Drie jaar geleden zat ik in een tram in Praag toen ik haar zag. Een jonge vrouw, verdiept in gedachten, starend door het beslagen raam terwijl de stad aan haar voorbijgleed. Het licht viel perfect op haar gezicht. Mijn camera lag op schoot. Ik had misschien vijf seconden om de foto te maken voordat het moment voorbij zou zijn. Alles klopte. Het geheim? Ze wist niet dat ik daar was.
Het onbewuste portret als vertelling
Een portret fotograferen waarbij je model zich niet bewust is van de camera creëert een unieke authenticiteit. Dit type fotografie vraagt om een andere benadering dan traditionele portretfotografie. Je bent geen regisseur die een scène orkestreert, maar een waarnemer die een moment vangt. De technische uitdaging ligt in het combineren van snelheid, lichtbegrip en compositie zonder de mogelijkheid tot herhaling. Eén klik, en het moment is voorbij. Deze aanpak vergt voorbereiding, geduld en een scherp oog voor menselijk gedrag. Het resultaat is een beeld dat een verhaal vertelt zonder woorden.
De kracht van dit soort portretten ligt in hun kwetsbaarheid. Mensen tonen hun ware zelf wanneer ze denken dat niemand kijkt. Die blik uit het raam, die lichte frons, die ontspannen schouders – dit zijn details die verdwijnen zodra iemand zich bewust wordt van een camera. Fotograaf Henri Cartier-Bresson noemde dit “the decisive moment” en schreef: “Photography is the simultaneous recognition, in a fraction of a second, of the significance of an event.” Dit principe geldt nergens sterker dan bij onbewuste portretten in openbare ruimtes.
De setting voor eenzaamheid en beweging
Treinen en trams bieden een natuurlijk decor voor dit type fotografie. Het voertuig zelf creëert een geïsoleerde ruimte binnen de drukte van het stadsleven. Je model bevindt zich letterlijk onderweg, gevangen tussen vertrekpunt en bestemming. Deze transitie vertaalt zich visueel naar een gevoel van eenzaamheid en contemplatie. De technische voordelen zijn eveneens belangrijk: het kunstlicht in het voertuig contrasteert met de duisternis buiten, waardoor je model als het ware wordt ingelijst door licht. Dit natuurlijke spotlighteffect is moeilijk te evenaren in een studio.
Voor de beste resultaten fotografeer je in de ochtend of ’s avonds. Op dat moment is het binnen verlicht terwijl buiten nog net genoeg restlicht aanwezig is om context te bieden. De verhouding tussen binnen- en buitenlicht bepaalt je exposure. Meet het licht op het gezicht van je model en directe omgeving en accepteer dat de buitenwereld mogelijk overbelicht of onderbelicht raakt. Spotmeting werkt hier vaak niet, en maakt de contrasten te groot. Meet een wat groter gebied. Een lichtmeter helpt, maar ik vertrouw meestal op de histogram van mijn camera. Zorg dat de highlights op het gezicht niet doorbranden. Alles daarbuiten is secundair aan je hoofdonderwerp.
Technische instellingen voor bewegende voertuigen
De beweging van een tram of trein introduceert cameratrillingen. Zelfs bij een relatief stabiele rit heb je een sluitertijd nodig van minimaal 1/125 seconde, liever 1/250 seconde. Dit voorkomt bewegingsonscherpte bij je model. Bepaal de grootte van je diafragma – f/1.8 tot f/5.6 voor een kleine scherptediepte en veel licht op de sensor. Of een diafragma van F/6 – F/8 voor scherpe achtergrond en weinig licht op je sensor. Beiden hebben artistieke en technische voor- en nadelen. Compenseer met je ISO tot de gewenste lichtsterkte. Moderne camera’s presteren uitstekend bij hoge ISO-waarden wat beter, bij oudere camera’s moet je rekening houden met ruis als de ISO-waarder wat hoger wordt. Ruis is acceptabel als je gezicht scherp is.
Kies voor een brandpuntafstand tussen 35mm en 85mm. Een 50mm lens biedt een natuurlijk perspectief en dwingt je dichtbij genoeg te komen voor intimiteit, maar ver genoeg weg te blijven voor discretie. Langere lenzen zoals een 85mm of 135mm geven je meer afstand maar vereisen daarom ook meer ruimte in een beperkte omgeving. Ik gebruik meestal mijn 50mm-lens omdat deze veelzijdig is en lichtsterk genoeg voor moeilijke omstandigheden. De autofocus moet snel en stil zijn. Schakel over naar continue autofocus (AF-C) en gebruik gezichtsdetectie als je camera dit ondersteunt.

Compositie vanuit verschillende standpunten
Je standpunt bepaalt de emotionele impact van je portret. Fotograferen vanuit de tram of trein zelf plaatst je in dezelfde ruimte als je model. Dit creëert een gevoel van gedeelde ervaring, alsof de kijker medereiziger is. Observant van dichtbij. Positioneer jezelf schuin achter of naast je model, zodat je hun profiel of driekwart gezicht vastlegt. Vermijd directe frontale opnames – deze voelen te geposeerd, zelfs wanneer je model zich niet bewust is van je aanwezigheid. Een hoek van 45 graden geeft diepte en dimensie aan het gezicht.
Fotograferen van buitenaf door het raam biedt een andere dynamiek. Je wordt letterlijk een buitenstaander die naar binnen kijkt. Deze scheiding versterkt het gevoel van isolatie en eenzaamheid. Het raam fungeert als een natuurlijk kader binnen je kader, een techniek die compositie versterkt. Let op reflecties in het glas – deze kunnen storend zijn maar ook een extra laag betekenis toevoegen. Soms vang je de weerspiegeling van de buitenwereld in hetzelfde beeld als je model, wat een surrealistisch effect creëert. Gebruik een zonnekap en fotografeer zo dicht mogelijk bij het glas om reflecties te minimaliseren.
Kijkrichtingen die verhalen vertellen
De richting waarin je model kijkt communiceert emotie en intentie. Een blik uit het raam naar buiten suggereert verlangen, verwachting of melancholie. Het model kijkt naar iets buiten het frame, wat de verbeelding van de kijker activeert. Wat zien ze? Waar denken ze aan? Deze vragen maken het beeld meeslepend. Technisch gezien creëert deze kijkrichting ook ademruimte in je compositie. Plaats je model volgens de regel van derden aan één kant van het frame, met de kijkrichting naar de open ruimte.
Een neerwaartse blik – naar een boek, telefoon of gewoon naar beneden – communiceert introspectie. Dit werkt wat minder goed voor het thema eenzaamheid. Het model is volledig in zichzelf gekeerd, maar heeft contact met de buitenwereld. Fotografeer dit van boven of op ooghoogte voor maximale impact. Een blik die nergens specifiek op gericht is, starend in het niets, vertelt over vermoeidheid of diepe gedachten. Dit is misschien wel de meest authentieke uitdrukking die je kunt vangen, omdat het volledig natuurlijk is en niet gericht op enige externe stimulus.
Licht als emotionele gids
Het licht in een tram of trein is zelden flatterend. TL-verlichting geeft een kille, groene tint die huidtonen onnatuurlijk maakt. Toch is dit precies het licht dat de sfeer van openbaar vervoer definieert. Omarm het in plaats van ertegen te vechten. Corrigeer de witbalans in postproductie, maar overdrijf niet. Een lichte groene of blauwe tint versterkt het gevoel van vervreemding en stedelijke eenzaamheid. Zet je witbalans op 4000-4500K voor een koelere toon, of gebruik de fluorescent preset als startpunt.
Het interessantste licht ontstaat wanneer meerdere lichtbronnen samenkomen. De TL-verlichting van binnen, het restlicht van buiten, misschien een telefoonscherm dat het gezicht van onderaf verlicht – deze combinatie creëert complexe schaduwen en highlights. Dit soort gemengde lichtbronnen zijn uitdagend maar visueel rijk. Ze vertellen over de moderne stedelijke ervaring beter dan perfect uitgelicht studioportret ooit zou kunnen. Meet je belichting op de highlights van het gezicht en laat de schaduwen diep worden.
Ramen als lichtmodificatoren
Het raam van een tram of trein functioneert als een gigantische softbox wanneer je van buitenaf fotografeert. Het kunstlicht binnen wordt gediffuseerd door het glas en eventuele condensatie of vuil. Dit creëert een zachte, gelijkmatige belichting op je model. De beste momenten zijn wanneer het voertuig stilstaat bij een halte. Je hebt dan enkele seconden van stabiliteit zonder bewegingsonscherpte. Gebruik deze momenten strategisch. Anticipeer op haltes en positioneer jezelf vooraf op het perron.
Beslagen ramen voegen een extra dimensie toe aan je beeld. Ze creëren een barrière tussen kijker en onderwerp, wat het gevoel van onbereikbaarheid versterkt. Technisch gezien moet je focussen op je model, niet op het beslagen glas. Gebruik een groot diafragma (f/1.8 of f/2) om het glas volledig uit focus te laten vallen. Het resultaat is een dromerige, etherische kwaliteit die perfect past bij het thema. Experimenteer met verschillende focuspunten – soms kan een opname waarbij het glas scherp is en het model zacht ook intrigerend zijn, hoewel dit de conventionele portretregels breekt.
Ethiek en discretie in publieke ruimtes
Fotograferen zonder medeweten van je onderwerp roept ethische vragen op. In Nederland mag je volgens de Auteurswet fotograferen in publieke ruimtes, maar publicatie vereist toestemming als het portret herkenbaar is. Ik benader dit pragmatisch: maak eerst de foto, vraag daarna toestemming als je het beeld wilt gebruiken. De spontaniteit gaat verloren als je vooraf om toestemming vraagt. Leg uit wat je doet, toon de foto, en vraag of je deze mag gebruiken. De meeste mensen zijn gevleid en stemmen toe. Sommigen weigeren, en dat respecteer je.
Wees discreet maar niet stiekem. Er is een verschil tussen observerend fotograferen en heimelijk fotograferen. Gebruik geen extreme telelenzen vanaf grote afstand – dit voelt invasief. Blijf binnen normale sociale afstanden. Als iemand je opmerkt en ongemakkelijk lijkt, stop dan. Je artistieke visie rechtvaardigt geen ongemak bij anderen. Deze balans tussen artistieke vrijheid en respect voor privacy is delicaat maar essentieel. Fotojournalist Magnum-lid Bruce Gilden zei ooit in een interview met Magnum Photos: “You have to be close to people to photograph them, but you also have to respect their space.”
Postproductie voor sfeer en samenhang
Je postproductie moet de sfeer versterken die al in de opname aanwezig is. Begin met de basis: belichting, contrast en kleur. Verhoog het contrast licht om de scheiding tussen licht en donker te benadrukken. Dit versterkt het dramatische effect van het verlichte interieur tegen de donkere buitenwereld. Gebruik de curves tool in Lightroom of Photoshop om de schaduwen iets te liften zonder ze volledig te openen. Je wilt detail behouden maar de stemming niet verliezen.
Kleurgrading is cruciaal voor dit type werk. Een koele tint – blauw of cyan in de schaduwen, misschien een lichte oranje of gele tint in de highlights – creëert een cinematografische look die past bij stedelijke eenzaamheid. Denk aan de kleurpaletten van films als “Lost in Translation” of “Drive”. Gebruik de split toning functie: voeg blauw toe aan de schaduwen (hue rond 210, saturatie 10-15) en een warme tint aan de highlights (hue rond 40, saturatie 5-10). Dit creëert visuele spanning en interesse.
Technische correcties zonder karakter te verliezen
Ruis is onvermijdelijk bij hoge ISO-waarden. Gebruik ruis reductie spaarzaam. Te veel reductie maakt gezichten plastic en onnatuurlijk. Ik gebruik meestal de luminantie ruis reductie op 30-40 in Lightroom en laat de kleur ruis reductie op 50. Dit behoudt detail terwijl het de meest storende ruis elimineert. Accepteer dat enige korrelstructuur past bij de rauwe, documentaire stijl van dit werk. Fotografen als World Press Photo winnaars tonen consistent dat technische perfectie minder belangrijk is dan emotionele impact.
Verscherping vraag om een subtiele aanpak. Verscherp selectief – focus op de ogen en het gezicht, laat de rest zachter. Gebruik een masker in Lightroom om verscherping alleen toe te passen waar het nodig is. Mijn standaard instellingen zijn: Amount 60, Radius 0.8, Detail 40, Masking 70. Dit geeft scherpte aan belangrijke elementen zonder het hele beeld te hard te maken. Let op halo’s rond contrasten – deze verraden overdreven verscherping en zien er amateuristisch uit.
Timing en geduld als fotografische tools
Het perfecte onbewuste portret ontstaat niet op commando. Je moet wachten tot alle elementen samenkomen: licht, compositie, uitdrukking en moment. Ik heb soms een uur in een tram gezeten, wachtend op de juiste persoon in het juiste licht met de juiste uitdrukking. Dit klinkt misschien excessief, maar één sterk beeld rechtvaardigt de investering. Zie deze tijd niet als verspilling maar als essentieel onderdeel van je creatieve proces. Je traint je oog, bestudeert lichtpatronen en leert menselijk gedrag te anticiperen.
Ontwikkel een gevoel voor wanneer een interessant moment zich aandient. Mensen vertonen voorspelbare patronen: ze kijken uit het raam wanneer de tram een brug oversteekt of een mooi uitzicht passeert, ze checken hun telefoon bij haltes, ze zuchten en ontspannen na een lange dag. Deze momenten zijn je kansen. Houd je camera klaar, instellingen vooraf geconfigureerd, zodat je alleen hoeft te richten en af te drukken. Gebruik de stille sluiter modus als je camera dit heeft – het elektronische geluid is minder opvallend dan een mechanische sluiter.
Wat zijn jouw ervaringen met het fotograferen van onbewuste portretten? Welke uitdagingen kom je tegen bij het vastleggen van authentieke momenten in publieke ruimtes? Deel je verhalen en beelden in de reacties hieronder.

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s, maar vooral omdat ik graag kijk. Echt kijk. Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50, gekocht rond de geboorte van mijn zoon. Sindsdien is fotografie voor mij verweven geraakt met aandacht, nieuwsgierigheid en het vastleggen van momenten die anders ongemerkt voorbijgaan.
Ik ben iemand die wil begrijpen wat hij doet. Daarom zit ik net zo graag in de techniek als in het beeld zelf. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, eigenwijs, en precies uitdagend genoeg om me scherp te houden. Ik word blij van uitzoeken waarom iets werkt — of waarom juist niet.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Niet om te laten zien wat ik weet, maar om anderen mee te nemen in dat ontdekproces. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel te maken, zonder ze plat te slaan. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
