichtvervormer is eigenlijk niets meer of minder dan een accessoire dat je op of voor je lichtbron plaatst. Het doel? De kwaliteit, richting en intensiteit van je licht aanpassen. Denk aan een softbox, paraplu, beauty dish of snoot. Elk type heeft zijn eigen karakter en effect op het licht en dus op je onderwerp. Zonder modifier krijg je hard, direct licht met scherpe schaduwen. Dat kan mooi zijn, maar meestal wil je meer controle. Een lichtvervormer geeft je die controle. Je kunt licht zachter maken, bundelen, verspreiden of juist richten waar je het hebben wilt. Het maakt het verschil tussen een vlakke foto en een beeld met diepte.

Harde versus zachte lichtbronnen

De belangrijkste eigenschap van een lichtvervormer is of deze hard of zacht licht creëert. Hard licht komt van een kleine lichtbron ten opzichte van je onderwerp. Denk aan een kale flitskop of de zon op een heldere dag. Je krijgt scherpe schaduwen en veel contrast. Zacht licht ontstaat wanneer je lichtbron groot is ten opzichte van je onderwerp. Een grote softbox bijvoorbeeld, of bewolking voor de zon. De schaduwen worden geleidelijk, de overgangen subtiel. Vooral de grootte van de lichtbron in verhouding tot je onderwerp bepaalt het karakter van het licht. Een kleine softbox op grote afstand gedraagt zich als een harde lichtbron. Een grote softbox dichtbij (ca. 1 meter) geeft juist heel zacht licht.

De afstandsregel

Hier komt de inverse square law om de hoek kijken. Als je de afstand tussen lichtbron en onderwerp verdubbelt, wordt het licht vier keer zwakker. Praktisch betekent dit: hoe dichter je lichtvervormer bij je onderwerp staat, hoe zachter het licht én hoe sneller de lichtval afneemt. Zet je een octabox van 120cm op een armlengte afstand afstand van je model dan heb je mooi zacht licht. Het gezicht baadt in zacht licht, maar de achtergrond valt al snel weg in schaduw. Dat geeft prachtige separatie.

De populairste lichtvervormers

Softboxen zijn de werkpaarden van elke studiofotograaf. Ze geven mooi gelijkmatig, zacht licht. Verkrijgbaar in allerlei vormen: rechthoekig, vierkant, octagonaal of als striplight. Een octabox van 90-120cm is ideaal voor portretten. De ronde vorm geeft mooie catchlights in de ogen. Striplights zijn smal en lang, perfect voor randlicht of om een lichaam te accentueren.

Beauty dishes zitten tussen hard en zacht in. Ze geven meer contrast dan een softbox maar zachter dan direct licht. Ideaal voor beauty en fashion. De lichtval is gericht met een mooie geleidelijke overgang.

Paraplu’s zijn betaalbaar en veelzijdig. Doorschijnparaplu’s geven diffuus licht, reflectieparaplu’s kaatsen het licht terug. Ze zijn snel op te zetten maar geven minder controle dan softboxen. Het licht is harder en verspreid zich meer. Ik gebruik paraplus eigenlijk alleen voor groepsfoto’s.

Snoots en grids (raster op een softbox) bundelen licht tot een smalle straal. Perfect voor haarlight of om een specifiek detail te benadrukken zonder omliggend licht te verstrooien.

Mijn aanpak in de studio

Bij een portret begin ik meestal met één hoofdlicht. Dat is een octabox van 120cm onder 45 graden, iets hoger dan haar gezicht. Dat geeft mooi modellerend licht met zachte schaduwen. Daarnaast plaats ik een reflector aan de andere kant om de schaduwen iets op te vullen. Niet te veel, want contrast geeft karakter. Als ik meer drama wil, wissel ik naar een beauty dish. Dan krijg je meer definitie en texture in de huid. Voor een haarlight gebruik ik een striplight met grid vanachter. Dat scheidt haar van de achtergrond en geeft glans aan haar haar. De grid zorgt dat het licht niet overal terecht komt maar precies waar ik het wil hebben.

Experimenteren loont

Ze zeggen wel eens: “Probeer eerst wat fout gaat voordat je leert wat goed is.” Daar zit waarheid in. Zet eens een lichtvervormer op een plek waar je denkt dat het niet werkt. Draai je model. Verander de afstand. Kijk wat er gebeurt met de schaduwen. Volgens Zoom Academy is het belangrijk om te begrijpen dat elke lichtvervormer zijn eigen karakter heeft en dat je dit alleen leert kennen door ermee te werken. Maak testfoto’s. Analyseer de schaduwen, de lichtval, de catchlights. Dat is hoe je het echt leert.

Technische overwegingen

Let op het lichtverlies bij verschillende modifiers. Een softbox slikt ongeveer 1 tot 2 stops licht. Een beauty dish ongeveer 1 stop. Een paraplu kan zelfs 2 tot 3 stops kosten, afhankelijk van het type. Dat betekent dat je je flitsvermogen moet aanpassen. Als je op 1/16 vermogen fotografeerde zonder modifier, moet je misschien naar 1/4 vermogen met een softbox. Houd ook rekening met de kleurtemperatuur. Sommige modifiers, vooral goedkopere paraplu’s, kunnen een kleurzweem geven. Test dit en pas je witbalans aan indien nodig.

Welke lichtvervormer kies je

Voor portretten is zoals gezegd een octabox van 90-120cm mijn eerste keuze. Veelzijdig en geeft prachtig zacht licht. Voor beauty en fashion werk ik graag met een beauty dish van 55-70cm. Meer contrast en definitie. Voor full body shots gebruik ik een grote softbox van 120x180cm of zelfs groter. Hoe groter je onderwerp, hoe groter je lichtbron moet zijn voor zacht licht. Voor creatieve accenten zijn snoots en grids onmisbaar. Denk aan een lichtstraal op een detail of dramatisch haarlight. Begin met één goede octabox en een reflector. Dat brengt je al heel ver. Voeg later toe wat je mist in je werk.

Welke lichtvervormer gebruik jij het meest en waarom? Deel je ervaringen hieronder in de reacties. Ik ben benieuwd welke combinaties jij hebt ontdekt.