Deze zomer stond ik in een klein straatje in Albanië. Mooie setting met een motor, zon en schaduw. De compositie klopte, de belichting was spot-on. Toch voelde de foto bij thuiskomst leeg. Pas toen ik inzoomde en de helft van de drukke muur en bladerendek wegsneed, kwam de kracht van het beeld naar voren. Die ene beslissing over de uitsnede maakte het verschil tussen een snapshot en een foto waar ik trots op ben.


De kracht van bewuste keuzes
Een uitsnede bepaalt wat je vertelt en wat je weglaat. Het is de grens tussen jouw verhaal en de rest van de wereld. In mijn twintig jaar als fotograaf heb ik gezien hoe één verkeerde keuze een sterke foto kan verwoesten. Andersom kan een slimme uitsnede een doorsnee opname redden. De techniek lijkt simpel: je kiest wat er in het frame komt. Toch zit daar precies de complexiteit. Want elke centimeter die je toevoegt of weghaalt, verandert de betekenis van je beeld.
Denk aan portretfotografie. Snijd je bij de knieën af? Bij de heupen? Of maak je een close-up? Elk van deze keuzes vertelt een ander verhaal. Een full-body portret toont context en omgeving. Een close-up creëert intimiteit en emotie. Zoals fotograaf Henri Cartier-Bresson ooit zei: “Your first 10,000 photographs are your worst.” Hij begreep dat het leren zien – en dus ook het leren kaderen – tijd kost.
Technische aspecten van kadering
De verhouding tussen breedte en hoogte noemen we de aspect ratio. Een standaard full-frame sensor heeft een verhouding van 3:2. Dat betekent dat als je breedte 3000 pixels is, je hoogte 2000 pixels wordt. Vierkante formaten werken met 1:1, ideaal voor sociale media. Panorama’s gebruiken bijvoorbeeld 16:9 of nog extremer. Ik kies mijn uitsnede al tijdens het fotograferen, niet achteraf in Lightroom. Waarom? Omdat ik dan bewuster componeer en minder pixels verlies.
De rule of thirds helpt bij het plaatsen van je onderwerp. Verdeel je frame in negen gelijke vakken met twee horizontale en twee verticale lijnen. Plaats belangrijke elementen op de snijpunten. Dit creëert spanning en balans. Echter, regels zijn er om te breken. Centraal kaderen werkt uitstekend voor symmetrische onderwerpen zoals architectuur of spiegelingen.
Negatieve ruimte als compositie-element
Lege ruimte rond je onderwerp is geen verspilling. Het geeft je foto ademruimte. Vorig jaar fotografeerde ik een eenzame boom in de Sahara. Door 70% van het frame leeg te laten, benadrukte ik de isolatie en grootsheid van de woestijn. Te weinig ruimte maakt je foto claustrofobisch. Te veel en je onderwerp verdwijnt. De balans vinden vraagt oefening en een kritische blik.
Veelgemaakte fouten bij het kaderen
De grootste fout? Te veel willen tonen. Ik zie het constant: fotografen die alles in één frame proppen. Het resultaat is rommelig en verwarrend. Je oog weet niet waar te kijken. Daarom is mijn advies simpel: snijd weg wat niet bijdraagt aan je verhaal. Een foto van een markt hoeft niet alle kraampjes te tonen. Eén handelaar met zijn producten vertelt meer.
Een andere valkuil is het afsnijden van ledematen op onhandige plekken. Snijd nooit af bij gewrichten – polsen, enkels, knieën of ellebogen. Dit voelt onnatuurlijk. Snijd ofwel ruim voor het gewricht af, of ruim erna. Volgens onderzoek van de Photography Mad website ervaren kijkers afgesneden gewrichten als storend, zelfs als ze niet bewust weten waarom.
Creatieve toepassingen van uitsnede
Experimenteer met extreme kadering. Zoom in tot je alleen een detail ziet – de rimpels rond iemands ogen, de textuur van boomschors, patronen in zand. Deze abstracte uitsnedes dwingen de kijker om anders te kijken. Vorig jaar maakte ik een serie waarbij ik alleen handen fotografeerde. Zonder gezichten vertelden die handen complete verhalen over de persoon.
Verticale versus horizontale oriëntatie maakt ook verschil. Verticaal benadrukt hoogte en diepte, perfect voor portretten of architectuur. Horizontaal geeft rust en breedte, ideaal voor landschappen. Toch fotografeer ik skylines verticaal en portretten horizontaal als dat mijn verhaal sterker maakt. De Digital Photography School benadrukt dat je oriëntatie moet kiezen op basis van je onderwerp, niet uit gewoonte.
De rol van context
Soms versterkt context je verhaal. Een portret van een visser wordt krachtiger met zijn boot op de achtergrond. Andere keren leidt context af. Ik fotografeerde een straatmuzikant in Parijs. Eerst met de drukke straat erachter – te chaotisch. Toen zoomde ik in op zijn gezicht en gitaar. Die uitsnede vertelde zijn verhaal zonder afleiding. Je moet per situatie beslissen hoeveel context je nodig hebt.
Praktische oefeningen voor betere kadering
Probeer deze methode: fotografeer hetzelfde onderwerp met vijf verschillende uitsnedes. Extreem wide, medium, close-up, detail en een onconventionele hoek. Vergelijk de resultaten thuis. Welke uitsnede heeft de meeste impact? Waarom? Deze oefening scherpt je visuele intuïtie aan. Ik doe dit nog steeds bij complexe onderwerpen.
- Gebruik de zoomfunctie van je camera om verschillende kadrages te verkennen voordat je fotografeert
- Bekijk werk van fotografen die je bewondert en analyseer hun uitsnede-keuzes
- Print je foto’s en experimenteer met verschillende crops met een papieren frame
- Fotografeer een week lang alleen vierkant of alleen panoramisch om je aan te passen aan die beperkingen
De psychologie achter kadering
Een strakke uitsnede creëert urgentie en intensiteit. Veel lege ruimte geeft kalmte en contemplatie. Dit is geen toeval. Onderzoek van wetenschappers toont aan dat ons brein visuele informatie anders verwerkt afhankelijk van de hoeveelheid ruimte in een beeld. Een vol frame activeert meer hersendelen tegelijk, wat spanning creëert. Lege ruimte geeft ons brein rust.
Zoals één van mijn studenten, Lisa, het verwoordde: “Toen ik begreep dat weglaten belangrijker is dan toevoegen, veranderde mijn fotografie compleet. Mijn foto’s werden rustiger maar krachtiger.” Dat is precies de essentie. Een goede uitsnede gaat over weglaten, niet over toevoegen.
Deel jouw ervaringen met kadering in de reacties. Welke uitsnede-keuze heeft jouw foto gemaakt of gebroken? Ik ben benieuwd naar jullie verhalen.

Ik ben Jeroen. Ik maak foto’s, maar vooral omdat ik graag kijk. Echt kijk. Dat begon ruim twintig jaar geleden met een Nikon D50, gekocht rond de geboorte van mijn zoon. Sindsdien is fotografie voor mij verweven geraakt met aandacht, nieuwsgierigheid en het vastleggen van momenten die anders ongemerkt voorbijgaan.
Ik ben iemand die wil begrijpen wat hij doet. Daarom zit ik net zo graag in de techniek als in het beeld zelf. Tegenwoordig werk ik met een Fujifilm X-T50: compact, eigenwijs, en precies uitdagend genoeg om me scherp te houden. Ik word blij van uitzoeken waarom iets werkt — of waarom juist niet.
Naast fotograferen schrijf ik over fotografie. Niet om te laten zien wat ik weet, maar om anderen mee te nemen in dat ontdekproces. Ik hou ervan om ingewikkelde dingen simpel te maken, zonder ze plat te slaan. Of je nu net begint of al jaren fotografeert: er valt altijd iets nieuws te zien, te leren, te verbeteren. Dat enthousiasme delen, dát is wat me drijft.
