Vorige maand zat ik tegenover een gerenommeerd portretfotograaf tijdens een interview. Hij vertelde me iets wat ik niet meer vergeet: “Techniek kun je leren in een jaar, maar emotie vangen duurt een leven lang.” Die woorden bleven hangen. Want laten we eerlijk zijn – we kunnen allemaal wel een scherpe foto maken met de juiste instellingen. Maar een beeld dat je raakt, dat je doet stilstaan, dat je voelt? Dat is een ander verhaal. In dit artikel neem ik je mee in mijn ervaringen met het fotograferen van emotie. Ik deel wat werkt, wat niet werkt, en hoe je die ongrijpbare gevoelens kunt vastleggen die een foto transformeren van technisch correct naar onvergetelijk.
Menselijke emotie in beeld
Emotie fotograferen begint met begrijpen welke gevoelens je überhaupt kunt vastleggen. Psycholoog Paul Ekman identificeerde zes universele basisemoties die in elke cultuur herkenbaar zijn: vreugde, verdriet, angst, woede, walging en verrassing. Deze emoties zijn direct leesbaar in gezichtsuitdrukkingen en lichaamshouding. Daarnaast bestaat er een heel spectrum aan complexere gevoelens zoals melancholie, verwondering, intimiteit en kwetsbaarheid. Deze subtielere emoties zijn juist interessant voor fotografie omdat ze ruimte laten voor interpretatie. Ik merk dat foto’s met ambigue gevoelens langer blijven hangen bij de kijker. Ze nodigen uit tot reflectie in plaats van een directe emotionele reactie af te dwingen. Denk aan het werk van Diane Arbus, die ongemak en menselijkheid tegelijk wist vast te leggen. Of aan Sally Mann, wiens beelden van haar kinderen zowel tederheid als een onderhuidse spanning bevatten. Het kiezen van je emotionele palet is net zo belangrijk als het kiezen van je kleurenpalet.
Primaire versus secundaire emoties
Ik maak onderscheid tussen primaire en secundaire emoties. Primaire emoties zijn direct en explosief – denk aan uitbundig gelach of tranen van verdriet. Deze zijn krachtig maar kunnen ook clichématig worden als je niet oppast. Secundaire emoties zijn genuanceerder: de stille trots van een vader die naar zijn kind kijkt, de nerveuze anticipatie voor een belangrijk moment, de vermoeidheid vermengd met voldoening na een prestatie. Deze subtiele gevoelens vereisen meer aandacht van de fotograaf. Je moet langer observeren en geduld hebben. Ik fotografeerde laatst een oudere man die zijn atelier opruimde na veertig jaar. Zijn gezicht stond neutraal, maar zijn handen trilden licht toen hij een oud schilderij vasthield. Dat detail vertelde het hele verhaal. Die secundaire emoties zitten hem in de details, niet in de grote gebaren.
De voorbereiding maakt het verschil
Emotie vastleggen begint lang voordat je de camera pakt. Ik bereid me altijd grondig voor door na te denken over welk gevoel ik wil oproepen of vastleggen. Dit betekent niet dat ik alles script, maar ik creëer wel de juiste voorwaarden. Als ik iemand portretteer, voer ik vooraf een gesprek zonder camera. Ik vraag naar verhalen, herinneringen, dromen. Ik luister meer dan ik praat. Deze conversatie bouwt vertrouwen op en geeft me inzicht in wat deze persoon beweegt. Ik bedenk of ik iets zelf heb meegemaakt met vergelijkbare gevoelens of emoties waaruit ik kan putten. Daarnaast denk ik na over de omgeving. Een steriele studio roept andere gevoelens op dan iemands eigen woonkamer. Ik fotografeerde een schrijver in zijn werkkamer, omringd door stapels boeken en notities. Die rommel vertelde iets over zijn creatieve proces en maakte hem zichtbaar meer op zijn gemak. De voorbereiding omvat ook technische keuzes: welke lens gebruik ik, welk licht past bij de emotie, welk kleurenpalet ondersteunt het gevoel? Deze beslissingen neem ik bewust vooraf.
Als ik werk met een model, maak ik een plan dat ik deel met hem of haar. Dit document bevat een uitvoerige beschrijving van wat we gaan doen. Een omschrijving/verhaal dat de emotie weergeeft. Het document bevat ook een mood board om het gewenste gevoel over te brengen. Ik zoek op Pinterest naar foto’s die passen bij mijn ideëen en gebruik dat als inspiratie.
De kracht van context en verhaal
Emotie ontstaat niet in een vacuüm. Elk gevoel heeft een context, een verhaal eromheen. Als fotograaf moet je dat verhaal kennen om het te kunnen vertalen naar een beeld. Ik vraag mensen altijd naar de achtergrond van hun emoties. Waarom voelen ze zich zo? Wat is er gebeurd? Wat hopen ze? Deze informatie helpt me beslissen hoe ik ga fotograferen. Een voorbeeld: ik portretteerde een vrouw die net haar bedrijf had verkocht. Op het eerste gezicht was ze opgelucht en tevreden. Maar toen ze vertelde over de twijfels en het loslaten, begreep ik dat er ook melancholie was. Ik koos ervoor om haar te fotograferen bij het raam van haar lege kantoor, met zachte schaduw over haar gezicht. Dat beeld vatte de complexiteit van haar gevoel beter dan een stralende glimlach ooit had gekund. Context geeft diepte aan emotie.
Hoe je een model laat inleven
Het grootste misverstand over emotie fotograferen is dat je mensen moet vragen om een bepaald gevoel te tonen. “Kijk eens blij” of “probeer verdrietig te kijken” leidt bijna altijd tot geforceerde, onnatuurlijke uitdrukkingen. In plaats daarvan werk ik met herinneringen en associaties. Ik vraag iemand om te denken aan een specifiek moment waarop ze zich op een bepaalde manier voelden. Niet “kijk verdrietig”, maar “denk aan het moment waarop je afscheid nam van je beste vriend”. Het verschil is enorm. De hersenen kunnen geen onderscheid maken tussen een echte herinnering en het opnieuw beleven ervan. Dus als iemand terugdenkt aan een emotioneel moment, verschijnen dezelfde micro-expressies op het gezicht als destijds. Ik gebruik ook muziek of objecten om emoties op te roepen. De emotie die bijvoorbeeld muziek oproept is echt en tastbaar. Authenticiteit kun je niet regisseren, maar je kunt wel de juiste triggers bieden.
De rol van stilte en tijd
Emotie heeft tijd nodig om zich te manifesteren. Daarom maak ik nooit haast tijdens een shoot. Ik gun mensen momenten van stilte waarin ze kunnen zijn in plaats van presteren. Sommige van mijn sterkste portretten ontstonden in die tussentijdse momenten, wanneer iemand dacht dat we even pauzeerden. Hun masker zakte weg en er verscheen iets authentieks. Soms zeg ik dat ik nog mijn camera of het licht aan het instellen ben, terwijl ik al bezig ben met de ‘echte foto’s’. Mensen zijn dan nog ontspannen en nemen geen geposeerde houding aan. Anton Corbijn, een van mijn grote voorbeelden, werkt ook zo. Hij staat bekend om zijn lange, trage shoots waarbij hij eerst een band opbouwt met zijn onderwerp. In een interview met The Guardian zei hij: “I don’t take pictures, I receive them.” Die houding – van ontvangen in plaats van nemen – creëert ruimte voor echte emotie. Ik pas dit principe toe door bewust pauzes in te lassen, door soms gewoon te praten zonder te fotograferen, door te wachten tot het juiste moment zich aandient. Geduld is misschien wel de belangrijkste vaardigheid bij het fotograferen van emotie.



Technische keuzes die emotie versterken
Techniek staat ten dienste van emotie, niet andersom. Toch hebben je technische keuzes enorme invloed op hoe een gevoel overkomt. Ik begin met de lens. Een 85mm of 50mm portretlens creëert een natuurlijke perspectief en een prettige afstand tussen jou en je onderwerp. Die afstand geeft mensen ruimte om zichzelf te zijn. Een groothoeklens daarentegen kan intimiteit of zelfs ongemak creëren door de vervorming en de fysieke nabijheid die nodig is. Beide kunnen effectief zijn, afhankelijk van de emotie die je wilt vastleggen. Diafragma speelt ook een cruciale rol. Een open diafragma (f/1.4 tot f/2.8) isoleert je onderwerp en richt alle aandacht op de emotie in het gezicht. Een gesloten diafragma (f/8 of hoger) plaatst het onderwerp in context en laat de omgeving meespelen in het verhaal. Ik fotografeerde een oude visser op een kade met f/11, zodat zijn verweerde gezicht én de zee op de achtergrond scherp waren. Beide elementen vertelden samen het verhaal van een leven aan het water.
Licht als emotionele taal
Licht is misschien wel het krachtigste instrument om emotie te sturen. Zacht, diffuus licht creëert een gevoel van intimiteit en kwetsbaarheid. Hard, direct licht kan drama en spanning oproepen. Ik gebruik graag natuurlijk licht bij een raam voor portretten met een zachte, contemplatieve sfeer. Het licht valt geleidelijk over het gezicht en creëert subtiele overgangen tussen licht en schaduw. Voor dramatischer emoties gebruik ik soms één harde lichtbron die sterke schaduwen werpt. Denk aan het werk van Richard Avedon, die met zijn harde, directe studioverlichting de essentie van zijn onderwerpen blootlegde. De richting van het licht is net zo belangrijk als de kwaliteit. Zijlicht benadrukt textuur en vorm, en voegt dimensie toe. Tegenlicht kan een silhouet creëren dat mysterie en emotie suggereert zonder details te tonen. Ik experimenteer altijd met lichtrichtingen om te zien welke het beste past bij de emotie die ik wil vastleggen.



Kleur versus zwart-wit bij emotie
De keuze tussen kleur en zwart-wit heeft fundamentele invloed op de emotionele impact van een foto. Zwart-wit elimineert de afleiding van kleur en reduceert een beeld tot zijn essentie: licht, vorm, textuur en expressie. Hierdoor wordt de focus automatisch naar de emotie getrokken. Ik kies voor zwart-wit wanneer ik wil dat de kijker zich concentreert op het gezicht, de houding, de sfeer. Zwart-wit heeft ook een tijdloze kwaliteit die emoties universeler maakt. Denk aan het iconische portretwerk van Irving Penn of de straatfotografie van Henri Cartier-Bresson. Hun zwart-wit beelden blijven emotioneel resoneren, decennia na hun ontstaan. Kleur daarentegen kan emotie versterken of zelfs creëren. Warme tinten (rood, oranje, geel) roepen gevoelens op van warmte, energie en passie. Koele tinten (blauw, groen, paars) suggereren rust, melancholie of distantie. Ik fotografeerde een portret in een kamer met diep blauw licht dat de eenzaamheid van het onderwerp versterkte. Zonder die kleur zou de emotie minder krachtig zijn geweest.
Kleurpsychologie in de praktijk
Kleurpsychologie is geen exacte wetenschap, maar er zijn wel patronen die consistent blijken te werken. Rood trekt aandacht en roept intense emoties op – van liefde tot woede. Blauw kalmeert en creëert afstand. Geel brengt optimisme maar kan ook onrust veroorzaken in grote hoeveelheden. Groen verbindt met natuur en groei. Ik gebruik deze kennis bewust in mijn fotografie. Voor een portret van een actrice koos ik een achtergrond in diep bordeauxrood om haar passie en intensiteit te benadrukken. Voor een serie over verlies werkte ik met gedempte blauwtinten en grijs. De kleuren ondersteunden het gevoel zonder opdringerig te zijn. Let ook op kleding en omgeving. Een felgekleurde trui kan de aandacht afleiden van een subtiele gezichtsuitdrukking. Neutrale kleuren laten de emotie zelf spreken. Ik vraag mensen daarom bewust om te kiezen voor kleding die past bij de emotie die we willen vastleggen.
Compositie als emotionele gids
Compositie stuurt de blik van de kijker en bepaalt hoe emotie wordt ervaren. Een gecentreerde compositie creëert rust en directheid – de kijker wordt geconfronteerd met het onderwerp zonder afleidingen. Dit werkt goed voor krachtige, directe emoties. Een off-center compositie met veel negatieve ruimte kan eenzaamheid, contemplatie of kwetsbaarheid benadrukken. Ik fotografeerde een man die zijn baan had verloren, klein in het frame met veel lege ruimte om hem heen. Die compositie versterkte zijn gevoel van verlies en onzekerheid. De regel van derden is een goed uitgangspunt, maar breek deze gerust als het de emotie versterkt. Symmetrie kan kalmte en balans uitstralen, maar ook spanning als het onderwerp juist uit balans is binnen die symmetrie. Diagonalen brengen dynamiek en energie. Leidende lijnen trekken de aandacht naar het emotionele centrum van de foto. Elke compositiekeuze moet een reden hebben die verband houdt met de emotie die je wilt overbrengen.
Uitsnede en formaat als emotionele versterkers
De uitsnede bepaalt wat je laat zien en wat je weglaat, en dat heeft directe invloed op emotie. Een close-up van alleen het gezicht creëert maximale intimiteit en intensiteit. Je ziet elke rimpel, elke traan, elke nuance in de blik. Dit werkt krachtig voor intense emoties die je echt wilt voelen. Een medium shot met gezicht en bovenlichaam geeft meer context en laat lichaamshouding meespreken in het verhaal. Een wide shot plaatst het onderwerp in een omgeving en vertelt een breder verhaal, waarbij de emotie meer gesuggereerd wordt dan getoond. Ik wissel tussen deze uitsnedes afhankelijk van wat ik wil overbrengen. Het formaat speelt ook mee. Een vierkant formaat (1:1) voelt stabiel en gebalanceerd, geschikt voor contemplatieve emoties. Een portretformaat (3:4 of 4:5) benadrukt de verticale lijn van het menselijk lichaam en voelt natuurlijk voor portretten. Een landschapsformaat (16:9 of 2:3) geeft ruimte voor context en omgeving. Ik experimenteerde met een panoramisch formaat (16:9) voor een portret waarbij de lege ruimte naast het onderwerp essentieel was voor het gevoel van isolatie.
De invloed van Anton Corbijn en andere meesters
Anton Corbijn heeft mijn kijk op emotie in fotografie fundamenteel beïnvloed. Zijn portretten van muzikanten als Nick Cave, Tom Waits en U2 tonen geen gepolijste sterren maar kwetsbare mensen. Corbijn fotografeert in zwart-wit met een korrelstructuur die een rauwe, authentieke sfeer creëert. Hij gebruikt eenvoudige composities en natuurlijk licht, waardoor de focus volledig op de emotie ligt. Wat ik van hem heb geleerd is dat minder meer is. Je hoeft geen ingewikkelde setups of dramatische effecten om emotie vast te leggen. Soms is het juist de eenvoud die ruimte geeft aan het gevoel. Een ander voorbeeld is Sally Mann, wiens serie “Immediate Family” laat zien hoe je complexe, ambigue emoties kunt vastleggen. Haar foto’s van haar kinderen zijn tegelijk liefdevol en verontrustend, onschuldig en bewust. Die spanning maakt ze zo krachtig. Of denk aan Steve McCurry’s “Afghan Girl” – een portret dat angst, kracht en kwetsbaarheid tegelijk toont. Deze fotografen leren ons dat emotie niet eendimensionaal is. De meest memorabele beelden bevatten meerdere lagen van gevoel.

Het vastleggen van het beslissende moment
Henri Cartier-Bresson introduceerde het concept van “le moment décisif” – het beslissende moment waarop alle elementen samenkomen in een perfecte compositie. Bij emotie fotograferen is dit moment nog cruciale. Emoties zijn vluchtig en veranderen constant. Een glimlach duurt een fractie van een seconde voordat hij overgaat in iets anders. Een blik van verdriet kan snel gemaskeerd worden. Als fotograaf moet je alert zijn en anticiperen op deze momenten. Ik houd mijn camera altijd klaar en blijf observeren, ook wanneer ik niet actief aan het fotograferen ben. Sommige fotografen maken honderden foto’s in de hoop dat er één goed moment tussen zit. Ik werk anders. Ik wacht en observeer, en druk af wanneer ik het moment voel aankomen. Dit vereist concentratie en aanwezigheid. Je moet volledig in het nu zijn, niet bezig met technische instellingen of met wat je daarna gaat doen. Die focus op het moment maakt het verschil tussen een foto die emotie toont en een foto die emotie oproept.
Emotie fotograferen is geen trucje of techniek die je in een middag leert. Het is een combinatie van voorbereiding, technische kennis, menselijke verbinding en observatie. Het vraagt om geduld, empathie en de moed om kwetsbaarheid toe te laten – zowel bij je onderwerp als bij jezelf. Ik blijf leren bij elke shoot, bij elke persoon die ik portretteer. Soms lukt het om die ongrijpbare emotie vast te leggen, soms niet. Maar die zoektocht, dat proberen om iets essentieels menselijks te vangen in een beeld, dat maakt dit vak zo boeiend. Begin met kleine stappen. Fotografeer iemand die je goed kent. Vraag naar hun verhalen. Experimenteer met licht en compositie. Kijk naar het werk van fotografen die je inspireert. En vooral: blijf oefenen en observeren. Emotie zit overal om je heen, wachtend om vastgelegd te worden. Deel gerust je eigen ervaringen met emotie fotograferen in de reacties hieronder. Welke uitdagingen kom je tegen? Wat werkt voor jou?

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s, maar vooral omdat ik graag kijk. Echt kijk. Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50, gekocht rond de geboorte van mijn zoon. Sindsdien is fotografie voor mij verweven geraakt met aandacht, nieuwsgierigheid en het vastleggen van momenten die anders ongemerkt voorbijgaan.
Ik ben iemand die wil begrijpen wat hij doet. Daarom zit ik net zo graag in de techniek als in het beeld zelf. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, eigenwijs, en precies uitdagend genoeg om me scherp te houden. Ik word blij van uitzoeken waarom iets werkt — of waarom juist niet.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Niet om te laten zien wat ik weet, maar om anderen mee te nemen in dat ontdekproces. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel te maken, zonder ze plat te slaan. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
